RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/721892 / JE RK 26-1232
Datum uitspraak: 22 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Dordrecht,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 22 juni 2026, ontvangen op diezelfde datum;
het bericht van de moeder van 6 juli 2026, ontvangen op diezelfde datum;
het gezinsplan van de GI van 16 juli 2026, ontvangen op diezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 juli 2026. Daarbij was een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger] , aanwezig.
De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder juist zijn opgeroepen.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft laten weten dat zij niet naar het gesprek met de kinderrechter zal komen.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft bij een Kamertrainingscentrum (KTC) van [zorginstelling] .
Bij beschikking van 29 juli 2025 is [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 29 juli 2026.
Bij beschikking van 20 januari 2026 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 29 juli 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot haar meerderjarigheid, te weten tot 25 maart 2027, en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De standpunten
De GI handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. De GI stelt vast dat er enkel een verzoek tot een verlenging van de ondertoezichtstelling is ingediend, en geen verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. Dit is een vergissing aangezien [minderjarige] bij het KTC woont. Er zal zo snel mogelijk een aanvullend verzoek worden ingediend. [minderjarige] verblijft sinds januari 2026 bij het KTC en zit daar op haar plek. Zij heeft een bijbaan en zij heeft zich aangemeld om in september te starten met een opleiding. [minderjarige] geeft aan op dit moment niet verder te willen gaan met therapie. Zij wil zich eerst richten op haar school en werk. [zorginstelling] blijft haar wel stimuleren om behandeling te starten indien [minderjarige] hier ruimte voor ervaart. De GI heeft nauwelijks contact met de moeder, maar [minderjarige] gaat regelmatig naar huis en dit verloopt goed. Ook probeert [minderjarige] contact te zoeken met haar vader maar het lukt niet om met hem in contact te komen.
De moeder heeft schriftelijk laten weten dat zij niet naar de zitting zal komen. Zij vindt dat zij buiten spel wordt gezet. De moeder vindt het verdrietig dat zij geen intensief contact met [minderjarige] heeft en amper zicht heeft op haar dagelijkse activiteiten. De moeder vindt het goed dat [minderjarige] een baantje heeft en weer een opleiding wil volgen. De moeder vindt dat er binnen de ondertoezichtstelling te weinig gebeurt.
5. De beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [minderjarige] meer rust en stabiliteit ervaart sinds haar verblijf bij het KTC. [minderjarige] laat vooruitgang zien in haar ontwikkeling. Zij heeft een bijbaantje en toont motivatie om te beginnen aan een nieuwe opleiding. [minderjarige] mag hier trots op zijn. Ook worden er vanuit de gedragswetenschapper geen bijzonderheden gemeld. Ondanks deze positieve ontwikkeling, heeft [minderjarige] sturing en toezicht nodig om deze stappen duurzaam voort te zetten. [minderjarige] woont niet thuis, heeft geen contact met de vader en wel regelmatig contact met de moeder. Gezien haar naderende meerderjarigheid, dient de GI nog de regie te voeren over de passende vervolgstappen richting verdere zelfstandigheid van [minderjarige] . Ondanks dat [minderjarige] aangeeft geen traumabehandeling te willen volgen, dient de GI te blijven monitoren of en hoe passende hulpverlening kan worden ingezet.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] daarom tot haar meerderjarigheid, te weten tot 25 maart 2027.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Nu [minderjarige] niet thuis woont, dient de GI een verzoek in te dienen om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te verkrijgen. De GI heeft ter zitting toegezegd daarvoor spoedig te zullen zorg dragen.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 25 maart 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van E.G.H. Kerr als griffier, en op schrift gesteld op 5 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.