RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12294412 VV EXPL 26-392
datum uitspraak: 27 augustus 2026
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Hef Wonen,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. L.J. Verheij,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die niet is verschenen.
Partijen worden hierna ‘Hef Wonen’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- de dagvaarding van 9 juli 2026, met bijlagen.
Op 13 augustus 2026 is de zaak tijdens een zitting met Hef Wonen en haar gemachtigde besproken. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.
2. Waar gaat de zaak over?
[gedaagde] huurt van Hef Wonen de woning aan [adres] in [plaats] . [gedaagde] heeft in zijn tuin een aanbouw geplaatst zonder voorafgaande toestemming van Hef Wonen. Hef Wonen is bezig met een groot onderhoudsproject en de aanbouw staat deze werkzaamheden in de weg. Zij wil daarom dat de aanbouw wordt verwijderd.
3. De beoordeling
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). Uit de stellingen van Hef Wonen volgt dat deze spoed aanwezig is.
Op de zitting heeft Hef Wonen toegelicht dat [gedaagde] de aanbouw inmiddels grotendeels heeft afgebroken, maar dat de pui er nog staat. Zij heeft uitgelegd dat deze pui de opbouw van een steiger in de weg staat. Ondanks een nadere sommatie per brief van 29 juli 2026, heeft [gedaagde] nagelaten ook die pui te verwijderen. Hef Wonen heeft tijdens de zitting aangegeven dat zij wil dat haar subsidiaire vordering wordt toegewezen, zodat zij zelf, of via haar aannemer, de verwijdering kan laten uitvoeren, op straffe van een dwangsom. Deze vordering wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv).
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Hef Wonen moet betalen op € 126,46 aan dagvaardingskosten, € 139,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 986,46. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Hef Wonen dat eist (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
4. De beslissing
De kantonrechter:
gebiedt [gedaagde] om alle noodzakelijke medewerking te verlenen aan de verwijdering van (het resterende deel van) de aanbouw/pui aan de achterzijde van de woning aan [adres] in [plaats] door Hef Wonen (dan wel een door Hef Wonen in te schakelen derde) en daartoe onbelemmerd toegang te verlenen tot de woning en de tuin, voor zover en voor zo lang dit noodzakelijk is ter verwijdering;
gebiedt [gedaagde] om de aanbouw, nadat deze is verwijderd, verwijderd te houden;
veroordeelt [gedaagde] om aan Hef Wonen een dwangsom te betalen van € 500,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de onder 4.1. en/of 4.2. uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 25.000,- is bereikt;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Hef Wonen worden begroot op € 986,46 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
53954