ECLI:NL:RBROT:2025:8389

ECLI:NL:RBROT:2025:8389, Rechtbank Rotterdam, 27-06-2025, 11652314 CV EXPL 25-9659

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 27-06-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 11652314 CV EXPL 25-9659
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0005289

Samenvatting

Energieovereenkomst zakelijk. Achterstand in facturen. Vorderingen toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11652314 CV EXPL 25-9659

datum uitspraak: 27 juni 2025

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

ENGIE Energie Nederland N.V.,

vestigingsplaats: Zwolle,

eiseres,

gemachtigde: Van der Meer Incasso & Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] , voorheen handelend onder de naam [naam bedrijf] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘ENGIE’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

2. De beoordeling

Wat is de kern?

[gedaagde] heeft een energieovereenkomst met Engie gesloten voor zijn bedrijf [naam bedrijf] . ENGIE zou elektriciteit, gas en netwerk gaan leveren aan [gedaagde] . De facturen van augustus 2022 tot en met maart 2023 heeft [gedaagde] niet betaald, waardoor ENGIE in totaal een bedrag van € 13.983,82 te vorderen heeft van [gedaagde] . Na verschillende aanmaningen en een overeengekomen betalingsregeling heeft [gedaagde] dit bedrag niet betaald. In deze procedure vordert ENGIE betaling van de achterstand, met rente en kosten.

[gedaagde] betwist de vordering niet. Hij geeft aan een betalingsregeling te hebben aangeboden, maar dat deze is afgewezen door ENGIE.

De kantonrechter wijst de vorderingen van ENGIE toe. Hieronder wordt dit uitgelegd.

[gedaagde] moet de achterstand van € 13.983,82 betalen aan ENGIE

De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de achterstand van € 13.983,82 moet betalen aan ENGIE. ENGIE heeft voldoende onderbouwd dat dit de achterstand is en [gedaagde] heeft dit niet betwist.

[gedaagde] schrijft dat zijn aanvraag voor een betalingsregeling door ENGIE is afgewezen. De kantonrechter overweegt dat ENGIE niet hoeft in te stemmen met een betalingsregeling; zij mag dit weigeren. Het weigeren van een betalingsregeling is dan ook geen reden om de eis (inclusief de gevorderde kosten) af te wijzen. De kantonrechter kan een betalingsregeling niet aan partijen opleggen. [gedaagde] kan na dit vonnis met (de gemachtigde van) ENGIE bespreken of alsnog een betalingsregeling mogelijk is.

[gedaagde] moet incassokosten van € 914,84 betalen

De incassokosten van € 914,84 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). [gedaagde] heeft deze kosten niet betwist.

[gedaagde] moet rente betalen

De rente wordt toegewezen, omdat ENGIE genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat [gedaagde] aan ENGIE moet betalen de rente van € 3.856,71 die ENGIE heeft berekend tot en met 3 april 2025.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan ENGIE moet betalen op € 123,73 aan dagvaardingskosten, € 1.461,00 aan griffierecht, € 406,00 aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 406,00) en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 2.125,73. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat ENGIE dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan ENGIE te betalen € 18.755,37 met de wettelijke handelsrente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 13.983,82 vanaf 4 april 2025 tot de dag dat volledig is betaald;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van ENGIE worden begroot op € 2.125,73;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.

64363

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand