ECLI:NL:RBROT:2025:4011

ECLI:NL:RBROT:2025:4011, Rechtbank Rotterdam, 19-03-2025, C/10/658393 / HA ZA 23-479deskundige

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 19-03-2025
Datum publicatie 22-01-2026
Zaaknummer C/10/658393 / HA ZA 23-479deskundige
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Vonnis benoeming deskundige om te beoordelen of gedaagde slijtringen op juiste wijze heeft hersteld. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2025:15397

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

vonnis

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/658393 / HA ZA 23-479

Vonnis van 19 maart 2025

in de zaak van

BOSMAN WATERMANAGMENT B.V.,

vestigingsplaats: Piershil,

eiseres,

advocaat mr. M.A.D. Bol (voorheen: mr. R.V. Ries),

tegen

1. [gedaagde 1] en haar vennoten,

2. [gedaagde 2],

3. [gedaagde 3],

vestigingsplaats/woonplaats: [plaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. L.C.M. de Vos.

Partijen worden hierna Bosman en [gedaagden] (voor alle gedaagden) genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 13 december 2023 en de daarin genoemde processtukken;

de conclusie na tussenvonnis van Bosman;

de conclusie na tussenvonnis van [gedaagden] .

2. De verdere beoordeling

In het tussenvonnis van 13 december 2023 heeft de rechtbank aangekondigd dat zij een deskundige wil benoemen. Partijen mochten zich hierover uitlaten. Zij hebben allebei een akte genomen.

De deskundige

Bosman en [gedaagden] waren het eens over de benoeming van de heer [persoon A] , werkzaam als wetenschappelijk medewerker bij Naval and Offshore Structures bij TNO, als deskundige. Het is de rechtbank echter, na lang en intensief proberen, niet gelukt om een kostenbegroting te ontvangen van de heer [persoon A] , waardoor de rechtbank aan partijen heeft gevraagd zich opnieuw uit te laten over de persoon van te benoemen deskundigen. Partijen zijn het toen niet eens geworden over de te benoemen deskundige. Bosman heeft voorgesteld om de heer J. van Montfort tot deskundige te benoemen, terwijl [gedaagden] heeft voorgesteld om de heer [persoon B] tot deskundige te benoemen.

De rechtbank heeft de heer Van Montfort benaderd, omdat de rechtbank het belangrijk vindt dat de deskundige kennis heeft van de materiaalkeuze, voorbehandeling van oppervlakten en materiaaleigenschappen en bijbehorende faalmechanisme, in plaats van van pompsystemen, hydrauliek en rotating equipment. De heer Van Montfort heeft vervolgens de rechtbank bericht dat hij in staat en bereid is om in deze zaak op te treden als deskundige en dat hij vrij staat ten opzichte van beide partijen.

De rechtbank heeft voorts het begrote honorarium met het bericht van de deskundige voorgelegd aan partijen. Bosman heeft ingestemd met het begrote honorarium. [gedaagden] vindt de kostenbegroting van de deskundige aan de (te) hoge kant. De rechtbank kan [gedaagden] hier niet in volgen. [gedaagden] heeft ten eerste niet onderbouwd waarom het honorarium aan de hoge kant is. Het is voorts aan de deskundige om te beoordelen hoe hij zijn onderzoek inricht en of hij daarvoor een nader visueel onderzoek wil verrichten. Ditzelfde geldt voor een laboratoriumonderzoek. Voor zover het begrote honorarium zal worden overschreven door een nader visueel onderzoek of door een laboratoriumonderzoek, moet de deskundige de rechtbank om een aanvullend voorschot verzoeken. Wat de reiskosten van € 122,- per uur betreft, is de rechtbank van oordeel dat dit tarief gelet op het uurtarief redelijk is. [gedaagden] heeft het begrote honorarium verder niet gemotiveerd bestreden, zodat de rechtbank het voorschot zal begroten op € 3.097,60 inclusief btw.

Partijen hebben voorts niet gereageerd op de door de deskundige gehanteerde beperking van de aansprakelijkheid (aansprakelijkheid is beperkt tot maximaal het gefactureerde bedrag), zodat de rechtbank daaruit begrijpt zij hiermee instemmen. Hierbij merkt de rechtbank overigens nog wel op dat Nederlands recht van toepassing is op de opdracht en eventuele geschillen voorgelegd moeten worden aan de een bevoegde rechtbank in Nederland.

Bosman moet als eisende partij het voorschot op de kosten van de deskundige betalen (artikel 187 Rv).

De vragen aan de deskundige

De rechtbank zal de volgende vragen aan de deskundige stellen:

Is het voorstel om de reeds aangebrachte laag Resimac 101 te machineren een adequate oplossing voor de geconstateerde scheefstand? Met andere woorden konden de slijtringen op deze wijze adequaat hersteld worden?

Kunt u op basis van de stukken, waaronder de foto’s en het kleine stukje Resimac 101 dat nog beschikbaar is verklaren waarom de laag Resimac 101 vrijwel geheel van de slijtringen is verdwenen? Welke invloed kunnengrote betongruis en betonresten (grotere stukken van hard materiaal) hebben gehad op dit resultaat?

Heeft [gedaagden] in uw visie de slijtringen goed hersteld?

Indien u van mening bent dat [gedaagden] de slijtringen niet goed heeft hersteld, wat vindt u van de kosten die Bosman in rekening brengt; waren de werkzaamheden noodzakelijk en zijn de kosten redelijk?

Welke opmerkingen acht u voor de beoordeling van deze zaak van belang?

Bosman heeft een drietal vragen voorgesteld in plaats van de voorgestelde vraag 1. Dit voorstel neemt de rechtbank niet over, omdat de voorgestelde vragen te weinig feitelijk en te sturend zijn. Bosman kan uiteraard tijdens het deskundigenonderzoek, in aanwezigheid van [gedaagden] , zijn visie op de problematiek nader toelichten.

3. De beslissing

De rechtbank

beveelt een deskundigenonderzoek om de volgende vragen te beantwoorden:

Is het voorstel om de reeds aangebrachte laag Resimac 101 te machineren een adequate oplossing voor de geconstateerde scheefstand? M.a.w. konden de slijtringen op deze wijze adequaat hersteld worden?

Kunt u op basis van de stukken, waaronder de foto’s en het kleine stukje Resimac 101 dat nog beschikbaar is verklaren waarom de laag Resimac 101 vrijwel geheel van de slijtringen is verdwenen? Welke invloed kunnen betongruis en betonresten (grotere stukken van hard materiaal) hebben gehad op dit resultaat?

Heeft [gedaagden] in uw visie de slijtringen goed hersteld?

Indien u van mening bent dat [gedaagden] de slijtringen niet goed heeft hersteld, wat vindt u van de kosten die Bosman in rekening brengt; waren de werkzaamheden noodzakelijk en zijn de kosten redelijk?

Welke opmerkingen acht u voor de beoordeling van deze zaak van belang?

benoemt tot deskundige:

de heer ing. J.L.M. van Montfort,

[adres] , [postcode] [woonplaats] , België,

Tel: [gsm-nummer] ,

jo.vanmontfort@bjond.be;

het voorschot

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 3.097,60 inclusief btw;

bepaalt dat Bosman het voorschot moet overmaken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak;

draagt de griffier op aan de deskundige te melden dat het voorschot is gestort en bepaalt dat de deskundige daarna pas met het onderzoek mag beginnen;

het onderzoek

bepaalt dat Bosman het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen;

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;

wijst de deskundige erop dat:

de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie);

de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot mag aanvangen;

de deskundige het onderzoek onmiddellijk moet staken en contact moet opnemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;

de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan;

indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd;

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven tot het verrichten van het onderzoek;

het schriftelijk rapport

draagt de deskundige op om uiterlijk twaalf weken na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud bij de griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie;

wijst de deskundige erop dat:

uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd;

de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden;

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het conceptrapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het conceptrapport te reageren;

overige bepalingen

bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van 1 oktober 2025;

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of

na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van Bosman, op een termijn van vier weken;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2025.

3120

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?