ECLI:NL:RBROT:2026:10463

ECLI:NL:RBROT:2026:10463

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 24-07-2026
Datum publicatie 24-08-2026
Zaaknummer C/10/722344 / JE RK 26-1279
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/722344 / JE RK 26-1279

Datum uitspraak: 24 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,

gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] ,geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. V.K.S. Deetman, kantoorhoudende in Dordrecht.

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. M.M.J. Bos, kantoorhoudende in Dordrecht.

De kinderrechter merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen: de GI.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 29 juni 2026, door de rechtbank ontvangen op 30 juni 2026;

het e-mailbericht met bijlage, inhoudende een verweerschrift namens de vader, van mr. M.M.J. Bos van 21 juli 2026;

het bericht met bijlage, inhoudende een verweerschrift namens de moeder, van mr. V.K.S. Deetman van 21 juli 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

de moeder, bijgestaan door haar advocaat, die via een telefonische verbinding aan de zitting heeft deelgenomen;

de vader met zijn waarnemend advocaat, mr. J.J. van Hoorn;

een vertegenwoordiger van de Raad, [vertegenwoordiger 1] ;

een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger 2] .

De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de opa moederszijde en de oma vaderszijde. Ook is bijzondere toegang verleend aan de ambulant GGZ-begeleiders van de moeder, [begeleider 1] en [begeleider 2] .

2. De feiten

De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij de moeder.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van negen maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.3.2. De Raad handhaaft op de zitting het verzoek. Er zijn al langere tijd zorgen over [minderjarige] . [minderjarige] heeft vanwege zijn problematiek een bovengemiddelde opvoedbehoefte. De moeder kan hem door haar persoonlijke problematiek onvoldoende structuur en begrenzing bieden. De vader is meer betrokken geraakt, maar heeft nog weinig opvoedervaring. Ook zijn de mogelijkheden van het netwerk onvoldoende duidelijk. De Raad ziet dat [minderjarige] sinds de start van de dagbehandeling bij Enver vooruitgaat. Deze ontwikkeling is echter nog pril. [minderjarige] heeft een neutrale en stabiele plek nodig waar hij kan worden onderzocht en begeleid.

4. De standpunten

De GI ondersteunt het verzoek tot ondertoezichtstelling. Regie is nodig om passende hulp voor [minderjarige] en de ouders in te zetten. Een uithuisplaatsing is nu te vroeg. De dagbehandeling is pas kort geleden gestart en [minderjarige] ontwikkelt zich positief. Ook zijn de mogelijkheden van hulp in de thuissituatie, de vader en het netwerk nog onvoldoende onderzocht. De GI wil zo nodig een tweesporenbeleid voeren waarbij aan de ene kant hulpverlening in de thuissituatie wordt ingezet en aan de andere kant gezocht wordt naar een passend pleeggezin waarin [minderjarige] met zijn (nog ongeboren) halfzusje zou kunnen verblijven als het thuis niet langer gaat.

Door en namens de moeder wordt ingestemd met een ondertoezichtstelling. Wel wordt nader verweer gevoerd tegen een uithuisplaatsing. [minderjarige] ontwikkelt zich sinds de start bij Enver positief. Hij praat meer en kan beter aangeven wat hij wil. Ook is hij bijna zindelijk. De moeder werkt mee aan de hulpverlening en staat open voor verdere ondersteuning. Ook kan het netwerk ondersteuning bieden.

Door en namens de vader wordt ingestemd met een ondertoezichtstelling. Wel wordt nader verweer gevoerd tegen een uithuisplaatsing. De mogelijkheden van de vader en die van zijn netwerk zijn onvoldoende onderzocht. De vader wil een grotere rol spelen in de verzorging en opvoeding van [minderjarige] en heeft zijn werk daarop aangepast. Ook moet de positieve ontwikkeling van [minderjarige] bij Enver worden voortgezet.

5. De beoordeling

De ondertoezichtstelling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

Uit de overgelegde stukken en de zitting blijkt dat [minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. [minderjarige] is bijna vier jaar oud en woont bij de moeder. Hij heeft in zijn jonge leven veel onrust en wisselingen meegemaakt. Er zijn onder meer zorgen over zijn gedrag, sociaal-emotionele ontwikkeling, spraak en eetpatroon. De moeder heeft een autismespectrumstoornis (ASS) en een eetstoornis. Daarnaast heeft de moeder moeite met structuur en het stellen van grenzen. Zij raakt snel overprikkeld. De komst van een tweede kind kan haar belastbaarheid verder onder druk zetten, ook gelet op het feit dat het nog ongeboren kind van een andere vader is.

[minderjarige] volgt sinds 22 juni 2026 dagbehandeling bij Enver. Daar laat hij in een korte periode vooruitgang zien. De moeder werkt goed mee aan deze hulp. De positieve ontwikkeling is echter nog pril. [minderjarige] heeft meer ondersteuning en sturing nodig dan een gemiddeld kind van zijn leeftijd. Het is nog onduidelijk wat de oorzaak is van zijn problematiek en welke hulp hij op langere termijn nodig heeft. Ook is nog onduidelijk welke ondersteuning [minderjarige] nodig heeft bij de start op de basisschool. Hoewel de moeder hulpverlening accepteert, zowel voor [minderjarige] als voor zichzelf, en zich ook open en leerbaar opstelt, overstijgt de combinatie van problematiek op dit moment het vrijwillig kader. De ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] kan in het vrijwillig kader onvoldoende worden weggenomen. De vader is meer betrokken geraakt, maar zijn rol in de dagelijkse verzorging is nog beperkt. Er moet nog onderzocht worden welke zorg hij structureel kan bieden en hoe het netwerk kan worden ingezet. De betrokkenheid van de GI is daarom nodig. De komende periode moet de GI de regie voeren, de hulp op elkaar afstemmen en passende opvoedondersteuning inzetten. Ook moet duidelijk worden wat [minderjarige] nodig heeft, welke rol de vader kan vervullen en hoe het netwerk de moeder kan ontlasten.

De kinderrechter zal [minderjarige] onder toezicht stellen van de GI voor de duur van een jaar.

De machtiging tot uithuisplaatsing

De kinderrechter vindt een machtiging tot uithuisplaatsing op dit moment niet noodzakelijk. [minderjarige] laat nu juist een positieve ontwikkeling zien. De dagbehandeling is pas kort geleden gestart en de moeder werkt mee aan de hulp. Ook staat de moeder open voor aanvullende hulpverlening, bijvoorbeeld intensieve opvoedondersteuning. Deze hulp moet eerst de kans krijgen. Ook zijn nog niet alle minder ingrijpende mogelijkheden onderzocht. De vader wil meer zorgtaken op zich nemen. De beide ouders willen samen ouderbegeleiding volgen. Daarnaast is er een betrokken netwerk dat dicht bij [minderjarige] woont en ondersteuning kan bieden. Een plaatsing in een pleeggezin is daarom nu een stap te ver. Niet is gebleken dat de zorgen alleen kunnen worden weggenomen door [minderjarige] buiten het gezin te plaatsen. Eerst moet worden onderzocht of zijn ontwikkeling met de huidige hulp, aanvullende opvoedondersteuning en inzet van de vader en het netwerk voldoende kan worden beschermd.

De kinderrechter zal daarom het verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing afwijzen.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 24 juli 2026 tot 24 juli 2027;

wijst het resterende deel van het verzoek af;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2026 door mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter, in aanwezigheid van A.L.I. Janssens als griffier, en op schrift gesteld op 31 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand