ECLI:NL:RBROT:2026:10055

ECLI:NL:RBROT:2026:10055

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 14-08-2026
Datum publicatie 13-08-2026
Zaaknummer ROT 25/8315
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Rijkswet op het Nederlanderschap. Afwijzing verzoek om naturalisatie. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de staatssecretaris het verzoek om naturalisatie mocht afwijzen. De door eiseres aangevoerde omstandigheden maken niet dat de staatssecretaris hiervan af had moeten zien. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/8315

(gemachtigde: mr. S. Süzen),

en

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het verzoek van eiseres om naturalisatie. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de staatssecretaris het verzoek om naturalisatie mocht afwijzen. De door eiseres aangevoerde omstandigheden maken niet dat de staatssecretaris hiervan af had moeten zien. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend om aan haar het Nederlanderschap te verlenen (naturalisatie). De staatssecretaris heeft deze aanvraag met het besluit van 9 juli 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 18 september 2025 op het bezwaar van eiseres is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De staatssecretaris heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 18 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de waarnemer van de gemachtigde van eiseres mr. G. Arslan, [persoon A] als tolk en de gemachtigde van de staatssecretaris.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Op 24 december 2024 heeft eiseres een verzoek om naturalisatie ingediend.

Bij het primaire besluit, zoals gehandhaafd bij het bestreden besluit, heeft de staatssecretaris het verzoek om naturalisatie afgewezen omdat er een ernstig vermoeden bestaat dat eiseres een gevaar voor de openbare orde vormt. Uit informatie van de Justitiële Documentatiedienst is gebleken dat eiseres bij arrest van [datum 1] 2021 door gerechtshof Den Haag is veroordeeld tot 32 dagen gevangenisstraf waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren in verband met het handelen in strijd met het bepaalde in artikel 311, eerste lid, aanhef en sub 5 en artikel 350, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht (diefstal en vernieling). De rehabilitatietermijn is nog niet verstreken, aangezien korter dan vijf jaar geleden onherroepelijk een sanctie wegens het plegen van een misdrijf is opgelegd of ten uitvoer is gelegd. De staatssecretaris acht de door eiseres aangevoerde omstandigheden geen bijzondere omstandigheden waardoor de staatssecretaris tot een ander besluit zou moeten komen.

Het beroep van eiseres

4. Eiseres stelt dat de staatssecretaris ten onrechte haar aanvraag tot naturalisatie heeft afgewezen. Zij voert daartoe aan dat het enkel verwijzen naar de rehabilitatietermijn onvoldoende is om tot de conclusie te komen dat zij niet voldoet aan de voorwaarde van de openbare orde. Eiseres is op [datum 1] 2021 veroordeeld door gerechtshof Den Haag voor feiten die op 12 mei 2014 gepleegd zijn. Nu er zeven jaar zit tussen de pleegdatum en de veroordeling, is sprake van bijzondere omstandigheden. De staatssecretaris heeft ten onrechte bepaald dat eiseres nog altijd een gevaar vormt voor de openbare orde. De strafbare feiten zijn immers meer dan tien jaar geleden gepleegd. Daarnaast verstrijkt aankomende september de rehabilitatietermijn, waarna een nieuw naturalisatieverzoek van eiseres hoogstwaarschijnlijk zal slagen. Haar aanvraag zou daarom ook op dit moment al kunnen worden ingewilligd. Dit zou eiseres de kosten voor een nieuwe aanvraag schelen. De staatssecretaris is verder onvoldoende ingegaan op de omstandigheden die eiseres heeft aangevoerd, zoals het feit dat zij beschikt over een eigen woning, vrijwilligerswerk verricht en onder professionele begeleiding van een maatschappelijk werkster staat. Daarnaast heeft de afwijzing onevenredig zware gevolgen voor eiseres. Zij heeft recent een genderoperatie ondergaan en haar geslacht en naam gewijzigd. Eiseres ervaart echter afwijzing binnen haar familie en heeft lange tijd haar identiteit moeten verbergen, wat heeft geleid tot langdurige psychische belasting en instabiliteit. Naturalisatie zou een belangrijke stap naar herstel en sociale integratie vormen.

Toetsingskader

5. Uit artikel 9, eerste lid, onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) volgt dat een naturalisatieverzoek van een vreemdeling die voldoet aan de artikelen 7 en 8 niettemin wordt afgewezen, indien op grond van het gedrag van de verzoeker ernstige vermoedens bestaan dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden, of de veiligheid van het Koninkrijk.

6. In de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 (hierna: Handleiding RWN) is onder paragraaf 1 bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN uiteengezet wanneer ernstige vermoedens bestaan dat de verzoeker een gevaar oplevert voor de openbare orde of de veiligheid van het Koninkrijk. Samengevat komt het beleid – voor zover hier van belang – er op neer dat de naturalisatie wordt geweigerd als in de periode van vijf jaar direct voorafgaande aan de indiening van het verzoek, een sanctie ter zake van een misdrijf is opgelegd of ten uitvoer is gelegd. Met sanctie wordt hier ook bedoeld een vrijheidsbenemende straf of maatregel.

7. Alleen in zeer bijzondere omstandigheden biedt het beleid in dergelijke gevallen de mogelijkheid om in afwijking van de beleidsregels tot toewijzing van een naturalisatieaanvraag te komen. Nadere uitgangspunten daarover staan in paragraaf 6 van de Handleiding RWN. In het kader van die paragraaf kan een verzoeker bijzondere feiten en omstandigheden naar voren brengen die al dan niet leiden tot de conclusie dat hij geen gevaar vormt voor de openbare orde.

Mocht de staatssecretaris het verzoek om naturalisatie afwijzen?

8. De rechtbank komt tot het oordeel dat de staatssecretaris het verzoek om naturalisatie van eiseres mocht afwijzen. Zij overweegt daartoe als volgt.

Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres op [datum 1] 2021 wegens een misdrijf een gevangenisstraf is opgelegd. Eiseres heeft binnen vijf jaar na deze veroordeling een verzoek om naturalisatie ingediend. De staatssecretaris heeft zich, gelet op de uitgangspunten in de Handleiding, daarom in principe op het standpunt mogen stellen dat er ernstige vermoedens bestaan dat eiseres een gevaar vormt voor de openbare orde als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft eerder geoordeeld dat het beleid in de Handleiding RWN dat de rehabilitatietermijn van vijf jaar begint op het moment dat het strafproces is afgerond, niet onredelijk is. Voor de beoordeling of sprake is van een ernstig vermoeden van gevaar voor de openbare orde is immers relevant of een vreemdeling het misdrijf waarvan hij verdacht wordt daadwerkelijk heeft gepleegd en, indien dit het geval is, wat voor sanctie is opgelegd. Daarvoor moet het strafproces worden afgewacht. Verder is in paragraaf 5.8 van de Handleiding RWN, met het beleid voor artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN, toegelicht dat de regelgever bewust niet heeft gekozen voor een stelsel dat uitgaat van de pleegdatum van het misdrijf, omdat van daadwerkelijke rehabilitatie geen sprake kan zijn, zolang de vreemdeling nog strafvervolging of de tenuitvoerlegging van een straf of maatregel boven het hoofd hangt. Voor zover eiseres heeft willen opkomen tegen de toepassing van de rehabilitatietermijn zoals toegelicht in de Handleiding RWN, kan die grond dus niet slagen.

De beroepsgrond van eiseres dat het lange tijdsverloop tussen de pleegdatum van het misdrijf en de tenuitvoerlegging van de opgelegde sanctie maakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor de staatssecretaris tot een ander besluit had moeten komen, slaagt ook niet. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling volgt dat de staatssecretaris bij de toepassing van het beleid bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN er rekening mee moet houden dat zich omstandigheden kunnen voordoen op grond waarvan slechts tot een juiste wetstoepassing kan worden gekomen indien van dat beleid wordt afgeweken. Een dergelijke omstandigheid doet zich voor indien de periode tussen het gepleegde strafbare feit en de tenuitvoerlegging van de opgelegde sanctie bijzonder lang is en aannemelijk is dat de late tenuitvoerlegging is te wijten aan nalaten van de justitiële autoriteiten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat het tijdsverloop tussen de pleegdatum en de tenuitvoerlegging van de opgelegde sanctie in doorslaggevende mate aan de autoriteiten te wijten is. Eiseres heeft haar stelling dat het tijdsverloop onredelijk lang is niet nader onderbouwd. Uit de dossierstukken blijkt dat eiseres op [datum 1] 2021 is veroordeeld door gerechtshof Den Haag. Dit impliceert dat eiseres op dat moment is veroordeeld in hoger beroep, wat een mogelijke verklaring is voor (een deel van) het tijdsverloop. Eiseres heeft vragen over het tijdsverloop echter niet kunnen beantwoorden op de zitting. De rechtbank kan daardoor niet nader beoordelen of de late tenuitvoerlegging is te wijten aan nalaten van de justitiële overheid, of dat het tijdsverloop bijvoorbeeld is ontstaan doordat het misdrijf geruime tijd na de pleegdatum aan het licht is gekomen of door proceswensen van eiseres in de strafrechtelijke procedure.

De staatssecretaris heeft ook in de verder door eiseres aangevoerde omstandigheden geen aanleiding hoeven zien af te wijken van het beleid. Eiseres heeft onder meer aangevoerd dat zij op dit moment beschikt over een eigen woning, vrijwilligerswerk verricht en onder professionele begeleiding van een maatschappelijk werkster staat. Ook heeft zij recent een genderoperatie ondergaan en heeft de situatie met onder meer haar familie geleid tot langdurige psychische belasting en instabiliteit. Hoewel de rechtbank begrijpt dat eiseres graag het Nederlanderschap wenst te verkrijgen om haar bestaan in Nederland nader vorm te geven, zijn dit geen bijzondere omstandigheden die maken dat de staatssecretaris het naturalisatieverzoek toch had moeten toewijzen. De rechtbank weegt daarbij mee dat het blijkens paragraaf 6 bij de Handleiding RWN moet gaan om heel bijzondere feiten of omstandigheden, die tot gevolg hebben dat alleen maar tot een juiste wetstoepassing kan worden gekomen door van deze regels af te wijken. Ook het standpunt dat de rehabilitatietermijn bij een volgende aanvraag na [datum 2] 2026 niet langer aan eiseres wordt tegengeworpen waardoor zij op dit moment geen actueel gevaar meer vormt, kan niet tot een ander oordeel leiden. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit, welke op 18 september 2025 is genomen. Op dat moment was de rehabilitatietermijn nog niet (bijna) verstreken. Eiseres heeft aangevoerd dat een nieuw naturalisatieverzoek veel geld kost, waardoor toch sprake is van bijzondere omstandigheden in deze procedure. Op de zitting heeft de staatssecretaris er echter terecht op gewezen dat eiseres ten tijde van de aanvraag op het formulier heeft verklaard dat zij in de vijf jaren direct voorafgaand aan het naturalisatieverzoek nooit vanwege het plegen van een misdrijf een sanctie opgelegd heeft gekregen. Als eiseres het formulier naar waarheid had ingevuld, had de burgemeester haar kunnen ontraden om een verzoek in te dienen en had eiseres zichzelf de kosten voor de aanvraag kunnen besparen. De rechtbank begrijpt dat de kosten voor een naturalisatieverzoek voor eiseres, die van een bijstandsuitkering leeft, hoog zijn. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden, komen die echter voor rekening en risico van eiseres. Ook overigens is de rechtbank niet gebleken van onevenredige gevolgen van het bestreden besluit voor eiseres.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van het naturalisatieverzoek in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Eiseres krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.M. Goossens, rechter, in aanwezigheid van mr. W.D.F. Oskam, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.M. Goossens

Griffier

  • mr. W.D.F. Oskam

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand