ECLI:NL:RBROT:2026:10203

ECLI:NL:RBROT:2026:10203

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 14-08-2026
Datum publicatie 17-08-2026
Zaaknummer C/10/719602 / KG ZA 26-460
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

KG. Gevorderde straat- en contactverbod wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/719602 / KG ZA 26-460

Vonnis in kort geding van 14 augustus 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonend in [woonplaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. G. Grijs te Rotterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonend in [woonplaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

verschenen in persoon.

1. De procedure

Op 11 mei 2026 heeft de griffie van deze rechtbank de aanvraag kort geding ontvangen van [eiser] . Naar aanleiding daarvan is de datum voor de mondelinge behandeling bepaald op 18 juni 2026. Bij e-mail van 21 mei 2026 heeft [gedaagde] bezwaar gemaakt tegen die datum en verzocht de procedure met drie maanden uit te stellen. Op 22 mei 2026 heeft de griffie partijen bericht dat het uitstelverzoek van [gedaagde] wordt afgewezen en dat partijen hun verhinderdata in juni en juli 2026 dienen door te geven voor het bepalen van een nieuwe zittingsdatum. Op 26 en 28 mei 2026 hebben [eiser] respectievelijk [gedaagde] hun verhinderdata verstrekt, waarna de voorzieningenrechter een nieuwe datum voor de mondelinge behandeling heeft bepaald.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 28 mei 2026;

- de 11 producties van [eiser] ;

- het mailbericht van [gedaagde] van 24 juni 2026, met een productie;- de mondelinge behandeling op 26 juni 2026;

- de pleitnota van [eiser] ;

- de ter zitting door [gedaagde] overgelegde ongenummerde producties.

Aan het einde van de zitting heeft de voorzieningenrechter vonnis bepaald.

Op 26 juni 2026 heeft [gedaagde] een wrakingsverzoek tegen de voorzieningenrechter ingediend. De mondelinge behandeling voor de wrakingskamer heeft plaatsgevonden op 28 juli 2026. Bij beschikking van 11 augustus 2026 heeft de wrakingskamer het verzoek afgewezen.

De zaak is vervolgens voor vonnis gezet.

2. De feiten

Partijen hebben tot 2023 een affectieve relatie gehad. Uit die relatie is een dochter (hierna ook: [naam] ) geboren, die thans vijf jaar oud is.

De dochter van partijen verblijft bij [eiser] . Partijen hebben geen overeenstemming kunnen bereiken over een ouderschapsplan.

Op 21 maart, 4 april en 25 april 2026 is [gedaagde] onaangekondigd langs gegaan bij de woning van [eiser] in [woonplaats 1] , met, naar hij zegt, als doel om [naam] te zien. Ook heeft hij een keer [naam school] in [plaatsnaam 1] , waar de dochter op school zit, bezocht.

3. Het geschil

[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagde] na betekening van dit vonnis te verbieden persoonlijk of via derden telefonisch, schriftelijk of anderszins contact met [eiser] op te nemen, een en ander in de ruimste zin des woords;

II. [gedaagde] te verbieden na betekening van dít vonnis zich binnen het gemarkeerde gebied in [woonplaats 1] , dat wordt omgrensd door de [gebied 1] , en het gebied in [plaatsnaam 1] , dat wordt omgrensd door [gebied 2] , te begeven, een en ander conform het gearceerde gebied op de aan de dagvaarding gehechte gebiedskaart dan wel een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen gebied;

III. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 500,00 voor elke dag of gedeelte van de dag dat hij niet voldoet aan de onder I. en II. vermelde verboden, met een maximum van € 10.000,00, dan wel een ander door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag;

IV. met machtiging aan [eiser] om het te wijzen vonnis ten uitvoer te doen leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie;

V. en onder bepaling dat [eiser] de kosten die zij in verband met de eventuele tenuitvoerlegging verschuldigd zal zijn, op [gedaagde] kan verhalen;

VI. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding.

[gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] .

4. De beoordeling

[eiser] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] jegens haar onrechtmatig handelt. Aangezien de gestelde onrechtmatige gedragingen zich voordoen in [woonplaats 1] en [plaatsnaam 1] , is de voorzieningenrechter te Rotterdam op grond van artikel 7 lid 2 van de Brussel I bis-Verordening (nr. 1215/2012) bevoegd om te beslissen op het geschil.

[eiser] beoogt met haar vorderingen tot het opleggen van een straat- en contactverbod op [gedaagde] , een einde te maken aan de gestelde onrechtmatige gedragingen.

Daarmee is het spoedeisend belang van [eiser] bij haar vorderingen gegeven.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat een straatverbod een ingrijpende maatregel is die inbreuk maakt op het recht op persoonlijke vrijheid, waaronder begrepen het recht dat iedereen heeft om zich vrij te verplaatsen. Een straat- en contactverbod kan alleen worden toegewezen als sprake is van ernstig onrechtmatig handelen en van concreet gevaar voor herhaling daarvan. De voorzieningenrechter moet vervolgens alle relevante omstandigheden van het geval in aanmerking nemen en de betrokken belangen van partijen afwegen om te beoordelen of dat verbod, zoals gevorderd, kan worden gerechtvaardigd. Het is daarbij aan [eiser] om dat gevaar voor herhaling aannemelijk te maken.

[eiser] stelt dat [gedaagde] , nadat hun relatie was geëindigd en het opstellen van een ouderschapsplan niet lukte, herhaaldelijk verbaal agressief en intimiderend gedrag heeft vertoond bij haar woning. Die stelling heeft zij voldoende onderbouwd. Zij heeft videobestanden overgelegd, waarin het bezoek van [gedaagde] aan de woning van [eiser] op 21 maart, 4 april en 25 april 2026 is vastgelegd. In de video’s is te zien dat [gedaagde] hard op het raam en de deur klopt en dat hij voor de woning heen en weer loopt, terwijl hij schreeuwend kenbaar maakt dat hij [naam] wil zien. Ook is te horen dat hij tijdens het bezoek op 21 maart 2026 voorbijgangers aanspreekt om te vertellen dat de broer van [eiser] , die ook in de woning woont, een pedofiel is. Verder stelt [eiser] – en dat is door [gedaagde] ter zitting bevestigd – dat [gedaagde] op 11 juni 2026 onaangekondigd is verschenen bij de basisschool van [naam] in [plaatsnaam 1] om haar te zien.

Door onaangekondigde bezoeken af te leggen en daarbij de confrontatie op te zoeken, handelt [gedaagde] onrechtmatig jegens [eiser] . Deze onrechtmatige gedragingen hebben herhaaldelijk plaatsgevonden. Ter zitting deelde [gedaagde] mee inmiddels tientallen keren, zonder afspraak voor omgang met zijn dochter, bij [eiser] aan de deur te zijn geweest. Het was volgens zijn mededeling maar één keer ervan gekomen dat hij zijn dochter kon zien. Gelet op de frequentie waarmee hij onverwacht [eiser] woning bezoekt, ervaart [eiser] die handelwijze op zichzelf al als intimiderend.

[gedaagde] zou zich moeten realiseren dat deze manier van contact zoeken hem niet gaat helpen om tot een omgangsregeling te komen en, nog belangrijker, dat het niet in het belang van hun dochter is om getuige te zijn van confrontaties tussen hem en [eiser] .

De voorzieningenrechter begrijpt dat het partijen niet lukt om een omgangsregeling voor [gedaagde] en [naam] te treffen omdat [eiser] de omgang wenst vorm te geven onder begeleiding van het wijkteam, terwijl [gedaagde] iedere hulp van een instantie afwijst.

De voorzieningenrechter wijst erop dat, in gevallen waarin ex-partners niet zelf tot goede afspraken kunnen komen over de omgang met de kinderen, het niet ongebruikelijk is dat instanties als het wijkteam worden ingeschakeld om dat proces te begeleiden en in goede banen te leiden. Die instanties spelen daarin een onafhankelijke rol, waarbij het belang van het kind voorop staat. De wens van [eiser] om de hulp van het wijkteam in te roepen, is dan ook niet onredelijk. Die wens heeft zij ter zitting kort toegelicht. Zij heeft toegelicht dat zij aanvankelijk, na het verbreken van de relatie, met hun dochter vanuit [woonplaats 1] [gedaagde] in België bezocht maar dat dat voor haar te belastend was. Ze noemde dat er een incident was geweest waarbij [gedaagde] [naam] in [woonplaats 1] in de auto had genomen en weigerde haar te laten gaan. Daarnaast heeft [eiser] toegelicht dat begin december 2025 in een telefonisch contact met hun dochter, [gedaagde] dwingend en negatief was, over haar moeder (dus over [eiser] ) en over de opvoeding, en dat hun dochter inmiddels zelf angstig is geworden voor haar vader.

[eiser] deelde mee, en [gedaagde] heeft dit niet weersproken, ook te hebben aangeboden begeleiding door een [plaatsnaam 2] ‘wijkteam’ te vragen en daar zelf aan mee te werken om [gedaagde] tegemoet te komen, nu [gedaagde] immers in België woont. Het laatste aanbod van [eiser] om het wijkteam in te schakelen dateert van 15 juni 2026.

Indien [gedaagde] het niet eens is met de wijze waarop [eiser] de omgang met hun dochter wil inrichten, kan hij op grond van artikel 1:377a lid 2 van het Burgerlijk Wetboek de rechter verzoeken om een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast te stellen. In die procedure wordt dan gekeken naar de verhouding tussen partijen en die tussen [gedaagde] en [naam] , en wordt beoordeeld welke omgang het beste is in haar belang. Een omgangsregeling kan niet in dit kort geding worden getroffen.

Gezien de ernst en structurele aard van de gedragingen van [gedaagde] is toewijzing van het gevorderde straat- en contactverbod gerechtvaardigd.

Een belangenafweging maakt dat niet anders. [gedaagde] woont in België en hij heeft geen omstandigheden aangevoerd om te concluderen dat hij een rechtens te respecteren belang heeft om in het gebied rondom de woning van [eiser] in [woonplaats 1] en rondom de basisschool in [plaatsnaam 1] te komen. Het belang van [eiser] bij het gevorderde straatverbod weegt daarom zwaarder dan het belang van [gedaagde] om zich vrijelijk naar die gebieden te verplaatsen. Het gevorderde straatverbod wordt toegewezen conform de gearceerde gebieden in [woonplaats 1] en [plaatsnaam 1] op de gebiedskaarten, die aan dit vonnis worden gehecht.

Het wordt [gedaagde] eveneens verboden om na betekening van dit vonnis persoonlijk of via derden telefonisch, schriftelijk of anderszins contact met [eiser] op te nemen, tenzij dit contact plaatsvindt via het wijkteam of een andere instantie die partijen begeleidt bij het tot stand brengen van een omgangsregeling.

In verband met de eisen van proportionaliteit worden de toe te wijzen verbodsbepalingen opgelegd voor een periode van 12 maanden na de betekening van dit vonnis.

[gedaagde] heeft ter zitting toegezegd dat hij niet meer in [woonplaats 1] en ook niet in [plaatsnaam 1] zal komen. Nu hij er ter zitting echter geen blijk van heeft gegeven dat hij de ernst van zijn gedragingen inziet, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om aan de verbodsbepalingen maatregelen te verbinden als prikkel tot nakoming. De gevorderde dwangsom en machtiging sterke arm worden met betrekking tot het locatieverbod toegewezen. Voor het contactverbod is een dergelijke machtiging niet werkbaar en kan worden volstaan met het opleggen van een dwangsom. Wel wordt de gevorderde dwangsom beperkt toegewezen.

De gevorderde bepaling dat [eiser] de kosten in verband met de eventuele tenuitvoerlegging op [gedaagde] kan verhalen, wordt afgewezen. Ingevolge artikel 237 lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden de na de uitspraak ontstane kosten, op verzoek van één van partijen, begroot door de rechter. Behalve de toe te wijzen nakosten (waarvoor een forfaitair tarief geldt), staat ten tijde van de uitspraak van dit vonnis nog niet vast of [eiser] verdere executiekosten zal maken. [eiser] zal een afzonderlijke executoriale titel moeten verwerven voor het verhaal van die (eventueel te maken) kosten.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] procedeert op basis van een toevoeging, wordt [gedaagde] niet veroordeeld tot betaling van de betekeningskosten voor de dagvaarding.

De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- griffierecht

93,00

- salaris advocaat

1.177,00

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.459,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

verbiedt [gedaagde] om, gedurende 12 maanden na de betekening van dit vonnis, persoonlijk of via derden telefonisch, schriftelijk of anderszins contact met [eiser] op te nemen, tenzij dit contact plaatsvindt via het wijkteam of een andere instantie die partijen begeleidt bij het tot stand brengen van een omgangsregeling;

verbiedt [gedaagde] om, gedurende 12 maanden na de betekening van dit vonnis, zich te begeven binnen het gemarkeerde gebied in [woonplaats 1] , dat wordt omgrensd door de [gebied 1] , een en ander conform het gearceerde gebied op de aan dit vonnis gehechte gebiedskaart (Bijlage 1: gebiedskaart [woonplaats 1] );

verbiedt [gedaagde] om, gedurende 12 maanden na de betekening van dit vonnis, zich te begeven binnen het gemarkeerde gebied in [plaatsnaam 1] , dat wordt omgrensd door [gebied 2] , een en ander conform het gearceerde gebied op de aan dit vonnis gehechte gebiedskaart (Bijlage 2: gebiedskaart [plaatsnaam 1] );

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan (één van) de veroordelingen in 5.1. t/m 5.3. voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt;

machtigt [eiser] om met behulp van de sterke arm van politie en justitie de tenuitvoerlegging van deze beslissing te bewerkstelligen, indien [gedaagde] in gebreke blijft aan het onder 5.2. en 5.3. van dit vonnis bepaalde te voldoen;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.459,00, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als het vonnis wordt betekend;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. de Geus. Het is ondertekend en in het openbaar uitgesproken door mr. P. de Bruin op 14 augustus 2026.

2091 / 638

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand