ECLI:NL:RBROT:2026:10576

ECLI:NL:RBROT:2026:10576

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 21-07-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer 10-115755-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Mini-mega Excelsior. Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor tweemaal openlijke geweldpleging. Oplegging van deels voorwaardelijke jeugddetentie met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 2 jaren en een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 40 uren.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Jeugd

Parketnummer: 10-115755-25

Datum uitspraak: 21 juli 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2010,

ingeschreven in de basisregistratie personen (en verblijvende) op het adres:

[adres] ,

raadsman mr. T. Sönmez, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzittingen van 23 juni en 7 juli 2026.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C.C. Brandwijk heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Bewijswaardering feit 1 (zaak Excelsior)

Inleiding

Op basis van het dossier en dat wat ter zitting is besproken stelt de rechtbank het volgende vast.

Op 10 maart 2025 rond 20.35 uur heeft de politie een melding ontvangen dat een grote groep jongeren op het terrein van voetbalvereniging Excelsior ‘20 in Schiedam achter een jongen aan zou rennen en dat de jongen daarbij meerdere keren is gestoken. Ter plaatse gekomen verbalisanten treffen aangever [aangever] (hierna: de aangever) aan bij een sloot aan de zuidwestelijke rand van het terrein van Excelsior ‘20. Hij heeft steekwonden onder zijn ribbenkast, in zijn rechterbovenbeen, rechterbil, linkerbovenbeen, linkeronderbeen en rechterheup. Ook heeft hij een wond in het gezicht bij het linkerjukbeen. De aangever verklaart dat hij door meerdere jongens uit Schiedam Noord is gestoken. Twee dagen eerder was hij op straat door een groep jongens omsingeld en werd hem herhaaldelijk gevraagd: “ben je van kade?” (de rechtbank begrijpt jeugdgroep Kade uit Rotterdam). Twee van hen zag de aangever ook bij het incident bij Excelsior ’20.

Uit het dossier volgt dat een groep jongens naar Excelsior ‘20 is gekomen. Deze groep heeft zich eerst enige tijd opgehouden buiten het terrein van de voetbalvereniging.

Op de camerabeelden van Excelsior ‘20 is te zien dat om 20.27 uur een onbekend gebleven jongen met een elektrische step het terrein van de voetbalvereniging oprijdt en het terrein ongeveer een halve minuut later weer verlaat. Om 20.29 uur rijden een andere onbekend gebleven persoon en de verdachte op een elektrische step het terrein op en verlaten dit na ongeveer een minuut weer.

Om 20.33 uur loopt de aangever na zijn training het terrein van Excelsior ‘20 af. Medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 6] halen hem in met een elektrische step en enkele seconden later begint de confrontatie met de groep. Een aantal jongens rent naar de aangever toe. De aangever loopt achteruit en wordt vervolgens door een persoon geslagen. Hierop trekt de aangever een mes, waarna de groep achteruit deinst.

Vervolgens rent de aangever het terrein van Excelsior ‘20 op. De twee onbekend gebleven personen, de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] rennen de aangever als eerste achterna. [medeverdachte 2] komt vervolgens ook het terrein op, wijst anderen op een kortere route in de richting van de aangever en rent die kant op. De jongens die daarna het terrein oprennen volgen hem. Dit zijn medeverdachten [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] . De aangever probeert te ontkomen via een pad langs het voetbalveld, rent vervolgens over een voetbalveld en daarna richting de bosjes en een sloot aan de rand van het terrein. Uit de camerabeelden volgt dat in ieder geval 13 personen diezelfde route nemen.

Van het laatste deel van de achtervolging van de aangever en van het steken zelf zijn geen camerabeelden beschikbaar. Getuigen hebben echter verklaard dat een grote groep jongens over het veld achter de aangever aan rende, dat meerdere van hen messen hadden en dat de aangever werd omsingeld. Uit de verklaring van de aangever volgt dat hij op enig moment niet verder kon rennen omdat hij bij een sloot aankwam. Daar is de aangever zes keer gestoken door ten minste twee personen met een mes. Om 20.37 uur rennen alle jongens kort achter elkaar het terrein weer af.

Standpunt verdediging

De raadsman van de verdachte heeft vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde openlijke geweldpleging. De verdachte bevestigt dat hij een van de jongens is geweest die het terrein op is gegaan. Uit het dossier blijkt echter niet dat de verdachte zelf de geweldshandelingen, dus het steken, heeft verricht, dan wel een wezenlijke bijdrage aan het geweld heeft geleverd.

Beoordeling

Van het ‘in vereniging’ plegen van geweld is sprake indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld. Deze bijdrage behoeft zelf niet van gewelddadige aard te zijn. Anderzijds is de enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt, niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die daaraan deelneemt. Beoordeeld dient te worden of de door de verdachte geleverde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.

De rechtbank overweegt daarover het volgende. De rechtbank overweegt daarover het volgende. Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat de verdachte tot de groep jongens behoorde die naar voetbalclub Excelsior ‘20 is gegaan en buiten het terrein heeft gestaan. Een getuige heeft iemand in de groep horen zeggen: “Komt die boy nog?”. Ook rijden kort voor de confrontatie tot twee keer toe personen uit de groep op een stepje het terrein op en binnen korte tijd weer af. In de groep zijn jongens die een mes bij zich hebben. Nadat de aangever het terrein afloopt, vindt vrijwel direct de confrontatie met de groep plaats, waarbij meerdere jongens uit de groep op hem afrennen en hij wordt geslagen. Op basis van het voorgaande concludeert de rechtbank dat de groep naar voetbalvereniging Excelsior ‘20 is gegaan om de aangever op te wachten en een confrontatie met hem aan te gaan, waarbij de ritjes op de step dienden om te kijken of de aangever er al aankwam. De verdachte maakte deel uit van deze groep en heeft naar het oordeel van de rechtbank actief meegedaan met het opzoeken van de aangever om de confrontatie met hem aan te gaan.

Nadat de aangever was geslagen en weggerend, rende de verdachte als derde achter hem aan het terrein van Excelsior ‘20 op. De verdachte heeft vervolgens met de groep de aangever opgejaagd door over het terrein achter hem aan te blijven rennen tot de aangever niet meer verder kon, terwijl meerdere jongens uit de groep messen vast hadden. Een getuige heeft iemand uit de groep horen zeggen “We hebben hem ingesloten, hij kan geen kant op”. De verdachte nam actief deel aan de aanvalsgolf van de groep richting de aangever, welke aanvalsgolf eindigde in het omsingelen, dan wel insluiten, en het steken van de aangever. De verklaring van de verdachte dat hij zich – nog voordat er iets was gebeurd – heeft omgedraaid en al terug rende, vindt op geen enkele wijze steun in het dossier.

Hoewel niet is vast te stellen dat de verdachte een van de personen is geweest die de aangever heeft gestoken, concludeert de rechtbank dat de verdachte door te handelen als hiervoor vermeld opzet heeft gehad, in elk geval in voorwaardelijke zin, op de ten laste gelegde geweldshandelingen en daaraan een voldoende significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd.

Conclusie

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de openlijke geweldpleging zoals ten laste is gelegd onder feit 1.

Bewijswaardering feit 2 (zaak [zaaknaam] )

Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen opgenomen in bijlage II, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de openlijke geweldpleging zoals ten laste is gelegd onder feit 2 heeft gepleegd. De rechtbank volstaat hier met verwijzing naar de inhoud van die bewijsmiddelen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder de feiten 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1

hij op 10 maart 2025 te Schiedam, openlijk, te weten op of aan de Parkweg, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [aangever] , door meermalen met een mes in de buik, de benen en de bil van die [aangever] te steken;

2

hij op of omstreeks 21 maart 2025 te Schiedam, openlijk, te weten in een metrostel (ter hoogte van metrostation Schiedam-Centrum), in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 2] door meermalen, althans eenmaal

- met een scherp en/of puntig voorwerp op/in het hoofd van die [slachtoffer 2] te

slaan/steken en/of

- op/tegen het hoofd, althans het lichaam van die [slachtoffer 2] te slaan/stompen en/of

- op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te schoppen/trappen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1. openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

2. openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straffen

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd

De verdachte heeft zich op veertienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan twee forse geweldsdelicten in groepsverband.

Op 10 maart 2025 heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het plegen van openlijk geweld. De verdachte is samen met een groep jongeren op pad gegaan om de confrontatie met het slachtoffer te zoeken. Het slachtoffer is vanuit de groep geslagen, achtervolgd, opgejaagd en vervolgens zes keer gestoken. Door zijn handelen heeft de verdachte gezorgd voor gevoelens van angst en onveiligheid bij het slachtoffer en personen die op dat moment aanwezig waren bij Excelsior ‘20. Samen met de medeverdachten heeft hij een forse inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Uit het dossier leidt de rechtbank af dat de aanleiding van het geweld gezocht moet worden in een conflict tussen twee rivaliserende jeugdgroepen. De betrokkenen zelf zwijgen daarover en ontkennen daarvan deel uit te maken. De rechtbank maakt zich er ernstig zorgen over dat tussen jeugdgroepen over en weer geweld wordt gepleegd en wapenbezit onder jongeren gemeengoed lijkt te zijn geworden. Het voorhanden hebben van wapens leidt tot het risico op het gebruik daarvan en dit leidt tot steeds meer geweldsincidenten, met vaak zeer ernstige afloop. Het moet duidelijk zijn dat dit geweld en de daarmee gepaard gaande onrust en onveiligheid in de samenleving niet wordt getolereerd en dat daartegen streng wordt opgetreden.

Op 21 maart 2025 heeft de verdachte zich midden op de dag schuldig gemaakt aan een openlijke geweldpleging in een volle metro. Ook hier lijkt een conflict tussen dezelfde jeugdgroepen aan ten grondslag te liggen. Het slachtoffer is door een medeverdachte op zijn hoofd geslagen met een scherp voorwerp en is vervolgens door de verdachte geslagen en geschopt. Ook hier is inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

De rechtbank rekent de verdachte de door hem gepleegde geweldfeiten gelet op het voorgaande zwaar aan.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

Rapportages en verklaring van de deskundige op de terechtzitting

De Raad heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 19 juni 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

Het algemeen recidiverisico komt uit op hoog en het dynamisch risicoprofiel komt uit op midden. Voor het verminderen van de zorgen rondom de verdachte en het verminderen van het recidiverisico wordt door de Raad geadviseerd om de begeleiding van de jeugdreclassering voort te zetten. Er is een positieve ontwikkeling te zien, maar deze is nog niet dusdanig dat de verdachte zonder begeleiding en bijzondere voorwaarden zou kunnen. De Raad adviseert dan ook een deels voorwaardelijke jeugddetentie, waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest, met bijzondere voorwaarden en een onvoorwaardelijke taakstraf. Belangrijk is dat de verdachte de hulp van zijn coaches van E25 en Chapter Next blijft behouden.

JBRR heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 18 juni 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

De situatie van de verdachte is sinds de aanhouding sterk verbeterd. Hij krijgt momenteel begeleiding vanuit E25 en gaat naar Chapter Next. De instanties zijn positief over het gedrag van de verdachte. Aandachtspunten zijn op dit moment op tijd komen en de focus vasthouden. De verdachte zal na de zomer starten met een opleiding en wil ook werken. De verdachte lijkt alles nu goed op de rit te hebben en doet zijn best om positief gedrag te laten zien. Er zijn momenteel wel nog zorgen rondom het ‘nee’ zeggen en het afhouden van antisociale contacten. Bij een bewezenverklaring wordt geadviseerd om naast een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan het voorarrest een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met bijzondere voorwaarden.

JBRR, ter zitting vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] , heeft toegelicht dat de verdachte bij een veroordeling meer begeleiding nodig heeft, omdat hij onvoldoende schuldbesef en zelfinzicht laat zien. In aanvulling op de door de Raad geadviseerde voorwaarden wordt een GGZ-behandeling geadviseerd. Aan de hand van een persoonlijkheidsonderzoek kan worden bezien wat de verdachte precies aan behandeling nodig heeft.

De rechtbank heeft acht geslagen op de rapporten en wat ter terechtzitting door JBRR naar voren is gebracht.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Straffen

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. De rechtbank heeft bij de bepaling van de duur gelet op de straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd en op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). De rechtbank houdt er bij het bepalen van de straf in het voordeel van de verdachte rekening mee dat hij al geruime tijd in een schorsing loopt en in die tijd een positieve ontwikkeling heeft laten zien. De verdachte heeft een bijbaan, werkt mee aan de begeleiding van Chapter Next en zal na de zomer gaan starten met school. De verdachte is sindsdien ook niet meer met politie en justitie in aanraking gekomen.

Mede gelet op de rapportages zal de rechtbank een deel van de jeugddetentie voorwaardelijk opleggen, met de bijzondere voorwaarden die hierna worden genoemd. Het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie wordt gelijk gesteld aan het voorarrest, zodat de verdachte niet meer terug hoeft naar de jeugdgevangenis. Van de bijzondere voorwaarden bij de voorwaardelijke straf maakt deel uit dat de verdachte mee dient te werken aan een persoonlijkheidsonderzoek en aan eventuele behandeling die naar aanleiding daarvan wordt geadviseerd. De voorwaardelijke straf dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank ziet - anders dan de officier van justitie - onvoldoende aanleiding om een contactverbod met [slachtoffer 2] op te leggen en ook niet om een locatieverbod voor de straten waar [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] wonen aan de verdachte op te leggen. Dat zou dan nu, meer dan een jaar na het strafbare feit, voor het eerst aan de verdachte worden opgelegd, terwijl er geen aanwijzingen zijn dat dat alsnog noodzakelijk is. Wel acht de rechtbank voortzetting van het contactverbod met [slachtoffer 1] aangewezen. De rechtbank zal ook nog langer een contactverbod opleggen met de medeverdachten voor de duur van maximaal een jaar of zoveel korter als de jeugdreclassering nodig acht. Daarnaast zal de rechtbank de verdachte, gelet op de ernst van de feiten, een taakstraf in de vorm van een werkstraf opleggen van de hierna te noemen duur. Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op het artikelen 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie, 60 (zestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna ook: jeugdreclassering) te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- een dagbesteding zal hebben in de vorm van Chapter Next en/of school;

- mee zal werken aan de hulpverlening vanuit Chapter Next en E25, of een soortgelijke instelling;

- mee zal werken aan een persoonlijkheidsonderzoek en aan de hulpverlening en/of behandeling die daarin wordt geadviseerd, mocht dit nodig worden geacht door de jeugdreclassering;

- voor de maximale duur van één jaar of zoveel korter als de jeugdreclassering nodig acht, op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten:

- [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedag 2] 2008;

- [medeverdachte 4] , geboren op [geboortedag 3] 2009;

- [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedag 4] 2008;

- [medeverdachte 6] , geboren op [geboortedag 5] 2007;

- [medeverdachte 5] , geboren op [geboortedag 6] 2007;

- [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedag 7] 2009;

- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met het slachtoffer:

- [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag 8] 2009;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 (veertig) uren;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. S. Riege, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. J.C.M. Persoon en A.L. Pöll, kinderrechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. van Cortenberghe - van Dam, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 juli 2026.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1

hij op 10 maart 2025 te Schiedam

openlijk, te weten op of aan de Parkweg, in elk geval op of aan de openbare weg

en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,

in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 1] , door

meermalen met een mes in de buik, de benen en de bil van die [slachtoffer 1]

te steken;

2

hij op of omstreeks 21 maart 2025 te Schiedam,

openlijk, te weten in een metrostel (ter hoogte van metrostation

Schiedam-Centrum), in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het

publiek toegankelijke plaats,

in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 2]

door meermalen, althans eenmaal

- met een scherp en/of puntig voorwerp op/in het hoofd van die [slachtoffer 2] te

slaan/steken en/of

- op/tegen het hoofd, althans het lichaam van die [slachtoffer 2] te slaan/stompen en/of

- op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te schoppen/trappen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand