RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12121781 CV EXPL 26-5938
datum uitspraak: 21 augustus 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
Nederlands Slaapcentrum B.V.,
vestigingsplaats: Vlierden, gemeente Deurne,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: [persoon A] .
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘Slaapcentrum’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 26 februari 2026, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen;
de repliek;
de dupliek.
2. De beoordeling
Wat is de kern?
[eiseres] heeft online een boxspring gekocht bij Slaapcentrum. Volgens haar ging het om een exemplaar met opbergruimte. Er is uiteindelijk een boxspring zonder opbergruimte geleverd. Volgens [eiseres] is dus niet geleverd wat ze heeft gekocht. Ze heeft daarom de koopovereenkomst ontbonden. Ze eist dat de kantonrechter Slaapcentrum veroordeelt om het aankoopbedrag van € 574,99 terug te betalen, met rente. Slaapcentrum is het daar niet mee eens. Zij stelt dat [eiseres] een boxspring zonder opbergruimte heeft gekocht en dat dus is geleverd wat ze heeft gekocht.
[eiseres] heeft een boxspring zonder opbergruimte gekocht
[eiseres] stelt dus dat ze een boxspring met opbergruimte heeft gekocht. Ze heeft dat onderbouwd met een screenshot van de website van Slaapcentrum, met daarop het bed dat zij wilde. De kantonrechter oordeelt dat [eiseres] het screenshot niet als argument kan gebruiken. Het gaat namelijk om een algemeen screenshot van het aanbod van Slaapcentrum en dus niet om een bestelpagina, een orderbevestiging of iets dergelijks. [eiseres] kan van allerlei producten op de website een screenshot maken, maar dat is nog geen bewijs dat zij dat product heeft gekocht.
Slaapcentrum heeft betwist dat [eiseres] een boxspring met opbergruimte heeft gekocht. Ze heeft als onderbouwing daarvan een orderbevestiging met bestelnummer [bestelnummer] bij het antwoord gedaan. In die orderbevestiging staat dat [eiseres] een ‘Boxspring Eefje Leather Look’ heeft gekocht. Slaapcentrum en [eiseres] zijn het erover eens dat de Eefje Leather Look geen opbergruimte heeft.
Slaapcentrum heeft daarnaast een mailtje van [eiseres] bij het antwoord gedaan. Daarin schrijft [eiseres] : “Goedemorgen ik heb de bevestiging ontvangen ik heb een foutje gemaakt daarom heb ik contact gehad met u het bed moet beige zijn en het moet gemonteerd worden ze ging het gelijk veranderen [bestelnummer] ordernummer kan ik hier een bevestiging van krijgen alvast bedankt.” [eiseres] heeft in de repliek niet betwist dat zij die mail heeft gestuurd. Zij heeft in reactie op de betwisting van Slaapcentrum ook niet verder onderbouwd waarom zij toch een boxspring met opbergruimte heeft gekocht. De kantonrechter oordeelt dat door de combinatie van de orderbevestiging en het mailtje vaststaat dat [eiseres] in eerste instantie de boxspring ‘Eefje Leather Look’ zonder opbergruimte heeft gekocht.
[eiseres] heeft later dus de mail gestuurd, met de melding dat ze de Eefje Beige wilde. De kantonrechter begrijpt uit de screenshots dat die boxspring zowel met als zonder opbergruimte bestaat, waarbij de versie met opbergruimte duurder is dan die zonder. De kantonrechter oordeelt dat Slaapcentrum ervan uit mocht gaan dat [eiseres] een versie zonder opbergruimte wilde (artikel 3:35 BW). De Leather Look had namelijk ook geen opbergruimte en [eiseres] heeft niet geschreven dat zij dit ook wilde aanpassen. Ze heeft ook niet gesteld dat ze dit heeft meegedeeld in het telefoongesprek dat volgens het mailtje heeft plaatsgevonden.
Slaapcentrum is akkoord gegaan met deze aanpassing van de koopovereenkomst. De conclusie is dat de kantonrechter oordeelt dat [eiseres] een boxspring zonder opbergruimte heeft gekocht (artikel 6:217 BW). Slaapcentrum heeft dus het goede bed geleverd. [eiseres] had dus niet het recht om de overeenkomst om die reden te ontbinden (artikel 6:265 BW). Dat betekent dat de eis van [eiseres] wordt afgewezen.
[eiseres] wordt veroordeeld in de proceskosten
De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [eiseres] aan Slaapcentrum moet betalen op € 0,-, omdat Slaapcentrum geen professioneel gemachtigde heeft ingeschakeld.
3. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de eis af;
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van Slaapcentrum worden begroot op € 0,-.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
33394