RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11851707 CV EXPL 25-18621
datum uitspraak: 24 juli 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Billink Finance B.V.,
vestigingsplaats: Gouda,
eiseres,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Billink’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 13 augustus 2025, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen.
Op 14 juli 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [gedaagde] en haar partner. Namens Billink is niemand verschenen.
2. De kern van de zaak
Er is online een bestelling gedaan bij webwinkel [webwinkel] en daarbij is gekozen voor de optie om achteraf te betalen via Billink. Volgens Billink heeft [gedaagde] de bestelling gedaan en geleverd gekregen, maar de factuur van € 69,99 niet betaald. Zij eist daarom in deze procedure dat [gedaagde] dat alsnog doet, met rente en kosten. [gedaagde] is het daarmee niet eens. Volgens haar heeft zij niets besteld en ontvangen. De eis van Billink wordt afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
3. De beoordeling
Billink vordert nakoming van de betalingsverplichting die voortvloeit uit de tussen [webwinkel] en [gedaagde] gesloten koopovereenkomst. Billink stelt dat [gedaagde] een bestelling heeft gedaan bij [webwinkel] . [gedaagde] betwist dat zij de persoon is die de bestelling heeft gedaan. Zij heeft een andere voornaam dan op de factuur vermeld staat en het e-mailadres waarmee is gecorrespondeerd klopt niet. Het is aan Billink om te onderbouwen, en bij een gemotiveerde betwisting te bewijzen, dat tussen [webwinkel] en [gedaagde] een overeenkomst tot stand is gekomen. Gelet op de gemotiveerde betwisting van [gedaagde] had het op de weg van Billink gelegen om (aanvullende) stukken te overleggen waaruit blijkt dat het [gedaagde] is geweest die de bestelling heeft geplaatst, maar dat heeft Billink niet gedaan. Billink heeft zelfs expliciet gesteld dat er geen aanvullende bewijsstukken zijn en is ook niet op de zitting verschenen om haar vordering nader toe te lichten. Dat betekent dat niet kan worden vastgesteld dat er een overeenkomst met [gedaagde] tot stand is gekomen. De conclusie is daarom dat [gedaagde] de factuur niet hoeft te betalen.
Billink krijgt ongelijk. Zij moet daarom de kosten betalen die [gedaagde] heeft gemaakt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die Billink aan [gedaagde] moet betalen op € 100,- aan onkosten (artikel 238 lid 1 Rv). Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. Het bedrag van € 100,- bestaat uit € 50,- voor de rolzitting en € 50,- voor de mondelinge behandeling. [gedaagde] heeft op de mondelinge behandeling toegelicht dat zij kosten heeft gemaakt om bij deze zittingen aanwezig te zijn.
4. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt Billink in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 100,-.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken.
26975