Rechtbank Rotterdam
Verschoningskamer
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/724942 / HA RK 26-819
Beslissing van 19 augustus 2026
op het verzoek van
mr. P. de Bruin,
rechter in de rechtbank Rotterdam,
hierna: de rechter,
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak van
ABN AMRO BANK N.V.,
vestigingsplaats: Amsterdam,
verzoekster,
advocaat: mr. E.E.W. Danen,
waarbij belanghebbenden zijn
1. [belanghebbende 1],
2. [belanghebbende 2],
woonplaats: Rotterdam,
advocaat: mr. S.N. Peijnenburg,
3. [belanghebbende 3],
4. [belanghebbende 4],
5. [belanghebbende 5],
6. ÉÉN OF MEER [ANDERE] [- AL DAN NIET ZAKELIJKE -] (ONDER)HUURDERS,
7. EENIEDER, VOOR ZOVER GEEN HURDER ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3:264 LID 4 EN 8 BW, DIE ZICH BEVINDT IN HET PAND,
woonplaats: Rotterdam.
1. Het procesverloop en de processtukken
Aan de rechter is toebedeeld de zaak van verzoekster en de hiervoor genoemde belanghebbenden met zaaknummer C/10/724301 / KG RK 26-902 (de hoofdzaak).
Op 14 augustus 2026 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.
Aan de verschoningskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hoofdzaak.
2. Het verzoek
Als onderbouwing van het verschoningsverzoek heeft de rechter het volgende aangevoerd. De rechter heeft begrepen dat mr. Peijnenburg zich namens gerekestreerde(n) heeft gesteld. Zij en de rechter geven samen cursus en kennen elkaar ook in het kader van de Groene Serie rechtsvordering. Daardoor kan de schijn van partijdigheid ontstaan die wat de rechter betreft moet worden voorkomen. De rechter acht het dan ook wenselijk om zich te verschonen.
3. De beoordeling
Verschoning is een middel om de onpartijdigheid van de rechter te verzekeren. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter tegenover een partij een vooringenomenheid koestert of dat de bij deze partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter – subjectief – niet onpartijdig is.
Vervolgens moet worden beoordeeld of de aangevoerde omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden – objectief – gerechtvaardigd is.
De omstandigheden die de rechter heeft aangevoerd, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gezien zelf een verzoek in te dienen om zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de hoofdzaak, levert naar het oordeel van de verschoningskamer op zichzelf een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor in 3.3. bedoeld op.
Het verschoningsverzoek wordt om deze reden toegewezen.
4. De beslissing
De verschoningskamer:
wijst het verschoningsverzoek van mr. P. de Bruin in de civielrechtelijke procedure met zaaknummer C/10/724301 / KG RK 26-902 toe.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.P.M. Jurgens, voorzitter, mr. A. Buizer en mr. A.M.H. Geerars, rechters en door de voorzitter en de griffier, mr. R.W.H. van Rijkom, ondertekend op 19 augustus 2026.
de griffier de voorzitter