Rechtbank Rotterdam
Team familie
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/705445 / FA RK 25-6411
Beschikking van 25 februari 2026 over verwijzing
in de zaak van:
[verzoekster] ,
hierna: verzoekster,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. E.P.J. Appelman te Alkmaar.
Als belanghebbende is aangemerkt:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,
hierna: de ambtenaar,
zetelend te ’s-Gravenhage.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 20 augustus 2025.
het bericht van de ambtenaar van 21 januari 2026;
het bericht met bijlage van verzoekster van 11 februari 2026.
2. De beoordeling
Gelet op de woonplaats van verzoekster is op grond van artikel 262 Rv niet de rechtbank Rotterdam maar de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, bevoegd kennis te nemen van het verzoek.
Op grond van artikel 270 Rv vindt verwijzing niet plaats als verzoeker en de opgeroepen belanghebbenden kenbaar maken dat zij geen verwijzing wensen.
Verzoekster wenst geen doorverwijzing. Voor zover toch een doorverwijzing volgt, wordt subsidiair verzocht de zaak door te verwijzen naar de rechtbank Den Haag op grond van artikel 263 Rv.
De ambtenaar is in de onderhavige zaak als belanghebbende aangemerkt. Dit is gelegen in het feit dat verzoekster in het buitenland is geboren. Om die reden zal bij het verzoek tot voornaamswijziging tevens tot inschrijving van een buitenlandse geboorteakte of tot vaststelling van de geboortegegevens moeten worden overgegaan. De ambtenaar heeft als plicht om vanuit het oogpunt van de Nederlandse openbare orde, te beoordelen of een buitenlandse akte voldoet aan de daaraan te stellen eisen, dan wel of dat de gestelde persoonsgegevens en omstandigheden voldoende betrouwbaar zijn. Overigens rust op de ambtenaar niet de verplichting om te stellen dat de ambtenaar een belang heeft, noch om aan te tonen welk belang dat is. Uit de wet volgt namelijk welke rechter bevoegd is om de zaak te behandelen en dat afwijking hiervan kan, mits verzoeker en alle belanghebbenden dat wensen.
De ambtenaar heeft aangegeven wel verwijzing naar de relatief bevoegde rechter te wensen.
Ook gaat de rechtbank voorbij aan het bezwaar van verzoekster dat de ambtenaar laat en niet binnen de verweertermijn heeft gereageerd. Voor dergelijke zaken geldt immers geen wettelijke verweertermijn en daarover is ook niets opgenomen in het procesreglement, omdat verweer kan worden gevoerd tot aan de, eventuele, mondelinge behandeling.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank op grond van artikel 270 lid 1 Rv de zaak in de stand waarin die zich nu bevindt, verwijzen naar de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle.
Over het subsidiaire verzoek om, voor zover toch een doorverwijzing volgt, te verwijzen naar de rechtbank Den Haag, is de rechtbank van oordeel dat artikel 263 Rv in deze zaak niet van toepassing is, maar het gestelde in artikel 262 Rv. Het voorliggende verzoek heeft immers geen betrekking op enkel een wijziging van de registers van de burgerlijke stand, maar primair op een voornaamswijziging. De rechtbank sluit daarmee aan bij het Landelijk Overleg Vakinhoud Familie- en Jeugdrecht (LOVF) dat op 16 maart 2018 heeft besloten de relatieve bevoegdheid bij verzoeken tot naamswijziging te beoordelen aan de hand van artikel 262 Rv. Dit betekent dat niet de rechter bevoegd wordt geacht binnen wiens rechtsgebied de geboorteakte van verzoek(st)er is ingeschreven, maar de rechter van de woonplaats van verzoek(st)er, dan wel van het werkelijk verblijf van verzoek(st)er.
3. De beslissing
De rechtbank:
verwijst de zaak in de stand waarin die zich nu bevindt naar de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Driel, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van S. Breeman, griffier, op 25 februari 2026.