ECLI:NL:RBROT:2026:10355

ECLI:NL:RBROT:2026:10355

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 23-07-2026
Datum publicatie 20-08-2026
Zaaknummer 12009485 CV EXPL 25-4982
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Dordrecht

Samenvatting

Er is geen sprake van een kredietovereenkomst: het zogeheten ‘buy now pay later’ dat Klarna hanteert is een vorm van kredietverstrekking. Klarna heeft zich na tussenvonnis uitgelaten over haar verdienmodel. Coeo heeft bij akte de daartoe relevante gegevens met betrekking tot het verdienmodel van Klarna en haar kostenstructuur over de jaren 2022 tot en met half 2025 in het geding gebracht en de kantonrechter daarbij verzocht deze gegevens niet te delen vanwege de concurrentie-gevoeligheid daarvan. De kantonrechter zal aan dit verzoek voldoen in die zin dat alleen de rechtbank kennis neemt van deze stukken. Coeo heeft toegelicht dat het verdienmodel van Klarna is gebaseerd op servicekosten die zij in rekening brengt bij aangesloten handelaren voor het faciliteren van transacties, rente en advertenties. Bij de consument worden pas aanmaningskosten (maximaal een bedrag van € 7,50) in rekening gebracht na het sturen van een kosteloze herinnering en een kosteloze aanmaning. Deze aanmaningskosten worden uitsluitend gebruikt om buitengerechtelijke kosten en afschrijvingen op krediet als gevolg van wanbetalingen te compenseren. Klarna maakt geen winst op deze aanmaningskosten, haar voornaamste bron van inkomsten bestaat uit de servicevergoedingen die zij dus in rekening brengt bij de handelaren. Dit alles onder verwijzing naar de Buy Now, Pay later-Gedragscode van 15 januari 2025 van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Coeo, niet zijnde een BNPL-aanbieder, heeft verder inzichtelijk gemaakt dat als de consument de vordering niet betaalt bij Klarna, deze de vordering op een gegeven moment, maar niet eerder dan 44 dagen na het verstrijken van de vervaltermijn van de factuur, cedeert aan een extern incassobureau zoals Coeo. Pas dan wordt door dit externe incassobedrijf aanspraak gemaakt op de volledige buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente. Klarna ontvangt deze kosten in principe niet, soms, afhankelijk van de afspraken met het incassobureau, ontvangt zij een bedrag van maximaal € 7,50. Naar oordeel van de kantonrechter heeft Coeo voldoende onderbouwd dat de bedongen rente en buitengerechtelijke incassokosten geen deel uitmaken van het verdienmodel van Klarna. Zij kan dan ook een geslaagd beroep doen op de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 BW. Dat betekent dat het in deze procedure gesloten krediet géén consumentenkredietovereenkomst is als bedoeld in titel 2A van boek 7 BW. Aan de consumentenbeschermende bepalingen van die titel hoeft dus niet te worden getoetst.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht

zaaknummer: 12009485 CV EXPL 25-4982

datum uitspraak: 23 juli 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Coeo Securitisation Limited,

vestigingsplaats: Dublin, Ierland,

eiseres,

gemachtigde: Rosmalen gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen blijven hierna ‘Coeo’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

2. De verder beoordeling

Wat is de kern?

[gedaagde] heeft op 16 juli 2023 online bij Ikea een matras gekocht voor een bedrag van

€ 300,64. [gedaagde] heeft voor de optie ‘achteraf betalen’ bij Klarna gekozen. Klarna heeft [gedaagde] een factuur gestuurd en haar vordering op hem later verkocht en gecedeerd aan Coeo. Omdat [gedaagde] de factuur niet heeft betaald, eist Coeo betaling van dit bedrag. Ook eist zij bijkomende rente en incassokosten ad € 45,10.

Er is geen sprake van een kredietovereenkomst

Het zogeheten ‘buy now pay later’ dat Klarna hanteert is een vorm van kredietverstrekking. Coeo is in het tussenvonnis in de gelegenheid gesteld te onderbouwen dat het door haar verleende krediet valt onder de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 BW en daarbij aan te tonen dat zij voldoet aan de regels om voor deze uitzondering in aanmerking te komen, meer concreet: zich uit te laten over het verdienmodel van Klarna. Coeo heeft bij akte de daartoe relevante gegevens met betrekking tot het verdienmodel van Klarna en haar kostenstructuur over de jaren 2022 tot en met half 2025 in het geding gebracht en de kantonrechter daarbij verzocht deze gegevens niet te delen vanwege de concurrentie-gevoeligheid daarvan. De kantonrechter zal aan dit verzoek voldoen in die zin dat alleen de rechtbank kennis neemt van deze stukken.

Coeo heeft toegelicht dat het verdienmodel van Klarna is gebaseerd op servicekosten die zij in rekening brengt bij aangesloten handelaren voor het faciliteren van transacties, rente en advertenties. Bij de consument worden pas aanmaningskosten (maximaal een bedrag van € 7,50) in rekening gebracht na het sturen van een kosteloze herinnering en een kosteloze aanmaning. Deze aanmaningskosten worden uitsluitend gebruikt om buitengerechtelijke kosten en afschrijvingen op krediet als gevolg van wanbetalingen te compenseren. Klarna maakt geen winst op deze aanmaningskosten, haar voornaamste bron van inkomsten bestaat uit de servicevergoedingen die zij dus in rekening brengt bij de handelaren. Dit alles onder verwijzing naar de Buy Now, Pay later-Gedragscode van 15 januari 2025 van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Coeo, niet zijnde een BNPL-aanbieder, heeft verder inzichtelijk gemaakt dat als de consument de vordering niet betaalt bij Klarna, deze de vordering op een gegeven moment, maar niet eerder dan 44 dagen na het verstrijken van de vervaltermijn van de factuur, cedeert aan een extern incassobureau zoals Coeo. Pas dan wordt door dit externe incassobedrijf aanspraak gemaakt op de volledige buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente. Klarna ontvangt deze kosten in principe niet, soms, afhankelijk van de afspraken met het incassobureau, ontvangt zij een bedrag van maximaal € 7,50.

Naar oordeel van de kantonrechter heeft Coeo voldoende onderbouwd dat de bedongen rente en buitengerechtelijke incassokosten geen deel uitmaken van het verdienmodel van Klarna. Zij kan dan ook een geslaagd beroep doen op de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 BW. Dat betekent dat het in deze procedure gesloten krediet géén consumentenkredietovereenkomst is als bedoeld in titel 2A van boek 7 BW. Aan de consumentenbeschermende bepalingen van die titel hoeft dus niet te worden getoetst.

In genoemd tussenvonnis is onder 2.5 al beoordeeld dat voldaan is aan de informatieverplichtingen van de artikelen 6:230m en 6:230v BW zodat er geen sancties volgen. Dat betekent dat [gedaagde] een bedrag van € 300,64 aan Coeo verschuldigd is.

De (verschenen) rente wordt toegewezen zoals in het dictum vermeld. Coeo heeft genoeg gesteld waaruit volgt deze rente moet worden betaald en [gedaagde] heeft dat niet betwist.

Oneerlijke bepalingen in de algemene voorwaarden

De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.

Overige kosten

De incassokosten van € 45,10 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die zij aan Coeo moet betalen op € 120,78 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 174,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 87,-) en € 43,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 473,28. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard omdat Coeo dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan Coeo te betalen € 391,50 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 300,64 vanaf 29 november 2025 tot de dag dat volledig is betaald;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Coeo worden begroot op

€ 473,28;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. R.R. Roukema en in het openbaar uitgesproken.

745

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand