RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/700329 / JE RK 25-1062
Datum uitspraak: 6 juni 2025
Beschikking van de kinderrechter over (het horen op) een (verlenging) machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. J. Brouwer, kantoorhoudende te Rotterdam,
voor wie is verschenen: mr. M. Krol, kantoorhoudende te Rotterdam,
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. R.W. de Gruijl, kantoorhoudende te Rotterdam.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
de beschikking van 28 mei 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
het bericht van mr. de Gruijl met producties van 5 juni 2025;
het bericht van mr. Brouwer met producties van 5 juni 2025.
Aan de moeder is in het kader van de pilot kosteloze rechtsbijstand als advocaat aangewezen: mr. J. Brouwer, kantoorhoudende te Rotterdam.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 juni 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar (waarnemend) advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2] .
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend om bij de zitting aanwezig te zijn aan [naam 3] , de nicht vaderszijde.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 april 2025 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 24 juli 2025.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 mei 2025 een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een (bestands)pleeggezin verleend tot 25 juni 2025. Het verzoek is voor het overige aangehouden.
3. Het (aangehouden) verzoek
De GI verzoekt met spoed een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin te verlenen voor de duur van vier weken. Hierop is reeds beslist. Thans dienen de partijen hierop nog gehoord te worden. Aansluitend verzoekt de GI een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, te weten tot 24 juli 2025.
De GI handhaaft het verzoek onder verwijzing naar het verzoekschrift. De GI merkt op dat er voor de tweede keer kort voor de zitting stukken zijn ingediend door de advocaten van de ouders. De GI verzoekt de (advocaten van) partijen de stukken voortaan eerder in te dienen. Daarnaast heeft de GI Firmitas de afgelopen periode wel degelijk meermaals gesproken. De GI betreurt dat hierover onduidelijkheid bij de moeder is ontstaan. Firmitas geeft aan dat zij weliswaar sinds november 2024 met de moeder in contact zijn, maar dat zij zorgmijdend is. Firmitas zou daarnaast enkel de moeder kunnen opnemen, maar daar is momenteel geen plek voor. Uit de uitgebreide schriftelijke toelichting bij het verzoekschrift volgt ook waarom een plaatsing van de moeder met [minderjarige] bij Lourdes Solutions niet mogelijk is. Het is spijtig dat de moeder de zwangerschap langere tijd heeft verzwegen omdat de GI anders tijdig hulp had kunnen inzetten. Hierdoor vallen bepaalde opties nu af. De moeder stelt dat de GI het spoedverzoek niet met haar heeft besproken. Echter, voordat de GI de moeder een e-mail heeft gestuurd dat er wederom een spoedverzoek werd ingediend, heeft de GI dit de moeder tevens telefonisch laten weten. De moeder was dus al wel geïnformeerd.
4. De standpunten
Door en namens de vader wordt verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. De vader mist [minderjarige] enorm en hij wil graag dat zij thuis komt. De ouders mogen [minderjarige] twee keer per week zien, maar de vader kan hier door zijn werk niet altijd bij zijn. Er is in een korte tijd al veel gebeurd en door de vorige kinderrechter is in haar beschikking een stappenplan voor de ouders opgenomen. Dit stappenplan is ongunstig voor de ouders uitgevallen. Door de moeder zijn meerdere alternatieven aangedragen, zoals Lourdes Solutions. De ouders willen graag met die instantie aan de slag en zij hebben contact gehad. Lourdes Solutions kan 24-uurs begeleiding aan de moeder en [minderjarige] bieden en zij hebben hierover een uitgebreide mail gestuurd die aan de rechtbank is geadresseerd. De advocaat verzoekt daarom de spoedbeschikking van 28 mei 2025 te herroepen en de moeder en [minderjarige] bij Lourdes Solutions te laten verblijven. Indien de kinderrechter hierin niet meegaat, verzoekt de advocaat subsidiair de zaak terug te leggen bij de vorige kinderrechter, mr. van der Does, die het eerder genoemde stappenplan heeft opgesteld. Meer subsidiair verzoekt de advocaat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor een zo kort mogelijke duur te verlengen.
Door en namens de moeder wordt verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. Toen [minderjarige] uit het ziekenhuis werd ontslagen kwam de pleegmoeder haar ophalen, maar zij vergat de spullen die nodig zijn om [minderjarige] sondevoeding te geven. Dit is zeer zorgelijk. Daarnaast mag [minderjarige] niet te veel prikkels hebben, maar de pleegmoeder heeft nog drie andere kleine kinderen thuis. [naam 4] , de eerdere pleegmoeder van een oudere dochter van de moeder, heeft aangegeven de zorg voor [minderjarige] te kunnen dragen. De moeder heeft geen ruimte gehad dit met de GI te bespreken, nu [minderjarige] plots uit het ziekenhuis werd ontslagen en er snel moest worden gehandeld. Daarnaast heeft de moeder de GI herhaaldelijk om aanvullende informatie over [minderjarige] bij de pleegmoeder verzocht, maar dit niet gekregen. De moeder voelt zich daardoor niet serieus genomen. Ook heeft er onlangs een gesprek tussen de moeder en de GI plaatsgevonden waarin de moeder haar onvreden over de communicatie met de GI rondom de spoedverzoeken heeft geuit. De moeder had graag gezien dat de GI voor het indienen van het spoedverzoek met haar had overlegd, zodat zij het alternatieve pleeggezin nog had kunnen aandragen. Nu de moeder geen vertrouwen meer heeft in de huidige pleegmoeder, wil zij graag dat zij samen met [minderjarige] bij Lourdes Solutions wordt geplaatst of dat [minderjarige] naar een ander (netwerk)pleeggezin gaat. Uit een e-mail van Lourdes Solutions volgt dat zij ruimte hebben voor [minderjarige] en de ouders en dat zij 24-uurs begeleiding kunnen bieden. Hierdoor is het voor [minderjarige] voldoende veilig als zij met de ouders bij Lourdes Solutions verblijft en is dit op de lange termijn niet schadelijk voor [minderjarige] . Ook het argument van de GI, dat Lourdes Solutions geen gecontracteerde partij is, gaat niet op, nu de GI zelf kan bepalen welke hulpverlening zij inzetten volgens de Jeugdwet. Op deze manier zet de GI Lourdes Solutions als goede organisatie schaakmat. Helaas is gebleken dat de ouders en [minderjarige] niet bij Middin terecht kunnen omdat zij een opnamestop hebben. Een andere optie uit het stappenplan was Firmitas en de ouders snappen niet dat de GI hiermee nog geen contact heeft opgenomen. Ter zitting geeft de GI aan dat er wel contact is geweest, maar de ouders zijn hiervan niet op de hoogte. Gezien het voorgaande verzoekt de advocaat de kinderrechter primair de moeder samen met [minderjarige] bij Lourdes Solutions te plaatsen. Indien de kinderrechter hierin niet meegaat, verzoekt de advocaat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] kort te verlengen en wederom op zitting te plannen bij mr. van der Does. Desgevraagd erkent de advocaat de stukken laat te hebben ingediend, maar dit komt doordat er in een korte periode erg veel procedures zijn gevoerd.
5. De beoordeling
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.
[minderjarige] is een kwetsbare baby van ongeveer een maand oud die sinds haar geboorte in het Ikazia ziekenhuis heeft verbleven vanwege gezondheidsproblemen. [minderjarige] is onlangs uit het ziekenhuis ontslagen, maar zij behoeft nog extra zorg vanwege het gebruik van een sonde. [minderjarige] verblijft op dit moment in een pleeggezin die over deze vaardigheden voor het gebruik van de sonde beschikt.
In het korte leven van [minderjarige] zijn al veel procedures gevoerd over waar [minderjarige] kan opgroeien. Tijdens de afgelopen zittingen is gebleken dat de ouders op dit moment niet zelfstandig in staat zijn de zorg voor en opvoeding van [minderjarige] te dragen. Dit komt ook naar voren in het eerdere KSCD-rapport omtrent de oudere kinderen van de moeder waarin duidelijk wordt dat de moeder 24-uurs begeleiding nodig heeft bij de opvoeding van haar kinderen. Deze begeleiding kan de moeder in de thuissituatie niet worden geboden. Ouders geven thans aan dat de omstandigheden omtrent de moeder zijn gewijzigd nu de vader een rol wil spelen bij de zorg voor [minderjarige] . Aangegeven is dat aanvullend onderzoek door het KSCD moet worden gedaan naar de (huidige) opvoedcapaciteiten van de ouders. Echter, dat onderzoek kan pas plaatsvinden wanneer het onderzoek van de Raad in het kader van de voorlopige ondertoezichtstelling is afgerond.
In de beschikking van 23 mei 2025 heeft de kinderrechter enkele mogelijkheden aangedragen waar [minderjarige] mogelijk zou kunnen verblijven totdat er meer duidelijkheid is over de opvoedcapaciteiten van de ouders. Uit de stukken en de mondelinge behandeling ter zitting is echter gebleken dat vier van de vijf aangedragen opties op dit moment uitgeput zijn. De nicht van de moeder, [nicht van moeder] , kan niet meer als pleegmoeder fungeren en er was binnen het netwerk geen andere plaatsing mogelijk. Pas na de spoedbeschikking is naar voren gebracht dat familie de Koning [minderjarige] wellicht had kunnen opnemen, maar de kinderrechter acht het niet in het belang van [minderjarige] om haar nu weer van plek te laten wisselen. Ook een plaatsing via Middin of Firmitas valt af nu hier sprake is van een opnamestop en geen plaatsingsmogelijkheden. Voorts is gebleken is dat Lourdes Solutions wel mogelijkheden zag, maar dat een plaatsing hier eveneens niet in het belang van [minderjarige] is op grond van verschillende factoren. Doorslaggevend hierbij was dat Lourdes Solutions niet over de kennis en expertise beschikt om met een dergelijke complexe situatie om te gaan waardoor geen specialistische hulpverlening kan worden ingezet, terwijl dit juist nodig is.
Nu [minderjarige] in ieder geval op dit moment niet naar de ouders kan terugkeren en de andere aangedragen opties uitgeput zijn omdat zij op dit moment onvoldoende basis bieden voor de in alle opzichten noodzakelijke veilige plek voor [minderjarige] , zal de kinderrechter de spoedbeschikking van 28 mei 2025 in stand houden en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, te weten tot 24 juli 2025. Gedurende die periode kunnen de resultaten van de onderzoeken naar de mogelijkheden van de ouders worden afgewacht. Uiteraard is het daarbij van groot belang dat de beide ouders aan deze onderzoeken meewerken. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de omgang tussen de ouders en [minderjarige] de aankomende periode doorgang vindt zodat zij kunnen blijven werken aan hun hechtingsrelatie; het belang van [minderjarige] is hierbij -conform artikel 3 van het Verdrag inzake de rechten van het kind- leidend.
De kinderrechter geeft de partijen mee om, in het belang van [minderjarige] , met elkaar te blijven overleggen bijvoorbeeld met behulp van een bijeenkomst via de Eigen Kracht Centrale.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
houdt de beschikking van 28 mei 2025 in stand;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 24 juli 2025;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2025 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. D. van der Aa als griffier, en op schrift gesteld op 18 juni 2025 door mr. E.T. van Ringelesteijn.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.