Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
weigering tussentijdse beëindiging en wijziging termijn
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 2 april 2026
Bij vonnis van deze rechtbank van 20 november 2024 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenares] ,
[straatnaam]
[postcode] [woonplaats] ,
schuldenares,
bewindvoerder: J.M. Hoogland.
1. De procedure
De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 15 december 2025 met dit verzoek ingestemd.
De bewindvoerder heeft op 20 februari 2026 de laatste stand van zaken aan de rechtbank toegezonden.
De bewindvoerder en schuldenares zijn gehoord op de zitting van 5 maart 2026.
De rechtbank heeft schuldenares in de gelegenheid gesteld om de ontbrekende informatie, waaronder sollicitatiebewijzen, alsnog bij de bewindvoerder aan te leveren. De bewindvoerder heeft op 24 maart 2026 de rechtbank daarover geïnformeerd.
De uitspraak is bepaald op 2 april 2026.
2. De standpunten
Voor de standpunten van de rechter-commissaris, de bewindvoerder en schuldenares verwijst de rechtbank naar de desbetreffende gedingstukken en het verhandelde ter zitting.
3. De beoordeling
De rechtbank stelt vast dat schuldenares tekortgeschoten is in de nakoming van de informatieplicht en de sollicitatieplicht.
De bewindvoerder heeft in haar bericht van 24 maart 2026 verklaard dat schuldenares nog niet alle informatie heeft aangeleverd. De huurspecificatie per juli 2024, de bankafschriften van de beheerrekening van augustus 2024 tot en met januari 2026 en de specificaties van de kinderopvangkosten van 2024, 2025 en 2026 ontbreken nog. Op de zitting is met schuldenares gesproken over beschermingsbewind en dat de rechtbank haar daarbij kan helpen. Schuldenares heeft daarover verklaard dat beschermingsbewind thans (nog) niet nodig is en dat zij de bewindvoerder vanaf nu naar behoren zal informeren.
Daarnaast heeft de bewindvoerder verklaard dat schuldenares slechts een deel (24 van de 48) van de ontbrekende sollicitatiebewijzen heeft aangeleverd. Thans ontbreken nog vierentwintig sollicitatiebewijzen. Schuldenares heeft daardoor zes maanden niet voldaan aan de sollicitatieplicht. Schuldenares heeft ter zitting verklaard dat zij een bewogen jaar achter de rug heeft en dat zij daarom niet voldoende heeft gesolliciteerd. Inmiddels heeft zij hulp gezocht en heeft zij toegezegd dat zij vanaf nu vier keer per maand zal solliciteren totdat zij een fulltime baan heeft gevonden.
Omdat schuldenares alsnog de helft (24 van de 48) van de ontbrekende sollicitatiebewijzen heeft aangeleverd en verbetering heeft beloofd, adviseert de bewindvoerder de rechtbank om de schuldsaneringsregeling niet tussentijds te beëindigen, maar te verlengen met zes maanden.
Schuldenares heeft met een verlenging van de schuldsaneringsregeling ingestemd.
Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen. In plaats daarvan stelt de rechtbank schuldenares in de gelegenheid om de tekortkoming in de nakoming van, met name, de sollicitatieplicht te compenseren. De rechtbank zal daarom de termijn van de schuldsaneringsregeling verlengen met zes maanden. Alle uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen zullen ook tijdens de verlenging onverkort van kracht zijn.
Door de rechtbank wordt aan schuldenares thans een laatste kans geboden om de schuldsaneringsregeling tot een goed einde te brengen. Alle uit de regeling voortvloeiende verplichtingen moeten in het vervolg door schuldenares stipt worden nagekomen, om een (tussentijdse) beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei te voorkomen.
Benadrukt wordt verder dat op grond van de wet (artikel 295 Faillissementswet) ook vermogensbestanddelen die schuldenares tijdens de verlenging verkrijgt in de boedel vallen.
4. De beslissing
De rechtbank:
- weigert de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen;
- wijzigt de termijn van de schuldsaneringsregeling, in die zin dat deze twee jaar en vijf maanden bedraagt en daarmee eindigt op 20 april 2027;
- bepaalt dat ook gedurende de verlenging alle uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen onverkort van kracht blijven.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van
mr. C. Hulsegge, griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2026.