Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummers: 10-080380-25; 10-364210-24; 10-409199-24 en 10-155203-26 (gevoegd ttz)
Parketnummer vordering TUL VV: 10-203916-24
Datum uitspraak: 24 juli 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [straatnaam] , [postcode] [woonplaats] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in Rijks Justitiële Jeugdinrichting (RJJI) De [inrichting] te [locatie 1] ,
raadsman mr. V. Poelmeijer, advocaat te Amsterdam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 14 juli 2026.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. D.P.L. ter Laak heeft gevorderd:
4. Waardering van het bewijs
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het in de dagvaarding met parketnummer 10-080380-25 onder 1 (poging aankoop vuurwapen), 2 (poging uitlokking om een persoon van het leven te beroven) en 3 (voorhanden hebben alarmpistool) ten laste gelegde, het in de dagvaarding met parketnummer 10-364210-24 onder 2 (voorhanden hebben vuurwapen) ten laste gelegde, het in de dagvaarding met parketnummer 10-409199-24 (overval [bedrijf] winkel) ten laste gelegde en het in de dagvaarding met parketnummer 10-155203-26 onder 1 (uitlokking diefstal met geweld / woningoverval) en 2 (uitlokking afpersing / woningoverval) ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
Vrijspraak parketnummer 10-364210-24 feit 1 (straatroof [plaats misdrijf ] )
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de in de dagvaarding met parketnummer 10-364210-24 onder 1 ten laste gelegde straatroof. De verdachte past binnen het door de aangever gegeven signalement van de overvallers. De verdachte is één van de twee jongens op de camerabeelden en loopt een paar minuten voor de straatroof richting de plaats delict en komt een paar minuten na het incident weer voorbij. Een paar maanden later heeft de aangever de verdachte herkend op straat. De verdachte is op dat moment in bezit van de gestolen Gucci tas.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde diefstal met geweld in vereniging. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
De verdachte heeft verklaard dat hij één van de twee personen op de camerabeelden is, maar ontkent betrokken te zijn geweest bij de straatroof. Daarmee staat weliswaar vast dat hij rond het tijdstip van de straatroof in de buurt was. De enkele aanwezigheid van de verdachte in de buurt van de straatroof zegt echter niets over zijn mogelijke betrokkenheid daarbij, temeer omdat de verdachte in diezelfde buurt woont. Verder heeft de aangever weliswaar verklaard dat hij de verdachte in de speeltuin heeft herkend als een van de overvallers, maar dat was nadat hij de door zijn moeder opgevraagde camerabeelden met daarop de verdachte had gezien. Daarom kan niet zonder twijfel worden vastgesteld dat sprake is van een authentieke herkenning. Niet kan worden uitgesloten dat deze herkenning (onbewust) is beïnvloed door het zien van deze beelden tijdens het onderzoek naar de daders van de straatroof. De aanwezigheid van de verdachte rond de plaats van de overval en de latere herkenning van de aangever zijn dan ook niet redengevend voor zijn betrokkenheid bij de straatroof. Dat de verdachte twee-en-een-halve maand later is aangehouden met een Gucci tasje dat sterk lijkt op dat van de aangever, roept zonder meer vragen op over een mogelijke rol van de verdachte bij de straatroof, maar is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen.
Alles afwegend is niet buiten redelijke twijfel komen vast te staat dat de verdachte één van de overvallers was.
Conclusie
Het in de dagvaarding met parketnummer 10-364210-24 onder 1 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
Bewijswaardering parketnummer 10-080380-25 feit 4 (uitlokking poging diefstal met geweld in vereniging)
Standpunt verdediging
De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verdachte moet worden vrijgesproken. Uit de berichten die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen, blijkt dat de verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] al van plan waren om de overal te plegen, voordat de verdachte in beeld kwam. Dat betekent volgens de verdediging dat de rol van de verdachte niet kan worden gekwalificeerd als die van een uitlokker, maar als die van medeplichtige.
Beoordeling
Vast staat dat op 12 juli 2025, rond 09.30 uur, twee in het zwart geklede personen met maskers op fatbikes naar binnen zijn gefietst bij het bedrijfspand/de winkel [winkel] in Rotterdam. Eén van deze personen zette een op een vuurwapen lijkend voorwerp op het hoofd van een medewerker van het bedrijf. De ander had een mes in zijn hand en liep daarmee op een andere medewerker af. De overvallers vroegen waar de kluis was, maar zijn uiteindelijk zonder buit vertrokken. Als vermoedelijke uitvoerders van deze overval zijn twee personen aangehouden genaamd [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] .
De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of de verdachte [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] heeft uitgelokt deze overval te plegen dan wel dat hij daartoe opdracht heeft gegeven. Van strafbare uitlokking is sprake als iemand (de uitlokker) een ander (de uitgelokte) aanzet tot het begaan van een strafbaar feit waarvoor de uitgelokte zelf kan worden gestraft. De uitlokker moet de uitgelokte op het idee hebben gebracht het delict te begaan. Dit behoeft niet uit te sluiten dat andere omstandigheden dan (het gebruik van) het uitlokkingsmiddel meewerken tot dat besluit, maar het uitlokkingsmiddel moet wel de doorslag geven.
Vooropgesteld wordt dat de verdachte heeft bekend dat hij de persoon achter het Snapchataccount [alias verdachte] is. Uit de chats gestuurd met dit account blijkt dat de verdachte een initiërende rol heeft gespeeld en concrete informatie over de te plegen overval aan de uitvoerders heeft gegeven. Zo heeft hij in een groepschat waaraan ook de uitvoerders deelnamen, een foto en het adres gedeeld van het te overvallen bedrijfspand. Ook geeft hij concrete instructies over hoe de uitvoerders naar binnen moeten gaan, wat zij na de overval met de buit moeten doen, hoe zij het beste kunnen vluchten en waar zij zich moeten omkleden en opgehaald zullen worden door een chauffeur. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit deze berichten dat de rol van de verdachte dusdanig sturend was, dat zijn inlichtingen en instructies voor de uitvoerders de doorslag moeten hebben gegeven tot het plegen van de overval. Dat medeverdachte [medeverdachte 2] de groepschat lijkt te hebben aangemaakt en dat hij het account [alias verdachte] van de verdachte aan die chat heeft toegevoegd, doet aan het voorgaande niet af. Hieraan kan immers niet de conclusie worden verbonden dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] al van plan waren de overval te plegen, voordat de verdachte in beeld komt. Dat betekent dat bewezen is dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan uitlokking van de overval op [winkel] .
Conclusie
Bewezen is dat de verdachte het in de dagvaarding met parketnummer 10-080380-25 onder 4 ten laste gelegde feit heeft begaan.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de dagvaarding met parketnummer 10-080380-25 onder 4 ten laste gelegde heeft begaan.
In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit, met dien verstande dat de verdachte feit 2 onder parketnummer 10-080380-25 heeft bekend, maar dat vanwege de wijze waarop dit is ten laste gelegd vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de dagvaarding met parketnummer 10-080380-25 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde, het in de dagvaarding met parketnummer 10-364210-24 onder 2 ten laste gelegde, het in de dagvaarding met parketnummer 10-409199-24 ten laste gelegde en het in de dagvaarding met parketnummer 10-155203-26 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.
De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:
Parketnummer 10-080380-25
1
hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 februari 2025 tot
en met 13 maart 2025 te Den Haag en/of Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van een door verdachte voorgenomen misdrijf om een wapen van
categorie III (sub 1), te weten een vuurwapen (Glock17), voorhanden te hebben
- via zijn telefoon, althans een of meerdere gegevensdragers contact heeft gezocht
met een of meerdere personen via Telegram inzake het kopen van een illegaal
wapen,
- (vervolgens) via Telegram een vuurwapen heeft besteld,
- (vervolgens) via Telegram een afspraak heeft gemaakt ten behoeve van die
voornoemde bestelling,
- (vervolgens) een of meerdere betalingen heeft gedaan ten behoeve van die
voornoemde bestelling,
- (vervolgens) een persoon heeft gestuurd om voornoemd wapen op te halen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
2
hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 februari 2025 tot
en met 13 maart 2025 te Den Haag en/of Rotterdam, althans in Nederland,
heeft gepoogd om een persoon genaamd [naam 1] ,
opzettelijk door in artikel 47, eerste lid onder 2 van het Wetboek van Strafrecht
vermelde middelen, te weten door giften, beloften en/of misleiding en/of het
verschaffen van gelegenheid middelen en/of inlichtingen te bewegen om (al dan
niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen) een persoon genaamd [naam 1]
,
van het leven te beroven,
immers heeft verdachte, toen en daar
- via Telegram (in een openbare groepschat) gevraagd om "hítters",
- via Telegram informatie verstrekt over die [naam 1] (te weten foto's en/of het adres van die
[naam 1] en/of verblijfplaats van die [naam 1] ),
- via Telegram een geldbedrag in het vooruitzicht heeft gesteld (te weten 35.000
euro) om voornoemde [naam 1] van het leven te beroven,
- via Telegram heeft geprobeerd een vuurwapen aan te schaffen (waarmee [naam 1]
van het leven zou kunnen worden beroofd);
3
hij op of omstreeks 1 december 2025 te Rotterdam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 4º van de Wet wapens
en munitie,
te weten een alarm- c.q. startpistool van het merk Blow Tr 914
en/of
(voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op
artikel 2 lid 2 van Categorie III van de Wet wapens en munitie,
te weten meerdere knalpatronen van het kaliber 8mm,
voorhanden heeft gehad;
4
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer onbekend gebleven personen,
op of omstreeks 12 juli 2025 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door voornoemde personen voorgenomen misdrijf om, een
(groot) geldbedrag, in elk geval enig(e) goed(eren), dat /die geheel of ten dele aan
[winkel] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf
niet is voltooid, en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen
en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam 2]
en/of klanten en/of medewerkers van de [winkel] , te plegen met
het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te
maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s)
aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het
gestolene te verzekeren,
- op een (dreigende) manier het bedrijf naar binnen is/zijn gefietst en/of gelopen,
- (daarbij) gezicht bedekkende maskers heeft/hebben gedragen,
- een vuurwapen en/of een (groot) mes aan/op die [naam 2] en/of de
andere aanwezige heeft/hebben getoond en/of gericht (gehouden),
- een vuurwapen op het achterhoofd van die [naam 2] heeft/hebben
gezet,
- (daarbij) op een dreigende manier heeft/hebben gevraagd waar de kluis was,
- tijdens de vlucht in een worsteling terecht is/zijn gekomen,
welk bovenomschreven misdrijf, hij, verdachte,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
op een of meer momenten in of omstreeks de periode 6 juli 2025 tot en met 12 juli
2025 te Rotterdam, althans in Nederland,
opzettelijk heeft uitgelokt door beloften, het verschaffen van gelegenheid, middelen
en/of inlichtingen, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar (voor) die [medeverdachte 1]
en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer onbekend gebleven personen,
- een snapchat account " [alias verdachte] " aan te maken aangemaakt en een Snapchatgesprek te
gestarten met anderen, waaronder de overvallers,
- inlichtingen over de locatie van de overval, de manier om binnen te komen, de
benodigdheden voor de overval en de wijze waarop de overval uit te voeren (via het
Snapchatgesprek) te verschaftfen,
- de benodigdheden, te weten het (vuur)wapen en/of mes, voor de overval te
verschaffen,
- een beloning in het vooruitzicht te stellen,
- een voertuig of persoon ten behoeve van het ophalen van de overvallers te regelen;
Parketnummer 10-364210-24
2
hij op of omstreeks 14 november 2024
te Rotterdam
een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1° van de Wet wapens en
munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet in de
vorm van een pistool, namelijk een gaspistool van het merk Zoraki type 914p,
kailber 9mm pak
en/of
munitie in de zin van art. 1 onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten
munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III, te weten 10
knalpatronen, kaliber 9mm pak,
voorhanden heeft gehad;
Parketnummer 10-409199-24
hij, op of omstreeks 22 december 2024 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een of meerdere telefoons en/of iPads, en/of een geldbedrag, in elk geval enig(e)
goed(eren), dat/die/dat geheel of ten dele aan [Benadeelde partij 1] en/of [bedrijf] , in elk
geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [Benadeelde partij 1] en/of [Benadeelde partij 2] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te
maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan
het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te
verzekeren, door
- zichzelf en/of zijn mededader(s) onherkenbaar te hebben gemaakt door een
bivakmuts op te zetten,
- met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, de winkel
in te komen,
- (vervolgens) het vuurwapen, althans het op een vuurwapen gelijkend voorwerp op
die [Benadeelde partij 1] en/of [Benadeelde partij 2] te richten,
- ( daarbij) de woorden toe te voegen: “We zoeken geld, waar is de kassa, doe de
kassa open",
- over de balie te springen en/of (vervolgens) de kassalade op te trekken en geld uit
de kassalade te pakken,
- met een machete, althans een lang en/of puntig voorwerp en/of een hamer de
vitrines kapot te slaan,
- (vervolgens) diverse iPhones en/of iPads mee te nemen;
Parketnummer 10-155203-26
1
[naam 3] , [naam 4] , en [naam 5] en/of een of meer onbekend
gebleven personen, op of omstreeks 15 juli 2025 te Leiden,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
geld en/of telefoons en/of tablets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele
aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan die [naam 3] en/of
[naam 4] en/of verdachte, toebehoorde(n), heeft hebben weggenomen met het
oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het
oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij
betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij
de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- met bivakmutsen op de woning te betreden;
- door (met een hamer) de ruit van de woning in te slaan
- door te zeggen/schreeuwen 'blijf liggen blijf liggen';
- door een mes te tonen;
- door te zeggen/schreeuwen: 'geef mij het geld' en/of 'geef mij je telefoon' en/of
'Als de politie er is, dan steek ik je' en/of 'Anders kom ik nog een keer terug en steek
ik je neer', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,
welk bovenomschreven misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een
ander, althans alleen, in de periode voorafgaand aan 15 juli 2025 te Leiden, althans
in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door beloften en/of het verschaffen van
gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, immers heeft hij, verdachte, in
voornoemde periode, toen en aldaar die [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] en/of
andere onbekend gebleven personen,
- informatie gegeven over de woning van het/de slachtoffer(s),
- informatie gegeven over het/de slachtoffer(s),
- instructies gegeven over de vluchtroute en de rol van de driver,
- afspraken gemaakt over de verdeling van de buit;
2
[naam 3] , [naam 4] , en [naam 5] en/of een of meer onbekend
gebleven personen, op of omstreeks 15 juli 2025 te Leiden,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]
heeft hebben gedwongen tot de afgifte van geld en/of een telefoons en/of tablets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan
een ander dan die [naam 3] en/of [naam 4] en/of verdachte, toebehoorde(n),
door:
-met bivakmutsen op de woning te betreden;
-door (met een hamer) de ruit van de woning in te slaan;
-door te zeggen/schreeuwen 'blijf liggen blijf liggen';
-door een mes te tonen;
-door te zeggen/schreeuwen: 'geef mij het geld' en/of 'geef mij je telefoon' en/of
'Als de politie er is, dan steek ik je' en/of 'Anders kom ik nog een keer terug en steek
ik je neer', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,
welk bovenomschreven misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een
ander, althans alleen, in de periode voorafgaand aan 15 juli 2025 te Leiden, althans
in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door beloften en/of het verschaffen van
gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, immers heeft hij, verdachte, in
voornoemde periode, toen en aldaar die [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] en/of
andere onbekend gebleven personen,
- informatie gegeven over de woning van het/de slachtoffer(s),
- informatie gegeven over het/de slachtoffer(s),
- instructies gegeven over de vluchtroute en de rol van de driver,
- afspraken gemaakt over de verdeling van de buit.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5. Strafbaarheid feiten
Kwalificatie parketnummer 10-080380-25 feit 2
Beoordeling
De verdachte heeft bekend dat hij via Telegram heeft geprobeerd om iemand opdracht te geven om [naam 1] van het leven te beroven. Hoewel dit feit zoals ten laste gelegd kan worden bewezen, kan dit niet worden gekwalificeerd als een strafbaar feit. Bij de tenlastelegging van dit feit ontbreken namelijk de bestanddelen “opzettelijk” en “met voorbedachten rade”. Van een kennelijke verschrijving, dan wel evidente schrijffout, is hier geen sprake. Evenmin ziet de rechtbank anderszins ruimte om de tenlastelegging verbeterd te lezen. Het bewezenverklaarde feit kan derhalve niet als een strafbare poging tot uitlokking moord of doodslag, of anderszins als een strafbaar feit, worden gekwalificeerd.
Dit betekent dat de verdachte ter zake van dit feit dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
Kwalificatie overige parketnummers
De overige bewezen verklaarde feiten leveren op:
Parketnummer 10-080380-25
feit 1
poging tot handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
feit 3
eendaadse samenloop van:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
feit 4
uitlokking van een poging tot diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
Parketnummer 10-364210-24
feit 2
de eendaadse samenloop van:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
Parketnummer 10-409199-24
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
Parketnummer 10-155203-26
de eendaadse samenloop van:
feit 1
uitlokking van diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
en
feit 2
uitlokking van afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6. Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
7. Motivering straf en maatregel
Algemene overweging
De straf en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feiten waarop de straf en maatregel zijn gebaseerd
De verdachte heeft zich in relatief korte tijd schuldig gemaakt aan een reeks zeer ernstige strafbare feiten.
Op vijftienjarige leeftijd heeft hij zich schuldig gemaakt aan een poging tot vuurwapenbezit. Via chatgroepen op Telegram heeft hij geprobeerd om een vuurwapen Glock 17 aan te kopen, met de bedoeling om dit vuurwapen met winst door te verkopen aan “een klant” in Den Haag. Op 15-jarige leeftijd had de verdachte op straat in een tasje een vuurwapen (merk Zoraki) bij zich. Ruim een jaar later is bij de verdachte in zijn woning een alarmpistool (merk Blow) aangetroffen.
Verder heeft de verdachte eind 2024, op 15-jarige leeftijd, samen met iemand anders de winkel [bedrijf] overvallen. De verdachte was één van de overvallers. Zijn medeverdachte richtte een op een vuurwapen lijkend voorwerp op de eigenaar van de winkel, terwijl de verdachte met een hamer de vitrines kapot sloeg. Ongeveer een half jaar later heeft de verdachte op inmiddels 16-jarige leeftijd twee andere jongens instructies gegeven en aangestuurd om de winkel [winkel] te overvallen. Bij die overval hebben de overvallers een op een vuurwapen lijkend voorwerp en mes een gebruikt. De verdachte heeft de overval uitgedacht en daarbij een initiërende en aansturende rol gespeeld.
Enkele dagen na deze overval heeft de verdachte opdracht gegeven om een woning te overvallen. De overvallers hebben een raam van de woning eruit geslagen en zijn met bivakmutsen op en met een mes de woning binnen gegaan. De bewoner en zijn oma moesten op de grond gaan liggen. Bij de overval zijn contant geld, tablets en telefoons buit gemaakt. Ook hierbij heeft de verdachte een organiserende en sturende rol gehad.
Met het plegen van deze feiten heeft de verdachte laten zien geen enkel respect te hebben voor andermans eigendommen. De verdachte heeft bovendien op geen enkele manier rekening gehouden met de daarvan te verwachten impact op de slachtoffers. Dat de winkeloverval op [bedrijf] in Rotterdam ook daadwerkelijk zeer ingrijpende gevolgen heeft gehad voor de slachtoffers, blijkt uit de toelichting die hun raadsman ter zitting heeft gegeven op de door hen ingediende schadevorderingen. Dergelijke strafbare feiten hebben niet alleen nadelige gevolgen voor de slachtoffers, maar brengen bovendien grote gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving teweeg. Het ongecontroleerde bezit van wapens en munitie leidt veelal tot het plegen van ernstige geweldsdelicten en voedt eveneens gevoelens van onveiligheid in de samenleving.
De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
Uit het strafblad van 4 juni 2026 blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor vuurwapenbezit waarvoor een deels voorwaardelijke jeugddetentie is opgelegd.
Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting
Verder heeft de rechtbank kennis genomen van navolgende rapportages met betrekking tot de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
De kinder- en jeugdpsychiater [jeugdpsychiater] heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 19 juni 2026. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in.
Bij de verdachte is sprake van een normoverschrijdende gedragsstoornis met begin in de adolescentie, met beperkte pro sociale emoties, gebrek aan berouw of schuldgevoel, ongevoelig - gebrek aan empathie, ernstig van aard. Daarnaast is sprake van een andere gespecificeerde aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis. Dit alles naast een ouder-kind-relatieprobleem, verwijzend naar de ernstige opvoedingsproblemen. Samenhangend met zijn in ernst toenemende antisociale gedragsontwikkeling over de afgelopen jaren, kan met enige voorzichtigheid al worden gesproken van een bedreigde persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken.
De verdachte functioneert binnen de verschillende leefgebieden zeer problematisch met een gestagneerde schoolontwikkeling, omgang met risico-jongeren en een hang naar spanningsvolle (criminele) activiteiten. De gewetensontwikkeling verloopt gebrekkig, met als gevolg dat de verdachte de stap naar crimineel handelen kan maken. Het is aannemelijk dat de beperkte gewetensfunctie van de verdachte hem niet heeft geremd in zijn handelen. Gevoelens van schuld, berouw of schaamte worden, ook achteraf, onvoldoende door de verdachte ervaren. Daaruit kan niet anders worden geconcludeerd dan dat de gebrekkige gewetensvorming zeer zorgelijk is.
De bij de verdachte vastgestelde stoornissen waren ook aanwezig ten tijde van de ten laste gelegde feiten. Gelet op het planmatige karakter van het ten laste gelegde was de verdachte zich bewust van het ongeoorloofde karakter van zijn planning en de uitvoering ervan. Het betreft geen impulsief delictgedrag en de verdachte beschikt over voldoende cognitieve vermogens om de eventuele consequenties te overzien. Het advies is om het ten laste gelegde in (enigszins) verminderde mate toe te rekenen.
De kans op herhaling van gewelddadig gedrag wordt zonder inzet van begeleiding en/of behandeling ingeschat als hoog, en zelfs met toezicht, begeleiding en ambulante forensische behandeling blijft het recidiverisico onverminderd hoog.
Vanwege het hoge recidivegevaar en ook vanwege een zo gunstig mogelijke verdere persoonlijkheidsontwikkeling, zijn naar inzicht van rapporteur behandeling en begeleiding noodzakelijk in een stevig strafrechtelijk kader dat langdurige borging van de geslotenheid biedt en intensief is. De verwachting is dat de verdachte zonder toezicht en begeleiding een gevaar voor de maatschappij kan zijn en/of blijven. Het is daarom wenselijk dat primair behandeling en begeleiding in een gedwongen kader worden ingezet. Aangezien de verdachte aangeeft dat hij geen problemen bij zichzelf herkent en ook geen behandeling nodig vindt is een gedwongen justitieel behandelkader des te wenselijker.
Samenhangend met het hoge recidivegevaar en de onderliggende zeer zorgelijke persoonlijkheidsontwikkeling van de verdachte wordt een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel als enige optie beschouwd om de bedreigde ontwikkeling van de verdachte in een gunstige richting te laten verlopen. Een eventuele klinische start van een behandeling binnen een voorwaardelijke PIJ-maatregel is niet passend, omdat de behandeling niet lang genoeg zal zijn om tot adequate behandeling te kunnen komen. Een ambulant traject is niet afdoende gelet op de geringe lijdensdruk van de verdachte en zijn gebrek aan motivatie om het tij te keren. Ook tegen de achtergrond van het hoge recidiverisico is een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel geïndiceerd.
De kinder- en jeugdpsycholoog [jeugdpsycholoog] heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 1 juli 2026. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in.
Bij de verdachte is sprake van een normoverschrijdende-gedragsstoornis en een andere gespecificeerde aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit/impulsiviteit. Verder is een evidente ontwikkeling zichtbaar naar een antisociale persoonlijkheidsstoornis. De verdachte is in een relatief korte periode van enkele maanden behoorlijk afgegleden. De criminele activiteiten nemen toe, ook in ernst, en er lijkt weinig remming aanwezig bij de verdachte. Het empathisch vermogen schiet ernstig tekort.
Vastgesteld kan worden dat de problemen die voortvloeien vanuit de gedragsstoornis aanwezig waren ten tijde van de ten laste gelegde feiten. Er wordt een gedragspatroon gezien, waarin de verdachte zichtbaar planmatig en berekenend is in zijn handelen, voortkomend uit de normoverschrijdende gedragsstoornis van waaruit de verdachte gericht is op zijn eigen behoeften en zich niet of nauwelijks laat leiden door schuldgevoel of slachtofferempathie. Ook is er sprake van keuzevrijheid en voldoende ruimte om het plan niet te maken of ervan af te zien. Geadviseerd wordt de ten laste gelegde feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.
Om het risico op herhaling in te perken, wordt een strikter kader nodig geacht. Dit werd tot voor kort geboden door de Harde Kern Aanpak (HKA), maar de verdachte bleek niet in staat zich aan de gemaakte afspraken en voorwaarden te houden. Hoewel in oktober 2025 werd ingeschat dat een voorwaardelijk juridisch kader afdoende zou zijn om de problematiek van de verdachte te behandelen, heeft de tijd laten zien dat hij niet in staat is om zich aan voorwaarden te committeren. Ter bevordering van de ontwikkeling van de verdachte kan gekozen worden om hem behandeling te laten volgen in een residentiele setting, om de ontwikkeling richting de antisociale persoonlijkheidsstoornis af te wenden. In het ambulant kader is het niet mogelijk een stabiele behandeling vorm te geven; alle mogelijkheden binnen een voorwaardelijk kader zijn uitgeput. Hierdoor is de onvoorwaardelijke PIJ-maatregel het nog enige passende kader voor de verdere ontwikkeling van de verdachte, bescherming van de samenleving en een pro sociale terugkeer.
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 9 juli 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Er bestaan veel zorgen over de huidige ontwikkeling van de verdachte op veel leefgebieden. De meest zwaarwegende risicofactoren worden gezien binnen de domeinen geestelijke gezondheid, houding, agressie, vaardigheden, relaties, vrije tijd en school.
Indien de ten laste gelegde feiten bewezen worden verklaard, is sprake van een patroon van toenemende ernst in het delictgedrag. Eerdere justitiële interventies en schorsingsvoorwaarden hebben niet voorkomen dat de verdachte opnieuw met politie en justitie in aanraking is gekomen. Daarmee acht de Raad het risico op recidive zonder een intensief behandel- en begeleidingskader hoog.
De Raad heeft een voorwaardelijke PIJ-maatregel overwogen maar daar niet voor gekozen omdat de kans op recidive voor soortgelijke, gewelddadige delicten groot is en er sprake is van een normoverschrijdende gedragsstoornis met een overduidelijke ontwikkeling richting een antisociale persoonlijkheidsstoornis. De verdachte heeft ook vanuit het strafvorderlijk kader meerdere vormen van ambulante hulp gehad. Hij kon zich binnen de Harde Kern Aanpak (HKA) met Elektronische Monitoring niet aan de voorwaarden houden. Alle mogelijkheden binnen het voorwaardelijk kader zijn uitgeput. Een intensieve behandeling binnen een duidelijk en stevig kader waarbij het voortzetten van de behandeling gewaarborgd wordt, is nodig om de kans op recidive te verminderen.
De Raad sluit zich aan bij het advies van de NIFP-adviseurs om de verdachte een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen. De Raad adviseert om daarnaast een onvoorwaardelijke jeugddetentie en tevens de gehele tenuitvoerlegging te gelasten van de door de kinderrechter op 12 november 2024 voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie van 28 dagen.
De Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, d.d. 8 juli 2026.
De JBRR concludeert dat samenhangend met het hoge recidivegevaar en de onderliggende zeer zorgelijke persoonlijkheidsontwikkeling van de verdachte, een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel de enige optie is om de bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling van de verdachte in gunstige richting te laten verlopen.
Ter zitting zijn tevens gehoord de deskundigen [deskundigen 1] en [deskundigen 2] van JBRR. Zij hebben namens de jeugdreclassering hun rapportage nader toegelicht. Het traject Harde Kern Aanpak (HKA) en de Nieuwe Kans zijn voortijdig beeindigd. De inzet van eerder ingezette ambulante trajecten en behandelingen zijn meermaals doorkruist door het plegen van nieuwe strafbare feiten. Alle alternatieven zijn uitgeput. De deskundigen hebben verklaard zich te kunnen vinden in het advies van de Raad.
De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten en op hetgeen ter zitting naar voren is gebracht.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Toerekeningsvatbaarheid
De conclusies van de psychiater en psycholoog worden gedragen door hun bevindingen. De rechtbank neemt die conclusies over en maakt die tot de hare. Nu bij de verdachte sprake is van een psychische stoornis die ook aanwezig was ten tijde van de tenlastegelegde feiten acht de rechtbank de verdachte voor deze feiten enigszins verminderd toerekeningsvatbaar.
Straf
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
Redelijke termijn
De redelijke termijn waarbinnen een strafzaak moet worden afgedaan is in de zaak met parketnummer10-409199-24 en in de zaak met parketnummer 10-364210-24 met drie respectievelijk vier maanden overschreden. De rechtbank heeft bij de strafoplegging in het voordeel van de verdachte rekening gehouden met deze overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank zal afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie langer dan het voorarrest, aangezien de verdachte reeds een lange tijd in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en de rechtbank het noodzakelijk acht dat de verdachte op korte termijn aan zijn behandeling kan beginnen.
Maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen
Aan de wettelijke voorwaarden van artikel 77s, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht voor oplegging van de PIJ-maatregel is, gelet op de bewezenverklaring en de conclusies van de deskundigen, voldaan.
De rechtbank stelt vast dat de gepleegde uitlokking van een poging tot diefstal met geweld in vereniging, diefstal met geweld in vereniging, uitlokking van diefstal met geweld in vereniging, een uitlokking van afpersing in vereniging en het voorhanden hebben van een categorie III vuurwapen misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Op grond van hetgeen de psycholoog, de psychiater, de Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdreclassering in hun rapporten vermelden is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat bij de verdachte ten tijde van het begaan van de misdrijven een gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. Daarnaast eisen de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen en goederen het opleggen van een maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel). Bovendien is deze maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte.
De verdachte heeft een reeks ernstige misdrijven gepleegd, waarbij in veel gevallen geweld is gebruikt of (met wapens) met geweld is gedreigd. De rechtbank heeft rekening gehouden met de jonge leeftijd van de verdachte, de ernst van de onderhavige feiten, het hoge recidiverisico en de complexe problematiek van de verdachte. Naar het oordeel van de rechtbank is het noodzakelijk dat de verdachte intensief en langdurig wordt behandeld, zodat zijn gedrag en persoonlijkheidsontwikkeling in aanloop naar zijn volwassenheid in positieve zin kunnen worden omgebogen. De rechtbank is met de deskundigen van oordeel dat die behandeling moet plaatsvinden in het kader van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. De verdachte is in een relatief korte tijd sterk afgegleden en heeft steeds meer en ernstigere misdrijven (met geweld) gepleegd. Een eerder opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie heeft hem niet van het plegen van deze feiten weerhouden. De voorlopige hechtenis van de verdachte is meerdere keren onder oplegging van bijzondere voorwaarden geschorst. Het lukte de verdachte echter niet zich aan schorsingsvoorwaarden, afspraken en toezicht te houden. Ook is het de verdachte niet gelukt zich te houden aan de strakke kaders van het HKA-traject en een dagbesteding vast te houden. Hoewel verdachte tijdens de ambulante behandeling van De Waag een positieve ontwikkeling heeft laten zien, heeft dit hem er niet van weerhouden opnieuw ernstige strafbare feiten te plegen.
De rechtbank is met de deskundigen van oordeel dat de mogelijkheden binnen een voorwaardelijk en/of ambulant kader zijn uitgeput. Minder ingrijpende maatregelen dan een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel, zoals door de raadsman bepleit, zijn dan ook niet toereikend voor de verdachte. Het gebrek aan inzicht bij de verdachte in zijn problematiek en beperkingen speelt daarbij een rol. Behandeling is nodig om de hoge kans op herhaling te verminderen, de maatschappij te beschermen en de ontwikkeling van de verdachte zo gunstig mogelijk te beïnvloeden. De rechtbank hoopt dat de verdachte kan profiteren van een langdurige klinische behandeling waaraan hij zich niet kan onttrekken. Gezien het voorgaande zal de rechtbank aan de verdachte een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel opleggen.
De rechtbank overweegt dat de PIJ-maatregel zal worden opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Dit betekent dat verlenging van deze maatregel mogelijk is voor zover de maatregel daardoor de duur van zeven jaar niet te boven gaat.
Hoewel de rechtbank de verdachte voor minder feiten veroordeelt dan waartoe de officier van justitie heeft gerekwireerd - mede door een gebrek in de tenlastelegging -, acht de rechtbank, alles afwegend, oplegging van een jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest en een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel passend en geboden.
8. Vorderingen benadeelde partijen/schadevergoedingsmaatregelen
Als benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd [Benadeelde partij 1] en [Benadeelde partij 2] , ter zake van het in de dagvaarding met parketnummer 10-409199-24 tenlastegelegde feit.
De benadeelde partijen vorderen beiden een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen voldoende onderbouwd en redelijk zijn, en dat deze derhalve kunnen worden toegewezen.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen in hun vordering niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Daartoe is aangevoerd dat in beide vorderingen is verzocht om een vergoeding op grond van een aantasting in de persoon op andere wijze, maar dat de concrete onderbouwing daarvoor ontbreekt. Subsidiair verzoekt de verdediging de vorderingen te matigen.
Beoordeling
De benadeelde partijen zijn slachtoffer geworden van een gewapende overval van hun winkel. De rechtbank is van oordeel dat de aard en ernst van deze normschending meebrengen dat de relevante nadelige gevolgen daarvan zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon “op andere wijze” kan worden aangenomen, zoals bedoeld in artikel 6:106 onder b van het Burgerlijk Wetboek. Daarmee is vast komen te staan dat aan de benadeelde partijen door het onder parketnummer 10-409199-24 bewezenverklaarde feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 3.000,-, zodat de vorderingen tot dit bedrag zal worden toegewezen. De benadeelde partijen zullen voor het overige deel in hun vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. Dat deel van de vorderingen kunnen derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partijen betaalt is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partijen van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partijen hebben gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 22 december 2024.
Nu de vorderingen van de benadeelde partijen (in overwegende mate) zullen worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Conclusie
De verdachte moet beide benadeelde partijen een schadevergoeding betalen van € 3.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.
Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
9. Vordering tenuitvoerlegging
Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd
Bij vonnis van 12 november 2024 met parketnummer 10-203916-24 van de kinderrechter in deze rechtbank is de verdachte ter zake van wapenbezit veroordeeld voor zover van belang tot een jeugddetentie voor de duur van 30 dagen met aftrek, waarvan 28 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 27 november 2024.
Standpunt officier van justitie
Nu de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit gedurende de proeftijd, stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat de vordering kan worden toegewezen.
Standpunt verdediging
Gelet op de duur van de reeds ondergane detentie en in het licht van de door de officier van justitie geëiste oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel, acht de verdediging toewijzing van de vordering niet opportuun.
Beoordeling
De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn, met uitzondering van het onder 2 bewezenverklaarde feit van parketnummer 10-364210-24, na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.
Daarom zal de tenuitvoerlegging worden gelast van het voorwaardelijk gedeelte van de bij dat vonnis aan de verdachte opgelegde straf.
10. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36f, 45, 47, 55, 77s, 77gg, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie.
11. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
12. Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de dagvaarding met parketnummer 10-364210-24 onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte
zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het in de dagvaarding met parketnummer 10-080380-25 onder 2 bewezen verklaarde feit niet kan worden gekwalificeerd en ontslaat de verdachte ten aanzien daarvan van alle rechtsvervolging;
stelt vast dat de overige bewezen verklaarde feiten opleveren de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 230 (tweehonderddertig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
legt de verdachte op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [Benadeelde partij 1] , te betalen een bedrag van € 3.000,- (zegge: drieduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader van de verdachte aan de benadeelde partijen, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partijen begroot op nihil, aan salaris voor de advocaat en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededader de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 3.000,- (hoofdsom, zegge: drieduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [Benadeelde partij 2] , te betalen een bedrag van € 3.000,- (zegge: drieduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vorderingen slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partijen begroot op nihil, aan salaris voor de advocaat en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededader de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 3.000,- (hoofdsom, zegge: drieduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partijen en omgekeerd;
gelast de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk gedeelte, groot 28 dagen, van de bij vonnis van 12 november 2024 (parketnummer 10-203916-24) van de kinderrechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde jeugddetentie voor de duur van 28 dagen.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.M. Stolk, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. L. den Teuling en A.M.T.A. Verhagen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E. van Beek, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 juli 2026.
De oudste rechter, jongste rechter en griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Parketnummer 10-080380-25
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 februari 2025 tot
en met 13 maart 2025 te Den Haag en/of Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van een door verdachte voorgenomen misdrijf om een wapen van
categorie III (sub 1), te weten een vuurwapen (Glock17), voorhanden te hebben
- via zijn telefoon, althans een of meerdere gegevensdragers contact heeft gezocht
met een of meerdere personen via Telegram inzake het kopen van een illegaal
wapen,
- ( vervolgens) via Telegram een vuurwapen heeft besteld,
- ( vervolgens) via Telegram een afspraak heeft gemaakt ten behoeve van die
voornoemde bestelling,
- ( vervolgens) een of meerdere betalingen heeft gedaan ten behoeve van die
voornoemde bestelling,
- ( vervolgens) een persoon heeft gestuurd om voornoemd wapen op te halen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
2
hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 februari 2025 tot
en met 13 maart 2025 te Den Haag en/of Rotterdam, althans in Nederland,
heeft gepoogd om een persoon genaamd [naam 1] ,
opzettelijk door in artikel 47, eerste lid onder 2 van het Wetboek van Strafrecht
vermelde middelen, te weten door giften, beloften en/of misleiding en/of het
verschaffen van gelegenheid middelen en/of inlichtingen te bewegen om (al dan
niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen) een persoon genaamd [naam 1]
,
van het leven te beroven,
immers heeft verdachte, toen en daar
- via Telegram (in een openbare groepschat) gevraagd om "hítters",
- via Telegram verstrekt over die [naam 1] (te weten foto's en/of het adres van die
[naam 1] en/of verblijfplaats van die [naam 1] ),
- via Telegram een geldbedrag in het vooruitzicht heeft gesteld (te weten 35.000
euro) om voornoemde [naam 1] van het leven te beroven,
- via Telegram heeft geprobeerd een vuurwapen aan te schaffen (waarmee [naam 1]
van het leven zou kunnen worden beroofd);
3
hij op of omstreeks 1 december 2025 te Rotterdam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 4º van de Wet wapens
en munitie,
te weten een alarm- c.q. startpistool van het merk Blow Tr 914
en/of
(voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op
artikel 2 lid 2 van Categorie III van de Wet wapens en munitie,
te weten meerdere knalpatronen van het kaliber 8mm,
voorhanden heeft gehad;
4
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer onbekend gebleven personen,
op of omstreeks 12 juli 2025 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door voornoemde personen voorgenomen misdrijf om, een
(groot) geldbedrag, in elk geval enig(e) goed(eren), dat /die geheel of ten dele aan
[winkel] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf
niet is voltooid, en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen
en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam 2]
en/of klanten en/of medewerkers van de [winkel] , te plegen met
het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te
maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s)
aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het
gestolene te verzekeren,
- op een (dreigende) manier het bedrijf naar binnen is/zijn gefietst en/of gelopen,
- ( daarbij) gezicht bedekkende maskers heeft/hebben gedragen,
- een vuurwapen en/of een (groot) mes aan/op die [naam 2] en/of de
andere aanwezige heeft/hebben getoond en/of gericht (gehouden),
- een vuurwapen op het achterhoofd van die [naam 2] heeft/hebben
gezet,
- ( daarbij) op een dreigende manier heeft/hebben gevraagd waar de kluis was,
- tijdens de vlucht in een worsteling terecht is/zijn gekomen,
welk bovenomschreven misdrijf, hij, verdachte,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
op een of meer momenten in of omstreeks de periode 6 juli 2025 tot en met 12 juli
2025 te Rotterdam, althans in Nederland,
opzettelijk heeft uitgelokt door beloften, het verschaffen van gelegenheid, middelen
en/of inlichtingen, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar (voor) die [medeverdachte 1]
en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer onbekend gebleven personen,
- een snapchat account " [alias verdachte] " aan te maken en een Snapchatgesprek te
starten met anderen, waaronder de overvallers,
- inlichtingen over de locatie van de overval, de manier om binnen te komen, de
benodigdheden voor de overval en de wijze waarop de overval uit te voeren (via het
Snapchatgesprek) te verschaffen,
- de benodigdheden, te weten het (vuur)wapen en/of mes, voor de overval te
verschaffen,
- een beloning in het vooruitzicht te stellen,
- een voertuig of persoon ten behoeve van het ophalen van de overvallers te regelen;
Parketnummer 10-364210-24
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij
op of omstreeks 22 augustus 2024
te Rotterdam, op de [plaats misdrijf ] , althans op de openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een (Gucci)tas en/of een telefoon (merk Samsung) en/of geld (een geldbedrag van
30 euro, althans enig geldbedrag) en/of een ABN-Amrobankpas, in elk geval enig
goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan
verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het
oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan
zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door meermalen, althans eenmaal
(telkens) (met kracht)
- die [slachtoffer 3] vast te pakken bij de armen en/of aan de armen te trekken en/of
- een machete, althans een scherp en/of puntig voorwerp te tonen en/of tegen/op
de buik van die [slachtoffer 3] te zetten/drukken en/of (hierbij)
- de woorden toe te voegen "Meewerken, of ik ga je steken" en/of "Gucci tas
afgeven, nu!" althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
2
hij
op of omstreeks 14 november 2024
te Rotterdam
een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1° van de Wet wapens en
munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet in de
vorm van een pistool, namelijk een gaspistool van het merk Zoraki type 914p,
kailber 9mm pak
en/of
munitie in de zin van art. 1 onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten
munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III, te weten 10
knalpatronen, kaliber 9mm pak,
voorhanden heeft gehad;
Parketnummer 10-409199-24
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij, op of omstreeks 22 december 2024 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een of meerdere telefoons en/of iPads, en/of een geldbedrag, in elk geval enig(e)
goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [Benadeelde partij 1] en/of [bedrijf] , in elk
geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [Benadeelde partij 1] en/of [Benadeelde partij 2] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te
maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan
het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te
verzekeren, door
- zichzelf en/of zijn mededader(s) onherkenbaar te hebben gemaakt door een
bivakmuts op te zetten,
- met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, de winkel
in te komen,
- ( vervolgens) het vuurwapen, althans het op een vuurwapen gelijkend voorwerp op
die [Benadeelde partij 1] en/of [Benadeelde partij 2] te richten,
- ( daarbij) de woorden toe te voegen: “We zoeken geld, waar is de kassa, doe de
kassa open",
- over de balie te springen en/of (vervolgens) de kassalade op te trekken en geld uit
de kassalade te pakken,
- met een machete, althans een lang en/of puntig voorwerp en/of een hamer de
vitrines kapot te slaan,
- ( vervolgens) diverse iPhones en/of iPads mee te nemen
Parketnummer 10-155203-26
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
[naam 3] , [naam 4] , [naam 5] en/of een of meer onbekend
gebleven personen, op of omstreeks 15 juli 2025 te Leiden,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
geld en/of telefoons en/of tablets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele
aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan die [naam 3] en/of
[naam 4] en/of verdachte, toebehoorde(n), heeft weggenomen met het
oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het
oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij
betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij
de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- met bivakmutsen op de woning te betreden;
- door (met een hamer) de ruit van de woning in te slaan
- door te zeggen/schreeuwen 'blijf liggen blijf liggen';
- door een mes te tonen;
- door te zeggen/schreeuwen: 'geef mij het geld' en/of 'geef mij je telefoon' en/of
'Als de politie er is, dan steek ik je' en/of 'Anders kom ik nog een keer terug en steek
ik je neer', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,
welk bovenomschreven misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een
ander, althans alleen, in de periode voorafgaand aan 15 juli 2025 te Leiden, althans
in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door beloften en/of het verschaffen van
gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, immers heeft hij, verdachte, in
voornoemde periode, toen en aldaar die [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] en/of
andere onbekend gebleven personen,
- informatie gegeven over de woning van het/de slachtoffer(s),
- informatie gegeven over het/de slachtoffer(s),
- instructies gegeven over de vluchtroute en de rol van de driver,
- aspraken gemaakt over de verdeling van de buit.
2
[naam 3] , [naam 4] , [naam 5] en/of een of meer onbekend
gebleven personen, op of omstreeks 15 juli 2025 te Leiden,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]
heeft gedwongen tot de afgifte van geld en/of telefoons en/of tablets, in elk geval
enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan
een ander dan die [naam 3] en/of [naam 4] en/of verdachte, toebehoorde(n),
door:
-met bivakmutsen op de woning te betreden;
-door (met een hamer) de ruit van de woning in te slaan;
-door te zeggen/schreeuwen 'blijf liggen blijf liggen';
-door een mes te tonen;
-door te zeggen/schreeuwen: 'geef mij het geld' en/of 'geef mij je telefoon' en/of
'Als de politie er is, dan steek ik je' en/of 'Anders kom ik nog een keer terug en steek
ik je neer', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,
welk bovenomschreven misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een
ander, althans alleen, in de periode voorafgaand aan 15 juli 2025 te Leiden, althans
in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door beloften en/of het verschaffen van
gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, immers heeft hij, verdachte, in
voornoemde periode, toen en aldaar die [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] en/of
andere onbekend gebleven personen,
- informatie gegeven over de woning van het/de slachtoffer(s),
- informatie gegeven over het/de slachtoffer(s),
- instructies gegeven over de vluchtroute en de rol van de driver,
- aspraken gemaakt over de verdeling van de buit.