Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 83-072228-22
Datum uitspraak: 20 juli 2026
Datum zitting: 6 juli 2026
Verstek
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats] ,
BRP adres niet-ingezetene: [adres] [land] .
Advocaat van de verdachte: mr. J.P.A. van Schaik
Officier van justitie: mr. M.A. van Rijswijk
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor het feitelijke leidinggeven aan het opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting van [bedrijf 1] B.V. (hierna [bedrijf 1] ) en [bedrijf 2] B.V. (hierna [bedrijf 2] ) en het opmaken van valse verkoopfacturen op naam van deze rechtspersonen om de fiscale fraude voor de Belastingdienst te verhullen.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - belastingfraude en valsheid in geschrift heeft gepleegd.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten 1 tot en met 4.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat
1.
[bedrijf 1] B.V. in de periode van 31 augustus 2019 tot en met 2 juli 2020, in Nederland,
opzettelijk bij de belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
te weten aangiften voor de omzetbelasting ten name van
[bedrijf 1] B.V. over:
- de maand augustus van het jaar 2019
- de maand september van het jaar 2019
- de maand oktober van het jaar 2019
- de maand november van het jaar 2019
- de maand december van het jaar 2019
- de maand januari van het jaar 2020
- de maand februari van het jaar 2020
- de maand maart van het jaar 2020
- de maand april van het jaar 2020
- de maand mei van het jaar 2020
- de maand juni van het jaar 2020
onjuist heeft gedaan, door telkens in de ingediende aangifte een onjuist bedrag aan verschuldigde omzetbelasting en voor aftrek in aanmerking komende omzetbelasting
op te geven, terwijl die feiten (telkens) ertoe strekten dat te weinig belasting wordt geheven;
aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;
2.
Hij in de periode 17 juni 2020 tot en met 12 oktober 2020, in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten
- een verkoopfactuur van [bedrijf 1] B.V. gericht aan [persoon A] met
factuurdatum 04-10-2019
- een verkoopfactuur van [bedrijf 1] B.V. gericht aan [persoon A] met
factuurdatum 30-12-2019
- een verkoopfactuur van [bedrijf 1] B.V. gericht aan [persoon A] met
factuurdatum 20-01-2020
- een verkoopfactuur van [bedrijf 1] B.V. gericht aan [persoon A] met
factuurdatum 06-03-2020
- een verkoopfactuur van [bedrijf 1] B.V. gericht aan [persoon A] met
factuurdatum 10-03-2020
valselijk heeft opgemaakt door telkens op voornoemde facturen bestellingen te beschrijven die in werkelijkheid niet hebben plaatsgevonden met het oogmerk om als echt en onvervalst door anderen te doen gebruiken;
3.
[bedrijf 2] B.V. in de periode van 5 maart 2020 tot en met 8 november 2020, in Nederland, opzettelijk bij de belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 2] B.V. over:
- de maand december van het jaar 2019
- kwartaal januari t/m maart van het jaar 2020
- de maand april van het jaar 2020
- de maand mei van het jaar 2020
- de maand juni van het jaar 2020
- de maand juli van het jaar 2020
- de maand augustus van het jaar 2020
- de maand september van het jaar 2020
onjuist heeft gedaan, door telkens in de ingediende aangifte een onjuist bedrag aan verschuldigde omzetbelasting en voor aftrek in aanmerking komende omzetbelasting
op te geven terwijl die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting wordt geheven;
aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;
4.
Hij in de periode 11 december 2019 tot en met 8 november 2020, in Nederland, geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten
- een verkoopfactuur van [bedrijf 2] B.V. gericht aan [bedrijf 3] met factuurdatum 17-06-2020
- een verkoopfactuur van [bedrijf 2] B.V. gericht aan [bedrijf 4] met factuurdatum 27-06-2020
- een verkoopfactuur van [bedrijf 2] B.V. gericht aan [bedrijf 5] met factuurdatum 16-12-2019
- een verkoopfactuur van [bedrijf 2] B.V. gericht aan [bedrijf 5] met factuurdatum 23-12-2020
valselijk heeft opgemaakt door op voornoemde facturen bestellingen te beschrijven die in werkelijkheid niet hebben plaatsgevonden met het oogmerk om als echt en onvervalst door anderen te doen gebruiken.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
1.
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl dat feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de bovenomschreven verboden gedraging, meermalen gepleegd;
2.
medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
3.
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl dat feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de bovenomschreven verboden gedraging, meermalen gepleegd;
4.
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straffen
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de vier feiten worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achttien maanden met aftrek van voorarrest. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn die de verdachte niet te verwijten valt, moet van die gevangenisstraf twee maanden voorwaardelijk worden opgelegd.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft feitelijk leiding gegeven aan twee bedrijven die zich presenteerden als handelsondernemingen in pallets. Die handel stelde in werkelijkheid vrijwel niets voor, terwijl in de aangiften omzetbelasting een miljoenenomzet werd opgenomen. Er werden hoge inkopen opgegeven die in werkelijkheid niet waren gedaan. De btw over die inkopen werd als voorbelasting op de belastingheffing in aftrek gebracht. Tegenover de verzonnen inkopen, werden verzonnen verkopen gesteld aan ondernemers in andere EU-landen, waarover geen BTW afgedragen hoeft te worden. Zodoende hadden de bedrijven van de verdachte bij de maandelijkse aangiften recht op een belastingteruggave.
In het geval van [bedrijf 1] werd een bedrag van € 570.663,00 teruggevraagd, waarvan de Belastingdienst € 442.827,00 heeft uitbetaald. In het geval van [bedrijf 2] ging het om een verzochte teruggave van € 223.104,00 waarvan de Belastingdienst € 76.881,00 heeft uitbetaald. De Belastingdienst heeft dus een bedrag van in totaal € 519.708,00 op de zakelijke bankrekeningen van de bedrijven van verdachte overgemaakt. Van de zakelijke bankrekening werden bedragen contant opgenomen of overgeboekt naar de privérekening van verdachte en zijn handlangers. Daarnaast heeft hij valse facturen opgemaakt om de belastingfraude af te dekken, in geval van [bedrijf 1] deed hij dat samen met iemand anders.
De verdachte heeft de samenleving benadeeld. Hij heeft zich kennelijk uitsluitend laten leiden door financieel gewin. Daarbij heeft hij misbruik gemaakt van het door de Belastingdienst gehanteerde systeem, dat erop berust dat steeds op de juistheid van de gedane aangiften moet kunnen worden vertrouwd. Door valse facturen te maken heeft de verdachte het vertrouwen ondermijnd dat in het maatschappelijk verkeer moet kunnen worden gesteld in de echtheid van dergelijke geschriften.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 11 mei 2026 blijkt dat de verdachte eerder op 15 november 2022 door het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch onherroepelijk is voor vermogensdelicten.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte is niet verschenen op de zitting om over zijn persoonlijke omstandigheden te vertellen. Om gezondheidsredenen is de behandeling van de zaak in november 2025 aangehouden. Er is niets bekend over de huidige toestand van de verdachte.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 11 juli 2022, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van achtenveertig maanden verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden en de vertraging niet aan de verdachte is toe te rekenen, is de redelijke termijn overschreden. Dit heeft gevolgen voor de op te leggen straf en moet leiden tot strafvermindering.
Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten dient een gevangenisstraf te worden opgelegd. Het opleggen van een ander soort straf is vanuit preventief en punitief oogpunt niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. De hoogte van het benadelingsbedrag speelt een grote rol bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf.
Een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden is daarom passend. Omdat de redelijke termijn is overschreden zal daarop twee maanden gevangenisstraf in mindering worden gebracht. Dat betekent dat de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden zal opleggen.
5. In beslag genomen voorwerpen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de valse facturen, nummers 2 t/m 32 op de beslaglijst verbeurd worden verklaard. Daarnaast vordert de officier van justitie dat de MacBook Air van het merk Apple (nummer 1 op de beslaglijst) en de administratie nummers 33 t/m 61 op de beslaglijst worden teruggegeven aan de verdachte.
Oordeel van de rechtbank
Verbeurdverklaring
Als bijkomende straf voor de feiten 2 en 4 worden de in beslag genomen facturen, nummers 2 tot en met 32 op de beslaglijst, verbeurd verklaard. De strafbare feiten zijn met betrekking tot deze facturen gepleegd en ze zijn van de verdachte.
Teruggave
De rechtbank beslist tot de teruggave van de in beslag genomen MacBook Air van het merk Apple onder nummer 1 en de administratie onder de nummers 32 tot en met 61 op de beslaglijst aan de verdachte onder wie deze voorwerpen in beslag zijn genomen.
6. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen zijn gebaseerd op de artikelen 33, 33a, 47, 51, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
7. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van zestien (16) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd voor de feiten 2 en 4: de voorwerpen onder de nummers 2 t/m 32 op de beslaglijst;
- beveelt de teruggave van de voorwerpen onder de nummers 1 en 33 t/m 61 op de beslaglijst aan de verdachte.
8. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.J. de Veld, voorzitter,
en mrs. D.C.J. Peeck en R.P.W. van de Meerakker, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R. van Puffelen, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 20 juli 2026.
Mr. Van de Meerakker is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I
1.
[bedrijf 1] B.V.
op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 augustus 2019 tot en
met 2 juli 2020,
in Waalwijk, Rotterdam, Capelle aan den IJssel, Gouda, Kaatsheuvel en/of
Apeldoorn, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen,
(telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in
de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
te weten een (of meer) (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van
[bedrijf 1] B.V. over:
- de maand augustus van het jaar 2019 (DOC-036-02)
- de maand september van het jaar 2019 (DOC-036-03)
- de maand oktober van het jaar 2019 (DOC-036-04)
- de maand november van het jaar 2019 (DOC-036-05)
- de maand december van het jaar 2019 (DOC-036-06)
- de maand januari van het jaar 2020 (DOC-036-07)
- de maand februari van het jaar 2020 (DOC-036-08)
- de maand maart van het jaar 2020 (DOC-036-09)
- de maand april van het jaar 2020 (DOC-036-10)
- de maand mei van het jaar 2020 (DOC-036-11)
- de maand juni van het jaar 2020 (DOC-036-12)
(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft/hebben
doen/laten doen, door (telkens) op/in het/de ingeleverde/ingediende aangifte(n)
een onjuist bedrag aan verschuldigde omzetbelasting / voor aftrek in aanmerking
komende omzetbelasting
Op te geven en/of te doen/laten opgeven,
terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting wordt
geheven;
tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens)
opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en)
verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;
artikel 51 Wetboek van Strafrecht
(art 68 lid 1 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen, art 69 lid 2 Algemene
wet inzake rijksbelastingen)
2.
Hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 17 juni 2020 tot en met 12
oktober 2020,
In Waalwijk, Rotterdam en of Gouda, in elk geval in Nederland,
Tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen,
Meermalen, althans eenmaal
(telkens) een of meerdere geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs
van enig feit te dienen, te weten
- een verkoopfactuur van [bedrijf 1] B.V. gericht aan [persoon A] met
factuurdatum 04-10-2019 (DOC-076-01)
- een verkoopfactuur van [bedrijf 1] B.V. gericht aan [persoon A] met
factuurdatum 30-12-2019 (DOC-076-15)
- een verkoopfactuur van [bedrijf 1] B.V. gericht aan [persoon A] met
factuurdatum 20-01-2020 (DOC-076-21)
- een verkoopfactuur van [bedrijf 1] B.V. gericht aan [persoon A] met
factuurdatum 06-03-2020 (DOC-076-29)
- een verkoopfactuur van [bedrijf 1] B.V. gericht aan [persoon A] met
factuurdatum 10-03-2020 (DOC-076-30)
- een verkoopfactuur van [bedrijf 1] B.V. gericht aan [bedrijf 6] met
factuurdatum 24-06-2020 (DOC-089-01, 3 van 7)
Valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst door
(telkens) op voornoemde facturen bestellingen te beschrijven die in werkelijkheid
niet heeft/hebben plaatsgevonden
Met het oogmerk om als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen
gebruiken;
(art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
3.
[bedrijf 2] B.V.
op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 maart 2020 tot en met 8
november 2020,
in Waalwijk, Rotterdam, Gouda, Kaatsheuvel en/of Apeldoorn, in elk geval in
Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen,
(telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in
de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
te weten een (of meer) (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van
[bedrijf 2] B.V. over:
- de maand december van het jaar 2019 (G-002-01)
- kwartaal januari t/m maart van het jaar 2020 (DOC-038-02)
- de maand april van het jaar 2020 (DOC-004-01)
- de maand mei van het jaar 2020 (DOC-038-03)
- de maand juni van het jaar 2020 (DOC-038-04)
- de maand juli van het jaar 2020 (DOC-038-05)
- de maand augustus van het jaar 2020 (DOC-038-06)
- de maand september van het jaar 2020 (DOC-038-07)
(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft/hebben
doen/laten doen, door (telkens) op/in het/de ingeleverde/ingediende aangifte(n)
een onjuist bedrag aan verschuldigde omzetbelasting / voor aftrek in aanmerking
komende omzetbelasting
Op te geven en/of te doen/laten opgeven,
terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting wordt
geheven;
tot het (mede)plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte
(telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden
gedraging(en) verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;
Artikel 51 Wetboek van Strafrecht
(art 68 lid 1 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen, art 69 lid 2 Algemene
wet inzake rijksbelastingen)
4.
Hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 11 december 2019 tot en
met 8 november 2020,
In Waalwijk, Rotterdam en of Gouda, in elk geval in Nederland,
Tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen,
Meermalen, althans eenmaal
(telkens) een of meerdere geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs
van enig feit te dienen, te weten
- een verkoopfactuur van [bedrijf 2] B.V. gericht aan [bedrijf 3]
met factuurdatum 17-06-2020 (DOC-014-01 pag. 3)
- een verkoopfactuur van [bedrijf 2] B.V. gericht aan [bedrijf 4] met factuurdatum
27-06-2020 (DOC-014-01 pag. 24)
- een verkoopfactuur van [bedrijf 2] B.V. gericht aan [bedrijf 5]
met factuurdatum 16-12-2019 (DOC-014-01 pag. 99)
- een verkoopfactuur van [bedrijf 2] B.V. gericht aan [bedrijf 5]
met factuurdatum 23-12-2020 (DOC-014-01 pag. 100)
Valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst door
(telkens) op voornoemde facturen bestellingen te beschrijven die in werkelijkheid
niet heeft/hebben plaatsgevonden
Met het oogmerk om als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen
gebruiken;
(art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht)