ECLI:NL:RBROT:2026:10002

ECLI:NL:RBROT:2026:10002

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 13-08-2026
Datum publicatie 12-08-2026
Zaaknummer ROT 26/5498, ROT 26/5499, ROT 26/5500
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Voorlopige voorziening; Leerplichtwet; aanvraag vrijstelling geregeld schoolbezoek (artikel 11, aanhef en onder d en g Lpw); verzoeken afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 augustus 2026 in de zaken tussen

[verzoekster], uit [plaatsnaam], verzoekster

de leerplichtambtenaar van de gemeente Rotterdam, de leerplichtambtenaar

Bestuursrecht

zaaknummers: ROT 26/5498, ROT 26/5499, ROT 26/5500

en

(gemachtigde: mr. J.C. Avedissian).

Procesverloop

1. Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor verlof buiten de schoolvakanties (vrijstelling van geregeld schoolbezoek) voor haar drie kinderen op basis van artikel 11, aanhef en onder d en g, van de Leerplichtwet (Lpw). De leerplichtambtenaar heeft deze aanvragen met besluiten van 5 juni 2026 afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

De leerplichtambtenaar heeft op de verzoeken gereageerd met een verweerschrift. Verzoekster heeft nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 30 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de partner van verzoekster [naam 1], de gemachtigde van de leerplichtambtenaar en [naam 2] namens de leerplichtambtenaar. De verzoeken zijn gelijktijdig op de zitting behandeld met het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen verzoekster en Stichting Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam (BOOR) (ROT 26/4748).

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat deze zaak over?

2. Verzoekster is moeder van [naam 3], [naam 4] en [naam 5]. Ten aanzien van alle drie de kinderen heeft verzoekster verzocht om een vrijstelling van geregeld schoolbezoek op basis van artikel 11, aanhef en onder d en g, van de Lpw voor de periode van 11 april 2026 tot en met 31 juli 2027. Met de besluiten van 5 juni 2026 heeft de leerplichtambtenaar het verzoek van verzoekster voor extra verlof voor haar drie kinderen afgewezen.

3. Verzoekster is het niet eens met de afwijzing van de aanvragen. Verzoekster wenst onder andere met haar verzoeken om voorlopige voorziening te bereiken dat de leerplichtambtenaar niet zal handhaven, actief meewerkt aan een concreet tijdelijk onderwijs- en overgangsplan inclusief passende afstands-/thuisonderwijsvoorzieningen of vrijstelling van geregeld schoolbezoek.

Verzoekster heeft vervolgens in haar reactie van 26 juli 2026 op het verweerschrift van de leerplichtambtenaar aangevoerd dat zij geen vrijstelling van onderwijs of inschrijving vraagt, maar duidelijkheid over geregeld schoolbezoek tijdens de chronische ziekte van de kinderen. Daarbij stelt verzoekster dat de leerplichtambtenaar ten onrechte de leerbaarheid van de kinderen betrekt bij de beoordeling van de aanvraag tot vrijstelling zoals bedoelt in artikel 11, aanhef en onder d en g, van de Lpw. De Ambtsinstructie Leerplicht 2025 suggereert daarnaast dat bij een beoordeling van ‘andere gewichtige omstandigheden’ zoals genoemd in artikel 11, aanhef en onder g, van de Lpw dat bij een medische of sociale indicatie een verklaring van een (jeugd)arts van de GGD of een sociale instantie noodzakelijk is. Ook kan onder bijzondere omstandigheden afgeweken worden van de norm van maximaal 10 dagen extra verlof per schooljaar. Verzoekster voert aan dat als de leerplichtambtenaar meent dat artikel 11, aanhef en onder g, van de Lpw niet de juiste route is voor de aanvragen, de leerplichtambtenaar had moeten motiveren waarom de door haar aangevoerde bijzondere medische omstandigheden niet onder de afwijkingsmogelijkheid vallen, en welke route dan wel open staat.

Hebben verzoekers een spoedeisend belang?

4. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er voldoende spoedeisend belang bij de verzochte voorlopige voorziening bestaat, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld

5. Verzoekster voert aan dat de bezwaarprocedure niet kan worden afgewacht, omdat het schooljaar 2025-2026 ten einde is en voor de zomervakantie een concreet onderwijs- en overgangsplan nodig is voor haar kinderen. Zonder een voorlopige voorziening dreigt handhaving door de leerplichtambtenaar, terwijl nog geen medisch en onderwijskundig onderbouwd plan bestaat. Niet is uit te sluiten dat de leerplichtambtenaar handhavend zal optreden wanneer de kinderen ongeoorloofd in verzuim zijn. De voorzieningenrechter ziet daarom voldoende spoedeisend belang bij de beoordeling van het verzoek om voorlopige voorziening.

Wat vindt de voorzieningenrechter van het verzoek om voorlopige voorziening?

6. De voor deze uitspraak relevante wet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.

7. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

8. De voorzieningenrechter constateert allereerst dat verzoekster in haar verzoek om voorlopige voorziening niet heeft verzocht de vrijstelling voor geregeld schoolbezoek bij wijze van voorlopige voorziening toe te kennen. De voorzieningenrechter begrijpt dat het verzoekster vooral te doen is om duidelijkheid met betrekking tot het onderwijs van haar kinderen. Tijdens de zitting is besproken dat op 31 augustus 2026 een breed overleg gepland staat waar meerdere instanties en ook de leerplichtambtenaar aan zullen deelnemen. Het doel van dat overleg is om tot een passende onderwijsplek voor de drie kinderen van verzoekster te komen. De voorzieningenrechter overweegt dat de duidelijkheid die verzoekster wenst over de schoolgang van haar kinderen, niet in deze procedure bereikt kan worden. Hoe het onderwijs voor de kinderen er in de toekomst uit dient te zien, hangt namelijk af van verschillende factoren, zoals de medische mogelijkheden en het onderwijsniveau van de kinderen. Verzoekster heeft echter ook enkele inhoudelijke standpunten ingenomen ten opzichte van de bestreden besluiten. De voorzieningenrechter zal daar hierna op ingaan.

Artikel 11, aanhef en onder d, van de Lpw

9. Verzoekster heeft in haar aanvraag verwezen naar de mogelijkheid tot een vrijstelling van schoolbezoek op grond van artikel 11, aanhef en onder d, van de Lpw. De leerplichtambtenaar is in de bestreden besluit slechts summier ingegaan op dit artikel. De leerplichtambtenaar heeft zich in het verweerschrift en op de zitting op het standpunt gesteld dat een beroep op dit artikel niet aan de orde is. Op basis van artikel 13b van de Lpw kwalificeert een beroep op een vrijstelling wegens ziekte zich als een kennisgeving. De leerplichtambtenaar hoeft daarom geen besluit te nemen op de aanvraag, voor zover verzoekster verwijst naar artikel 11, aanhef en onder d, van de Lpw.

10. Voor zover verzoekster zich in deze procedure op het standpunt stelt dat de leerplichtambtenaar had moeten beslissen op haar aanvraag op grond van artikel 11, aanhef en onder d, van de Lpw, oordeelt de voorzieningenrechter dat die grond niet kan slagen. Op grond van artikel 12 en 13b van de Lpw dient degene die het gezag over de jongere uitvoert het hoofd van de school binnen twee dagen in kennis te stellen van de ziekte. De vrijstelling van geregeld schoolbezoek wegens ziekte, is echter bedoeld voor kortdurend verlof. Gezien de duur van de door verzoekster gevraagde vrijstelling van geregeld schoolbezoek, is de voorzieningenrechter van oordeel dat artikel 11, aanhef en onder d, van de Lpw hiervoor niet bedoeld is. Voor zover verzoekster stelt dat de leerplichtambtenaar dit in de bestreden besluiten onvoldoende heeft gemotiveerd kan dat in de beslissing op bezwaar worden hersteld.

Artikel 11, aanhef en onder g, van de Lpw

11. Ten aanzien van het beroep van verzoekster op artikel 11, aanhef en onder g, van de Lpw, stelt de voorzieningenrechter voorop dat de leerplichtambtenaar beoordelingsruimte heeft bij het bepalen of sprake is van “andere gewichtige omstandigheden” als bedoeld in artikel 11, aanhef en onder g, van de Lpw op grond waarvan vrijstelling van het geregeld schoolbezoek kan worden verleend. Deze beoordelingsruimte van de leerplichtambtenaar impliceert een terughoudende toets van de voorzieningenrechter. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 11, aanhef en onder g, van de Lpw leidt de voorzieningenrechter af dat volgens de gangbare opvatting bij het begrip “andere gewichtige omstandigheden” moet worden gedacht aan externe, veelal buiten de wil van de leerplichtige jongere of zijn/haar ouders gelegen omstandigheden. Ter toelichting op artikel 11, aanhef en onder g, van de Leerplichtwet heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op 21 juni 2012 de Beleidsregel uitleg ‘specifieke aard van het beroep’ en ‘andere gewichtige omstandigheden’ bedoeld in de Leerplichtwet 1969 (de Beleidsregel) vastgesteld. In artikel 2, aanhef en verder, van de Beleidsregel is – voor zover hier van belang – bepaald dat andere gewichtige omstandigheden zijn die niet eerder in de limitatieve opsomming van artikel 11 van de Lpw zijn genoemd en die veelal buiten de wil of invloedsfeer van de ouders of leerling zijn gelegen. In de Beleidsregel genoemde gevallen kan, zolang het totaal aan een jongere te verlenen verlof het aantal van 10 verlofdagen in een schooljaar niet te boven gaat, verlof worden gegeven. Gelet op bijzondere omstandigheden kan de leerplichtambtenaar afwijken van de “maximaal 10 dagen per schooljaar”-regel.

12. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de leerplichtambtenaar zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat geen sprake is van gewichtige omstandigheden als bedoeld in artikel 11, aanhef en onder g, van de Lpw. Het verzoek betreft een periode van 11 april 2026 tot en met 31 juli 2027. De leerplichtambtenaar heeft bij haar besluitvorming mee mogen nemen dat het verzoek een lange periode betreft en dat artikel 11, aanhef en onder g, van de Lpw daar in beginsel geen ruimte toe biedt. Daarnaast is ziekte niet een van de in de Beleidsregel genoemde gewichtige redenen om vrijstelling te verlenen. Om die reden had de leerplichtambtenaar in dit geval ook geen medisch advies hoeven vragen bij een (jeugd)arts van de GGD. Voor zover verzoekster stelt dat de leerplichtambtenaar in de bestreden besluiten slechts summier is ingegaan op de omstandigheden van de kinderen en evenmin heeft onderzocht of er in dit geval bijzondere omstandigheden waren om van de Beleidsregel af te wijken, kan de voorzieningenrechter verzoekster gedeeltelijk volgen. In de beslissingen op bezwaar kan de leerplichtambtenaar deze gebreken in de motivering van de bestreden besluiten herstellen. Hierin is evenwel geen reden gelegen om een voorlopige voorziening te treffen. Daarbij verwijst de voorzieningenrechter op de in overweging 9. weergegeven bedoeling van verzoekster met de verzoeken om voorlopige voorziening.

Conclusie en gevolgen

13. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af. Verzoekster krijgt daarom het griffierecht niet terug. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.G.L. de Vette, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.D.F. Oskam, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Bijlage: relevante wet- en regelgeving

Leerplichtwet 1969

Artikel 11. Gronden voor vrijstelling van geregeld schoolbezoek

De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen zijn vrijgesteld van de verplichting te zorgen dat de jongere de school waarop hij staat ingeschreven, geregeld bezoekt, en de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt alsmede de jongere die kwalificatieplichtig is, zijn vrijgesteld van de verplichting de school of de instelling geregeld te bezoeken, indien

[…]

d. de jongere wegens ziekte verhinderd is de school onderscheidenlijk de instelling te bezoeken;

[…]

g. de jongere door andere gewichtige omstandigheden verhinderd is de school onderscheidenlijk de instelling te bezoeken.

Artikel 13b. Kennisgeving bij beroep op vrijstelling

Een beroep op vrijstelling wegens ziekte van de jongere, wegens vervulling van plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging wordt gedaan door middel van kennisgeving aan het hoofd door de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen, tenzij de leerplichtige jongere of de jongere die kwalificatieplichtig is niet meer woonachtig is bij deze personen, in welk geval de kennisgeving wordt gedaan door de jongere zelf.

Artikel 14. Andere gewichtige omstandigheden

1. Een beroep op vrijstelling wegens andere gewichtige omstandigheden bedoeld in artikel 11 onder g kan slechts worden gedaan, indien het hoofd op aanvraag van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen verlof heeft verleend, dat de jongere de school onderscheidenlijk de instelling tijdelijk niet bezoekt.

2. Indien geen verlof is gevraagd, kan het hoofd alsnog verlof verlenen, indien hem binnen twee dagen na het ontstaan van de verhindering de redenen daarvan worden medegedeeld.

3. Het hoofd kan ten aanzien van dezelfde jongere wegens de in het eerste lid bedoelde omstandigheden voor ten hoogste tien dagen per schooljaar verlof als bedoeld in dat lid verlenen. Indien het verlof ten aanzien van dezelfde jongere wordt gevraagd voor meer dan tien dagen per schooljaar, besluit de ambtenaar van de woongemeente van de jongere, het hoofd gehoord. Het verlof, bedoeld in de eerste volzin, kan aan de jongere die kwalificatieplichtig is slechts worden verleend tot een evenredig deel van het aantal dagen dat hij op grond van artikel 4c verplicht is onderwijs te volgen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand