ECLI:NL:RBROT:2026:10481

ECLI:NL:RBROT:2026:10481

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 02-04-2026
Datum publicatie 24-08-2026
Zaaknummer FT RK 24/862
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De rechtbank weigert de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen. In plaats daarvan stelt zij schuldenares in de gelegenheid om de tekortkoming in de sollicitatieverplichting te compenseren en verlengt zij de regeling met zes maanden. Schuldenares heeft met deze verlenging ingestemd.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

weigering tussentijdse beëindiging en wijziging termijn

insolventienummer: [nummer]

uitspraakdatum: 2 april 2026

Bij vonnis van deze rechtbank van 20 november 2024 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:

[schuldenares] ,

[straatnaam]

[postcode] [woonplaats] ,

schuldenares,

bewindvoerder: J.M. Hoogland.

1. De procedure

De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 15 december 2025 met dit verzoek ingestemd.

De bewindvoerder heeft op 20 februari 2026 de laatste stand van zaken aan de rechtbank toegezonden.

De bewindvoerder en schuldenares zijn gehoord op de zitting van 5 maart 2026.

De rechtbank heeft schuldenares in de gelegenheid gesteld om de ontbrekende informatie, waaronder sollicitatiebewijzen, alsnog bij de bewindvoerder aan te leveren. De bewindvoerder heeft op 24 maart 2026 de rechtbank daarover geïnformeerd.

De uitspraak is bepaald op 2 april 2026.

2. De standpunten

Voor de standpunten van de rechter-commissaris, de bewindvoerder en schuldenares verwijst de rechtbank naar de desbetreffende gedingstukken en het verhandelde ter zitting.

3. De beoordeling

De rechtbank stelt vast dat schuldenares tekortgeschoten is in de nakoming van de informatieplicht en de sollicitatieplicht.

De bewindvoerder heeft in haar bericht van 24 maart 2026 verklaard dat schuldenares nog niet alle informatie heeft aangeleverd. De huurspecificatie per juli 2024, de bankafschriften van de beheerrekening van augustus 2024 tot en met januari 2026 en de specificaties van de kinderopvangkosten van 2024, 2025 en 2026 ontbreken nog. Op de zitting is met schuldenares gesproken over beschermingsbewind en dat de rechtbank haar daarbij kan helpen. Schuldenares heeft daarover verklaard dat beschermingsbewind thans (nog) niet nodig is en dat zij de bewindvoerder vanaf nu naar behoren zal informeren.

Daarnaast heeft de bewindvoerder verklaard dat schuldenares slechts een deel (24 van de 48) van de ontbrekende sollicitatiebewijzen heeft aangeleverd. Thans ontbreken nog vierentwintig sollicitatiebewijzen. Schuldenares heeft daardoor zes maanden niet voldaan aan de sollicitatieplicht. Schuldenares heeft ter zitting verklaard dat zij een bewogen jaar achter de rug heeft en dat zij daarom niet voldoende heeft gesolliciteerd. Inmiddels heeft zij hulp gezocht en heeft zij toegezegd dat zij vanaf nu vier keer per maand zal solliciteren totdat zij een fulltime baan heeft gevonden.

Omdat schuldenares alsnog de helft (24 van de 48) van de ontbrekende sollicitatiebewijzen heeft aangeleverd en verbetering heeft beloofd, adviseert de bewindvoerder de rechtbank om de schuldsaneringsregeling niet tussentijds te beëindigen, maar te verlengen met zes maanden.

Schuldenares heeft met een verlenging van de schuldsaneringsregeling ingestemd.

Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen. In plaats daarvan stelt de rechtbank schuldenares in de gelegenheid om de tekortkoming in de nakoming van, met name, de sollicitatieplicht te compenseren. De rechtbank zal daarom de termijn van de schuldsaneringsregeling verlengen met zes maanden. Alle uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen zullen ook tijdens de verlenging onverkort van kracht zijn.

Door de rechtbank wordt aan schuldenares thans een laatste kans geboden om de schuldsaneringsregeling tot een goed einde te brengen. Alle uit de regeling voortvloeiende verplichtingen moeten in het vervolg door schuldenares stipt worden nagekomen, om een (tussentijdse) beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei te voorkomen.

Benadrukt wordt verder dat op grond van de wet (artikel 295 Faillissementswet) ook vermogensbestanddelen die schuldenares tijdens de verlenging verkrijgt in de boedel vallen.

4. De beslissing

De rechtbank:

- weigert de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen;

- wijzigt de termijn van de schuldsaneringsregeling, in die zin dat deze twee jaar en vijf maanden bedraagt en daarmee eindigt op 20 april 2027;

- bepaalt dat ook gedurende de verlenging alle uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen onverkort van kracht blijven.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van

mr. C. Hulsegge, griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Aukema

Griffier

  • mr. C. Hulsegge

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand