ECLI:NL:RBROT:2025:5214

ECLI:NL:RBROT:2025:5214, Rechtbank Rotterdam, 14-01-2025, C/10/690442 / JE RK 24-2592 en C/10/692277 / JE RK 25-46

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 14-01-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer C/10/690442 / JE RK 24-2592 en C/10/692277 / JE RK 25-46
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 24 zaken
Aangehaald door 2 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0002656 BWBR0004608 BWBR0005288 BWBR0034925 BWBR0035782

Samenvatting

beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en het beroep tegen de overplaatsing. De rechtbank ziet aanleiding de verzochte machtiging te verlenen, in die zin dat de machtiging tot plaatsing in een voorziening voor pleegzorg wordt beperkt tot een specifiek (pleeg)gezin, zijnde de grootouders vaderszijde

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummers: C/10/690442 / JE RK 24-2592 en C/10/692277 / JE RK 25-46

Datum uitspraak: 14 januari 2025

Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en het beroep tegen de overplaatsing

in de zaken van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,

en van

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat mr. R.H.P. Feiner, kantoorhoudende in Rotterdam,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .

De rechtbank merkt als belanghebbende aan:

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] ,

advocaat mr. F. Pool, kantoorhoudende te Rotterdam.

De rechtbank merkt de GI en de moeder als belanghebbende aan voor zover het niet hun eigen verzoekschrift betreft.

De rechtbank merkt als informant aan:

[naam oma] ,

hierna te noemen de oma vaderszijde, wonende in [woonplaats 1] .

1. Het verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 29 november 2024;

de ongedateerde brief van mr. Feiner, ontvangen op 12 december 2024;

de e-mail met bijlage van mr. Feiner van 19 december 2024;

het beroepschrift, tevens inhoudende een zelfstandig verzoek, met bijlagen van mr. Feiner, namens de moeder, ontvangen op 7 januari 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 januari 2025. Daarbij waren aanwezig:

de moeder met haar advocaat;

de vader met advocaat mr. M.S. Krol (waarnemend voor mr. F. Pool),

twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon 1] en [persoon 2] ,

de oma vaderszijde.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft in een neutraal pleeggezin.

Op 18 juni 2024 is [minderjarige] , als ongeboren baby, voorlopig onder toezicht gesteld

van de GI tot 18 september 2024.

Op 23 juni 2024 is [minderjarige] geboren.

Op 28 juni 2024 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in het ziekenhuis verleend met ingang van 28 juni 2024 tot 18 september 2024.

Op 9 juli 2024 is met spoed een machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg verleend van 9 juli 2024 tot 6 augustus 2024. Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 18 juli 2024 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 18 september 2024.

De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 september 2024 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 16 september 2025. Bij diezelfde beschikking is ook de machtiging [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 18 maart 2025.

3. De verzoeken

zaaknummer C/10/690442 / JE RK 24-2592

De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De GI wijzigt het verzoek ter zitting in die zin dat een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin wordt verzocht voor de duur van de ondertoezichtstelling.

zaaknummer C/10/692277 / JE RK 25-46

De moeder verzoekt het beroep tegen de beslissing tot overplaatsing van [minderjarige] gegrond te verklaren, en opnieuw rechtdoende te bepalen dat [minderjarige] wordt geplaatst in het netwerk bij [grootouders] (grootouders vaderszijde).

4. De standpunten

De GI licht haar verzoek ter zitting als volgt toe. Twee keer in de week staat er een bezoek met [minderjarige] gepland; het ene bezoek is alleen met de moeder en het andere bezoek is ook met de vader en zus [naam] erbij. Gezien wordt dat de bezoeken voor veel spanning zorgen bij [minderjarige] . Zij is snel overstuur en dan is de nabijheid van de pleegmoeder nodig om haar tot rust te brengen. Ook wordt gezien dat bij [minderjarige] sprake is van prikkelgevoeligheid. De GI is van mening dat hulpverlening voor [minderjarige] moet worden ingezet, bijvoorbeeld EMDR. Over de fysieke ontwikkeling van [minderjarige] zijn geen zorgen. Haar groeicurve is prima. Wel zijn er zorgen over de interactie en de gehechtheid tussen de ouders en [minderjarige] . Desgevraagd geeft de GI aan dat zij niet kan zeggen of [minderjarige] nog steeds een bovengemiddelde zorgbehoefte heeft.

Wat betreft de overplaatsing van [minderjarige] op 27 december 2024 geeft de GI aan dat er in eerste instantie drie opties waren; een moeder-kind-traject bij Brijder, een plaatsing van [minderjarige] bij de grootouders vaderszijde of een overplaatsing naar een nieuw pleeggezin. Omdat Brijder heeft aangegeven dat de moeder eerst een detox zou moeten ondergaan, viel de optie van een moeder-kind traject af. Vervolgens heeft de GI in de week van 18 december 2024 uitsluitsel gekregen over de screening van de plaatsing van [naam] bij de grootouders vaderszijde. Pleegzorg heeft een voorwaardelijk positieve screening gegeven voor de duur van negen maanden, met de voorwaarde dat specialistisch ambulante hulpverlening (hierna: SPAM) vanuit Enver wordt ingezet. Pleegzorg heeft daarbij aangegeven dat zij pas een bijplaatsingsonderzoek voor [minderjarige] gaan doen op het moment dat SPAM is gestart bij de grootouders vaderszijde. Omdat [minderjarige] vanwege de vakantie van het pleeggezin niet langer bij dat pleeggezin kon verblijven, heeft de GI GI ervoor gekozen [minderjarige] bij een ander - neutraal - pleeggezin te plaatsen. Het is niet duidelijk wanneer het bijplaatsingsonderzoek zal zijn afgerond. De grootouders vaderszijde staan bovenaan de wachtlijst voor SPAM.

Om tot een positieve screening voor een bijplaatsing van [minderjarige] te kunnen komen, heeft pleegzorg een aantal voorwaarden opgesteld. Zo moeten de grootouders vaderszijde meewerken aan het hulpverleningstraject van Enver om zicht te krijgen op hun opvoedvaardigheden en leerbaarheid. Ook moeten de grootouders vaderszijde open en transparant zijn over waar zij tegenaan lopen in de opvoeding en Enver hierover tijdig informeren. Daarnaast wordt van de grootouders vaderszijde verwacht dat zij de vervolgtraining over gehechtheid volgen. Tot slot vindt pleegzorg het belangrijk dat de grootouders vaderszijde de zorg voor hun twee kleindochters delen, omdat de inschatting is dat de zorg voor twee kleinkinderen te zwaar is voor de oma vaderszijde als zij dit alleen moet doen. De GI heeft met pleegzorg afgesproken dat de komende tijd begeleide bezoekmomenten met de oma vaderszijde en [minderjarige] moeten gaan plaatsvinden om zicht te krijgen op de interactie tussen de oma vaderszijde en [minderjarige] .

De GI was er niet van op de hoogte dat de moeder morgen een intakegesprek heeft bij Ready for Change. Gekeken moet worden hoe de omgang tussen de moeder en [minderjarige] kan worden vormgegeven als de moeder vier dagen in de week behandeling krijgt. Om de gehechtheidsrelatie tussen de moeder en [minderjarige] te bevorderen, wordt gedacht aan de inzet van VIB-gehechtheid (Video Interactie Begeleiding).

Op vragen van de rechtbank geeft de GI aan dat [naam] het leuk vindt om [minderjarige] te zien. De zusjes zien elkaar nu een keer in de week en reageren goed op elkaar. De GI wil kijken of er een extra moment kan worden gecreëerd waarop de zusjes contact met elkaar hebben.

Namens en door de moeder wordt verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. Dat verweer ziet niet op de noodzaak van een machtiging tot uithuisplaatsing. De moeder weet dat zij eerst aan zichzelf moet werken voordat de kinderen bij haar kunnen wonen. Zij is echter van mening dat [minderjarige] niet in een neutraal pleeggezin, maar bij de grootouders vaderszijde moet worden geplaatst. Het is onbegrijpelijk dat een baby, die nog in de hechtingsfase zit, zonder goede motivering wordt overgeplaatst naar een ander, voor ouders onbekend, pleeggezin omdat het andere pleeggezin langdurig op vakantie gaat. In de weken voorafgaand aan de overplaatsing heeft de advocaat van de moeder veel contact gehad met de GI in de hoop een overplaatsing van [minderjarige] vóór de zitting van vandaag te kunnen voorkomen. Wat de plaatsing van [minderjarige] bij de grootouders vaderszijde ingewikkeld zou maken, is dat de opa vaderszijde moet stoppen met werken omdat anders de draagkracht van de oma vaderszijde in het geding komt. De opa vaderszijde is echter bereid om de oma vaderszijde te ondersteunen in de opvoeding van de kleinkinderen. Hij is zelfstandig ondernemer en kan dus zijn eigen tijd indelen. Bovendien is er sprake van een positieve screening voor de plaatsing van zus [naam] bij de grootouders vaderszijde. Als de GI van mening is dat een plaatsing bij de grootouders vaderszijde niet in het belang van [minderjarige] is, zou de GI op zijn minst het verslag van pleegzorg moeten overleggen ter onderbouwing van de gemaakte afwegingen. Nu is het niet duidelijk waarom [minderjarige] niet naar de grootouders vaderszijde zou kunnen. De grootouders vaderszijde staan open voor hulp. Zij hebben al een cursus gevolgd en gaan binnenkort een vervolgcursus volgen. In het belang van het [minderjarige] zou een machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg beperkt kunnen worden tot een plaatsing bij de grootouders vaderszijde.

Namens en door de vader wordt het volgende naar voren gebracht. In september 2024 werd nog gezegd dat [minderjarige] maanden in het pleeggezin zou kunnen blijven. Toch is zij vorige maand overgeplaatst. Dat wekt verbazing. Het is onduidelijk waarom de GI heeft gekozen voor een overplaatsing van [minderjarige] naar een onbekend gezin in plaats van een snelle screening en (bij)plaatsing bij de grootouders vaderszijde. Pleegzorg heeft na screening van de plaatsing van [naam] een voorwaardelijk akkoord gegeven. Van de grootouders vaderszijde wordt verwacht dat zij de vader en de moeder buiten de deur houden, dat zij luisteren naar de GI en dat de oma vaderszijde zich neutraler opstelt in de rol van pleegmoeder. Er wordt niet gezegd dat de grootouders vaderszijde niet aan deze voorwaarden voldoen. [minderjarige] zou een baby zijn die veel huilt bij prikkels. De GI onderbouwt verder niet waarom [minderjarige] extra zorgbehoeften zou hebben. De vader is van mening dat [minderjarige] bij de oma vaderszijde kan worden geplaatst, waar ook [naam] woont. De ouders moeten nog aan de slag met hun eigen traject.

5. De informatie van de informant

Op vragen van de rechtbank geeft de oma vaderszijde aan dat zij verwacht samen met de opa vaderszijde de zorg voor twee kleinkinderen aan te kunnen. Met [naam] gaat het hartstikke goed. De grootouders vaderszijde zijn bereid om de verzorging en opvoeding van [minderjarige] op zich te nemen en staan ervoor open om daarbij hulpverlening te aanvaarden.

6. De beoordeling

zaaknummer C/10/692277 / JE RK 25-46

De rechtbank ziet het beroepschrift als een verzoek de lopende machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] geheel of gedeeltelijk in te trekken of de duur daarvan te bekorten. Meer specifiek begrijpt de rechtbank het beroepschrift zo dat wordt verzocht om de lopende machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te beperken tot een machtiging bij de grootouders vaderszijde.

Allereerst ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of het beroep van de moeder tegen de beslissing van de GI tot overplaatsing van [minderjarige] ontvankelijk is, omdat het buiten de termijn van veertien dagen is ingediend. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de advocaat van de moeder voldoende gemotiveerd waarom een niet-ontvankelijkheidsverklaring achterwege moet blijven. De rechtbank verklaart het beroep daarom ontvankelijk.

De rechtbank ziet bij de huidige stand van zaken onvoldoende aanleiding de lopende machtiging tot 18 maart 2025 te wijzigen. In lijn met de voorwaarden die pleegzorg heeft gesteld aan een bijplaatsing van [minderjarige] , overweegt de rechtbank dat het wenselijk is dat SPAM is gestart voordat [minderjarige] bij de grootouders vaderszijde wordt geplaatst. De rechtbank zal daarom het verzoek afwijzen.

zaaknummer C/10/690442 / JE RK 24-2592

Met betrekking tot het verzoek van de GI tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] acht de rechtbank het wel in het belang van [minderjarige] om deze machtiging te beperken tot een plaatsing bij de grootouders vaderszijde. Dat betekent dat [minderjarige] (in ieder geval) met ingang van 18 maart 2025 bij de grootouders vaderszijde zal gaan wonen. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Uitgangspunt is dat een plaatsing van kinderen binnen het netwerk de voorkeur heeft boven een plaatsing in een neutraal pleeggezin. De ouders brengen ter zitting terecht naar voren dat [naam] sinds een aantal maanden bij de grootouders vaderszijde verblijft en dat het daar goed gaat met haar. Dit wordt niet betwist door de GI. Ook de rechtbank heeft geen reden om aan te nemen dat de opvoedsituatie bij de grootouders vaderszijde niet veilig of niet stabiel is. Daarnaast zijn er geen signalen dat de grootouders vaderszijde zich niet aan (veiligheids)afspraken met de GI houden. Dat ten aanzien van [naam] een voorwaardelijk positieve screening is afgegeven maakt dit niet anders, omdat niet duidelijk is wat de reden is dat pleegzorg onvoldoende zicht heeft gekregen op de opvoedvaardigheden en leerbaarheid van de grootouders vaderszijde. De GI heeft niet kunnen onderbouwen hoe pleegzorg tot die conclusie is gekomen en het verslag van pleegzorg is niet aan de rechtbank verstrekt. De voorwaarden die pleegzorg volgens de GI stelt aan een definitieve positieve screening zijn algemeen geformuleerd en lijken niet gericht op specifieke zorgen. Oma vaderszijde heeft ter zitting betoogd dat zij alle hulpverlening heeft toegelaten en daaraan heeft meegewerkt. Dit is door de GI niet tegengesproken. De rechtbank ziet, gelet op het voorgaande, geen beletsel om [minderjarige] bij de grootouders vaderszijde en haar zus [naam] te plaatsen. De verzorging van een baby en een peuter zal ongetwijfeld veel van de grootouders vaderszijde vergen, maar de rechtbank heeft geen aanleiding om te denken dat zij die draagkracht niet hebben. Daarbij komt dat de oma vaderszijde ter zitting heeft aangegeven dat zij een groot netwerk heeft dat haar kan ondersteunen. Daarnaast is de verwachting dat SPAM op heel korte termijn kan starten, omdat de grootouders vaderszijde bovenaan de wachtlijst staan. In de komende twee maanden dient stapsgewijs het contact tussen de grootouders vaderszijde en [minderjarige] te worden opgebouwd, zodat zij aan elkaar kunnen wennen en er zicht kan komen op de interactie tussen hen.

De rechtbank ziet dan ook aanleiding de verzochte machtiging te verlenen, in die zin dat de machtiging tot plaatsing in een voorziening voor pleegzorg wordt beperkt tot een specifiek (pleeg)gezin, zijnde de grootouders vaderszijde.

De rechtbank verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de grootouders vaderszijde, tot 16 september 2025.

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Tot slot roept de rechtbank alle betrokkenen op om – in het belang van de kinderen – de samenwerking met elkaar aan te (blijven) gaan. Er kan veel meer worden bereikt als betrokkenen met elkaar in gesprek blijven en afspraken worden nageleefd. De zusjes verdienen die inzet van de volwassenen om hen heen.

7. De beslissing

De rechtbank:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de grootouders vaderszijde, tot 16 september 2025;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het verzoek van de moeder af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2025 door mr. A.L Pöll, mr. K.T.F. Chocolaad-de Bos en mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. M.M.C. van der Knaap als griffier, en op schrift gesteld op 22 januari 2025.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.M.C. van der Knaap als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?