RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/722705 / KG ZA 26-697
Vonnis in kort geding van 19 augustus 2026
in de zaak van
[eiseres] ,
wonend in [woonplaats 1] ,
eiseres,
advocaat: mr. G.J. Schipper-de Bruijn te Spijkenisse,
tegen
1. [gedaagde 1] ,
2. [gedaagde 2],
beiden wonend in [woonplaats 2] ,
gedaagden,
advocaat: mr. F.S. Jansen te Bleiswijk.
Partijen worden hierna afzonderlijk [eiseres] , [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 juli 2026;
- de 10 producties van [eiseres] ;
- de 5 producties van gedaagden;- de mondelinge behandeling op 5 augustus 2026;- de pleitaantekeningen van gedaagden.
2. De feiten
Gedaagden zijn de broers van [eiseres] .
Op 18 november 2025 heeft [eiseres] bij de politie aangifte gedaan van ‘eenvoudige mishandeling’ door [gedaagde 2] en haar moeder op diezelfde dag.
Op 20 november 2025 heeft [eiseres] bij de politie aangifte gedaan van ‘belediging’ van haar en haar man door [gedaagde 2] op diezelfde dag.
Op 28 november 2025 heeft de man van [eiseres] bij de politie aangifte gedaan van ‘eenvoudige mishandeling’ door [gedaagde 1] op 22 augustus 2025.
3. Het geschil
[eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
a. gedaagden te verbieden [eiseres] en/of leden van haar gezin schriftelijk of telefonisch te benaderen;
gedaagden te verbieden [eiseres] en/of leden van haar gezin persoonlijk te benaderen;
gedaagden te verbieden zich op te houden in de onmiddellijke nabijheid van de navolgende gebieden:
De wijken [wijk 1] & [wijk 2] ( [plaats 1] ), richting [wijk 3] t/m de
Speeltuin [naam speeltuin]
de woning van [eiseres] en haar man, gelegen aan [adres 1] in [plaats 1] alsmede de rondom liggende straten;
de school van de dochter van [eiseres] , [naam school] aan [adres 2] in [plaats 1] en de rondom liggende straten;
[naam cultureel centrum] (voor taalactiviteiten en kinderactiviteiten), [adres 3] in [plaats 1] ;
Zwembad voor zwemlessen [naam zwembad] op zaterdagen, [adres 4] in [plaats 1] ;
Bibliotheek, [adres 5] in [plaats 1] ;
CJG, [adres 6] in [plaats 1] ;
Huisarts/psycholoog/POG-Jeugd, [naam medisch centrum] , [adres 7] in [plaats 1] ;
Metrostation [naam metrostation] , [adres 8] in [plaats 1] ;
Markt (op de donderdagen), [adres 9] in [plaats 1] ;
Buurtsupermarkt [naam buurtsupermarkt] , [adres 10] in [plaats 1] ;
Vaste winkels zijn alle in Winkelcentrum [naam winkelcentrum] , o.a.:
- Dirk: [adres 11] in [plaats 1] ;
- [naam winkel] : [adres 12] in [plaats 1] ;
- Kruidvat: [adres 13] in [plaats 1] ;
Vaste speeltuinen:
- Stadsboerderij [naam boerderij] : [adres 14] in [plaats 1] ;
- Speeltuin [naam speeltuin] : [adres 15] in [plaats 1] ;
de taalschool van [eiseres] en haar man:
[naam taalschool] , [adres 16] in [plaats 2] ( [locatie] );
d. gedaagden te veroordelen in het kader van een dwangsom aan [eiseres] te betalen een
bedrag ad € 500,00 voor iedere overtreding van de onder sub a, b en c aangegeven
verboden;
e. [eiseres] machtiging te verlenen om bij overtreding van de onder sub b en c gegeven
verboden gedaagden te doen verwijderen met behulp van de sterke arm van politie en
justitie;
f. gedaagden te veroordelen in de kosten van dit geding.
Gedaagden concluderen primair tot afwijzing van de vorderingen en subsidiair tot enkel de toewijzing van het gevorderde contactverbod, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.
4. De beoordeling
De voorzieningenrechter stelt voorop dat een straatverbod een ingrijpende maatregel is die inbreuk maakt op het recht op persoonlijke vrijheid, waaronder begrepen het recht dat iedereen heeft om zich vrij te verplaatsen. Een straat- en contactverbod kan alleen worden toegewezen als sprake is van ernstig onrechtmatig handelen en van concreet gevaar voor herhaling daarvan. Het is daarbij aan [eiseres] om dat gevaar voor herhaling aannemelijk te maken. De voorzieningenrechter moet vervolgens alle relevante omstandigheden van het geval in aanmerking nemen en de betrokken belangen van partijen afwegen om te beoordelen of dat verbod, zoals gevorderd, kan worden gerechtvaardigd.
[eiseres] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat zij en haar gezin door gedaagden en haar moeder in de gaten worden gehouden en bedreigd. Ook hebben gedaagden fysiek geweld gebruikt tegen haar en haar man, zelfs in het bijzijn van haar minderjarige kinderen. De vrouw en haar gezin voelen zich daardoor niet veilig en leiden een geïsoleerd leven. Zij durven hun woning nauwelijks te verlaten. De oudste dochter durft niet meer naar school te gaan. [eiseres] wenst met het opleggen van een straat- en contactverbod rust en veiligheid voor haar gezin te waarborgen. De kans op herhaling is realistisch aanwezig, aldus [eiseres] .
Gedaagden hebben de gestelde mishandeling en bedreiging betwist. Zij voeren aan dat [eiseres] en haar man degenen zijn die de discussie en de confrontatie opzoeken. Zo heeft [eiseres] bij de gemeente onterechte meldingen gedaan over woon- en uitkeringsfraude door gedaagden en/of hun moeder en heeft zij verschillende familieleden op structurele wijze telefonisch lastiggevallen. Het opleggen van een straat- en contactverbod is niet nodig en niet proportioneel. Gedaagden hebben de zorg voor hun moeder die in [plaats 1] woont, en moeten daarom regelmatig in dat gebied zijn, ook om hun moeder te begeleiden naar diverse hulpverleners, aldus gedaagden.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de moeder van [eiseres] in deze procedure geen partij is, zodat aan de stellingen van [eiseres] met betrekking tot haar moeder wordt voorbij gegaan.
Geoordeeld wordt dat [eiseres] de gestelde onrechtmatige handelwijze van gedaagden onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Daarbij speelt mee dat gedaagden de door [eiseres] overgelegde producties gemotiveerd hebben weersproken en dat [eiseres] daarop haar stellingen niet nader heeft onderbouwd.
De aangiftes van mishandeling en belediging van [eiseres] en/of haar man door gedaagden (producties 1 t/m 3 van [eiseres] ) zijn eenzijdige verklaringen van [eiseres] of haar man, waarvan gedaagden de inhoud gemotiveerd hebben weersproken. Gesteld noch gebleken is dat de aangiftes hebben geleid tot strafrechtelijke vervolging. In het verslag van [eiseres] (haar productie 7, pagina 4, 3e gedachtestreep) is te lezen dat de politie heeft besloten het onderzoek stop te zetten bij gebrek aan bewijs. [eiseres] stelt beeldmateriaal te hebben van de incidenten, maar heeft dat niet in de procedure overgelegd. In elk geval hadden foto’s en/of afdrukken van stills in het geding kunnen worden gebracht.
[eiseres] heeft als producties 4 en 5 medische verslagen van [medisch centrum] overgelegd. Het betreft een verslag met betrekking tot [eiseres] toen zij op 22 november 2025 op de spoedpost werd behandeld en een verslag met betrekking tot haar man toen hij op 23 augustus 2025 op de spoedpost werd behandeld. De in die verslagen omschreven toedracht van de verwondingen – als reden van komst is vermeld: mishandeling – is gebaseerd op het eenzijdige verhaal van [eiseres] en haar man. Aan de inhoud daarvan kunnen daarom geen conclusies worden verbonden. Daar komt bij dat uit die verslagen niet zonder meer blijkt dat sprake was van ernstig letsel van [eiseres] en haar man.
Als productie 6 heeft [eiseres] , zoals zij stelt, een verslag van schoolmaatschappelijk werk (hierna: SMW) over haar oudste dochter overgelegd. Gedaagden hebben daartegen aangevoerd dat de herkomst van het verslag onduidelijk is en zij plaatsen vraagtekens bij de betrouwbaarheid ervan. Wat daar ook van zij, de inhoud van het verslag is onvoldoende om steun te geven aan de stellingen van [eiseres] . De voorzieningenrechter begrijpt uit het verslag dat de dochter van [eiseres] met angsten rondloopt en voor de behandeling daarvan is doorverwezen naar SMW. In het verslag wordt melding gemaakt van “angsten vanwege de trauma”, maar is verder niet omschreven wat het trauma inhoudt. Daarmee is een verband met het gestelde conflict met gedaagden niet gelegd.
Daar komt bij dat de aangiftes dateren van eind 2025. [eiseres] heeft niet concreet gesteld dat daarna nog andere incidenten met gedaagden hebben plaatsgevonden. Zij heeft ook niet op andere wijze aannemelijk gemaakt dat op dit moment een concreet risico bestaat op herhaling van (de gestelde) onrechtmatige gedragingen, zodat haar vrees voor nieuwe confrontaties onvoldoende concreet is.
Het voorgaande leidt tot het oordeel dat er onvoldoende grond is voor het opleggen van het gevorderde contact- en/of straatverbod. De vorderingen worden op alle onderdelen afgewezen.
Gelet op de familierelatie tussen partijen, worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter:
wijst de vorderingen van [eiseres] af;
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026.
2091 / 1694