ECLI:NL:RBROT:2026:10258

ECLI:NL:RBROT:2026:10258

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 24-07-2026
Datum publicatie 18-08-2026
Zaaknummer C/10/722006 / KG ZA 26-637
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Kort geding. Vordering tot heraansluiten zonnepaneleninstallatie.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/722006 / KG ZA 26-637

Vonnis in kort geding van 24 juli 2026

in de zaak van

BRABANT ZON B.V.,

gevestigd te Delft,

eisende partij,

hierna te noemen: Brabant Zon,

advocaat: mr. S.C.M. van Thiel,

tegen

1. COLDSERVICE REAL ESTATE N.V.,

hierna te noemen: Coldservice RE,

2. COLDSERVICE HOLDING B.V.,

hierna te noemen: Coldservice RE

beide gevestigd te Veghel,

gedaagde partijen,

advocaat: mr. N.T.F. van Barschot,hierna samen te noemen: Coldservice c.s. (in vrouwelijk enkelvoud).

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 1 juli 2026, met producties 1 tot en met 15;- producties 1 tot en met 3 van Coldservice c.s.;- de mondelinge behandeling van 13 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;- de pleitnotities van Brabant Zon;- de spreekaantekeningen van Coldservice c.s.

Na de zitting op 13 juli 2026 is de zaak aangehouden voor overleg tussen partijen. Op 15 juli 2026 heeft Brabant Zon verzocht om vonnis te wijzen. De uitspraak van het vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

Brabant Zon (althans haar rechtsvoorgangster Zon Exploitatie Nederland B.V.

(hierna: ZEN)) heeft sinds 2016 een zonnepaneleninstallatie (ook wel aangeduid als zonnestroomsysteem of PV-installatie, hierna: de Zonnepaneleninstallatie) op het dak van het pand aan [adres] (hierna: het Pand). Het Pand was toentertijd eigendom van Coldservice RE (en inmiddels van CEG Beheer B.V. (hierna: CEG), zoals hierna nog aan de orde zal komen).

Coldservice RE heeft (bij aktes van 13 januari respectievelijk 15 april 2016) een recht van opstal verleend aan Brabant Zon tot het hebben van de Zonnepaneleninstallatie op het Pand. In de opstalaktes is - voor zover voor deze zaak van belang - het volgende opgenomen:

“De eigenaar garandeert aan de opstaller dat:

( ... )

2. het gebouw geschikt is voor de realisatie van het Zonnestroomsysteem, zulks onverlet dat de ontwikkeling en realisering van het Zonnestroomsysteem voor rekening en risico van opstaller is;”

(…)

Eigenaar zal die voorzieningen waar het Zonnestroomsysteem op aangesloten is of gebruik van maakt (zoals stroomkabels) in goede staat van onderhoud én beschikbaar houden ten behoeve van het Zonnestroomsysteem.”

Alle energie die met de Zonnepaneleninstallatie wordt opgewekt, levert Brabant Zon aan Coldservice RE. Brabant Zon en Coldservice RE hebben in dat kader een leveringsovereenkomst (hierna: de Leveringsovereenkomst) gesloten. Artikel 5 van de Leveringsovereenkomst luidt als volgt:

5. ELEKTRISCHE INSTALLATIE EN AANSLUITING

Contractant (Coldservice RE; toevoeging voorzieningenrechter) garandeert jegens Leverancier (Brabant Zon; toevoeging voorzieningenrechter) dat de installaties van de Contractant, inclusief de Meetinrichting, voldoen aan de bij of krachtens wet en de Algemene Voorwaarden gestelde voorwaarden. Contractant garandeert dat de installaties zijn aangesloten op een net en dat de elektriciteit naar haar Aansluiting(en) wordt / kan worden getransporteerd. Contractant beschikt daartoe over een voor eigen rekening en risico afgesloten Aansluit- en Transportovereenkomst met één of meer Netbeheerder(s).

Het bepaalde in lid 1 ziet niet op de kabels en leidingen die de opwekinstallatie van

Leverancier verbinden met de installaties/de Aansluiting van Contractant.”

Coldservice RE heeft een aansluit- en transportovereenkomst gesloten met Enexis Netbeheer B.V. (hierna: Enexis). Enexis zorgt op grond van die overeenkomst als netbeheerder voor de aansluiting en het transport van elektriciteit op middenspanning naar het Pand. In een van Fudura B.V. (hierna: Fudura) gehuurde transformator wordt de elektriciteit op middenspanning omgezet naar de voor het Pand benodigde elektriciteit op laagspanning.

Sinds 19 juli 2019 is CEG eigenaar van het Pand. Per die datum huurt Coldservice Holding het Pand van CEG. In de huurovereenkomst van 18 juli 2019 is, voor zover voor deze zaak van belang, het volgende opgenomen:

Artikel 9 - Bijzondere bepalingen

Aanvullende regeling inzake onderhoud, verzekering en belastingen

Verhuurder en Huurder zijn voor het Gehuurde een zogeheten 'triple net'- huur overeengekomen. Dit betekent dat Huurder verantwoordelijk is voor de instandhouding van en al het onderhoud aan het Gehuurde (inclusief de in artikel 1.2. genoemde voorzieningen) alsook voor het zonnestroomsysteem, en voor herstellingen en vervangingen van gebreken aan het Gehuurde (inclusief de in artikel 1.2. genoemde voorzieningen) en het zonnestroomsysteem (mede daaronder begrepen kleine dagelijkse herstellingen). Alle in artikel 11 van de Algemene Bepalingen gemelde (onderhouds- en reparatie)verplichtingen zijn voor rekening en risico van Huurder en Verhuurder heeft derhalve geen enkele onderhoudsverplichting. Alle kosten en lasten die daarmee verband houden zijn voor rekening van Huurder, ongeacht of deze kosten en lasten bij Verhuurder in rekening worden gebracht.(…)”Aanvullende regeling inzake recht van opstal (zonnestroomsysteem)

Partijen komen overeen dat alle gevolgen op grond van de akten van 13 januari 2016 en 15 april 2016 (bijlagen 3 en 4) die voor rekening van Verhuurder als genoemde Eigenaar in de akten zijn, indien en voor zover mogelijk voor rekening van Huurder komen, (…).”

Tot aan 16 maart 2026 werd de in de transformator omgezette elektriciteit getransporteerd naar twee installaties. Dat was in de eerste plaats de gebouwinstallatie, bestaande uit een verdeelkast die de laagspanning naar de verschillende apparaten in het Pand leidde (hierna: de Gebouwverdeler). Ten tweede was dat de Zonnepaneleninstallatie, die via een PV-verdeler was aangesloten. De Zonnepaneleninstallatie heeft namelijk om te kunnen werken zelf ook elektriciteit op laagspanning nodig. Dat zag er schematisch als volgt uit:

Op 16 maart 2026 is kortsluiting ontstaan in de Gebouwverdeler. Als gevolg daarvan is zowel de gebouwinstallatie als de Zonnepaneleninstallatie buiten bedrijf geraakt.

Na de kortsluiting heeft Fudura de laagspanningsinstallatie gecontroleerd. Daarbij is geconstateerd dat de aansluiting van de twee installaties op de transformator niet conform de sinds 2020 geldende beleidsregels van Fudura was. Die beleidsregels staan slechts één laagspanningsaansluiting op de transformator toe (dus niet de aansluiting van zowel de gebouwinstallatie als de Zonnepaneleninstallatie).

Na de kortsluiting heeft het Pand 11 dagen gebruik gemaakt van aggregaten om aan de apparaten in het Pand stroom te leveren. Dat betrof niet de Zonnepaneleninstallatie. Op 27 maart 2026 is vervolgens een door Coldservice RE gehuurde, tijdelijke verdeelkast geplaatst om de gebouwinstallatie van stroom te blijven voorzien. Gelijktijdig heeft Coldservice RE een nieuwe Gebouwverdeler besteld om te dienen als permanente oplossing. Op de door Coldservice RE bestelde nieuwe Gebouwverdeler kan de Zonnepaneleninstallatie van Brabant Zon niet worden aangesloten.

Begin april 2026 heeft Brabant Zon DNV Netherlands B.V. (hierna DNV) ingeschakeld om de configuratie aan de laagspanningszijde van de transformator te beoordelen. Brabant Zon heet DNV ook gevraagd te beoordelen of Fudura kon vasthouden aan haar standpunt dat niet meer beide installaties konden worden aangesloten op de transformator.

In een e-mail van 9 april 2026 heeft Coldservice RE aan Brabant Zon een offerte doorgestuurd van Bouwbedrijf Versteegden voor het plaatsen van een hoofdverdeler in de transformator. Het bedrag van deze offerte is € 235.186,00. Deze hoofdverdeler zou het mogelijk maken dat de pv-verdeler van de Zonnepaneleninstallatie van Brabant Zon weer op de transformator werd aangesloten en de Zonnepaneleninstallatie zodoende weer in werking werd gesteld.

Omdat Brabant Zon niet aanstonds instemde met de offerte van Bouwbedrijf Versteegden tot het plaatsen van de hoofdverdeler, heeft Coldservice RE opdracht gegeven tot permanent herstel middels de eigen nieuwe gebouwverdeler. Die opdracht is uitgevoerd. De gebouwverdeler (en daarmee de gebouwinstallatie) krijgt sindsdien via deze permanente oplossing stroom van de transformator van Fudura. Het is niet mogelijk om de Zonnepaneleninstallatie aan te sluiten op deze nieuwe Gebouwverdeler.

Op 27 mei 2026 heeft DNV een rapport uitgebracht. In dat rapport trekt DNV onder meer de conclusie getrokken dat “de huidige kabeluitvoering naar de PV-installatie aan de laagspanningszijde van de transformator niet als voldoende kortsluitvast kan worden beschouwd”. DNV beveelt in haar rapport (onder meer) aan de kabels, verbindingen en bevestigingsconstructies aan de laagspanningszijde van de transformator zo aan te passen dat deze “aantoonbaar kortsluitvast zijn uitgevoerd”.

De Zonnepaneleninstallatie is tot op heden niet aangesloten op de transformator en is daardoor nog steeds buiten werking.

3. Het geschil

Brabant Zon vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

(i) Coldservice RE te gebieden om binnen veertien dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis te bewerkstelligen dat de Zonnepaneleninstallatie van Brabant Zon werkend is aangesloten op de transformator door (de in de dagvaarding weergegeven) Tijdelijke oplossing I dan wel door (de in de dagvaarding weergegeven) Tijdelijke oplossing II, op straffe van een dwangsom van € 25.000 per dag waarop het bevel niet, of niet volledig, wordt nageleefd, met een maximum van € 2.000.000;

(ii) Coldservice Holding te gebieden al hetgeen Coldservice RE op grond van het bevel onder (i) gehouden is te doen, te gehengen en gedogen, en daaraan, voor zover nodig, alle vereiste medewerking te geven;

(iii) Coldservice c.s. te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding, te voldoen binnen veertien dagen na de datum van het te wijzen vonnis en, voor het geval voldoening

van de kosten niet binnen die termijn plaatsvindt, die kosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van verstrijken van bedoelde termijn voor voldoening.

Coldservice c.s. voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van Brabant Zon in haar vorderingen, althans tot afwijzing van de vorderingen van Brabant Zon, met veroordeling van Brabant Zon in de kosten van de procedure, vermeerderd met de wettelijke rente daarover.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Met dit kort geding wil Brabant Zon bewerkstelligen dat haar Zonnepaneleninstallatie op het Pand weer in werking wordt gesteld. Voldoende gebleken is dat Brabant Zon daarbij een spoedeisend belang heeft. Brabant Zon lijdt schade doordat met de Zonnepaneleninstallatie sinds de kortsluiting en het uitschakelen van de Zonnepaneleninstallatie in maart 2026 geen inkomsten worden gegenereerd. Daarnaast loopt Brabant Zon bepaalde subsidies voor de Zonnepaneleninstallatie mis. Het is dus van belang voor haar dat de Zonnepaneleninstallatie zo spoedig mogelijk weer wordt ingeschakeld. Dat geldt ook voor Coldservice c.s. Ook zij ondervindt er nadeel van dat de Zonnenpaneleninstallatie niet in werking is. Beide partijen hebben er dus belang bij dat de Zonnepaneleninstallatie zo snel mogelijk weer wordt aangesloten.

Dat beide partijen willen dat de Zonnepaneleninstallatie zo spoedig mogelijk weer in werking wordt gesteld, betekent niet dat de vorderingen van Brabant Zon kunnen worden toegewezen. Hierna wordt toegelicht waarom dat zo is.

Uit het onderzoek dat DNV in opdracht van Brabant Zon heeft verricht aan de laagspanningszijde van de transformator, is naar voren gekomen dat de kabels waarmee de Zonnepaneleninstallatie was aangekoppeld, niet kortsluitvast zijn (zie 2.10). Coldservice c.s. heeft aangevoerd dat dat euvel eerst moet worden verholpen voordat de Zonnepaneleninstallatie weer kan worden aangesloten. Brabant Zon heeft dat niet betwist. Hoewel de oorzaak van de in maart 2026 opgetreden kortsluiting gelegen was in de aansluiting van de gebouwinstallatie en niet in de aansluiting van de Zonnepaneleninstallatie, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter evident dat het probleem met deze kabels eerst zal moeten opgelost voordat de Zonnepaneleninstallatie aangesloten kan worden. Het aansluiten van een installatie met kabels die niet kortsluitvast zijn, brengt vanzelfsprekend risico’s met zich mee. Het is in niemands belang die risico’s, die bij verwezenlijking grote gevolgen kunnen hebben (denk aan brand), te nemen.

Voordat er sprake kan zijn van het weer aansluiten van de Zonnepaneleninstallatie, zal dus wat aan het risico op kortsluiting in de bestaande kabels gedaan moeten worden. Het moet er vooralsnog voor worden gehouden dat Brabant Zon daarvoor moet zorgen. Volgens Coldservice c.s. volgt dat uit artikel 5 van de Leveringsovereenkomst. Brabant Zon heeft dat niet betwist. Zolang de door DNV genoemde werkzaamheden niet hebben plaatsgevonden (zie 2.13: het aantoonbaar kortsluitvast uitvoeren van “de kabels, verbindingen en bevestigingsconstructies aan de laagspanningszijde van de transformator”), is heraansluiting van de Zonnepaneleninstallatie niet aan de orde. Dat maakt reeds dat Coldservice c.s. niet kan worden veroordeeld tot het bewerkstelligen dat de Zonnepaneleninstallatie werkend wordt aangesloten op de transformator.

Daarbij komt, zoals Coldservice c.s. onbetwist heeft gesteld, dat bij het opnieuw aansluiten van de Zonnepaneleninstallatie diverse andere partijen betrokken zijn. Coldservice c.s. wijst in dit kader op de planning die gemaakt moest worden om haar gebouwinstallatie aan te sluiten op de nieuwe Gebouwverdeler (productie 2 van Coldservice c.s.). Uit die planning volgt dat voor het weer aansluiten van de gebouwinstallatie nodig was dat Kanters e.tech (een elektrotechnisch installateur, zo begrijpt de voorzieningenrechter), firma Bredenoord (leverancier van de nieuwe gebouwverdeler, zo begrijpt de voorzieningenrechter) en Bouwbedrijf Versteegden ieder bepaalde werkzaamheden uitvoerden op dezelfde dag. Daarbij moest ook Fudura aanwezig zijn om de transformatorruimte te openen en om ook zelf bepaalde werkzaamheden uit te voeren. Tenslotte, en niet onbelangrijk, moest netbeheerder Enexis ervoor zorgen dat de middenspanning werd afgeschakeld tijdens de werkzaamheden. Voor dat laatste zijn volgens Coldservice c.s. wachttijden die oplopen tot drie maanden.

Hieruit volgt dat voor het weer aansluiten van de Zonnepaneleninstallatie met elkaar samenhangende en elkaar opvolgende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door verschillende andere partijen dan Coldservice c.s. Niet in geschil is dat een planning zoals gebruikt voor het heraansluiten van de gebouwinstallatie, voor het heraansluiten van de Zonnepaneleninstallatie op dit moment niet voorhanden is. Ook dat staat eraan in de weg dat Coldservice c.s. wordt veroordeeld tot het bewerkstelligen van de heraansluiting van de Zonnepaneleninstallatie.

Hierbij komt nog dat het standpunt dat Brabant Zon lijkt in te nemen, dat er op neerkomt dat Coldservice alleen verantwoordelijk is voor en het voortouw zou moeten nemen bij het heraansluiten van de Zonnepaneleninstallatie, naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet wordt ondersteund door de stukken. De contractuele relatie tussen Brabant Zon en Coldservice RE wordt beheerst door de Leveringsovereenkomst. Alleen bij die overeenkomst zijn zij beiden partij. Artikel 5 lid 1 en lid 2 van de Leveringsovereenkomst moet volgens de voorzieningenrechter zo worden uitgelegd dat daarin bepaalde, voor de beoogde heraansluiting relevante verantwoordelijkheden deels bij Coldservice RE en deels bij Brabant Zon zijn neergelegd. Dat betekent dat Brabant Zon niet van Coldservice RE kan verwachten dat zij het heraansluiten van de Zonnepaneleninstallatie geheel alleen op zich neemt.

Ook de opstalaktes vormen geen deugdelijke basis om die verantwoordelijkheid volledig bij Coldservice c.s. leggen. Coldservice RE is niet langer de eigenaar van het Pand en daarmee niet de partij die aan Brabant Zon een recht van opstal met bijbehorende verplichtingen verleent. Dat in de huurovereenkomst waarbij het Pand door CEG aan Coldservice Holding is verhuurd onderhoudsverplichtingen met betrekking tot het gebouw en “alle gevolgen op grond van” de opstalaktes bij huurder Coldservice Holding (zie 2.5) worden gelegd, maakt dat niet anders. In de eerste plaats niet omdat Coldservice Holding niet Coldservice RE is. In de tweede plaats niet omdat Brabant Zon geen partij is bij deze huurovereenkomst. Zonder nadere onderbouwing, die Brabant Zon niet heeft gegeven, valt niet in te zien dat Brabant Zon rechtstreeks rechten aan deze overeenkomst jegens Coldservice RE kan ontlenen. De door Brabant Zon overgelegde verklaring van CEG dat CEG zal gehengen en gedogen waartoe Coldservice RE en/of Coldservice Holding mochten worden veroordeeld, verandert dat niet.

Aan de tijdelijke oplossing die Brabant Zon wil dat Coldservice RE bewerkstelligt - partijen zijn het erover eens dat alleen Tijdelijk oplossing II nog mogelijk is - kleven bovendien grote bezwaren. Dit zou betekenen dat niet één keer maar twee keer de hiervoor besproken procedure van het gelijktijdig inschakelen van alle benodigde partijen moet worden gevolgd: de eerste keer voor de tijdelijke oplossing en daarna nogmaals voor een permanente oplossing. Dat zou mede betekenen, zoals Coldservice c.s. onweersproken heeft gesteld, dat de bedrijfsvoering van Coldservice c.s. twee keer moet worden stilgelegd (vanwege het noodzakelijke afsluiten van de middenspanning). Nu de business van Coldservice RE het verzorgen van gekoelde opslag en gekoeld transport is, is dat zeer bezwaarlijk is voor haar. De door Coldservice c.s. opgeworpen vraag of de verdeler die volgens Brabant Zon beschikbaar is voor deze tijdelijke oplossing, daadwerkelijk geschikt en veilig is om voor dit doeleinde te dienen, heeft Brabant Zon bovendien onbeantwoord gelaten.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen van Brabant Zon moeten worden afgewezen.

Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Het staat buiten kijf dat het voor elk van partijen van groot belang is dat de Zonnepaneleninstallatie zo spoedig mogelijk weer in gebruik wordt genomen. Hiervoor is overwogen dat Coldservice c.s. niet alleen en de volledige verantwoordelijkheid draagt voor het bewerkstelligen daarvan. Dat betekent anderzijds dat ook Brabant Zon die verantwoordelijkheid niet volledig alleen draagt en afhankelijk is van Coldservice c.s. De voorzieningenrechter raadt partijen met klem aan om afspraken te maken met elkaar over wie wat gaat doen om ervoor te zorgen dat de Zonnepaneleninstallatie zo snel als mogelijk weer wordt ingeschakeld. Daarbij zullen in ieder geval afspraken moeten worden gemaakt over het aanpassen van de door DNV benoemde “kabels, verbindingen en bevestigingsconstructies aan de laagspanningszijde van de transformator” (zie 2.13) en zal de eerder besproken planning moeten worden gemaakt. Het zou goed zijn als Brabant Zon daarbij gebruik kan maken van de ervaring die Coldservice c.s. daarmee al heeft opgedaan en als Coldservice c.s. waar mogelijk haar connecties inzet om het hele proces te bespoedigen. De kosten van aanschaf van de benodigde nieuwe verdeler zouden partijen (voorlopig) bij helfte kunnen dragen, waarover dan later - zo nodig - nader kan worden onderhandeld of een oordeel in een bodemprocedure kan worden gevraagd.

De proceskosten

Brabant Zon wordt in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Coldservice c.s. worden begroot op:

- griffierecht

735,00

- salaris advocaat

1.177,00

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.101,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen op de wijze als in de beslissing bepaald.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

wijst de vorderingen van Brabant Zon af,

veroordeelt Brabant Zon in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Brabant Zon niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt Brabant Zon tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Mendlik en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2026.

1861/3577

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand