ECLI:NL:RBROT:2025:9936

ECLI:NL:RBROT:2025:9936, Rechtbank Rotterdam, 01-04-2025, FT RK 25-290

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 01-04-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer FT RK 25-290
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001860 CELEX:32015R0848 EU:32015R0848

Samenvatting

Verzoek tot faillietverklaring van een natuurlijk persoon toegewezen. Summierlijk gebleken van het vorderingsrecht van verzoekster en van een steunvordering. Er is geen verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

Insolventienummer: [nummer]

Uitspraak: 1 april 2025

VONNIS op het op 19 februari 2025 ingekomen verzoekschrift, met bijlage(n), van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verzoekster,

advocaat mr. H. van der Wilt,

strekkende tot faillietverklaring van:

[verweerder] ,

wonende aan de [adres]

[postcode] [woonplaats] ,

verweerder.

1. De procedure

Deze procedure was eerder aanhangig onder rekestnummer FT RK 24/1380. Ter zitting van 5 november 2024 heeft de rechtbank de behandeling 60 dagen aangehouden aangezien verweerder zich bij schuldhulpverlening heeft aangemeld. Deze 60 dagen zijn aan partijen aangezegd, maar abusievelijk is daarbij (naar later is gebleken) geen datum en tijdstip aan partijen meegedeeld. Op 7 januari 2025 is de zaak weer op de rol geplaatst. Aangezien partijen niet zijn verschenen, heeft de rechtbank het verzoek als ingetrokken beschouwd.

Bij e-mailberichten van 8 januari 2025 en 14 januari 2025 heeft mr. Van der Wilt de rechtbank gevraagd de intrekking terug te draaien. Nu het terugdraaien van deze rolbeslissing niet mogelijk is, heeft mr. Van der Wilt na overleg met de griffie het verzoekschrift opnieuw ingediend en zijn partijen opgeroepen om ter zitting van

4 maart 2025 te verschijnen.

Ter zitting van 4 maart 2025 zijn namens verzoekster verschenen en gehoord de heer

[persoon A] , bestuurder, en mr. H. van der Wilt, advocaat.

Namens verweerder is verschenen de heer [persoon B] , schuldhulpverlener werkzaam bij Nieuw Vaarwater, Manna Support (gevolmachtigd door verweerder). Verweerder is wegens ziekte niet aanwezig.

Mr. Van der Wilt heeft ter zitting verklaard dat partijen voorafgaand aan de zitting op de gang met elkaar hebben gesproken. Verzoekster persisteert bij haar verzoek, maar is bereid om verweerder nog een laatste korte periode te gunnen om het schuldhulpverleningstraject verder te doorlopen. Echter, verzoekster wil niet opnieuw een mondelinge behandeling.

De heer [persoon B] heeft verklaard dat hij vier weken nodig heeft om een en ander rond te krijgen en stemt in met een schriftelijke afdoening. Daarnaast heeft de heer [persoon B] bevestigd dat er vijftien schuldeisers zijn met een schuldenlast van circa € 80.000,--.

Hoewel sprake is van een faillissementssituatie, acht de rechtbank het in het belang van alle partijen dat een minnelijke regeling wordt bereikt. De rechtbank heeft de uitspraak daarom vier weken aangehouden nu de heer [persoon B] die termijn nog nodig heeft. Op 1 april 2025 zal de rechtbank uitspraak doen, tenzij de rechtbank van mr. Van der Wilt een intrekkings-, of aanhoudingsverzoek ontvangt.

2. De beoordeling

De rechtbank oordeelt dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van verzoekster en van het bestaan van feiten of omstandigheden die aantonen dat verweerder in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen.

Nu de rechtbank van mr. Van der Wilt geen intrekkings,- of aanhoudingsverzoek heeft ontvangen gaat zij ervan uit dat geen minnelijk traject tot stand is gekomen. Ook is geen verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend. De rechtbank zal om die reden overgaan tot het uitspreken van het faillissement.

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerder in Nederland ligt.

3. De beslissing

De rechtbank:

- verklaart [verweerder] voornoemd in staat van faillissement;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. J.T.P. Pot, lid van deze rechtbank;

- stelt aan tot curator mr. A.C.L. Beneder, advocaat te Rotterdam;

- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.T.P. Pot, rechter, en in aanwezigheid van

A. Vervoorn, griffier, in het openbaar uitgesproken op 1 april 2025 te 10:00 uur.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.T.P. Pot

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?