RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12078353 VZ VERZ 26-331
datum uitspraak: 12 juni 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoekster] ,
woonplaats: [woonplaats],
verzoekster,
gemachtigde: mr. P.M.A.F. Peutz,
tegen
Miro Amehoela B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
verweerster,
die niet is verschenen.
Partijen worden hierna ‘[verzoekster]’ en ‘Amehoela’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
het verzoekschrift van [verzoekster] (ontvangen op 30 januari 2026), met bijlagen;
het exploot van betekening van 24 april 2026.
Op 15 mei 2026 is de zaak op een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [verzoekster], met haar gemachtigde. Namens Amehoela is, hoewel opgeroepen bij deurwaardersexploot, niemand verschenen.
2. De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
[verzoekster] was van 1 april 2025 tot 30 november 2025 bij Amehoela in dienst als sushi chef. [verzoekster] heeft de arbeidsovereenkomst op 30 november 2025 opgezegd wegens dringende redenen. Zij verzoekt nu betaling van achterstallig loon, de transitievergoeding, de gefixeerde schadevergoeding en een eindafrekening. Amehoela heeft niet gereageerd. De verzoeken worden toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Loon en wettelijke verhoging
Partijen zijn een loon van € 3.000,- bruto per maand overeengekomen. Volgens [verzoekster] heeft zij haar loon over de maanden mei, juni, juli, augustus en september 2025 niet, dan wel niet volledig ontvangen. Volgens haar gaat dat in totaal om € 9.123,10 netto. Omdat Amehoela niet is verschenen, wordt dat bedrag als onweersproken toegewezen. Dit geldt ook voor de wettelijke verhoging over het niet betaalde loon. Omdat het hier over loon gaat, wordt een en ander toegewezen in de vorm van een bruto-equivalent van de verzochte bedragen. Dit betekent dat de wettelijke verhoging wordt toegewezen als 50% van dat bruto-equivalent en dus niet als de concrete netto bedragen die zijn verzocht.
Gefixeerde schadevergoeding
[verzoekster] verzoekt ook betaling van de gefixeerde schadevergoeding. Voor de toekenning van die vergoeding is vereist dat sprake is van een dringende reden voor ontslagname én dat die dringende reden is veroorzaakt door opzet of schuld (artikel 7:677 BW). Aan die eisen is voldaan. [verzoekster] heeft haar arbeidsovereenkomst namelijk opgezegd, omdat haar loon niet, niet volledig of te laat werd betaald. In artikel 7:679 lid 2 BW is bepaald dat dit voor een werknemer een dringende reden oplevert. Aangenomen moet worden dat die dringende reden is veroorzaakt door de schuld van Amehoela. De gefixeerde schadevergoeding wordt daarom toegewezen.
Transitievergoeding
Verder verzoekt [verzoekster] dat Amehoela wordt veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding. Op die vergoeding heeft zij alleen recht als opzegging van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Amehoela. Hiervoor is al beslist dat het niet of te laat betalen van het loon een dringende reden voor ontslagname oplevert. Daarmee is in dit geval gegeven dat ook sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van Amehoela. De transitievergoeding wordt daarom ook toegewezen.
Wettelijke rente
[verzoekster] wil de wettelijke rente over het loon en de vergoedingen. Deze wordt op de hierna te vermelden manier toegewezen.
Eindafrekening
Omdat de arbeidsovereenkomst is geëindigd, moet ook een financiële afwikkeling plaatsvinden. Het verzoek om een eindafrekening wordt daarom toegewezen. Daarbij wordt de termijn voor het opstellen van de eindafrekening bepaald op 14 dagen na vandaag. In de houding van Amehoela wordt reden gezien de verzochte dwangsom op afgifte van de eindafrekening toe te wijzen als nader vermeld.
Proceskosten
Amehoela is de in het ongelijk gestelde partij. Zij wordt daarom veroordeeld in de proceskosten. De kosten die zij aan [verzoekster] moet betalen worden begroot op € 93,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 814,-.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt Amehoela om aan [verzoekster] te betalen het bruto-equivalent van € 9.123,10 aan nettoloon over de periode 1 april 2025 tot en met 30 november 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 november 2025 tot de dag dat volledig is betaald, en de wettelijke verhoging van 50% over dat brutobedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 januari 2026 tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt Amehoela om aan [verzoekster] te betalen de wettelijke verhoging van 50% over het bruto-equivalent van het te laat betaalde nettoloon over de maanden april, mei, juni, juli, augustus en oktober 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 januari 2026 tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt Amehoela om aan [verzoekster] te betalen een bedrag van € 3.240,- bruto aan gefixeerde schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 november 2025 tot de dag dat volledig is betaald en hiervan binnen een maand na vandaag een deugdelijke bruto/netto specificatie te verstrekken aan [verzoekster];
veroordeelt Amehoela om aan [verzoekster] te betalen een bedrag van € 720,- bruto aan transitievergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2026 tot de dag dat volledig is betaald en hiervan binnen een maand na vandaag een deugdelijke bruto/netto specificatie te verstrekken aan [verzoekster];
veroordeelt Amehoela om binnen 14 dagen na de datum van deze beschikking een deugdelijke eindafrekening aan [verzoekster] te verstrekken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 5.000,- voor iedere dag dat zij hiermee in gebreke blijft;
veroordeelt Amehoela om binnen 14 dagen na de datum van deze beschikking over te gaan tot de uitbetaling van de eindafrekening;
veroordeelt Amehoela in de kosten van het geding, die worden begroot op € 814,-;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Deze beschikking is gegeven door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
783