ECLI:NL:RBROT:2025:3968

ECLI:NL:RBROT:2025:3968, Rechtbank Rotterdam, 07-03-2025, 11242615 CV EXPL 24-19030

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 07-03-2025
Datum publicatie 02-04-2025
Zaaknummer 11242615 CV EXPL 24-19030
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHDHA:2025:2570
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0005289 BWBR0005290

Samenvatting

Huur. Ontbinding en ontruiming toegewezen. Drugs in de woning. Strijd met goed huurderschap, 7:213 BW.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11242615 CV EXPL 24-19030

datum uitspraak: 7 maart 2025

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Stichting Woonstad Rotterdam,

vestigingsplaats: Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: mr. R. van der Hoeff,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: Rotterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. A. Rhijnsburger.

De partijen worden hierna ‘Woonstad’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

de dagvaarding van 22 juli 2024, met bijlagen;

het antwoord, met bijlagen;

de akte van Woonstad, met bijlagen;

de akte van [gedaagde] , met bijlage.

Op 27 januari 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was namens Woonstad mevr. [persoon A] aanwezig, bijgestaan door de gemachtigde van Woonstad. Ook was [gedaagde] aanwezig met zijn gemachtigde en twee toehoorders.

2. De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

[gedaagde] huurt de woning aan de [adres] in Rotterdam van Woonstad. Woonstad stelt dat [gedaagde] zich niet als een goed huurder heeft gedragen, omdat hij in de periode van 2020 tot en met 2024 (geluids)overlast heeft veroorzaakt en de woning is gebruikt voor de handel in en het gebruik van verdovende middelen. Woonstad eist ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning. Daarnaast eist Woonstad dat [gedaagde] de buitengerechtelijke kosten moet betalen en dat hij wordt veroordeeld in de proceskosten.

[gedaagde] stelt dat de tekortkomingen inmiddels niet meer ernstig genoeg zijn om de ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. Hij licht toe dat hij de ernst van de situatie inziet en hier ook hulp voor krijgt.

De kantonrechter wijst de vorderingen van Woonstad toe. Hieronder zal worden uitgelegd waarom.

De huurovereenkomst wordt ontbonden

De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde] zich niet als goed huurder heeft gedragen (artikel 7:213 BW). Dat levert een tekortkoming op die ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te ontbinden.

De kantonrechter is van oordeel dat het bezitten van een handelshoeveelheid drugs een tekortkoming is die de ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt. In dit kader heeft Woonstad aangevoerd dat er een handelshoeveelheid drugs in de woning is gevonden, te weten 178,2 gram hasj, 3,1 gram cocaïne en 1.792,8 gram hennep. [gedaagde] heeft hierover verklaard dat de drugs van hem zijn.

Daarnaast heeft [gedaagde] zich niet als een goed huurder gedragen door overlast te veroorzaken. Ter onderbouwing van die stelling legt Woonstad meerdere verklaringen van buren over, de uitkomsten van een buurtonderzoek en de bevestiging dat er sprake is van een overlastgevend pand in het politierapport. De buren ervaren zowel geluidsoverlast als overlast van bezoekers van [gedaagde] . Woonstad heeft hierover meerdere keren met [gedaagde] afspraken gemaakt. Na een huisbezoek bleek dan dat [gedaagde] zich niet heeft gehouden aan deze afspraken. [gedaagde] betwist deze incidenten niet.

[gedaagde] wijst er weliswaar op dat de overlastproblematiek de laatste tijd is verminderd en dus de ontbinding niet meer kan rechtvaardigen en dat hij juist een prettige relatie heeft met zijn buren, maar vast staat dat de overlastproblematiek, ondanks de hulp van familieleden, blijft aanhouden. In januari 2025 is er immers weer overlast veroorzaakt. De politie heeft toen in de woning een persoon aangehouden, terwijl [gedaagde] lag te slapen en de voordeur open was.

De kantonrechter is van oordeel dat de tekortkomingen, zeker samen genomen, ernstig genoeg zijn om de ontbinding te rechtvaardigen. [gedaagde] wijst erop dat hij belang heeft bij het behoud van de woning om ervoor te zorgen dat hij hulp kan blijven ontvangen van zijn familie en de gemeente. Tijdens de zitting heeft [gedaagde] echter verklaard dat hij de aangeboden hulp heeft geweigerd en er momenteel geen zicht is op professionele hulp. Tegenover het belang van [gedaagde] staat het belang van Woonstad bij het handhaven van het zerotolerancebeleid dat zij voert tegen drugs(handel) en het beëindigen van de jarenlange overlastproblematiek rondom de woning. Het belang van [gedaagde] om zijn woning te behouden, weegt in dit geval niet op tegen het belang van Woonstad.

[gedaagde] moet de woning ontruimen

Omdat de huurovereenkomst is ontbonden, moet [gedaagde] de woning met al zijn spullen verlaten. Dat moet binnen veertien dagen nadat dit vonnis is betekend.

[gedaagde] moet incassokosten betalen

De incassokosten van € 462,50 worden toegewezen, omdat Woonstad voldoende heeft gesteld dat er werkzaamheden zijn verricht die niet enkel zien op het voorbereiden van een procedure, zoals het buurtonderzoek, de bezoeken aan de woning en de poging om buitengerechtelijk tot een oplossing te komen (artikel 6:96 lid 2 BW).

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Woonstad moet betalen op € 136,72 aan dagvaardingskosten, € 130,00 aan griffierecht, € 408,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 204,00) en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 809,72. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonstad dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3. De beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de huurovereenkomst tussen de partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning aan de [adres] in Rotterdam te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Woonstad te stellen;

veroordeelt [gedaagde] om aan Woonstad te betalen € 462,50 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de datum van het vonnis tot de dag dat volledig is betaald;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Woonstad worden begroot op € 809,72;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.

64363

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?