RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/721203 / JE RK 26-1145
Datum uitspraak: 16 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een opheffing ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Dordrecht,
gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder] ,
hierna te noemen de moeder, wonende in [plaats 1] ,
[oma mz] ,
Hierna te noemen de oma moederszijde (hierna mz), wonende in [plaats 2] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 10 juni 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
de oma mz;
twee vertegenwoordigers van de GI, te weten [vertegenwoordiger van de GI 1] en [vertegenwoordiger van de GI 2] .
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft bij de oma mz.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 januari 2026 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 22 januari 2027. Daarnaast is een machtiging verleend [minderjarige] uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg (netwerk), te weten bij de oma mz, tot 22 juli 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt primair de ondertoezichtstelling van [minderjarige] op te heffen. Subsidiair verzoekt de GI om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Ter zitting heeft de GI het verzoek gehandhaafd en de GI verwijst naar de schriftelijke onderbouwing die ter zitting is overgelegd.
4. Het standpunt van de oma
Ter zitting heeft de oma mz ingestemd met het verzoek van de GI. De oma mz is trots op [minderjarige] . [minderjarige] heeft zich de afgelopen periode positief ontwikkeld. De komende periode gaan [minderjarige] en de oma mz verblijven in Spanje met toestemming van de moeder. [minderjarige] kan via Teams haar behandelingen blijven volgen. Verder blijft pleegzorg betrokken en dit vindt de oma mz fijn.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat de gronden voor de ondertoezichtstelling niet meer aanwezig zijn en beslist op verzoek van de GI tot opheffing van de ondertoezichtstelling.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [minderjarige] zich de afgelopen periode positief heeft ontwikkeld. Eerder waren er zorgen over middelengebruik, werd [minderjarige] belast met volwassenproblematiek en waren er verstoorde familieverhoudingen. Inmiddels verblijft [minderjarige] al enige tijd bij de oma mz en de opvoedsituatie bij de oma mz wordt als stabiel en veilig ervaren. Verder werkt [minderjarige] mee aan haar behandelingen en zij staat hiervoor open. De afgelopen periode is geprobeerd om toe te werken naar contactherstel tussen de moeder en [minderjarige] . Dit lijkt echter momenteel niet haalbaar, omdat de moeder onvoorspelbaar en onstabiel is in het contact. Daarnaast heeft [minderjarige] aangegeven voorlopig niet open te staan voor contact met haar moeder. De ondertoezichtstelling levert daarom geen bijdrage meer aan het contactherstel. [minderjarige] wil daarnaast graag dat de ondertoezichtstelling wordt afgesloten.
Bij een opheffing van de ondertoezichtstelling toetst de Raad of de ondertoezichtstelling kan worden opgeheven. Deze toetsing is niet tijdig voorafgaand aan de zitting ontvangen. De kinderrechter beslist toch tot beëindiging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] omdat het evident is dat er niet langer aan de gronden van een ondertoezichtstelling wordt voldaan. De kinderrechter heft de ondertoezichtstelling van [minderjarige] daarom op met ingang van 16 juli 2026.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
heft de ondertoezichtstelling van [minderjarige] op met ingang van 16 juli 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026 door mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. K.F.G. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 24 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.