ECLI:NL:RBROT:2026:10179

ECLI:NL:RBROT:2026:10179

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 24-07-2026
Datum publicatie 17-08-2026
Zaaknummer ROT 25/8045
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Woningsluiting; de burgemeester was bevoegd om de woning te sluiten na een explosie. De woningsluiting was ook noodzakelijk, maar de duur van vier weken acht de rechtbank niet evenwichtig. Beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

de burgemeester van Voorne aan Zee, de burgmeester

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/8045

(gemachtigde: mr. G. Kranendonk),

en

(gemachtigde: mr. J. van der Kuijl).

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van de burgmeester om de woning van eiseres te sluiten omdat daar een explosie heeft plaatsgevonden. In bezwaar heeft de burgemeester dit besluit in stand gelaten. Eiseres is het hier niet mee eens. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de woningsluiting.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester op goede gronden tot sluiting van de woning is overgegaan. De rechtbank acht echter de duur van de woningsluiting van vier weken in dit geval niet evenwichtig. Eiseres krijgt dus (deels) gelijk en het beroep is daarom gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het primaire besluit van 13 mei 2025 heeft de burgemeester de woning van eiseres voor de duur van vier weken gesloten. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek toegewezen en het primaire besluit geschorst tot twee weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.

Met het bestreden besluit van 5 september 2025 heeft de burgemeester de woningsluiting voor de duur van vier weken gehandhaafd.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De burgemeester heeft gereageerd op het beroep met een verweerschrift. Op 31 maart 2026 heeft de burgemeester nadere stukken ingediend naar aanleiding van vragen van de rechtbank. Op 15 mei 2025 heeft eiseres een nadere reactie ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 19 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en haar gemachtigde, de gemachtigde van de burgemeester en [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] (namens de burgemeester).

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiseres woont aan de [adres] . Op dinsdag 13 mei 2025 omstreeks 00:03 uur hoort een politieagent een enorme knal vanuit de richting van het industrieterrein de “Kickersbloem” in Hellevoetsluis. Vijf minuten later krijgen de politiemedewerkers de opdracht om naar de [adres] te gaan omdat daar een deur zou zijn opgeblazen. In de woning treffen de politieagenten eiseres en [naam] aan. Zij zien dat er een hoop schade is aan de voordeur van de woning. Eiseres verklaart tegenover de politieagenten dat er een explosief door de brievenbus van de woning is gegooid en doet meteen aangifte. Ook verklaart eiseres dat zij niet weet wie dit heeft gedaan, dat eerder valse meldingen zouden zijn gedaan bij de politie waarbij zou zijn gezegd dat zij in bezit zou zijn van veel geld, drugs en wapens en waarna de woning is doorgezocht.

Uit politie-informatie blijkt dat eiseres geen politie-antecedenten heeft, maar dat [naam] 24 antecedenten heeft op het gebied van onder meer vermogens-, gewelds- en zedendelicten. Ook is hij in 2023 aangehouden in de tuin van de woning van eiseres in verband met overtreding van de Wet Wapens en Munitie. De woning is toen doorzocht maar er is niets gevonden. De politie concludeert op grond van het voorgaande dat er een ernstige vrees bestaat voor herhaling van een dergelijke explosie en dat uit vergelijkbare situaties is gebleken dat een nieuwe poging op korte termijn niet is uit te sluiten. Met het primaire besluit van 13 mei 2025 heeft de burgemeester bepaald om de woning van eiseres te sluiten voor de duur van vier weken. Met het bestreden besluit heeft de burgemeester het primaire besluit gehandhaafd.

Toetsingskader

4. De rechtbank stelt vast dat met het bestreden besluit een herstelsanctie is opgelegd in de vorm van een sluiting van de woning voor vier weken. De burgemeester kan op grond van artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet, een woning sluiten als door ernstig geweld of bedreiging daarmee, in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning de openbare orde rond de woning ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring. De bevoegdheid van de burgemeester betreft een discretionaire bevoegdheid. Dat wil zeggen dat de burgmeester van deze bevoegdheid gebruik kan maken nadat een belangenafweging heeft plaatsgevonden en dat de burgemeester beschikt over een mate van beoordelings- en beleidsvrijheid.

Voor de toepassing van herstelsancties zijn met name de zogenaamde

Greenpeace-uitspraak en Harderwijk-uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van belang. Hieruit volgt wat het toetsingskader is om te beoordelen of de burgemeester binnen de grenzen van zijn beoordelings- en beleidsvrijheid is gebleven.

Uit de Greenpeace-uitspraak volgt dat een herstelsanctie moet leiden tot een doeltreffende, afschrikwekkende en evenredige handhaving van de desbetreffende norm. Ook volgt uit de uitspraak dat bij besluiten over een herstelsanctie bij de heroverweging in bezwaar op grond van artikel 7:11 van de Awb een tweeslag moet plaatsvinden. De eerste stap is dat het bestuursorgaan moet beoordelen of het op basis van de feiten en de omstandigheden ten tijde van het primaire besluit terecht dat besluit heeft genomen (ex-tunc). Bij de tweede stap moet het bestuursorgaan de feiten en omstandigheden die zich ná de oplegging van een herstelactie hebben voorgedaan bij zijn heroverweging betrekken (ex-nunc).

Verder volgt uit de Harderwijk-uitspraak dat de evenredigheidstoets van artikel 3:4, tweede lid, van de Awb betekent dat de rechtbank oordeelt over aan de ene kant het met het besluit beoogde doel en aan de andere kant de (nadelige) gevolgen van het besluit. Het gaat daarbij om het voorkomen van onnodig nadelige gevolgen. De rechtbank moet daarbij aan de hand van de bij het sluitingsbesluit betrokken belangen en in het licht van de ingrijpendheid daarvan toetsen of het sluitingsbesluit geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.

De rechtbank zal gelet op het voorgaande als eerste stap beoordelen of de burgemeester ten tijde van het primaire besluit tot sluiting van de woning mocht overgaan.

Beoordeling door de rechtbank

Stap 1: heeft de burgemeester het sluitingsbesluit van 13 mei 2025 op goede gronden genomen?

Was de burgemeester bevoegd?

5. De rechtbank begrijpt de gronden van eiseres zo dat deze gericht zijn tegen de noodzakelijkheid en evenwichtigheid van de woningsluiting en dus niet tegen de bevoegdheid van de burgmeester. De rechtbank overweegt ten overvloede dat ook zij geen reden ziet om te twijfelen aan de bevoegdheid van de burgemeester. Het staat vast dat er een explosie heeft plaatsgevonden in de woning van eiseres, die op grote afstand was te horen en veel schade aan de voordeur van de woning heeft veroorzaakt. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de openbare orde ernstig is verstoord in de zin van artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet. De rechtbank zal verder beoordelen of in dit geval de noodzaak bestond om de woning te sluiten en of de woningsluiting evenwichtig was.

Was de woningsluiting noodzakelijk?

Eiseres voert – kort gezegd – aan dat de burgemeester onvoldoende heeft onderbouwd waarom sprake is van een ernstige vrees voor herhaling en dat de woningsluiting daarom niet noodzakelijk is. Eiseres stelt daartoe dat zij zelf geen antecedenten heeft en dat [naam] een kennis van haar is met oude antecedenten. Niet is gebleken dat de explosie enig verband houdt met eiseres dan wel met [naam] die op dat moment aanwezig was in de woning. De burgemeester heeft zich ten onrechte gebaseerd op de informatie van de politie en heeft daarmee de vergewisplicht geschonden. Eiseres stelt verder dat er langere tijd sprake is van ernstige vuurwerkoverlast in de wijk en verwijst in dat kader naar diverse krantenartikelen en verklaringen van buurtbewoners. De burgemeester heeft dit alles onvoldoende meegewogen. Het besluit is daarom onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd.

Bij de beoordeling van de noodzaak van een sluiting is de vraag aan de orde of de burgemeester met een minder ingrijpend middel had kunnen en moeten volstaan omdat het beoogde doel ook daarmee kan worden bereikt. In dit geval is het doel van de woningsluiting om de openbare orde te herstellen en een nieuwe ernstige openbare orde verstoring te voorkomen. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat er een noodzaak was om de woning te sluiten. De rechtbank weegt daarbij mee dat een explosief door de brievenbus van de woning van eiseres is gegooid. De burgemeester heeft hierover toegelicht dat de oorzaak van een explosief bij een woning vaak ligt in het criminele circuit en dat er in korte tijd andere soortgelijke incidenten in de gemeente hebben plaatsgevonden. Op de zitting heeft de burgemeester daaraan toegevoegd dat het ging om incidenten in maart, april en mei 2025 waar door middel van vuurwerk een explosie teweeg is gebracht bij andere woningen. In al die gevallen was er iemand in de woning aanwezig met antecedenten. In dit geval was [naam] in de woning aanwezig die veel antecedenten heeft. [naam] staat niet ingeschreven op het adres, maar eiseres heeft bevestigd dat hij vaker in de woning verbleef. Hoewel de rechtbank aan de hand van de bestuurlijke rapportage van de politie (de rapportage) niet kan vaststellen van wanneer al deze antecedenten zijn, kan de rechtbank wel vaststellen dat [naam] in juli 2023 nog is aangehouden in de tuin van de woning in verband met een verdenking van het overtreden van de Wet Wapens en Munitie. De rechtbank oordeelt dat de burgemeester mocht afgaan op deze informatie uit de rapportage. Dat in juli 2023 bij de doorzoeking van de woning vervolgens niets is gevonden, leidt niet tot een ander oordeel. Ook in de rapportage staat vermeld dat bij de doorzoeking in de woning niets is aangetroffen, zodat niet is gebleken dat de rapportage onzorgvuldig tot stand is gekomen. Van een schending van de vergwisplicht is dan ook geen sprake.

Verder acht de rechtbank van belang dat eiseres zelf heeft verklaard dat er meerdere (valse) meldingen zijn gedaan bij de politie over dat zij zou beschikken over veel geld, drugs en wapens. Hoewel dit volgens eiseres valse meldingen zijn en dus niet klopt, kon gelet op alle geconstateerde feiten en omstandigheden bij de burgemeester redelijkerwijs de vrees voor herhaling van een explosie bij de woning ontstaan, ondanks dat in de wijk over het algemeen sprake is van vuurwerkoverlast. Van de burgemeester wordt immers niet verlangd dat hij moet aantonen dat het daadwerkelijk gaat om een gerichte actie.

De rechtbank is verder met de burgemeester van mening dat sluiting van de woning de enige maatregel is ter voorkoming van een ernstige openbare orde verstoring. Het geven van een waarschuwing, het houden van cameratoezicht en het geven van gebiedsverboden zijn in dit geval niet toereikend.

Was de woningsluiting evenwichtig?

Eiseres voert aan dat de burgemeester haar persoonlijke belangen onvoldoende heeft meegewogen, waaronder het recht op huisvesting en privéleven in de zin van artikel 8 EVRM. De gevolgen waren zeer ingrijpend voor eiseres. Zij is zonder voorafgaand onderzoek en mededeling uit haar huis gezet. Ook heeft zij vakantiedagen moeten opnemen vanwege deze procedure.

De rechtbank overweegt dat als sluiting van een woning in beginsel noodzakelijk wordt geacht, dat niet wegneemt dat de sluiting ook evenwichtig moet zijn. Er moet evenwicht zijn tussen de bescherming van het algemeen belang, in dit geval het herstel van de openbare orde en het voorkomen van herhaling, en de te respecteren belangen van eiseres. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig. Voor de beoordeling is onder andere relevant in welke mate de betrokkene een verwijt kan worden gemaakt en welke gevolgen de sluiting meebrengt voor de betrokkene.

De rechtbank begrijpt dat de explosie, gevolgd door de woningsluiting voor eiseres zeer ingrijpende gevolgen heeft gehad. Zoals de burgemeester heeft bevestigd op zitting, is daarbij ook de communicatie over de uithuiszetting vanuit de burgemeester tekort geschoten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de burgemeester echter in dit geval bij de woningsluiting het algemene belang van de handhaving van de openbare orde en veiligheid zwaarder mogen laten wegen dan de belangen van eiseres om in haar woning te blijven. Eiseres heeft de eerste week onderdak kunnen vinden bij bekenden en de burgemeester heeft in de tweede week geregeld dat eiseres op een camping kon verblijven. Ook is niet gebleken dat eiseres een bijzondere binding met de woning heeft. De nadelige gevolgen voor eiseres zijn niet dusdanig gebleken dat het onevenwichtig zou zijn om de woning te sluiten.

Hoewel de burgemeester dus op goede gronden tot sluiting van de woning is overgegaan, is de rechtbank van oordeel dat de duur van sluiting in dit geval onevenwichtig is. Daarbij is van belang dat de duur evenredig dient te zijn aan het doel van de sluiting, te weten de daadwerkelijke dreiging voor de openbare orde. De burgemeester heeft in het kader van de duur van de woningsluiting alleen gewezen op het feit dat het politieonderzoek nog loopt en dat in de jurisprudentie een termijn van vier weken niet ongebruikelijk is. Het is de rechtbank echter niet gebleken van feiten en omstandigheden waarom in dit geval een duur van vier weken evenwichtig is. Het feit dat het politieonderzoek nog loopt, wat ten tijde van de zitting nog steeds het geval was, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende. Het is de rechtbank bijvoorbeeld niet duidelijk geworden welke onderzoekshandelingen er zijn verricht of nog moesten worden verricht en waarom niet kon worden volstaan met een kortere duur om het beoogde doel van de woningsluiting te bereiken. De rechtbank weegt daarbij mee dat eiseres zelf geen antecedenten heeft en dus in die zin geen verwijt kan worden gemaakt. Dat in andere zaken een woningsluiting van vier weken wel evenwichtig is bevonden, leidt niet tot een ander oordeel.

De rechtbank oordeelt dus dat de burgemeester het bestreden besluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, als bedoeld in artikel 3:2 van de Awb, en met het motiveringsbeginsel van artikel 7:12, eerste lid, van de Awb heeft genomen. De burgemeester heeft namelijk onvoldoende gemotiveerd met feiten en omstandigheden waarom ten tijde van het primaire besluit een sluiting van vier weken in dit geval evenwichtig was. Gelet op het voorgaande, komt de rechtbank niet toe aan de bespreking van stap twee van de beoordeling zoals is toegelicht onder overweging 4.2.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond gelet op schending van het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. De rechtbank ziet geen reden om de burgemeester nog in de gelegenheid te stellen het geconstateerde gebrek te herstellen omdat de burgemeester op zitting heeft medegedeeld dat de woningsluiting vanwege tijdsverloop niet meer zal worden geëffectueerd. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien door het bestreden besluit te vernietigen en het primaire besluit van 13 mei 2025 te herroepen voor wat betreft de duur en deze op twee weken te bepalen.

Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres het griffierecht terug van de burgemeester en ook een vergoeding van haar proceskosten. De vergoeding wordt volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand van de gemachtigde krijgt eiseres voor elke proceshandeling een bedrag van € 666,- in bezwaar en € 934,- in beroep. De vergoeding bedraagt in totaal € 3.200,- (1 punt voor het bezwaarschrift, 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting in bezwaar, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Shahani, rechter, in aanwezigheid van O. Sharifi, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 24 juli 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand