[naam verzoekster] , uit [plaats 1] , de [afkorting naam verzoekster]
(gemachtigde: mr. C.M.M. van Mil),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, Justis, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. M.H. Kazem),
met als derde-partij [persoon A] , uit [plaats 2] .
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van de [afkorting naam verzoekster] . Het verzoek hangt samen met het beroep dat de [afkorting naam verzoekster] heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van 19 februari 2025. Dit beroep is bij de rechtbank geregistreerd onder zaaknummer ROT 25/5193. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag (ROT 25/5193) heeft de rechtbank beslist op het beroep niet tijdig beslissen. De voorzieningenrechter stelt daarom vast dat er geen connexe beroepsprocedure meer bij de rechtbank aanhangig is. Het treffen van een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: