RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 augustus 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
de burgemeester van Rotterdam
Samenvatting
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 26/6206
(gemachtigde: mr. M.C.W. Houtepen),
en
(gemachtigde: mr. C.W. de Jong).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Woonstad Rotterdam uit Rotterdam.
De burgemeester wil verzoekers woning sluiten vanwege het aantreffen van een handelshoeveelheid softdrugs (ruim 2 kilo), een hennepkwekerij zonder planten, een weegschaal en een groot geldbedrag. Daarnaast is de politie bij verzoekers woning uitgekomen via een persoon die een handelshoeveelheid softdrugs en een groot geldbedrag bij zich had. Het is daarom aannemelijk dat verzoekers woning bekend is in het criminele drugscircuit. De gevolgen van de woningsluiting zijn groot, maar de sluiting is niet onevenwichtig. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Procesverloop
1. Met het bestreden besluit van 21 juli 2026 heeft de burgemeester verzoekers woning gesloten vanwege een overtreding van de Opiumwet. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 7 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, de gemachtigde van de burgemeester en mr. J.P. Langenbach.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Wat is er gebeurd?
3. Verzoeker staat ingeschreven op het adres [adres] in Rotterdam. Hij huurt deze woning van Stichting Woonstad Rotterdam.
4. Op 12 mei 2026 kreeg de politie via automatische nummerherkenning door dat er een voertuig op de weg reed, waarbij de eigenaar in verband werd gebracht met ondermijnende criminaliteit. De politie heeft dit voertuig gevolgd. De bestuurder van de auto is naar verzoekers woning gereden en verbleef daar een paar minuten. De politie heeft de auto van de bestuurder gecontroleerd en onder de bijrijdersstoel is 295 gram hasj en € 13.360,- gevonden.
5. De politie heeft vervolgens verzoekers woning doorzocht. In verzoekers woning zijn aangetroffen: 2,18 kilo hennep, 295,12 gram hasj, een volledig ingerichte hennepkwekerij zonder planten, een weegschaal en € 13.000,- in coupures van € 100,-. Dit blijkt uit een bestuurlijke rapportage van de politie van 20 mei 2026.
Waar gaat het in deze zaak om?
6. Naar aanleiding van de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester besloten om verzoekers woning te sluiten voor drie maanden. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat hij toegang blijft houden tot zijn woning. De burgemeester heeft toegezegd dat de woning openblijft tot de uitspraak van de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
7. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Heeft verzoeker een spoedeisend belang?
8. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
9. De voorzieningenrechter vindt dat het spoedeisend belang voldoende aannemelijk is. Als er geen voorlopige voorziening wordt getroffen, heeft verzoeker immers de komende drie maanden geen toegang tot zijn woning.
Beoordelingskader
10. Op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen harddrugs of softdrugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.
11. De burgemeester voert beleid om de handel in drugs in Rotterdam tegen te gaan. Dit beleid staat in de Beleidslijn bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet Rotterdam 2022. In dit beleid staat in welke gevallen de burgemeester in beginsel overgaat tot sluiting van een woning.
Bevoegdheid
12. De burgemeester is in beginsel bevoegd om de woning te sluiten als er een handelshoeveelheid drugs in een woning wordt aangetroffen. Bij softdrugs is er sprake van een handelshoeveelheid als er meer dan 5 gram wordt aangetroffen. In verzoekers woning is ruim 2 kilo softdrugs aangetroffen.
13. Verzoeker voert aan dat de burgemeester niet bevoegd was om de woning te sluiten, omdat er geen aanwijzingen zijn dat de drugs werden verhandeld. Het Openbaar Ministerie zal hem immers niet vervolgen voor drugshandel. Er hoeft in het bestuursrecht echter geen bewijs te zijn dat de aangetroffen drugs werden verhandeld. Het enkele aantreffen van ruim 2 kilo softdrugs geeft de burgemeester al de bevoegdheid om de woning te sluiten.
Noodzaak
14. Gelet op wat er in de woning is aangetroffen, verwacht de voorzieningenrechter dat het bestreden besluit op dit punt in bezwaar stand zal houden. Vanwege de grote hoeveelheid aangetroffen softdrugs (ruim 2 kilo) is aannemelijk dat deze geheel of gedeeltelijk bestemd waren voor verkoop, aflevering of verstrekking. De burgemeester mag dan aannemen dat de woning een rol speelt binnen de keten van drugshandel. Dit levert op zichzelf al een belang op bij sluiting, ook als er geen overlast of feitelijke drugshandel is geconstateerd. De burgemeester kon daarom niet volstaan met een minder verstrekkende maatregel ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde.
15. Daarnaast is de noodzaak tot sluiting groter als de aangetroffen drugs feitelijk in of vanuit de woning werden verhandeld. Feitelijke handel in of vanuit de woning kan worden aangenomen op grond van het in de woning aantreffen van attributen die te relateren zijn aan drugshandel, zoals een weegschaal, verpakkingsmaterialen, een grote hoeveelheid contant geld en (vuur)wapens.
16. In verzoekers woning zijn een hennepkwekerij (zonder planten), een weegschaal en € 13.000,- in biljetten van € 100,- aangetroffen. Verzoeker heeft verklaard dat het geld afkomstig is van gokken (in de periode tot eind december 2025) en een transitievergoeding van zijn ex-werkgever. Verzoeker heeft deze stelling echter niet onderbouwd met bankafschriften waaruit blijkt dat hij een dergelijk groot geldbedrag heeft opgenomen. Verzoeker heeft tijdens de zitting verklaard dat hij het geld inmiddels heeft teruggekregen van de officier van justitie. Dit betekent echter niet dat de burgemeester geen waarde mag hechten aan het aantreffen van het geldbedrag. Zoals hiervoor in 13. al is vermeld, geldt in het bestuursrecht namelijk een andere bewijsmaatstaf dan in het strafrecht. Verder is de politie bij verzoekers woning uitgekomen via een persoon die, nadat hij kort in de woning van verzoeker was geweest, een handelshoeveelheid softdrugs en een groot geldbedrag bij zich had. Het is daarom aannemelijk dat verzoekers woning bekend is in het criminele drugscircuit. Uit deze omstandigheden volgt dat de burgemeester het noodzakelijk mocht achten om de woning te sluiten.
Evenwichtigheid
17. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid moeten de voor verzoeker nadelige gevolgen van de sluiting worden afgewogen tegen de doelen die de burgemeester met de sluiting wil bereiken.
18. Verzoeker vindt de sluiting van zijn woning niet evenwichtig. Hij heeft aangevoerd dat hij in het verleden een verkeersongeluk heeft gehad. Tijdens de zitting heeft hij verklaard dat hij van begin 2025 tot de zomer van 2025 in een rolstoel zat en dat hij langere tijd niet in zijn woning heeft verbleven. In zijn afwezigheid heeft iemand anders de hennepkwekerij in zijn woning opgezet. Verzoeker heeft de hennepkwekerij inmiddels verwijderd en heeft zijn woning opgeknapt. Er is dus geen vrees voor herhaling. Hij heeft een omgangsregeling voor zijn minderjarige zoon, die elke week ongeveer 2 dagen/nachten bij hem in de woning is. Daarnaast is hij vanwege zijn fysieke beperkingen afhankelijk van de woning.
19. De voorzieningenrechter vindt de gevolgen van de sluiting in dit geval niet onevenwichtig. Verzoeker kan een verwijt worden gemaakt van de aangetroffen drugs in zijn woning. Hij is als huurder en hoofdbewoner van de woning verantwoordelijk voor wat er in zijn woning gebeurt. Verzoeker heeft ook geen verklaring gegeven voor hoe de drugs en de hennepkwekerij in zijn woning zijn gekomen. Verder is niet gebleken dat verzoeker vanwege zijn medische situatie specifiek is gebonden aan deze woning. Verzoeker heeft tijdens de zitting verklaard dat hij rek- en strekoefeningen moet doen om zijn enkel soepel te houden en dat hij af en toe zijn been moet strekken en moet staan. Niet is gebleken dat verzoeker deze oefeningen niet in elke andere willekeurige woning zou kunnen doen. Dit is dus geen reden om de woning open te houden. Daarnaast zou de omgang met zijn minderjarige zoon ook in een andere woning kunnen plaatsvinden. Ook hiervoor is hij niet specifiek gebonden aan zijn eigen woning. Tot slot is niet gebleken dat de verhuurder op dit moment al stappen heeft gezet om tot (buitengerechtelijke) ontbinding van de huurovereenkomst te komen. Dit betekent dat verzoeker in beginsel na 3 maanden terug zou kunnen keren naar zijn woning.
20. Gelet op de grote hoeveelheid drugs heeft de burgemeester de belangen bij sluiting van de woning zwaarder mogen laten wegen dan de belangen van verzoeker bij het voortgezet gebruik van de woning.
Conclusie en gevolgen
21. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de burgemeester de woning mag sluiten. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.G.L. de Vette, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: