ECLI:NL:RBROT:2026:10571

ECLI:NL:RBROT:2026:10571

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 23-07-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer C/10/717120 / JE RK 26-581
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de omgangsregeling wegens het niet nakomen door de moeder. Voorgestelde omgangsregeling biedt minimale basis. Nader onderzoek overdracht door een onafhankelijke instantie.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/717120 / JE RK 26-581

Datum uitspraak: 23 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de omgangsregeling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[de stiefmoeder] ,

hierna te noemen de stiefmoeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

mr. G.E. van der Pols,

hierna te noemen: de bijzondere curator, kantoorhoudende te Rotterdam.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 13 april 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

de briefrapportage van 10 juli 2027 van de GI, ontvangen op diezelfde datum.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger] ;

de bijzondere curator.

De vader en stiefmoeder zijn niet verschenen. De vader en stiefmoeder hebben bij de vorige zitting hun standpunt naar voren gebracht en hebben gezegd daarom niet meer naar deze zitting te komen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft aangegeven liever met de bijzondere curator te spreken. De bijzondere curator heeft vervolgens haar mening naar voren gebracht.

2. De feiten

De vader is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij de vader en de stiefmoeder.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 11 februari 2025 de volgende omgangsregeling vastgesteld:

[minderjarige] zal drie weekenden in de maand bij de vrouw verblijven, waarbij de vrouw [minderjarige] op vrijdag om 18.00 uur uit paardrijles ophaalt en op zondag om 19.00 uur bij de man terugbrengt. De ouders zullen in onderling overleg afstemmen welke weekenden [minderjarige] bij de vrouw is;

[minderjarige] zal in het overgebleven weekend bij de man zijn;

de vakanties zullen door partijen bij helfte worden gedeeld, met dien verstande dat [minderjarige] in de meivakantie in zijn geheel bij de man is, en in de herfstvakantie in zijn geheel bij de vrouw;

de zomervakantie wordt verdeeld in vier stukken, te weten één-twee-twee-één weken. De ouders overleggen onderling wie welke weken heeft;

[minderjarige] is op de verjaardag van de vrouw en op Moederdag bij de vrouw;

[minderjarige] is op de verjaardag van de man en op Vaderdag bij de man;

[minderjarige] is op haar eigen verjaardag om en om bij de man en de vrouw.

Bij beschikking van 13 april 2026 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 18 oktober 2026 en is mr. G.E. van der Pols herbenoemd tot bijzondere curator om [minderjarige] te vertegenwoordigen.

Bij beschikking van 13 april 2026 heeft de kinderrechter het verzoek tot wijziging van de omgangsregeling in zijn geheel aangehouden.

3. Het aangehouden verzoek

De GI heeft verzocht op grond van artikel 1:265g lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) de regeling inzake de uitoefening van het recht op omgang als volgt te wijzigen:

Kwartaalcontact: - [minderjarige] is één keer per kwartaal op de tweede zaterdag van de maanden maart, juni, september en december, van 12.00 uur tot 17.00 uur, bij de vrouw.

Verjaardag van de vrouw: - [minderjarige] is op de verjaardag van de vrouw, 8 april, van 12.00 uur tot 17.00 uur bij de vrouw.

Moederdag: - [minderjarige] is op Moederdag (tweede zondag van mei) van 12.00 uur tot 17.00 uur bij de vrouw.

Telefonisch contact: - De vrouw belt [minderjarige] elke dinsdag om 17.30 uur op het telefoonnummer van [minderjarige] . Daarnaast belt de vrouw [minderjarige] op 14 december, in verband met de verjaardag van [minderjarige] , op het voor [minderjarige] bestemde telefoonnummer.

Informatieplicht: - De man informeert de vrouw elke drie maanden over de ontwikkeling van [minderjarige] , waaronder schoolresultaten, gezondheid en bijzonderheden in het dagelijks functioneren. De GI is van oordeel dat deze regeling aansluit bij de behoeften van [minderjarige] , zorgt voor structuur en rust, en tegelijkertijd ruimte biedt voor betekenisvol contact tussen [minderjarige] en de vrouw. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De GI wijzigt het verzoek tijdens de mondelinge behandeling, in die zin dat betreffende de verjaardag van de vrouw wordt verzocht:

- [minderjarige] is op de verjaardag van de vrouw, 8 april, van 12.00 uur tot 17.00 uur bij de vrouw. Indien dit valt op een doordeweekse dag, is [minderjarige] de daaropvolgende zaterdag van 12:00 tot 17:00 bij de vrouw.

De GI handhaaft dit verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. De moeder komt de omgangsregeling al langere tijd niet na. [minderjarige] vindt dit lastig en dit zorgt voor teleurstelling. De moeder heeft daarnaast recentelijk aangegeven geen contact meer te willen hebben met de betrokken jeugdbeschermer. De verzochte omgangsregeling sluit aan bij de behoeften van [minderjarige] en biedt structuur en rust.

4. De standpunten

De moeder brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. Het videobellen loopt niet zoals beoogd. Volgens de moeder worden de contactmomenten regelmatig verstoord en vinden deze niet altijd plaats, omdat er niet wordt opgenomen. De moeder wil geen contact met de jeugdbeschermer omdat zij het gevoel heeft dat er niet naar haar wordt geluisterd. Tijdens de overdracht lopen de spanningen met de vader op, wat weer effect heeft op [minderjarige] . De moeder wil contact met [minderjarige] , mits de omstandigheden rondom de belmomenten en de overdrachten worden verbeterd.

De bijzondere curator brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. [minderjarige] heeft het fijn bij haar vader, maar mist haar moeder en wil erop kunnen vertrouwen dat de moeder belt zoals afgesproken. De voorgestelde omgangsregeling biedt een minimale basis. Het zou wenselijk kunnen zijn dat een neutrale organisatie, zoals Youthcare, de overdrachten begeleidt, om de spanningen tussen de ouders te verminderen. Voor [minderjarige] is het van belang dat er duidelijkheid en rust komt over de omgangsregeling.

5. De beoordeling

Ingevolgde artikel 1:265g, eerste lid BW kan de kinderrechter voor de duur van de ondertoezichtstelling op verzoek van de gecertificeerde instelling een verdeling van de zorg en opvoedingstaken of een regeling inzake de uitoefening van het recht op omgang vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de omgang tussen [minderjarige] en de moeder niet goed verloopt. De omgangsregeling wordt door de moeder niet nagekomen. Dit komt enerzijds doordat de moeder inmiddels in [plaats] woont en daarmee veel reistijd heeft, maar anderzijds ook omdat zij aangeeft dat zij ontevreden is over de verhouding tussen de ouders en met de GI. [minderjarige] geeft echter aan dat zij graag meer contact wil met de moeder en het niet nakomen van de omgangsregeling door de moeder zorgt voor veel teleurstelling en onduidelijkheid bij [minderjarige] .

Voor [minderjarige] is het belangrijk dat er duidelijkheid komt over de omgangsregeling én dat de omgangsregeling daadwerkelijk wordt nagekomen door de moeder. Daarom moet de omgangsregeling zo worden ingericht dat er wel geregeld contact is tussen [minderjarige] en de moeder, maar de omgangsregeling ook daadwerkelijk kan en zal worden nagekomen door de moeder. De door de GI verzochte omgangsregeling biedt deze minimale basis en gezien de huidige houding van de moeder lijkt dit op dit moment het hoogst haalbare. Het verzoek van de GI zal dan ook worden toegewezen.

De kinderrechter benadrukt hierbij dat het voor [minderjarige] heel belangrijk is dat de moeder de omgangsregeling altijd nakomt, ook al is het voor de moeder moeilijk dat de belmomenten en overdrachten rondom de omgangsmomenten niet altijd verlopen zoals zij dat graag zou zien. Het is aan de moeder om de teleurstelling en het ongemak die dit bij haar oplevert te verdragen, in het belang van [minderjarige] . Verder dient de GI de mogelijkheid te onderzoeken of het mogelijk en wenselijk is om de overdracht door een onafhankelijke instantie te laten begeleiden, om zo de spanningen die worden ervaren weg te nemen en de overdracht makkelijker te maken.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

wijzigt de omgangsregeling en bepaalt deze als volgt:

Kwartaalcontact: - [minderjarige] is één keer per kwartaal op de tweede zaterdag van de maanden maart, juni, september en december, van 12.00 uur tot 17.00 uur, bij de vrouw.

Verjaardag van de vrouw: - [minderjarige] is op de verjaardag van de vrouw, 8 april, van 12.00 uur tot 17.00 uur bij de vrouw. Indien dit valt op een doordeweekse dag, is [minderjarige] de opvolgende zaterdag van 12:00 tot 17:00 bij de vrouw.

Moederdag: - [minderjarige] is op Moederdag (tweede zondag van mei) van 12.00 uur tot 17.00 uur bij de vrouw.

Telefonisch contact: - De vrouw belt [minderjarige] elke dinsdag om 17.30 uur op het telefoonnummer van [minderjarige] . Daarnaast belt de vrouw [minderjarige] op 14 december, in verband met de verjaardag van [minderjarige] , op het voor [minderjarige] bestemde telefoonnummer.

Informatieplicht: - De man informeert de vrouw elke drie maanden over de ontwikkeling van [minderjarige] , waaronder schoolresultaten, gezondheid en bijzonderheden in het dagelijks functioneren. De GI is van oordeel dat deze regeling aansluit bij de behoeften van [minderjarige] , zorgt voor structuur en rust, en tegelijkertijd ruimte biedt voor betekenisvol contact tussen [minderjarige] en de vrouw.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is op schrift gesteld op 23 juli 2026 door mr. D.I. Hendriks-van Wel, in aanwezigheid van E.G.H. Kerr als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand