RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/721759 / KG ZA 26-616
Vonnis in kort geding van 17 juli 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. H.M.A. over de Linden,
tegen
STICHTING NEDERLANDS REGISTER VASTGOED TAXATEURS,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Stichting NRVT,
advocaat: mr. T.M. Munnik.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 11;- producties 1 tot en met 13 van Stichting NRVT;- de mondelinge behandeling van 10 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;- de spreekaantekeningen van [eiser];- de spreekaantekeningen van Stichting NRVT.
2. De feiten
[eiser] is makelaar, taxateur en rentmeester onroerend goed en is (althans: was) zowel actief op de woningmarkt als in het agrarische vastgoed.
Stichting NRVT heeft tot doel de onafhankelijkheid, integriteit en kwaliteit van de bij haar ingeschreven taxateurs te bewaken, te waarborgen en te bevorderen.
[eiser] was ingeschreven in het register van stichting NRVT in de kamer Wonen en in de kamer Landelijk en Agrarisch Vastgoed. Per 15 april 2026 heeft stichting NRVT [eiser] uitgeschreven uit dat register voor zover het de kamer Wonen betreft.
De statuten van stichting NRVT luiden, voor zover hier relevant, als volgt:
“Register-Taxateurs: uitschrijving van Register-Taxateurs uit het Register.
Artikel 32.
Een Register-Taxateur wordt uitgeschreven uit het Register:
(…)
e. door het besluit van het Bestuur tot uitschrijving van de Register-Taxateur op de grond dat de Register-Taxateur- ondanks aanmaning door NRVT - tekortschiet in:
(…)
ii. de nakoming van zijn overige verplichtingen jegens NRVT (waaronder de medewerking aan doorlopend toezicht en de daaruit voor de Register-Taxateur voortvloeiende verplichtingen);”
Het Reglement (permanente) Educatie van stichting NRVT luidt, voor zover van belang, als volgt:
“5 Verplichting tot (permanente) educatie
De Register-Taxateur is vakbekwaam en houdt zijn vakbekwaamheid op het niveau dat is vereist om de Professionele Taxatiedienst op een adequate wijze te kunnen verlenen.
(…)5.4 Het Bestuur kan op enig moment bepalen dat een Register -Taxateur bepaalde leerdoelen en/of Toets(en) binnen een gestelde termijn dient te behalen. (…)”
(…)
8 Maatregelen bij niet-nakoming reglement en hardheidsclausule
Indien een Register-Taxateur niet voldoet aan dit reglement kan het bestuur aan de Register-Taxateur alternatieve en/of aanvullende eisen voor Permanente Educatie en/of Toets(en) stellen, een klacht indienen bij de Stichting Tuchtrechtspraak van NRVT of de Register-Taxateur uitschrijven
uit het register.
Indien onverkorte toepassing van dit reglement in een bijzonder geval tot onredelijke of ongewenste uitkomsten leidt, kan het bestuur een beslissing nemen die afwijkt van de bepalingen in dit reglement.
Het reglement van de Commissie van Beroep van stichting NRVT (hierna: de Commissie van Beroep) luidt, voor zover relevant, als volgt:
“HOOFDSTUK 1 - DEFINITIES
Artikel 1.
(…)b. Besluit:
het besluit van het bestuur van NRVT waartegen indiener beroep instelt, zijnde een besluit
van het bestuur van NRVT:
(…)
ii. tot uitschrijving van indiener als Register-Taxateur als bedoeld in artikel 32.1 onder e, f.i, f.ii of h van de statuten van NRVT;
(…)
Instellen van beroep.
Artikel 7.
Een Indiener kan schriftelijk beroep instellen tegen een Besluit van het bestuur van NRVT door indiening van een beroepschrift bij de Commissie van Beroep op het e-mailadres zoals vermeld op de Website.
(…)
Door indiening van het beroep conformeert de Indiener zich aan dit Reglement en is Indiener gebonden aan de uitspraak van de Commissie van Beroep, zijnde een bindend advies in de zin van artikel 7:900 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.
In 2019 is stichting NRVT begonnen met de ontwikkeling van een nieuw model
taxatierapport voor Register-Taxateurs voor woningen. Dit heeft geleid tot het nieuwe model Taxatierapport Woonruimte.
Om met het nieuwe Taxatierapport Woonruimte te leren werken heeft stichting NRVT het Scholingstraject 2020 NRVT Kamer Wonen opgesteld. Onderdeel van dit scholingstraject is het verplicht afleggen door de taxateurs van een mondeling assessment (hierna: het Assessment).
Vanaf december 2022 heeft stichting NRVT in negen, onder de bij haar geregistreerde taxateurs verspreide nieuwsbrieven aandacht besteed aan het Assessment. Aan [eiser] zijn over het Assessment daarnaast de volgende persoonlijke berichten gestuurd door stichting NRVT:
- e-mail van 15 december 2022 waarin is aangekondigd dat [eiser] was geselecteerd om het Assessment in het tweede kwartaal van 2024 af te leggen.
- e-mail van 14 december 2023 waarbij [eiser] is uitgenodigd voor het Assessment
in het tweede kwartaal van 2024. In dit bericht is medegedeeld dat [eiser] zelf het Assessment diende in te plannen, met daarbij de opmerking dat het niet mogelijk was om het Assessment in een ander kwartaal af te leggen dan het voor de taxateur geselecteerde kwartaal;
- e-mail van 21 maart 2024 waarin [eiser] eraan wordt herinnerd het Assessment in te plannen, voor zover hij dat nog niet had gedaan;
- e-mail van 5 augustus 2024 waarin stichting NRVT aan [eiser] meedeelt dat haar is gebleken dat [eiser] het Assessment nog niet heeft afgelegd, hem erop wijst dat het afleggen van het Assessment verplicht is op grond van het Reglement (Permanente) Educatie en hem de mogelijkheid biedt het Assessment alsnog dat kwartaal af te leggen;
- brief van 11 november 2024 waarin [eiser] “voor de laatste maal” in de gelegenheid wordt gesteld door stichting NRVT om het Assessment uiterlijk 31 december 2024 te hebben afgelegd, onder de mededeling dat indien het Assessment niet voor die datum is afgelegd, het bestuur daar tegen kan optreden, onder meer door [eiser] uit te schrijven uit de kamer Wonen;
- brief van 21 oktober 2025 die, voor zover hier relevant, als volgt luidt:
“Ondanks eerdere oproepen op 21 maart 2024, 8 augustus 2024 en de sommatie op 11 november 2024, blijkt uit onze administratie dat u het assessment niet hebt afgelegd. Daarmee voldoet u niet aan uw verplichting tot het afleggen van voornoemd assessment.
U krijgt een laatste mogelijkheid om het assessment uiterlijk 31 december 2025
af te leggen.
Doet u dit niet, dan zal het bestuur hier tegen optreden door u uit de Kamer Wonen van het Register te schrijven.”
Bij aangetekende brief van 15 april 2026 heeft stichting NRVT [eiser] meegedeeld dat het bestuur van stichting NRVT op grond van artikel 32.1 sub e ii van de Statuten van stichting NRVT in verbinding met artikel 8.1 Reglement (Permanente) Educatie NRVT heeft besloten [eiser] met onmiddellijke ingang uit de kamer Wonen uit te schrijven.
[eiser] heeft op 20 april 2026 een beroepschrift bij de Commissie van Beroep ingediend tegen het in 2.10 bedoelde besluit.
Op 23 april 2026 heeft [eiser] bij de Commissie van Beroep om een voorlopige voorziening verzocht. De Commissie van Beroep heeft stichting NRVT bij wijze van voorlopige voorziening opgedragen verzoeker weer in te schrijven in het register in de kamer Wonen, totdat de Commissie van Beroep op het beroep van [eiser] had beslist.
Bij uitspraak van 5 juni 2026 heeft de Commissie van Beroep het beroep van [eiser] ongegrond verklaard en het besluit tot uitschrijving van [eiser] uit de kamer Wonen bevestigd.
3. Het geschil
[eiser] vordert:
Primair: [eiser] ontvankelijk te verklaren en stichting NRVT te verplichten de uitschrijving uit de kamer Wonen van [eiser] ongedaan te maken, zodat [eiser] zich wederom Register taxateur Wonen mag noemen, met alle bijbehorende privileges en toegangen tot systemen;
Subsidiair: [eiser] ontvankelijk te verklaren en te bepalen dat het NRVT te voortvarend te werk is gegaan, althans in strijd met eigen regelgeving, de redelijkheid en billijkheid heeft gehandeld, de toegang tot het recht ex art 6 EVRM belemmert, hetgeen dient te leiden tot vernietiging van art 13 lid 5 Reglement Commissie van Beroep en tot vernietiging van de uitspraak van de Commissie van Beroep van 5 juni 2026, zodat [eiser] wederom toegang heeft tot de kamer Wonen en geen sprake is van schending van art. 8 lid 1 Reglement permanente educatie en het bestuur op te dragen een van het reglement permanente educatie afwijkende beslissing te nemen ex art 8 lid 2 Reglement permanente educatie;
Meer subsidiair: [eiser] ontvankelijk te verklaren en te bepalen dat sprake is van
wanprestatie ex art 6:74 BW dan wel onrechtmatige daad ex artikel 6:162 BW
gepleegd door stichting NRVT, welk wanpresteren dan wel onrechtmatig handelen kan worden hersteld door [eiser] opnieuw in te schrijven in de kamer Wonen, daarbij een voorlopige schadevergoeding vast te stellen ter hoogte van € 6.000,
steeds met veroordeling van stichting NRVT tot betaling van de gerechtelijke en
buitengerechtelijke kosten, rekening houdende met het feit dat ook reeds bij de
Commissie van Beroep is geprocedeerd, griffierechten rechtbank en nakosten daarin
begrepen.
Stichting NRVT voert verweer. Stichting NRVT concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] in zijn vorderingen, dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
[eiser] wenst met dit kort geding te bereiken dat hij weer wordt opgenomen in de kamer Wonen van het register van stichting NRVT. Volgens [eiser] is zijn uitschrijving uit die kamer door stichting NRVT disproportioneel. Daartoe voert hij – kort gezegd – aan dat hem slechts te verwijten valt dat hij niet tijdig heeft gereageerd op correspondentie van stichting NRVT, dat in een handleiding van stichting NRVT staat dat de organisatie van de assessments nog doorliep tot 31 december 2026 en dat het niet meer ingeschreven staan in de kamer Wonen voor hem zeer bezwaarlijk is. Dat laatste is volgens [eiser] zo omdat de uitschrijving niet alleen onmogelijk maakt dat hij nog voor de praktijk bruikbare taxaties van woningen verricht, maar hem ook ernstig belemmert in zijn werkzaamheden als taxateur van agrarisch onroerend goed.
Stichting NRVT houdt vast aan de uitschrijving. Stichting NRVT voert aan dat zij [eiser] herhaaldelijk op zijn verplichting tot het afleggen van het Assessment heeft gewezen. Desondanks heeft [eiser] nalaten dat Assessment tijdig af te leggen. Stichting NRVT wijst erop dat de Commissie van Beroep het besluit tot uitschrijving van [eiser] uit de kamer Wonen heeft getoetst en het bezwaar daartegen van [eiser] ongegrond heeft bevonden, waarmee het volgens stichting NRVT klaar is. Daarbij is volgens stichting NRVT relevant dat de beslissing van de Commissie van Beroep een bindend advies is.
Het spoedeisend belang van [eiser] bij de gevraagde voorzieningen is voldoende gegeven.
De voorzieningenrechter overweegt verder als volgt.
[eiser] heeft zich als taxateur op vrijwillige basis aangesloten bij stichting NRVT. Daarmee heeft [eiser] de uit de statuten en reglementen volgende werkwijze en voorschriften van stichting NRVT geaccepteerd. In de rechtsverhouding die daarmee tussen partijen is ontstaan, is bepaald dat geschillen over de uitschrijving van een taxateur, worden beslecht via een interne geschillenregeling, die uitmondt in een bindend advies van de Commissie van Beroep.
Het uitgangspunt bij een bindend advies is dat partijen daaraan gebonden zijn. Uit artikel 7:904 lid 1 BW volgt dat dat alleen dan anders is, als gebondenheid aan het bindend advies in verband met de wijze van totstandkoming of de inhoud van het bindend advies, in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Uit rechtspraak volgt dat de rechter terughoudend moet zijn bij deze toets. Alleen ernstige gebreken maken gebondenheid aan een bindend advies naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Dat daarvan sprake is dient in dit geval door [eiser] aannemelijk gemaakt te worden.
Ten aanzien van de totstandkoming van het bindend advies geldt het volgende. In de statuten van stichting NRVT die de rechtsverhouding tussen partijen regelen, is bepaald dat het bestuur van stichting NRVT kan besluiten tot uitschrijving van een taxateur indien deze niet aan zijn verplichtingen jegens stichting NRVT voldoet. Het reglement van de Commissie van Beroep bepaalt dat tegen een dergelijk besluit beroep kan worden aangetekend. De beslissing op dat beroep is, zoals gezegd, een bindend advies. Dit is een in de professionele setting gebruikelijke en voldoende zorgvuldige geschillenregeling. [eiser] heeft in het kader van het beroep bij de Commissie van Beroep zijn bezwaren tegen de uitschrijving schriftelijk kenbaar kunnen maken en hij is daarover ook op zitting gehoord. Niet in te zien valt tegen deze achtergrond dat sprake is van een ernstig gebrek bij de totstandkoming van het bindend advies. Dat de uitkomst van het beroep niet is waar [eiser] op hoopte, betekent niet dat er gebreken kleven aan de totstandkoming daarvan. [eiser] heeft verder ook geen concrete stellingen ingenomen die die conclusie zouden kunnen dragen.
Datzelfde geldt voor de inhoud van het bindend advies. [eiser] is de verplichtingen voortvloeiend uit het Reglement (permanente) Educatie niet nagekomen. Niet in geschil is dat stichting NRVT het Assessment verplicht mocht stellen. Het is evident dat stichting NRVT daarmee een wezenlijk doel diende. Er diende gewerkt te gaan worden met een nieuw model taxatierapport voor woningen. Gezien de doelstelling van stichting NRVT om de kwaliteit van taxaties van de bij haar aangesloten taxateurs te waarborgen en te bevorderen, heeft stichting NRVT in redelijkheid de eis kunnen stellen dat de bij haar ingeschreven taxateurs zich daarop dienden voor te bereiden door het afleggen van het Assessment.
Vast staat dat [eiser] meerdere keren is uitgenodigd om deel te nemen aan het Assessment. Dat is zowel per e-mail gebeurd als via de persoonlijke online omgeving van [eiser] bij stichting NRVT (zo heeft zij ter zitting onbetwist gesteld). Daarnaast is [eiser] in twee brieven opgeroepen het Assessment af te leggen. Daarbij is [eiser] op duidelijke wijze gewezen op de gevolgen van het niet tijdig voldoen daaraan. Die gevolgen volgen ook uit de statuten en uit het Reglement (permanente) Educatie. Desalniettemin is het Assessment niet door [eiser] afgelegd binnen het door stichting NRVT gestelde (en meerdere malen voor hem verruimde) tijdskader. Dit terwijl [eiser] wist of in elk geval moest weten wat er op het spel stond. In dit licht kan niet gezegd worden dat aan het besluit van de Commissie van Beroep tot ongegrondverklaring van het beroep van [eiser] ernstige inhoudelijke gebreken kleven of dat de Commissie van Beroep in redelijkheid niet tot haar beslissing heeft kunnen komen. Dat stichting NRVT ook een andere maatregel had kunnen treffen, zoals het geven van een waarschuwing of berisping, zoals [eiser] heeft bepleit, maakt dat niet anders. Dat is onvoldoende om de hoge lat van onaanvaardbaarheid van de gebondenheid aan het bindend advies te halen.
Al met al is niet aannemelijk geworden dat in een bodemprocedure tot het oordeel zal worden gekomen dat gebondenheid aan het bindend advies van de Commissie van Beroep in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dat betekent dat voor het treffen van een maatregel die de gevolgen voor [eiser] van de uitschrijving uit de kamer Wonen van het register van stichting NRVT opheft, op deze grond geen plaats is.
Ook op grond van een belangenafweging is voor het treffen van een dergelijke maatregel geen plaats. De belangen van [eiser] zijn op zichzelf reëel en duidelijk. Met de inschrijving in de kamer Wonen kon [eiser] door hem opgestelde woningtaxaties laten valideren door de NWWI. Dat is kennelijk noodzakelijk om die taxaties bruikbaar te maken voor het maatschappelijk verkeer. Door de uitschrijving uit de kamer Wonen is het laten valideren door de NWWI van woningtaxaties voor [eiser] niet langer mogelijk. Aannemelijk is dat dit hem hindert in zijn beroepsuitoefening.
Daar staat evenwel het belang van stichting NRVT tegenover. De bestaansreden van stichting NRVT is het bewaken, waarborgen en bevorderen van de kwaliteit van de taxaties van de bij haar aangesloten taxateurs. Stichting NRVT mag in dat verband kwaliteitseisen stellen en mag daarop ook handhaven. Haar statuten en reglementen bieden daar een basis voor. Niet in te zien valt dat dit belang van stichting NRVT minder zwaar weegt dan het belang van [eiser].
Bij deze belangafweging speelt mee dat [eiser] wel nog altijd is ingeschreven in de kamer Landelijk en Agrarisch Vastgoed van stichting NRVT. [eiser] stelt weliswaar dat hij door de uitschrijving uit de kamer Wonen ook bemoeilijkt wordt in zijn werkzaamheden als agrarisch taxateur, omdat er vaak ook sprake is van een woning of woonbestemming op een agrarisch terrein, maar stichting NRVT heeft dat ter zitting gemotiveerd weerlegd. Volgens stichting NRVT kan in een dergelijk geval gewerkt kan worden met een zogenaamde “plausibiliteitstoets”. Dat komt neer op een check volgens het vierogenprincipe. Dit volgt volgens stichting NRVT uit de Praktijkhandreiking Landelijk en Agrarisch Vastgoed van stichting NRVT. Daarbij dient een controlerend taxateur volgens stichting NRVT slechts te checken of een taxatie inhoudelijk van voldoende kwaliteit is, waarbij het al of niet ingeschreven staan in de kamer Wonen geen rol speelt. [eiser] heeft dit betoog niet gemotiveerd betwist. Ter zitting heeft hij aangegeven dit nog niet te hebben uitgeprobeerd. Dat het volstrekt onmogelijk is voor [eiser] om nog taxaties te verrichten voor landelijk en agrarisch vastgoed waarbij ook sprake is van onroerend goed met een woonfunctie/woonbestemming, is daarmee niet gebleken. Vooralsnog moet dan ook worden aangenomen dat [eiser] dergelijke taxaties nog wel degelijk kan doen, ook al is hij uit de kamer Wonen uitgeschreven. Dit maakt dat aan het belang van [eiser] bij het terugdraaien van die uitschrijving minder gewicht toekomt.
De conclusie van het voorgaande is dat de vorderingen van [eiser] worden afgewezen. [eiser] wordt, als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten). De proceskosten van Stichting NRVT worden begroot op:
- griffierecht
€
735,00
- salaris advocaat
€
1.177,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.101,00
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026.
1861/1980