RECHTBANK ROTTERDAM
Team Familie
Zaaknummer: C/10/714951 / FA RK 26-1246
Datum uitspraak: 22 juli 2026
Beschikking echtscheiding
in de zaak van
[naam 1] ,
hierna te noemen de vrouw,
wonend in [plaats 1] ,
advocaat mr. G.J. Schipper-de Bruijn uit Spijkenisse,
en
[naam 2] ,
hierna te noemen de man,
verblijvende te [land] , althans zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland of daarbuiten,
advocaat mr. G.J. Schipper-de Bruijn uit Spijkenisse.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt mee in de beoordeling:
het verzoekschrift van partijen, ontvangen op 13 februari 2026;
het bericht van partijen van 17 februari 2026.
De zaak is behandeld op 16 juni 2026.
Bij die gelegenheid zijn gehoord:
de man, bijgestaan door zijn advocaat;
de vrouw, bijgestaan door haar advocaat
de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
De rechtbank heeft de minderjarigen naar hun mening gevraagd. Zij hebben hun mening gegeven.
2. Vaststaande feiten
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [trouwdag] 2010 in [plaats 2] , [land] .
Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit. Partijen stellen dat zij ook burger van [land] zijn.
De minderjarige kinderen van partijen zijn:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] , [land] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] , [land] .
3. De beoordeling
De bevoegdheid van de rechtbank en het recht dat van toepassing is
De rechtbank is bevoegd te beslissen op de verzoeken van partijen en Nederlands recht is van toepassing.
Het ontbreken van het ouderschapsplan (ontvankelijkheid)
In de wet staat dat een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan moet bevatten dat beide partijen hebben ondertekend. In het ouderschapsplan staan de afspraken die partijen over hun kinderen hebben gemaakt. Deze afspraken moeten in ieder geval gaan over de manier waarop zij de zorg over hun kinderen zullen verdelen, hoe zij elkaar over hun kinderen zullen informeren en raadplegen en hoe zij de kosten van hun kinderen zullen delen.
Partijen hebben geen ouderschapsplan ingediend.
De rechtbank is van oordeel dat partijen ontvankelijk zijn in hun verzoek tot echtscheiding ondanks dat een ouderschapsplan ontbreekt. Dat wil zeggen dat de rechtbank het verzoek tot echtscheiding in behandeling neemt. Van partijen kan namelijk niet worden verwacht dat zij alsnog samen een ouderschapsplan maken.
Echtscheiding
De rechtbank spreekt de echtscheiding tussen partijen uit zoals verzocht, omdat partijen vinden dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat zij niet samen verder kunnen als echtgenoten.
Gezag
Partijen verzoeken het gezag te wijzigen, in die zin dat de vrouw voortaan alleen met het gezag over de kinderen is belast. Dat betekent dat zij dan alleen de beslissingen over de kinderen mag nemen. Partijen leggen aan hun verzoek het volgende ten grondslag.
De man zal niet in de nabije omgeving van de kinderen en de vrouw zijn, nu hij is teruggekeerd naar [land] . Daardoor zal de man geen onderdeel uitmaken van de directe opvoeding en verzorging van de kinderen. Door het gezag uitsluitend bij de vrouw te beleggen wordt rust en stabiliteit voor de kinderen gewaarborgd, wordt voorkomen dat noodzakelijke beslissingen worden vertraagd en kan adequaat worden ingespeeld op hun zorgbehoeften. De vrouw zal de man, voor zover mogelijk, blijven informeren en betrekken bij belangrijke ontwikkelingen in het leven van de kinderen. De man blijft betrokken bij de opvoeding en het welzijn van de kinderen, maar de formele beslissingsbevoegdheid ligt bij de vrouw.
De raad staat achter het verzoek.
De rechtbank wijst het verzoek toe, omdat wijziging van het gezag in het belang van de minderjarigen noodzakelijk wordt geacht. Onder deze omstandigheden is gezamenlijk gezag in het nadeel van de minderjarigen. De man is namelijk niet betrokken bij hen en verblijft bovendien fysiek op grote afstand.
De wijziging van het gezag vangt aan nadat de beschikking tot echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De gezagsbeslissing moet daarna in het gezagsregister worden aangetekend door de griffier. De rechtbank verzoekt daarom partijen een bewijs van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding toe te sturen aan de griffie van de rechtbank.
Hoofdverblijfplaats
Door toewijzing van het verzoek tot eenhoofdig gezag is de juridische grondslag voor het verzoek betreffende de hoofdverblijfplaats vervallen. Dit verzoek wordt daarom afgewezen.
Omgangsregeling
Partijen verzoeken vast te stellen dat er geen omgangsregeling zal worden vastgelegd. De man is vertrokken naar [land] , waardoor het vastleggen van een dergelijke regeling onuitvoerbaar zal zijn. De man is tezamen met de kinderen overeengekomen dat zij naar wens contact met de man zullen opnemen en andersom ook.
De rechtbank wijst het verzoek toe. Uit het verzoekschrift en de nadere toelichting op de mondelinge behandeling volgt niet dat het belang van de kinderen zich verzet tegen deze beslissing.
Huurrecht echtelijke woning ( [adres] )
Partijen verzoeken te bepalen dat de vrouw huurder van de echtelijke woning is. De rechtbank wijst het verzoek toe.
De rechtbank bepaalt dat de vrouw vanaf de datum van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand huurder is van de echtelijke woning.
Afwikkeling van het huwelijksvermogensregime
Partijen verzoeken te bepalen dat de huwelijksgemeenschap tussen partijen reeds in onderling overleg werd gescheiden en gedeeld en partijen over en weer niets meer van elkaar te vorderen hebben.
De rechtbank wijst dit verzoek toe.
Uitvoerbaar bij voorraad
Partijen verzoeken de rechtbank de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat deze blijft gelden, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De rechtbank wijst het verzoek toe, behalve voor de echtscheiding en het huurrecht.
De echtscheiding en het huurrecht kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand en het huurrecht pas ingaat bij die inschrijving.
Proceskosten
Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.
4. De beslissing
De rechtbank:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [trouwdag] 2010 in [plaats 2] , [land] ;
bepaalt dat de vrouw alleen het gezag uitoefent over de kinderen vanaf de dag dat de beschikking tot echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;
verzoekt partijen een bewijs van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand toe te sturen aan de griffie van de rechtbank, waarna aantekening wordt gemaakt van de wijziging van het gezag in het gezagsregister;
stelt vast dat er tussen de man en de kinderen geen omgangsregeling zal worden vastgelegd;
bepaalt dat de vrouw huurder is van de woning aan het adres [adres] vanaf de datum van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand;
stelt vast dat de huwelijksgemeenschap tussen partijen reeds in onderling overleg
werd gescheiden en gedeeld en dat partijen over en weer niets meer van elkaar te
vorderen hebben;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad, behalve over de echtscheiding en het huurrecht;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.J. Huizenga, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van M.H. van Leeuwen, griffier op 22 juli 2026.
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.