RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/721914 / JE RK 26-1238
Datum uitspraak: 22 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2023 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedatum 2] 2026 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de ouders] ,
hierna te noemen: de ouders, wonende in [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 22 juni 2026, ontvangen op diezelfde datum;
de geboorteakte van [minderjarige 1] , ontvangen op 7 juli 2026;
de geboorteakte van [minderjarige 2] , ontvangen op 7 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
de ouders;
een vertegenwoordiger van de Raad, [vertegenwoordiger 1] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger 2] .
Aangezien de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Turkse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van N. Icin, tolk in de Turkse taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun ouders.
3. Het verzoek
De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De Raad handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht dit als volgt toe. Er bestaan grote zorgen om de veiligheid van de kinderen, vanwege de signalen van mogelijk partnergeweld. Er zijn meerdere politiemeldingen en meldingen vanuit het ziekenhuis geweest en het is onduidelijk in hoeverre de kinderen hieraan zijn blootgesteld. Daarnaast zijn er zorgen over het middelengebruik en de psychische gesteldheid van de vader. De vader ontkent de zorgen die worden vermeld in het raadsrapport. De huisarts heeft aangegeven dat de vader is doorverwezen naar Antes, waar hij na een intakegesprek niet meer bereikbaar was voor verdere afspraken. Hierdoor is verdere behandeling niet van de grond gekomen. De ouders ontkennen de zorgen en vertellen tegenstrijdige verhalen, waardoor er veel onduidelijkheid bestaat over de thuissituatie. Er zijn op dit moment geen concrete zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , maar een ondertoezichtstelling is nodig om zicht te krijgen op de thuissituatie en passende hulpverlening in te zetten.
4. De standpunten
De GI brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. In het raadsrapport staan zorgen beschreven, maar de GI twijfelt of een ondertoezichtstelling noodzakelijk is om deze zorgen weg te nemen. Er is in het vrijwillig kader al hulpverlening betrokken vanuit Mevis en dat verloopt goed. Ook staan de ouders op de wachtlijst voor relatietherapie bij de Waag. De vader is eerder op eigen initiatief naar Turkije gegaan om hulp te zoeken. Dit laat zien dat de ouders welwillend zijn om hulp te zoeken. Verder gaat het met de kinderen goed en worden er geen zorgen gezien in hun ontwikkeling. De ouders hebben sinds kort een eigen horeca zaak en zijn hard aan het werk. Zij verdienen een kans om de hulpverlening door te zetten in het vrijwillig kader. Indien een ondertoezichtstelling noodzakelijk wordt geacht, wordt verzocht deze voor zes maanden uit te spreken en de rest aan te houden om de ouders de ruimte te geven.
De ouders brengen tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. Zij hebben meermaals geprobeerd contact te krijgen met het wijkteam, maar vanwege miscommunicatie tussen de verschillende organisaties is dit niet gelukt. Zo had het wijkteam verkeerde gegevens van de moeder en werden de ouders niet teruggebeld. In het raadsrapport staan verschillende onwaarheden over het middelengebruik van de vader. Er is geen sprake van een verslaving, maar medicatiegebruik op voorschrift van de dokter voor de gewrichten en de botten. Eerder heeft de vader de huisarts gesproken om informatie op te vragen over een behandeling, maar dit was geen aanvraag om deze daadwerkelijk te starten nu dit niet nodig is. Verder hebben de ouders alle vragen naar eerlijkheid beantwoord. Sinds mei is hulpverlening vanuit Mevis betrokken. Er is wekelijks contact en dit verloopt positief. Ook staan de ouders op de wachtlijst voor relatietherapie van de Waag en kan dit naar verwachting over drie maanden starten. De ouders verwachten een derde kindje en staan open voor alle hulpverlening en begeleiding.
5. De beoordeling
De kinderrechter kan – samengevat – een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat er zorgelijke signalen zijn over de thuissituatie. Deze zorgen richten zich op de relatie tussen de ouders, waarin signalen waren van mogelijk partnergeweld van de vader richting de moeder. Ook bestaat er onduidelijkheid over het middelengebruik en de psychische gesteldheid van de vader. De ouders verwachten hun derde kindje en starten een eigen onderneming, wat veel van hen zal vragen. Echter, er zijn geen concrete zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Daarnaast is er hulpverlening betrokken vanuit Mevis en accepteren de ouders dit. Ook staan zij op de wachtlijst bij de Waag. Zij hebben ter zitting toegezegd aan de begeleiding van de Waag mee te zullen gaan werken. Dit alles afwegend, komt de kinderrechter tot het oordeel dat niet aan de vereisten voor een ondertoezichtstelling wordt voldaan. Het verzoek van de Raad zal daarom worden afgewezen.
De kinderrechter merkt daarbij op dat van beide ouders wordt verwacht dat zij aan de hulpverlening van Mevis en de Waag zullen (blijven) meewerken, totdat deze instanties de begeleiding niet meer nodig vinden.
6. De beslissing
De kinderrechter wijst het verzoek af.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: