ECLI:NL:RBROT:2026:10437

ECLI:NL:RBROT:2026:10437

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 22-07-2026
Datum publicatie 22-08-2026
Zaaknummer C/10/723001 / JE RK 26-1366
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Verlenging machtiging netwerk-uithuisplaatsing binnen periode voorlopige ondertoezichtstelling.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/723001 / JE RK 26-1366

Datum uitspraak: 22 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,

gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de ouders] ,

hierna te noemen de ouders, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. N. Roos, kantoorhoudende in Rotterdam.

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd in Rotterdam.

1. Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de (spoed)beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 11 juli 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de ouders met hun advocaat;

- een vertegenwoordiger van de Raad, [vertegenwoordiger 1] ;

- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger 2] .

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover, voorafgaand aan de zitting, een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De moeder is belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij de ouders. Zij verblijft op dit moment bij de oma van moederskant (hierna: de oma).

[minderjarige] is bij spoedbeschikking van 11 juli 2026 voorlopig onder toezicht gesteld tot 11 oktober 2026. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij die beschikking ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de oma, verleend tot 8 augustus 2026. De beslissing op het overig verzochte is aangehouden.

3. Het (aangehouden) verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] binnen het netwerk, bij de oma, te verlenen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Op een gedeelte van het verzoek is al beslist. Hierop moeten de belanghebbenden nog worden gehoord. Er moet daarnaast nog een beslissing worden genomen over het restant van het verzoek, te weten de uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de periode tot

11 oktober 2026.

4. De standpunten

Het standpunt van de Raad

De Raad heeft ter zitting het (resterende deel van) het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. Er zijn ernstige zorgen over het gedrag van [minderjarige] en over de spanningsvolle relatie tussen [minderjarige] en de ouders. Vanwege recente gebeurtenissen staan de ouders niet langer achter een verblijf van [minderjarige] bij de oma en haar partner. [minderjarige] vindt rust bij de oma en zij heeft een vertrouwensband met haar opgebouwd. De Raad geeft daarom de voorkeur aan een voortzetting van de netwerkplaatsing bij de oma. In de komende periode zal nader onderzoek en een uitgebreidere screening plaatsvinden.

Het standpunt van de GI

De GI staat achter het verzoek van de Raad. De betrokkenen hebben verschillende visies op de recente gebeurtenissen. De problemen in de relatie tussen [minderjarige] en haar ouders bestaan al langer. [minderjarige] zit klem. De eis van de ouders dat zij binnen blijft en geen gebruik mag maken van haar telefoon is een onhoudbare situatie voor een meisje van 15 jaar. De moeder heeft, vanuit haar eigen verleden zorgen over de plaatsing bij de oma. Het is invoelbaar dat de ouders het een ingewikkelde situatie vinden, maar [minderjarige] moet leren omgaan met vrijheden.

Ook heeft de GI er begrip voor dat [minderjarige] behoefte heeft aan meer duidelijkheid. Hoe lastig ook, [minderjarige] moet deze crisissituatie doorstaan. In een latere fase zal er meer duidelijkheid komen. De GI heeft aan de moeder gevraagd om spullen voor [minderjarige] mee te nemen. De moeder heeft hieraan gehoor gegeven.

In de komende periode gaat iHub een (nadere) pleegzorgscreening uitvoeren van de plek bij oma. Daarbij wordt onderzocht of de oma en haar partner geschikt zijn als pleegouders. Als de uitkomst positief is, zet men pleegzorgbegeleiding en opvoedondersteuning voor oma in. Pas op een later moment kan ondersteuning voor het familiesysteem, met inzet op contactherstel, worden ingezet. Het is belangrijk dat [minderjarige] begeleiding krijgt van een coach.

Het standpunt van de ouders

Door en namens de ouders is naar voren gebracht dat de ouders zich kunnen verenigen met de voorlopige ondertoezichtstelling.

De ouders kunnen instemmen met een machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige] , maar zij staan niet achter een plaatsing bij de oma. De voorkeur van de ouders is plaatsing op een neutrale plek, bijvoorbeeld op een groep die is toegerust om met de problematiek van [minderjarige] om te gaan. De advocaat heeft verzocht om de duur van de machtiging te bekorten en het overig verzochte (opnieuw) aan te houden tot een zitting in september 2026, zodat men in de tussenliggende periode nader onderzoek en intensievere screening van de netwerkplek kan uitvoeren.

De ouders willen het liefst dat [minderjarige] thuis verblijft, maar zij beseffen dat een thuisplaatsing op dit moment niet haalbaar is. Een netwerkplaatsing heeft in de regel de voorkeur maar dan moet het een goede plek zijn. De ouders hebben, ook vanwege de eigen ervaringen van de moeder, ernstige zorgen omdat de oma geen regels hanteert. Zo bracht de oma in de lespauze vapes bij [minderjarige] en [minderjarige] mocht (tegen de afspraken in) haar telefoon gebruiken. Ook gaan er (recente) filmpjes van [minderjarige] rond op social media, waarop seksueel grensoverschrijdende beelden en drugs zijn te zien. De ouders kregen te horen dat [minderjarige] op [locatie] is gezien met een meerderjarige jongen. Achteraf bleek dat [minderjarige] daar mogelijk met een vriendin liep (en niet met een man), maar het is zorgelijk dat de oma haar naar buiten heeft laten gaan, terwijl was afgesproken dat dit niet mocht. Daarnaast maken de ouders zich zorgen over een mogelijk contactherstel. Zij vrezen dat [minderjarige] in een loyaliteitsconflict belandt.

5. De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er al langere tijd zorgen zijn over het gedrag van de vijftienjarige [minderjarige] en de relatie tussen haar en de ouders. [minderjarige] vertoont wegloopgedrag, waarbij zij zich in risicovolle situaties lijkt te begeven. Ook gaan er filmpjes van haar rond op social media met seksueel grensoverschrijdende beelden. Omdat de relatie met de moeder verslechterde, was [minderjarige] eerder met veiligheidsafspraken bij de oma geplaatst. Vanwege een zorgelijk bericht ( [minderjarige] zou gezien zijn met een meerderjarige jongen) gingen de ouders op 10 juli 2026 [minderjarige] bij de oma ophalen. Er ontstond een ruzie tussen de ouders en de oma, waarna de situatie escaleerde. Op 11 juli 2026 heeft de kinderrechter een spoedbeslissing verleend, waarbij [minderjarige] voorlopig onder toezicht is gesteld tot 11 oktober 2026 en een spoedmachtiging uithuisplaatsing van [minderjarige] is verleend tot 8 augustus 2026.

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de spoedbeslissing van 11 juli 2026 gehandhaafd dient te blijven.

Gezien de zorgen om [minderjarige] acht de kinderrechter het noodzakelijk dat [minderjarige] op een plek verblijft waar zij zich veilig voelt en waar er zicht is op haar. De kinderrechter vindt het begrijpelijk dat de ouders de huidige situatie lastig vinden, gezien de ervaringen van de moeder met de oma in het verleden. Hoewel er nog veel onduidelijk is, is de voortzetting van de netwerkplaatsing bij de oma naar het oordeel van de kinderrechter op dit moment de meest passende mogelijkheid om voor [minderjarige] meer rust te creëren. De huidige verblijfplek sluit naar verwachting het meeste aan bij de behoeften van [minderjarige] . Zo kan [minderjarige] verblijven bij voor haar vertrouwde personen met wie zij al een band heeft.

In de komende periode zal de Raad verder onderzoek doen en vindt een netwerkscreening plaats van de plek bij de oma. Dit heeft tijd nodig. Er behoort meer zicht te komen op het netwerk en de onderlinge relaties, waarbij onderzocht moet worden welke hulpverlening en opvoedplek (voor de langere termijn) het meest passend zijn voor [minderjarige] . De GI dient aandacht te besteden aan de zorgen die de ouders hebben over de verblijfplek bij de oma. Ook dient er aandacht te zijn voor het contact tussen [minderjarige] en haar ouders en met haar broertje en zusjes.

Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de plaatsing van [minderjarige] bij de oma moet worden voortgezet. Daarom zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de oma verlengen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, dus tot 11 oktober 2026.

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat,

6. De beslissing

De kinderrechter:

houdt de spoedbeslissing van 11 juli 2026 in stand;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de oma van moederskant, tot 11 oktober 2026;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026 door

mr. A.A.J de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van M.A. den Hartog als griffier, en op schrift gesteld op 5 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand