ECLI:NL:RBROT:2026:1010

ECLI:NL:RBROT:2026:1010

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 27-01-2026
Datum publicatie 05-02-2026
Zaaknummer C/10/712225 / JE RK 25-2662
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Afwijzing ondertoezichtstelling in verband met positieve ontwikkeling en reeds betrokken jeugdreclassering

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/712225 / JE RK 25-2662

Datum uitspraak: 27 januari 2026

Beschikking van de kinderrechter

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,

Rotterdam,

hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteland] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteland] , hierna te noemen: [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat mr. F. el Makhtari, kantoorhoudende in Rotterdam.

De kinderrechter merkt als informant aan:

[naam vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 22 december 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1] ;

- de jeugdreclasseerder van [minderjarige 1] , werkzaam bij de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, [naam 2] .

De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. Op verzoek van de officier van justitie is de Raad een onderzoek gestart. Uit dit onderzoek zijn zorgen naar voren gekomen over de opvoedomgeving van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De zorgen zijn met name gelegen in een mogelijke criminele omgeving die risico’s voor (met name) [minderjarige 2] met zich brengt. Dit staat een veilige ontwikkeling in de weg. De Raad ziet tegelijkertijd positieve ontwikkelingen bij [minderjarige 1] . Daarnaast zijn er in de afgelopen periode geen zorgen over [minderjarige 2] waargenomen. Hierdoor twijfelt de Raad aan de noodzakelijkheid van de ondertoezichtstelling.

De jeugdreclasseerder van [minderjarige 1] geeft aan dat zij op verzoek van [minderjarige 1] naar de zitting is gekomen. Zij licht toe dat het goed gaat met [minderjarige 1] . Soms is er even geen contact, maar komen er later geen zorgen naar voren. [minderjarige 1] voelt zich schuldig over de door hem gecreëerde situatie en is zich bewust van de gevaren die hiermee zijn veroorzaakt. Er wordt momenteel gekeken naar een individuele behandeling voor [minderjarige 1] en daarin zullen ook systeemgesprekken gevoerd worden. De moeder stelt zich meewerkend op. Mocht meer hulp noodzakelijk blijken, kan de jeugdcoach van [minderjarige 1] hierbij ondersteuning bieden.

Door en namens de moeder wordt ter zitting verweer gevoerd tegen de ondertoezichtstelling. Het incident, waarna het raadsonderzoek is gestart, is inmiddels bijna een jaar geleden en er hebben geen nieuwe incidenten plaatsgevonden. Daarnaast zijn er momenteel geen zorgen over de kinderen en werkt de moeder mee aan de hulpverlening. De moeder en [minderjarige 1] zijn tevreden over de begeleiding van de jeugdreclassering en dit loopt nog tot november 2027. De moeder ziet geen meerwaarde in een ondertoezichtstelling. De moeder kan zelf de weg vinden naar de hulpverlening. Bovendien is de jeugdreclassering betrokken. De jeugdreclassering kan, mocht het in de toekomst toch misgaan, aan de bel trekken.

5. De beoordeling

De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW) een minderjarige onder toezicht stellen indien de minderjarige zodanig opgroeit dat hij ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige niet of onvoldoende wordt geaccepteerd door de ouder(s) met gezag. De kinderrechter overweegt het volgende.

Tien maanden geleden heeft er een ernstig incident plaatsgevonden in de thuissituatie van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , waarbij vuurwapens en drugs in de woning zijn aangetroffen en waardoor [minderjarige 1] het gezin in gevaar heeft gebracht. Hoewel de situatie vorig jaar zeer zorgelijk was, acht de kinderrechter dit op zichzelf niet voldoende voor het uitspreken van een ondertoezichtstelling. Het gaat immers om een dwangmaatregel. Om hiertoe te besluiten moet kunnen worden vastgesteld dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd en de moeder niet voldoende in staat en/of niet bereid is zelf hulp te zoeken of te accepteren.

[minderjarige 1] is inmiddels veroordeeld en staat onder toezicht van de jeugdreclassering. In dit kader doet hij het goed. [minderjarige 1] is sinds dit ernstige incident niet meer in contact met politie en justitie geweest en lijkt positieve stappen te zetten en te willen zetten in zijn leven. [minderjarige 1] heeft ook aangegeven, ook aan de kinderrechter, dat dit incident fout was en dat hij in de toekomst weg wil blijven van dit soort zaken. Met [minderjarige 2] gaat het goed, zowel thuis als op school. Hij laat niet zien dat hij door dit incident is geraakt, beschadigd of problemen heeft. Er zijn geen concrete zorgsignalen. Daarnaast staat de moeder open voor de hulpverlening en is in contact met de jeugdreclassering van [minderjarige 1] . De moeder is ook bereid systemische hulp voor het gezin te aanvaarden en stelt bereid en in staat te zijn om zelf aanvullende hulp in te schakelen mocht dat in de toekomst nodig zijn.

Op grond van al het vorenstaande komt de kinderrechter tot het oordeel dat niet is voldaan aan het wettelijk criterium genoemd in artikel 1:255 BW. De kinderrechter zal daarom het verzoek van de Raad afwijzen.

6. De beslissing

De kinderrechter:

wijst het verzoek van de Raad af.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J. Korshuize als griffier, en op schrift gesteld op 5 februari 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?