RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/720927 / JE RK 26-1101
Datum uitspraak: 22 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3] ,
geboren op [geboortedatum 3] 2019 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 3] ,
[minderjarige 4] ,
geboren op [geboortedatum 4] 2022 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [minderjarige 4] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 4 juni 2026, ontvangen op diezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger] .
Aangezien de ouders de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, maar wel de taal Urdu, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van H.C. Khanna, tolk in de taal Urdu. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geen mening gegeven.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] .
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] wonen bij hun moeder.
Bij beschikking van 25 juli 2025 zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] onder toezicht gesteld tot 25 juli 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht dit als volgt toe. De GI heeft nog zorgen over de ontwikkeling van de kinderen. De strafzitting van de vader stond gepland op 10 juni 2026 en er is geen duidelijkheid over wat de uitspraak is geweest. Er is geprobeerd om met de reclassering van de vader contact te krijgen over het inzetten van hulpverlening maar dit is nog niet gelukt. De zorgen rondom de dynamiek in de thuissituatie zijn nog steeds aanwezig. Hoewel hulpverlening vanuit Coachpoint is ingezet voor de kinderen en dit goed verloopt, is de hulpverlening voor het huiselijk geweld niet van de grond gekomen. De moeder heeft meermaals de afspraken van SPAM en Enver afgezegd. De ouders bagatelliseren de zorgen en het lukt hen niet om te praten over het geweld dat heeft plaatsgevonden. De ouders dienen open te staan voor de hulpverlening en te praten over wat er heeft plaatsgevonden om voor de toekomst een veilige thuissituatie te bieden aan de kinderen. De moeder heeft het zwaar met de opvoeding van de vier kinderen en heeft hierbij hulp en ondersteuning nodig. Mede vanwege deze zorgen en de onduidelijkheid rondom de strafzitting van de vader is het van belang dat de GI regie blijft voeren.
4. De standpunten
De moeder brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. Zij is tevreden met de hulpverlening vanuit Coachpoint en ziet dat dit de kinderen ook helpt. De rest van de hulpverlening is niet van de grond gekomen omdat dit haar te veel werd. De moeder had meerdere afspraken in de week en vond het erg druk. De moeder heeft de wens herenigd te worden met de vader en dat hij weer thuis komt wonen. Indien dat nog niet mogelijk is, vraagt de moeder of kan worden onderzocht of zij wel telefonisch contact kan hebben met de vader.
De vader brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. De vader is veroordeeld maar heeft hoger beroep ingesteld. Er is nog wel een contactverbod. De vader heeft één keer per maand begeleid bezoek met de kinderen en dit verloopt goed. Hij wenst ook zo snel mogelijk herenigd te worden met zijn gezin.
5. De beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] nog ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De kinderen hebben ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt en zijn zowel getuige als slachtoffer geweest van huiselijk geweld. Ook is er sprake geweest van kindermishandeling. De strafzitting hierover is geweest, maar er is geen duidelijkheid over de uitkomst. Het is van belang dat de advocaat van de vader hierover contact opneemt met de GI om deze duidelijkheid te verschaffen. Indien dit te lang duurt, moet de GI hierin zelf actie ondernemen.
Het is positief dat de hulpverlening vanuit Coachpoint is gestart, maar er zijn nog steeds grote zorgen over de dynamiek tussen de ouders. De ouders spreken beiden de wens uit om als gezin herenigd te worden, maar gebleken is, ook tijdens de zitting, dat de ouders niet in staat zijn om te erkennen dat er sprake is geweest van huiselijk geweld, zowel naar de moeder als naar de kinderen toe. Ook is de hulpverlening vanuit SPAM en Enver niet van de grond gekomen, omdat de motivatie en/of de draagkracht bij de ouders ontbreekt. Hieruit blijkt dat er door de ouders nog onvoldoende stappen zijn gezet om de zorgen rondom de veiligheid van de kinderen in de thuissituatie weg te nemen.
Ter zitting is gebleken dat er waarschijnlijk nog steeds een contactverbod geldt. De kinderen hebben één keer per maand begeleid contact met de vader. De komende periode is het van belang dat de GI regie gaat voeren over de in te zetten hulpverlening en onderzoekt of de omgang tussen de vader en de kinderen kan worden uitgebreid. Beide ouders en de kinderen geven aan behoefte te hebben aan meer contacten tussen de vader en de kinderen.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] verlengen voor de duur van een jaar.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] tot 25 juli 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van E.G.H. Kerr als griffier, en op schrift gesteld op 6 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.