ECLI:NL:RBROT:2025:7704

ECLI:NL:RBROT:2025:7704, Rechtbank Rotterdam, 30-06-2025, 10-151323-23

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 30-06-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 10-151323-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar voor medeplegen van oplichting en witwassen. Het bevel tot voorlopige hechtenis wordt (ambtshalve, opnieuw) geschorst met bijzondere voorwaarden. Voor de oplichting werd gebruik gemaakt van twee verschillende bouwbedrijven die werden opgericht door een katvanger en achteraf ook niet meer dan een lege huls bleken. De verdachte heeft (in samenwerking met anderen) door gebruikmaking van de oplichtingsmiddelen valse naam, valse hoedanigheid en samenweefsel van verdichtsels tientallen gedupeerden bewogen tot de gestorte aanbetalingen, die daarna direct contant zijn opgenomen van de op naam van de katvanger geopende bankrekening(en) van de betreffende BV’s. Toewijzing van de vorderingen benadeelde partijen ten aanzien van (onder meer) de gestorte aanbetalingen voor bouwwerkzaamheden die nooit werden verricht.

Uitspraak

9. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen [bedrijf A]

Inleiding

In de onderhavige strafzaak hebben ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde feit zich benadeelde partijen gevoegd. Ten behoeve van de leesbaarheid van dit vonnis heeft de rechtbank in bijlage III een overzicht opgenomen van de benadeelde partijen in alfabetische volgorde (kolom A) en de bedragen die zij vorderen (kolom B, C en D). Alle benadeelde partijen vorderen wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De benadeelde partijen hebben rechtstreeks materiële schade geleden ter hoogte van het bedrag dat zij hebben betaald aan [bedrijf A] . Voor zover de vorderingen van de benadeelde partijen hierop zien, kunnen zij worden toegewezen. Dit geldt ook voor de gevallen waarin bijlagen bij de vorderingen van de benadeelde partijen ontbreken, omdat uit de aangiftes en het overzicht van de bankrekening van [bedrijf A] volgt welke bedragen de benadeelde partijen hebben overgemaakt en derhalve welke schade zij hebben geleden.

Daarnaast heeft de officier van justitie het volgende opgemerkt over enkele specifieke (gedeeltes van de) vorderingen.

Benadeelde partij [slachtoffer 5] vordert € 23,- aan kosten die zijn gemaakt voor het aangetekend versturen van een brief inhoudende een ingebrekestelling en de ontbinding van de overeenkomst aan [bedrijf A] . Ook dit betreft rechtstreekse schade en dient te worden toegewezen.

Benadeelde partij [slachtoffer 6] vordert een bedrag van € 176,60 voor de vrije uren die zijn opgenomen voor het laten inmeten van de kozijnen. Ter onderbouwing is een salarisstrook van februari 2023 bijgevoegd. Uitgaande van het netto loon kan een bedrag van € 100,28 worden toegewezen. Verder vordert [slachtoffer 6] € 88,30 voor de vrije uren die zijn opgenomen voor het doen van aangifte. Daarvan kan € 50,14 worden toegewezen, uitgaande van het netto loon. Tot slot komen ook de reiskosten (€ 5,50) voor vergoeding in aanmerking. De vordering voor zover dit betreft de betaalde rente voor de Lloyds lening

(€ 390,-) en de gemiste renteopbrengsten van de spaarrekening (€ 599,21) dient niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat de schade onvoldoende is onderbouwd.

Benadeelde partij [slachtoffer 7] vordert een bedrag van in totaal € 3.043,95 in verband met betaalde leges aan de gemeente en voorbereidend werk dat zij heeft laten uitvoeren, zodat [bedrijf A] de zonnepanelen kon plaatsen. Ook vordert zij € 8,75 voor het aangetekend versturen van een brief aan [bedrijf A] . Deze kosten zijn aan te merken als rechtstreekse schade en dienen derhalve te worden toegewezen. De kosten voor de opgenomen vrije dag (€ 250,-) zijn niet onderbouwd, de benadeelde partij dient voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Benadeelde partijen [slachtoffer 9] , [slachtoffer 17] en [slachtoffer 18] hebben ieder een bedrag van € 3.937,50 overgemaakt aan de VvE [naam VvE] te Amsterdam. Vervolgens heeft de VvE een bedrag van € 11.812,50 overgemaakt aan [bedrijf A] voor de vervanging van kozijnen. De door de benadeelde partijen gevorderde bedragen betreffen derhalve rechtstreekse schade en dienen te worden toegewezen.

Benadeelde partij [slachtoffer 8] vordert een bedrag van € 23.782,79 aan materiële schade. Uit de aangifte en het bankrekeningoverzicht van [bedrijf A] blijkt dat de benadeelde partij € 8.788,63 aan [bedrijf A] heeft overgemaakt op 28 januari 2023. De vordering kan tot dit bedrag worden toegewezen, omdat het rechtstreekse schade betreft die de benadeelde partij heeft geleden. De vordering dient voor wat betreft de buitengerechtelijke kosten (€ 1.012,83) en wettelijke rente (€ 649,80) te worden afgewezen, omdat deze posten niet zijn onderbouwd. Benadeelde partij [slachtoffer 56] , de partner van [slachtoffer 8] , vordert exact dezelfde schade als [slachtoffer 8] . Deze vorderingen dienen ofwel beide voor de helft te worden toegewezen ofwel de vordering van één van de twee volledig dient te worden toegewezen en de ander dient te worden afgewezen.

Benadeelde partij [slachtoffer 57] is de curator van de failliete rechtspersoon [bedrijf A] . Op het voegingsformulier is geen bedrag ingevuld. De benadeelde partij dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering.

Benadeelde partij [slachtoffer 14] vordert een bedrag van € 302,50 aan kosten die zij heeft gemaakt voor het inschakelen van een advocaat om bij [bedrijf A] nakoming van de overeenkomst te sommeren. Ook dit betreft rechtstreekse schade en de kosten zijn onderbouwd, zodat ook deze post dient te worden toegewezen.

Benadeelde partij [slachtoffer 16] vordert een bedrag van € 37,68 aan misgelopen spaarrente. De vordering dient voor dit bedrag te worden afgewezen nu ook de wettelijke rente wordt gevorderd en dit niet als schade is aan te merken.

Standpunt verdediging

Alle benadeelde partijen dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard in hun vordering gelet op de bepleite vrijspraak.

Beoordeling

De rechtbank stelt voorop dat de benadeelde partijen hun vorderingen hebben ingediend tegen de verdachte en niet tegen de rechtspersoon [bedrijf A] . Deze vorderingen vinden hun grond in het onrechtmatig handelen van de verdachte jegens deze benadeelde partijen (artikel 6:162 BW). De verdachte is niet in staat van faillissement verklaard. De situatie waaraan de verdediging refereert doet zich derhalve in deze zaak niet voor.

Daarnaast merkt de rechtbank op dat individuele schuldeisers, waaronder de benadeelde partijen, de mogelijkheid hebben om naast de curator een derde die bij de benadeling van de generieke schuldeisers is betrokken zelfstandig aan te spreken uit hoofde van artikel 6:162 BW (Hoge Raad 21 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD2684). Anders dan de verdediging stelt, komt de curator derhalve in deze procedure geen exclusieve bevoegdheid toe om een vordering in te stellen.

De rechtbank zal de vorderingen van de benadeelde partijen, voor zover deze bestaan uit het bedrag dat de benadeelde partijen (al dan niet rechtstreeks) hebben overgemaakt naar de zakelijke bankrekening van [bedrijf A] (bijlage III, kolom B) toewijzen. De benadeelde partijen hebben immers door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade ter hoogte van dit bedrag geleden. De rechtbank acht deze schade genoegzaam onderbouwd, hetzij door de bijlagen bij de betreffende vorderingen hetzij door de aangiftes en het bankrekeningoverzicht van [bedrijf A] in het dossier.

De schadeposten opgenomen in bijlage III, kolom C, zullen eveneens worden toegewezen. Het betreft rechtstreekse materiële schade en de vorderingen zijn (tot het bedrag als opgenomen in kolom C) genoegzaam onderbouwd. Bovendien zijn de vorderingen niet op inhoud betwist.

Ten aanzien van de schadeposten opgenomen in bijlage III, kolom D overweegt de rechtbank dat deze posten niet voor vergoeding in aanmerking komen en dat de benadeelde partijen in dat deel niet-ontvankelijk worden verklaard. Daar waar het gevorderde rente betreft wijst de rechtbank erop dat tevens wettelijke rente is gevorderd, waarover verderop is beslist dat deze wordt toegewezen. De overige schadeposten acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Dit deel van de vorderingen kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 56] zal worden afgewezen, omdat dezelfde schade is toegewezen aan de benadeelde partij, [slachtoffer 8] , zijnde haar partner.

De benadeelde partij [slachtoffer 57] (de curator) zal niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering, omdat onduidelijk is welk bedrag wordt gevorderd. De rechtbank is van oordeel dat een nadere behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen. De vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Hoofdelijkheid

Nu de verdachte het strafbare feit, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend, samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partijen betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partijen van deze betalingsverplichting bevrijd.

Wettelijke rente

De benadeelde partijen hebben gevorderd om het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag (zoals vermeld in bijlage III, kolom B en C) vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf de datum die per benadeelde partij is opgenomen in bijlage III, kolom E.

Proceskosten

Nu de vorderingen van de benadeelde partijen genoemd in bijlage III, kolom A (in overwegende mate) zullen worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil

en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Aangezien de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 56] zal worden afgewezen en de benadeelde partij [slachtoffer 57] in de vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zullen deze benadeelde partijen worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partijen een schadevergoeding betalen ter hoogte van het totaalbedrag zoals in bijlage III, kolom F, vermeld, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum zoals in bijlage III, kolom E, vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht, in de gevallen zoals vermeld in bijlage III onder F.

Over een deel van de gevorderde schadevergoeding(en), zoals vermeld in bijlage III, onder kolom D, wordt in deze procedure geen inhoudelijke beslissing genomen. Dit geldt ook voor de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 57] . De verdachte hoeft geen schadevergoeding te betalen aan de benadeelde partij [slachtoffer 56] , omdat deze vordering wordt afgewezen.

10. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen [bedrijf A]

Inleiding

In de onderhavige strafzaak hebben ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde feit zich meerdere benadeelde partijen gevoegd. Ten behoeve van de leesbaarheid van dit vonnis heeft de rechtbank in bijlage IV een overzicht in alfabetische volgorde opgenomen van de benadeelde partijen (kolom A) en de bedragen die zij vorderen (kolom B, C en D). Alle benadeelde partijen vorderen wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich – kortgezegd – op de hierna volgende standpunten gesteld. De benadeelde partijen hebben rechtstreeks materiële schade geleden ter hoogte van het bedrag dat zij hebben betaald aan [bedrijf A] . Voor zover de vorderingen van de benadeelde partijen hierop zien kunnen zij worden toegewezen. Dat geldt ook voor de gevallen waarin bijlagen bij de vorderingen van de benadeelde partijen ontbreken, omdat uit de aangiftes en het overzicht van de bankrekening van [bedrijf A] volgt welke bedragen de benadeelde partijen hebben overgemaakt en derhalve welke schade zij hebben geleden.

Een aantal benadeelde partijen heeft vergoeding van immateriële schade gevorderd. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, hoewel het goed voorstelbaar is dat de oplichting veel zorgen, stress en verdriet heeft veroorzaakt, dit op zichzelf onvoldoende is om in het onderhavige geval in aanmerking te komen voor vergoeding van immateriële schade. De vorderingen betreffende immateriële schade zijn allemaal onvoldoende onderbouwd en de desbetreffende benadeelde partijen dienen op dit punt niet-ontvankelijk te worden verklaard.

In enkele gevallen zijn exact dezelfde vorderingen tweemaal ingediend, namelijk door beide partners. Deze vorderingen dienen ofwel beide voor de helft te worden toegewezen ofwel één van de twee dient volledig te worden toegewezen waarbij de andere vordering dient te worden afgewezen.

Daarnaast heeft de officier van justitie het volgende opgemerkt over enkele specifieke (gedeeltes van de) vorderingen.

De benadeelde partij [slachtoffer 51] vordert € 6.053,55 voor de aanschaf van nieuwe kozijnen. De vordering dient voor dit gedeelte niet-ontvankelijk te worden verklaard omdat geen rechtstreeks verband bestaat tussen het bewezenverklaarde feit en de aanschaf van nieuwe kozijnen.

De benadeelde partijen [slachtoffer 38] en [slachtoffer 58] zijn partners. Zij vorderen ieder een bedrag van € 4.000,- respectievelijk € 3.500,- voor kosten die zijn gemaakt in verband met voorbereidende werkzaamheden en de schade die daardoor zou zijn ontstaan. Het is onvoldoende duidelijk waar deze kosten concreet op zien en enige onderbouwing van deze vorderingen ontbreekt. De benadeelde partijen dienen ten aanzien van dit deel van de vorderingen niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De benadeelde partij [slachtoffer 31] vordert een bedrag van € 150,- aan kosten die hij zelf heeft gemaakt om de vloerverwarming te leggen die eigenlijk door [bedrijf A] zou worden gelegd. Dit betreft geen schade zodat de benadeelde partij voor dit bedrag niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Verder vordert de benadeelde partij [slachtoffer 31] een bedrag van

€ 108,96 als tegemoetkoming voor het opnemen van verlofuren voor het verhalen van de schade. De officier van justitie acht dit een redelijk bedrag en het betreft rechtstreekse schade zodat (ook) dit deel van de vordering kan worden toegewezen.

De benadeelde partij [slachtoffer 59] heeft een bedrag van € 8,45 gevorderd voor het opvragen van een KVK-uittreksel. Dit bedrag is aan te merken als rechtstreekse schade en de benadeelde partij heeft de vordering onderbouwd met stukken. Dit bedrag kan derhalve worden toegewezen.

Standpunt verdediging

Alle benadeelde partijen dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard in hun vordering gelet op de bepleite vrijspraak.

Beoordeling

De rechtbank zal de vorderingen van de benadeelde partijen, voor zover deze bestaan uit het bedrag dat de benadeelde partijen (al dan niet rechtstreeks) hebben overgemaakt naar de zakelijke bankrekening van [bedrijf A] (bijlage IV, kolom B), toewijzen. De benadeelde partijen hebben immers door het onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade ter hoogte van dit bedrag geleden. De rechtbank acht deze schade genoegzaam onderbouwd, danwel door de bijlagen bij de betreffende vorderingen danwel door de aangiftes en het bankrekeningoverzicht van [bedrijf A] in het dossier.

De schadeposten opgenomen in bijlage IV, kolom C zullen eveneens worden toegewezen. Het betreft rechtstreekse materiële schade en de vorderingen zijn (tot het bedrag als opgenomen in kolom C) genoegzaam onderbouwd. Bovendien zijn de vorderingen niet betwist.

Ten aanzien van de schadeposten opgenomen in bijlage IV, kolom D overweegt de rechtbank dat de benadeelde partijen in deze posten niet-ontvankelijk zullen worden verklaard. De rechtbank licht dit toe.

Een aantal benadeelde partijen heeft immateriële schade gevorderd vanwege de impact die de oplichting op hen heeft gehad. De rechtbank begrijpt dat de vordering is gegrond op artikel 6:106 sub b BW: aantasting in de persoon ‘op andere wijze’. Voor de beoordeling of sprake is van een dergelijke aantasting is van belang dat de benadeelde partij dit met concrete gegevens onderbouwt. Bij oplichting doet zich immers niet het geval voor dat de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partijen het bestaan van deze gevolgen onvoldoende hebben onderbouwd. Er zijn bijvoorbeeld geen objectieve gegevens overgelegd (zoals een medische of deskundige rapportage). De rechtbank zal de desbetreffende benadeelde partijen in de vordering ten aanzien van de immateriële schade dan ook niet-ontvankelijk verklaren.

Daar waar het gevorderde rente betreft wijst de rechtbank erop dat tevens wettelijke rente is gevorderd en waarover verderop is beslist dat deze wordt toegewezen.

Ten aanzien van de aanschaf van nieuwe kozijnen ( [slachtoffer 51] ), extra kosten voor het zelf leggen van vloerverwarming ( [slachtoffer 31] ), voorbereidende werkzaamheden ( [slachtoffer 38] en [slachtoffer 39] ) en (herstel) schade door de voorbereiding voor de verbouwing ( [slachtoffer 39] ) overweegt de rechtbank dat dit geen rechtstreekse schade betreft. De overige schadeposten acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Dit deel van de vorderingen kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De vorderingen van benadeelde partijen [slachtoffer 34] , [slachtoffer 21] en [slachtoffer 44] zullen worden afgewezen, omdat dezelfde schade is toegewezen aan hun partners respectievelijk [slachtoffer 33] , [slachtoffer 20] en [slachtoffer 43] .

Hoofdelijkheid

Nu de verdachte de strafbare feiten, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend, samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partijen betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partijen van deze betalingsverplichting bevrijd.

Wettelijke rente

De benadeelde partijen ten aanzien van [bedrijf A] hebben gevorderd om het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag (zoals vermeld in bijlage IV, kolom B en C) vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf de datum die per benadeelde partij is opgenomen in bijlage IV,

kolom E.

Proceskosten

Nu de vorderingen van de benadeelde partijen genoemd in bijlage IV, kolom A (in overwegende mate) zullen worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil

en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Aangezien de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 34] , [slachtoffer 21] en [slachtoffer 44] zullen worden afgewezen, zullen deze benadeelde partijen worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partijen een schadevergoeding betalen ter hoogte van het bedrag zoals in bijlage IV, kolom F, vermeld, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum zoals in bijlage IV, kolom E, vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht, in de gevallen zoals vermeld in bijlage IV onder kolom E.

Over een deel van de gevorderde schadevergoeding(en), zoals vermeld in bijlage IV, onder kolom D, wordt in deze procedure geen inhoudelijke beslissing genomen. De verdachte hoeft geen schadevergoeding te betalen aan de benadeelde partijen [slachtoffer 34] , [slachtoffer 21] en [slachtoffer 44] omdat deze vorderingen worden afgewezen.

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 33, 33a, 36f, 47, 56, 57, 326, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

12. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

13. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot zes (6) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beveelt dat de voorlopige hechtenis van de veroordeelde wordt geschorst onder de

navolgende voorwaarden:

de veroordeelde zal zich, indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen, aan de tenuitvoerlegging van het bevel tol voorlopige hechtenis niet onttrekken;

de veroordeelde zal zich, ingeval hij wegens een feit, waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen, tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld. aan de tenuitvoerlegging daarvan niet onttrekken;

de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking

verlenen aan hel nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel I van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden:

4. de veroordeelde zal zich gedurende de schorsingsperiode niet aan enig strafbaar feit

schuldig maken;

5. de veroordeelde zal gehoor geven aan oproepingen van politie en justitie;

6. de veroordeelde zal zich melden op 3 juli 2025 voor 10:00 bij Reclassering Nederland, locatie [naam locatie 2] , adres [adres 4] , [postcode 2] te [plaats] zolang en frequent als deze instelling dat nodig vindt en zich houden aan de door of namens deze instelling te geven voorschriften en aanwijzingen;

7. de veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor feit 3: de mobiele telefoon (merk Apple iPhone) en de notebook (merk Medion Akoya);

ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde feit ( [bedrijf A] ):

wijst af de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 56] ;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 57] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededaders, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partijen zoals vermeld in bijlage III, kolom A, te betalen een bedrag zoals vermeld in bijlage III, kolom F, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de datum zoals vermeld in bijlage III, kolom E tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partijen zoals vermeld in bijlage III, kolom A, voor het gedeelte vermeld onder kolom D, niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering en bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partijen zoals vermeld in bijlage III, kolom A, gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partijen begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, in geval van (gedeeltelijke) toewijzing van de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 57] en [slachtoffer 56] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

wijst af het door de benadeelde partijen meer of anders gevorderde;

legt aan de verdachte, in geval van (gedeeltelijke) toewijzing de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partijen te betalen de bedragen zoals vermeld in bijlage III, onder kolom F, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de data zoals vermeld in bijlage III, onder kolom E, tot aan de dag van de algehele voldoening;

bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsommen niet mogelijk blijkt, telkens gijzeling kan worden toegepast voor de duur van het aantal dagen, zoals vermeld in bijlage III, kolom G; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partijen, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partijen en omgekeerd;

ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde feit ( [bedrijf A] ):

wijst af de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 34] , [slachtoffer 21] en

[slachtoffer 44] ;

verklaart de benadeelde partijen zoals vermeld in bijlage IV, kolom A, voor het gedeelte vermeld onder kolom D, niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering en bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededaders, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partijen zoals vermeld in bijlage IV, kolom A, te betalen een bedrag zoals vermeld in bijlage IV, kolom F, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de datum zoals vermeld in bijlage IV, kolom E tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partijen zoals vermeld in bijlage IV, kolom A, gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partijen begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, in geval van (gedeeltelijke) toewijzing van de vordering;

veroordeelt de benadeelde partijen [slachtoffer 34] , [slachtoffer 21] en [slachtoffer 44] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

wijst af het door de benadeelde partijen meer of anders gevorderde;

legt aan de verdachte, in geval van (gedeeltelijke) toewijzing de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partijen te betalen de bedragen zoals vermeld in bijlage IV, onder kolom F, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de data zoals vermeld in bijlage IV, onder kolom E, tot aan de dag van de algehele voldoening;

bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsommen niet mogelijk blijkt, telkens gijzeling kan worden toegepast voor de duur van het aantal dagen, zoals vermeld in bijlage IV, kolom G; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partijen, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partijen en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.E. van Althuis, voorzitter,

en mrs. P.C. Tuinenburg en H. Wielhouwer, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I.C.M.A. Bals, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 30 juni 2025.

De jongste rechter is buiten staat om te tekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2022 tot en met 1 juni 2023 te Zoetermeer en/of Sluiskil, binnen de gemeente Terneuzen en/of Breda en/of St. Willebrord en/of Zwijndrecht en/of Sint Maarten, binnen de gemeente Schagen en/of Zevenbergen, binnen de gemeente Moerdijk en/of Alphen aan den Rijn en/of Amsterdam en/of Zwanenburg en/of Rotterdam en/of Capelle aan den IJssel en/of Breda en/of Roosendaal en/of Hooge Zwaluwe, binnen de gemeente Drimmelen en/of Musselkanaal, binnen de gemeente Stadskanaal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- [slachtoffer 12] en/of

- [slachtoffer 4] en/of

- [slachtoffer 14] en/of

- [slachtoffer 3] en/of

- [slachtoffer 13] en/of

- [slachtoffer 11] en/of

- [slachtoffer 1] en/of

- [slachtoffer 15] en/of

- [slachtoffer 18] en/of VVE [naam VvE] te Amsterdam en/of

- [slachtoffer 16] en/of

- [slachtoffer 2] en/of

- [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 56] en/of

- [slachtoffer 5] en/of

- [slachtoffer 6] en/of

- [slachtoffer 7] en/of

- [slachtoffer 10] , en/of

- [slachtoffer 9] en/of

- [slachtoffer 17]

(telkens) heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten

(telkens) de afgifte van een of meer geldbedrag(en), door met bovenstaand

omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- een bedrijf, te weten [bedrijf A] ., in te schrijven bij de KvK en/of

- een professionele website en/of briefpapier en/of een vast telefoonnummer

behorend bij voornoemd bedrijf te (laten) maken en/of

- geen normale bedrijfsvoering voor een bouw- en/of renovatiebedrijf te voeren

en/of

- diensten van voornoemd bedrijf aan te bieden via websites zoals werkspot.nl en/of homedeal.nl en/of

- onder de (valse) namen, te weten [valse naam 1] en/of [valse naam 3] , contact te onderhouden met slachtoffers en/of op locatie bij de woning(en) van

voornoemde slachtoffer(s) te verschijnen en/of

- offertes op te stellen voor voornoemde slachtoffer(s) en/of

- ( op die offerte) voornoemde slachtoffer(s) voordeel te bieden indien zij het

volledige bedrag van de offerte in één keer zouden voldoen en/of

- met voornoemde slachtoffer(s) een afspraak voor de aanvang van de

werkzaamheden af te spreken die gelegen is in de toekomst en /of

- op de afgesproken datum de afgesproken werkzaamheden/diensten niet te verrichten;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met 21 november 2023, te Den Helder en/of Julianadorp, gemeente Den Helder, en/of Alkmaar en/of Bergen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

meermalen, althans eenmaal (telkens) van een of meer geldbedrag(en) (€ 235.954,35), althans een of meer voorwerp(en)

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de

verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die

voorwerp(en) was/waren, en/of

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden

had(den) en/of

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,

en/of

- gebruik heeft gemaakt

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs

moest(en) vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk -

afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf en hij, verdachte, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 juli 2023 tot en met 5 december 2023 te IJmuiden en/of Amersfoort en/of Beek en Donk en/of Schiedam en/of Zoetermeer en/of Leeuwarden en/of Tilburg en/of Ridderkerk en/of Burgh-Haamstede en/of Emmeloord en/of Haren en/of Bergen op Zoom en/of Bennebroek en/of Stadskanaal en/of Beek en/of Uden en/of Nieuw-Vennep en/of Breda en/of Melick en/of Heerlen en/of Vught en/of Overloon en/of Meierijstad en/of Zevenaar en/of 's-Gravenhage, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- [slachtoffer 31] en/of

- [slachtoffer 32] en/of

- [slachtoffer 33] en/of [slachtoffer 34] en/of

- [slachtoffer 19] en/of

- [slachtoffer 35] en/of

- [slachtoffer 36] en/of

- [slachtoffer 20] en/of [slachtoffer 21] en/of

- [slachtoffer 37] en/of

- [slachtoffer 38] en/of [slachtoffer 39] en/of

- [slachtoffer 40] en/of

- [slachtoffer 41] en/of

- [slachtoffer 42] en/of

- [slachtoffer 43] en/of [slachtoffer 44] en/of

- [slachtoffer 45] en/of

- [slachtoffer 46] en/of

- [slachtoffer 47] en/of

- [slachtoffer 48] en/of [slachtoffer 49] en/of

- [slachtoffer 50] en/of

- [slachtoffer 51] en/of

- [slachtoffer 52] en/of

- [slachtoffer 53] en/of [slachtoffer 54] en/of

- [slachtoffer 22] en/of [slachtoffer 23] en/of

- [slachtoffer 24] en/of

- [slachtoffer 25] en/of

- [slachtoffer 26] en/of

- [slachtoffer 27] en/of

- [slachtoffer 20] , en/of

- [slachtoffer 28] en/of

- [slachtoffer 23] en/of

- [slachtoffer 29] en/of

- [slachtoffer 30] en/of

- [slachtoffer 55]

(telkens) heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten (telkens) de afgifte van een of meer geldbedrag(en), door met bovenstaand omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk

en in strijd met de waarheid

- een bedrijf, te weten [bedrijf A] ., in te schrijven bij de KvK en/of

- een professionele website en/of briefpapier en/of een vast telefoonnummer

behorend bij voornoemd bedrijf te (laten) maken en/of

- geen normale bedrijfsvoering voor een bouw- en/of renovatiebedrijf te voeren

en/of

- diensten van voornoemd bedrijf aan te bieden via websites zoals werkspot.nl en/of homedeal.nl en/of

- onder de (valse) namen, te weten [valse naam 4] en/of [valse naam 5] en/of [valse naam 2] , contact te onderhouden met slachtoffer(s) en/of op locatie bij de woning(en) van voornoemde slachtoffer(s) te verschijnen en/of

- offertes op te stellen voor voornoemde slachtoffer(s) en/of

- ( op die offerte) voornoemde slachtoffer(s) voordeel te bieden indien zij het

volledige bedrag van de offerte in één keer zouden voldoen en/of (vervolgens) een factuur met het aangepaste bedrag te versturen ten gevolge waarvan voornoemde personen zijn overgegaan tot afgifte van een of meer geldbedrag(en) en/of

- met voornoemde slachtoffer(s) een afspraak voor de aanvang van de

werkzaamheden af te spreken die gelegen is in de toekomst en/of

- op de afgesproken datum de afgesproken werkzaamheden/diensten niet te verrichten.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand