ECLI:NL:RBROT:2026:10588

ECLI:NL:RBROT:2026:10588

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 21-07-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer 10-115830-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Mini-mega Excelsior. Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor openlijke geweldpleging, wapenbezit, tweemaal diefstal met (bedreiging met) geweld in vereniging en tweemaal afpersing in vereniging. Vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk wegens onjuist genoteerd parketnummer. Oplegging van deels voorwaardelijke jeugddetentie met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 2 jaren en een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 80 uren.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Jeugd

Parketnummer: 10-115830-25

Datum uitspraak: 21 juli 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2008,

ingeschreven in de basisregistratie personen (en verblijvende) op het adres:

[adres] ,

raadsvrouw mr. M.G.J. Plat, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzittingen van 23 juni en 7 juli 2026.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C.C. Brandwijk heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Bewezenverklaring feit 2 zonder nadere motivering (voorhanden hebben wapen)

Het onder feit 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend en nadien is geen vrijspraak bepleit. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Bewijswaardering feit 1 (zaak Excelsior)

Inleiding

Op basis van het dossier en dat wat ter zitting is besproken stelt de rechtbank het volgende vast.

Op 10 maart 2025 rond 20.35 uur heeft de politie een melding ontvangen dat een grote groep jongeren op het terrein van voetbalclub Excelsior ‘20 in Schiedam achter een jongen aan zou rennen en dat de jongen daarbij meerdere keren is gestoken. Ter plaatse gekomen verbalisanten treffen aangever [aangever] (hierna: de aangever) aan bij een sloot aan de zuidwestelijke rand van het terrein van Excelsior ‘20. Hij heeft steekwonden onder zijn ribbenkast, in zijn rechterbovenbeen, rechterbil, linkerbovenbeen, linkeronderbeen en rechterheup. Ook heeft hij een wond in het gezicht bij het linkerjukbeen. De aangever verklaart dat hij door meerdere jongens uit Schiedam Noord is gestoken. Twee dagen eerder was hij op straat door een groep jongens omsingeld en werd hem herhaaldelijk gevraagd: “ben je van kade?” (de rechtbank begrijpt jeugdgroep Kade uit Rotterdam). Twee van hen zag de aangever ook bij het incident bij Excelsior ’20.

Uit het dossier volgt dat een groep jongens naar Excelsior ‘20 is gekomen. Deze groep heeft zich eerst enige tijd opgehouden buiten het terrein van de voetbalvereniging. Op de camerabeelden van Excelsior ‘20 is te zien dat om 20.27 uur een onbekend gebleven jongen met een elektrische step het terrein van de voetbalclub oprijdt en het terrein ongeveer een halve minuut later weer verlaat. Om 20.29 uur rijden een andere onbekend gebleven jongen en medeverdachte [medeverdachte 1] op een elektrische step het terrein op en verlaten dit na ongeveer een minuut weer.

Om 20.33 uur loopt de aangever na zijn training het terrein van Excelsior ‘20 af. Medeverdachten [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] halen hem in met een elektrische step en enkele seconden later begint de confrontatie met de groep. Een aantal jongens rent naar de aangever toe. De aangever loopt achteruit en wordt vervolgens door een persoon geslagen. Hierop trekt de aangever een mes, waarna de groep achteruit deinst.

Vervolgens rent de aangever het terrein van Excelsior ‘20 op. De twee onbekend gebleven personen en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] rennen de aangever als eerste achterna. De verdachte komt vervolgens ook het terrein op, maakt een gebaar met zijn arm en rent via een andere route in de richting van het pad waarover de aangever wegrent. De jongens die daarna het terrein oprennen nemen dezelfde route als de verdachte. Dit zijn medeverdachten [medeverdachte 6] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] . De aangever probeert te ontkomen via een pad langs het voetbalveld, rent vervolgens over een voetbalveld en daarna richting de bosjes en een sloot aan de rand van het terrein. Uit de camerabeelden volgt dat in ieder geval 13 personen diezelfde route nemen.

Van het laatste deel van de achtervolging van de aangever en van het steken zelf zijn geen camerabeelden beschikbaar. Getuigen hebben echter verklaard dat een grote groep jongens over het veld achter de aangever aan rende, dat meerdere van hen messen hadden en dat de aangever werd omsingeld. Uit de verklaring van de aangever volgt dat hij op enig moment niet verder kon rennen omdat hij bij een sloot aankwam. Daar is de aangever zes keer gestoken door ten minste twee personen met een mes.

Om 20.37 uur rennen alle jongens kort achter elkaar het terrein weer af.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw van de verdachte heeft vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde openlijke geweldpleging. Zij voert daartoe aan dat de verdachte niet de intentie had om de aangever te steken. Daarnaast komt de verdachte niet uit de richting van de plek waar de aangever is gestoken terug gerend, waardoor niet kan worden vastgesteld dat hij het openlijk geweld getalsmatig heeft ondersteund. Het armgebaar dat de verdachte maakte nadat hij het terrein was opgerend was niet om een bijdrage aan het geweld te leveren. De enkele omstandigheid dat de verdachte aanwezig was in een groep van waaruit later openlijk geweld werd gepleegd, levert geen voldoende significante of wezenlijke bijdrage aan het geweld op.

Beoordeling

Van het ‘in vereniging’ plegen van geweld is sprake indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld. Deze bijdrage behoeft zelf niet van gewelddadige aard te zijn. Anderzijds is de enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt, niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die daaraan deelneemt. Beoordeeld dient te worden of de door de verdachte geleverde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.

De rechtbank overweegt daarover het volgende. Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat de verdachte tot de groep jongens behoorde die naar voetbalclub Excelsior ‘20 is gegaan en buiten het terrein heeft gestaan. Een getuige heeft iemand in de groep horen zeggen: “Komt die boy nog?”. Ook rijden kort voor de confrontatie tot twee keer toe personen uit de groep op een stepje het terrein op en binnen korte tijd weer af. In de groep zijn jongens die een mes bij zich hebben. Nadat de aangever het terrein afloopt vindt vrijwel direct de confrontatie met de groep plaats, waarbij meerdere jongens uit de groep op hem afrennen en hij wordt geslagen. Op basis van het voorgaande concludeert de rechtbank dat de groep naar voetbalclub Excelsior ‘20 is gegaan om de aangever op te wachten en een confrontatie met hem aan te gaan, waarbij de ritjes op de step dienden om te kijken of de aangever er al aankwam. De verdachte maakte deel uit van deze groep.

Nadat de aangever was geslagen en weggerend, rende de verdachte als vijfde achter hem aan het terrein van Excelsior ‘20 op. Met het armgebaar wat de verdachte maakte, heeft de verdachte de jongens die na hem kwamen gewezen in de richting van een kortere route naar de aangever. De jongens volgden de verdachte. De verdachte heeft vervolgens met de groep de aangever opgejaagd door over het terrein achter hem aan te blijven rennen tot de aangever niet meer verder kon, terwijl meerdere jongens uit de groep messen vast hadden. Een getuige heeft iemand uit de groep horen zeggen “We hebben hem ingesloten, hij kan geen kant op”. De verdachte nam actief deel aan de aanvalsgolf van de groep richting de aangever, welke aanvalsgolf eindigde in het omsingelen, dan wel insluiten, en het steken van de aangever. De verklaring van de verdachte dat hij maar een stuk mee is gerend en bij het einde van het pad is gestopt, vindt op geen enkele wijze steun in het dossier.

Hoewel niet is vast te stellen dat de verdachte een van de personen is geweest die de aangever heeft gestoken, concludeert de rechtbank dat de verdachte door te handelen als hiervoor vermeld opzet heeft gehad, in elk geval in voorwaardelijke zin, op de ten laste gelegde geweldshandelingen en daaraan een voldoende significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd.

Conclusie

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de openlijke geweldpleging zoals ten laste is gelegd onder feit 1.

Feiten 3 en 4 (zaak [zaaknaam 1] )

Standpunt verdediging ter zake vormverzuim ex artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv)

De raadsvrouw van de verdachte heeft onder verwijzing naar de Landeck-uitspraak aangevoerd dat zich een onherstelbaar vormverzuim heeft voorgedaan, hetgeen moet leiden tot bewijsuitsluiting van de uit de onder de verdachte inbeslaggenomen telefoon verkregen informatie. De door de rechter-commissaris afgegeven machtiging strekt niet tot de dag ten aanzien waarvan het aan de telefoon uitgevoerde onderzoek heeft plaatsgevonden, te weten 13 april 2025. De machtiging was aangevraagd voor een ander strafbaar feit en is gevorderd en toegewezen voor de periode vanaf 10 januari 2025 tot en met 10 april 2025. Dit maakt dat sprake is van een ernstige schending van een strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel.

Beoordeling

Uit de Landeck-uitspraak en het daarbij horende arrest van de Hoge Raad van 18 maart 2025 volgt dat voorafgaande toestemming van een rechterlijke instantie of onafhankelijk bestuursorgaan vereist is, indien onderzoek naar gegevens op een elektronische gegevensdrager een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer met zich brengt. Van een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is al geen sprake meer als op voorhand is te voorzien dat door het onderzoek aan een smartphone (of een andere elektronische gegevensdrager of geautomatiseerd werk) inzicht wordt verkregen in verkeers- en locatiegegevens, maar ook in andersoortige gegevens (zoals foto's, de browsergeschiedenis, de inhoud van via die smartphone uitgewisselde communicatie en andere gevoelige gegevens). Als politie en justitie in zo'n geval onderzoek willen verrichten aan inbeslaggenomen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken, is voor dat onderzoek - behalve in spoedeisende gevallen - een voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris vereist.

Uit het dossier volgt dat van de rechter-commissaris een machtiging is verkregen om ten aanzien van de periode vanaf 10 januari 2025 tot en met 10 april 2025 onderzoek te verrichten aan drie mobiele telefoons die vermoedelijk in gebruik waren bij de verdachte. Dit onderzoek hield verband met de verdenking dat de verdachte betrokken was bij een steekincident (zaak Excelsior). Uit het dossier volgt verder dat aan één van die telefoons, de onder de verdachte in beslag genomen iPhone, door een verbalisant nader onderzoek is gedaan. Dit betreft onderzoek naar onder meer chats van 13 april 2025 via Snapchat en daarvan deel uitmakende video’s, geluidsfragmenten en afbeeldingen. Dit naar aanleiding van een diefstal met geweld en afpersing (zaak [zaaknaam 1] ) die op die dag had plaatsgevonden en waarin bij medeverdachte [medeverdachte 2] , die volgens de politie een vriend is van de verdachte, de gestolen goederen waren aangetroffen. De rechtbank stelt vast dat het aan de iPhone verrichte nader onderzoek dermate verstrekkend is geweest dat was te voorzien dat een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zou worden gemaakt. Nu een voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris achterwege is gebleven, levert dit een onherstelbaar vormverzuim op in de zin van artikel 359a Sv.

De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of en zo ja, welk rechtsgevolg aan het onherstelbare vormverzuim moet worden verbonden. Op grond van artikel 359a, tweede lid, Sv houdt de rechtbank bij het beantwoorden van die vraag rekening met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Uit de Nederlandse uitspraken naar aanleiding van de Landeck-uitspraak volgt dat het enkele gegeven dat de privacy zonder voorafgaande rechterlijke toets is geschonden niet zonder meer moet leiden tot bewijsuitsluiting of matiging van de op te leggen straf. Er zijn in deze zaak geen bijzondere omstandigheden die maken dat in dit geval anders moet worden geoordeeld. De rechtbank acht daarbij van belang dat de privacy-inbreuk in zoverre beperkt is gebleven dat in het proces-verbaal van het onderzoek van de telefoon wordt ingegaan op een beperkt aantal gesprekken op Snapchat in de avond van 13 april 2025, terwijl reeds uitvoerig onderzoek aan drie aan de verdachte toegeschreven telefoons kon worden verricht over een periode van drie maanden direct daaraan voorafgaand. De rechtbank zal daarom volstaan met de enkele constatering van het vormverzuim. De informatie die door het onderzoek aan de telefoon van de verdachte is verkregen zal voor het bewijs worden gebruikt.

Standpunt verdediging ter zake het bewijs

De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat er onvoldoende bewijs is voor medeplegen. De foto van de verdachte met de gestolen goederen en de gesprekken op Snapchat zeggen niets over een eventuele bijdrage aan de diefstal en afpersing. Nergens blijkt uit dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. Subsidiair stelt de verdediging dat de verdachte partieel vrijgesproken dient te worden van de afpersing van de tas. De afgifte van de tas vond niet plaats in aanwezigheid van een groep maar alleen in het bijzijn van twee jongens op de fatbike. De verdachte is niet één van die twee jongens.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat het dossier wettig en overtuigend bewijs bevat dat de verdachte op 13 april 2025 op een schoolplein samen met anderen de twee aangevers heeft afgeperst en beroofd. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. De verdachte zat kort voorafgaand aan het incident samen met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in de metro. Daarnaast blijkt uit Snapchatgesprekken dat er tijdens en kort na het incident intensief contact was tussen de verdachte en medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Zo deelt medeverdachte [medeverdachte 3] rond het tijdstip waarop de beroving plaatsvond in een groepschat waar de verdachte ook aan deelneemt live een video waarin hij rent en roept “Kanker hoerenzonen, rennen hè. Wacht.” De rechtbank gaat ervan uit dat dit het moment is waarop achter de aangevers wordt aangerend. Daarnaast heeft medeverdachte [medeverdachte 2] bij de politie bekend dat hij bij de beroving betrokken was. Getuige [getuige 1] heeft bovendien verklaard dat een groep jongens spullen van de aangevers in handen had. In de gesprekken net na het incident gaat het over de gestolen goederen en het verkopen daarvan. Daarbij wordt door een deelnemer aan het gesprek gestuurd ‘Zeg wollah jullie kleden die manne uit’, waarop de verdachte reageert ‘Alles meee’. Verder wordt gesproken over bewijs op camera’s dat ‘we rennen’ en dat daarvoor een verhaal moet worden verzonnen voor de politie. Tot slot is die avond een foto van de verdachte met de gestolen goederen in een Snapchatgroep gedeeld. Gelet op deze bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met de medeverdachten en dat zij gezamenlijk de afpersing en diefstal met geweld hebben gepleegd. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat van medeplegen geen sprake is.

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat voor zijn betrokkenheid bij het medeplegen van de diefstal met geweld of de afpersing van de tas. De verdachte zal ter zake daarvan partieel worden vrijgesproken.

Conclusie

Bewezen is dat de verdachte het onder 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Bewijswaardering feiten 5 en 6 (diefstal met geweld en afpersing [zaaknaam 2] )

Standpunt verdediging

De raadsvrouw heeft primair aangevoerd dat de herkenning van de verdachte door getuige [getuige 2] onbetrouwbaar is en dat die verklaring daarom moet worden uitgesloten van het bewijs. De verdenking is alleen gebaseerd op deze herkenning, zodat de verdachte moet worden vrijgesproken. Subsidiair is aangevoerd dat partieel vrijspraak dient te volgen ten aanzien van het tonen van een mes, omdat alleen aangever verklaart een mes te hebben gezien.

Beoordeling

Anders dan de verdediging ziet de rechtbank geen aanwijzingen dat getuige [getuige 2] woorden in de mond zijn gelegd of dat zij anderszins is gestuurd in haar getuigeverklaring dat zij de verdachte heeft herkend als een van de daders van de diefstal met geweld en de afpersing op 15 oktober 2024. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij en de jongens die betrokken waren bij de diefstal met geweld en de afpersing in dezelfde omgeving wonen. Ze kent de jongens allemaal van gezicht, maar niet van naam. Ze weet alleen de naam [verdachte] en dat [verdachte] in de omgeving van de [straatnaam] woont. Na de diefstal met geweld en de afpersing zijn [getuige 2] en de aangever naar een Albert Heijn gegaan, waar zij werkzaam zijn. Aan de teamleider vertelde [getuige 2] wat er was gebeurd en dat zij een van de jongens herkende. Dat het ging om een donkere jongen met krulletjes en dat die jongen samen met zijn vrienden vaak stond te irriteren voor de winkel. De teamleider heeft verklaard dat hij toen wist om welk clubje jongens het ging en heeft een foto laten zien van jongens die een winkelverbod opgelegd hadden gekregen. [getuige 2] herkende op de foto van de groep de jongen met het blauwe shirt als [verdachte] . De verdachte heeft zichzelf ook op die foto herkend. De verdachte woont in de [adres] , die naast de [straatnaam] is gelegen.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het voorgaande dat de verklaring van [getuige 2] gedetailleerd is, consistent en in hoge mate is gebaseerd op haar eigen waarneming. Het verweer wordt daarom verworpen. De getuigenverklaring zal worden gebruikt voor het bewijs.

De rechtbank acht ook het tonen van het mes bewezen. De aangifte wordt op dat punt ondersteund door de getuigenverklaring van [getuige 2] .

Conclusie

Het onder 5 en 6 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten onder 1, 3, 4, 5 en 6 heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 2 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1

hij op 10 maart 2025 te Schiedam

openlijk, te weten op of aan de Parkweg, in elk geval op of aan de openbare weg

en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,

in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 1] , door

meermalen met een mes in de buik, de benen en de bil van die [slachtoffer 1]

te steken;

2

hij op 10 november 2025 te Rotterdam

een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te

weten een pistool, van het merk Blow, type mini, kaliber 9x17 mm,

zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool

voorhanden heeft gehad;

3

hij op 13 april 2025 te Schiedam

op of aan de openbare weg, te weten de Nassaulaan en de Warande,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

twee jassen, twee een paar schoenen, een broek, een ketting, een tas, twee paar AirPods, een powerbank, een bankpas en een ID-kaart, in elk geval enig goed, die aan [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] toebehoorden

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, of om, bij

betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te achtervolgen, en

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op te wachten met een grote groep personen, en

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen: "Als jullie weg

rennen, steken we jullie neer" en "Doe al je spullen uit, anders gebeurt er wat met

jullie", en

- de jassen en schoenen van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] uit te trekken of af te

pakken, en

- die [slachtoffer 3] meermalen tegen het gezicht te slaan;

4

hij op 13 april 2025 te Schiedam

op of aan de openbare weg, te weten de Nassaulaan en de Warande,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van twee jassen,

twee een paar schoenen, een broek en een ketting, een tas, twee paar AirPods, een powerbank, een bankpas en een ID-kaart, in elk geval enig goed, die aan die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] toebehoorden,

door

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te achtervolgen, en

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op te wachten met een grote groep personen, en

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen: "Als jullie weg

rennen, steken we jullie neer" en "Doe al je spullen uit, anders gebeurt er wat met

jullie", en

- de jassen en schoenen van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] uit te trekken of af te

pakken, en

- die [slachtoffer 3] meermalen tegen het gezicht te slaan;

5

hij op 15 oktober 2024 te Schiedam

op of aan de openbare weg, te weten de Tuinlaan,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

een telefoon, een pasjeshouder (met inhoud) en/of een vape, in elk geval enig goed,

dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , in elk geval aan een

ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft

weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl

deze diefstal werd voorafgegaan, en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, of om, bij

betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- meermalen die [slachtoffer 4] tegen het lichaam te duwen en

- die [slachtoffer 4] vast te pakken en

- die [slachtoffer 4] te fouilleren en daarbij een pasjeshouder weg te nemen en

- tegen die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] te zeggen dat zij hun telefoons en/of pincode

en/of vape moesten geven en

- die [slachtoffer 4] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen;

6

hij op 15 oktober 2024 te Schiedam

op of aan de openbare weg, te weten de Tuinlaan,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon, een

pasjeshouder (met inhoud), het ter beschikking stellen van een pincode en de afgifte van/of een vape, in elk geval enig goed,

dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of een derde

toebehoorde(n)

door

- meermalen die [slachtoffer 4] tegen het lichaam te duwen en

- die [slachtoffer 4] vast te pakken en

- die [slachtoffer 4] te fouilleren en daarbij een pasjeshouder weg te nemen en

- tegen die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] te zeggen dat zij hun telefoons en/of pincode

en/of vape moesten geven en

- die [slachtoffer 4] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1. openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

2. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

De eendaadse samenloop van:

3. diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd op de openbare weg en gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

4. afpersing, gepleegd op de openbare weg en gepleegd door twee of meer verenigde personen

De eendaadse samenloop van:

5. diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd op de openbare weg en gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

6. afpersing, gepleegd op de openbare weg en gepleegd door twee of meer verenigde personen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straffen

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd

De verdachte heeft zich op vijftien- en zestienjarige schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten, waaronder forse geweldsdelicten.

Allereerst heeft de verdachte zich op 15 oktober 2024 schuldig gemaakt aan diefstal met geweld en afpersing van twee personen. De verdachte heeft samen met medeverdachten het slachtoffer aangesproken met de vraag wat hij bij zich heeft. Het slachtoffer werd vervolgens geduwd en vastgehouden, waarbij zijn zakken werden leeggemaakt en zijn pasjeshouder met pasjes werd afgepakt. Een van de daders liet een mes zien, waarna het slachtoffer zijn telefoon heeft gegeven. De vriendin van de jongen heeft onder bedreiging haar vape aan de daders gegeven. De straatroof heeft grote impact gehad op de jongen en zijn vriendin, die hierna allebei last hebben van angst.

Op 10 maart 2025 heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het plegen van openlijk geweld. De verdachte is samen met een groep jongeren op pad gegaan om de confrontatie met het slachtoffer te zoeken. Het slachtoffer is vanuit de groep geslagen, achtervolgd, opgejaagd en vervolgens zes keer gestoken. Door zijn handelen heeft de verdachte gezorgd voor gevoelens van angst en onveiligheid bij het slachtoffer en personen die op dat moment aanwezig waren bij Excelsior ‘20. Samen met de medeverdachten heeft hij een forse inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Uit het dossier leidt de rechtbank af dat de aanleiding van het geweld gezocht moet worden in een conflict tussen twee rivaliserende jeugdgroepen. De betrokkenen zelf zwijgen daarover en ontkennen daarvan deel uit te maken. De rechtbank maakt zich er ernstig zorgen over dat tussen jeugdgroepen over en weer geweld wordt gepleegd en wapenbezit onder jongeren gemeengoed lijkt te zijn geworden. Het voorhanden hebben van wapens leidt tot het risico op het gebruik daarvan en dit leidt tot steeds meer geweldsincidenten, met vaak zeer ernstige afloop. Het moet duidelijk zijn dat dit geweld en de daarmee gepaard gaande onrust en onveiligheid in de samenleving niet wordt getolereerd en dat daartegen streng wordt opgetreden.

Op 13 april 2025 heeft de verdachte zich samen met een groep jongens opnieuw schuldig gemaakt aan diefstal met geweld en afpersing van twee personen. De slachtoffers zijn aangesproken en opgejaagd door achter hen aan te rennen. Uiteindelijk werden zij ingehaald door twee medeverdachten op een fatbike, moesten zij een tas afgeven en meelopen naar een schoolplein waar ze werden opgewacht door de groep. De jassen van de slachtoffers werden uitgetrokken, zij moesten hun schoenen en zelfs een broek uitdoen en een ketting afdoen. Toen een van de slachtoffers dit weigerde werd hij geslagen door meerdere jongens van de groep. De slachtoffers hebben hierdoor angst en stress ervaren. Zij zijn hun spullen kwijt en hun gevoel van veiligheid op straat is aangetast. Voor een van de slachtoffers was het ook vernederend, omdat hij op straat zijn broek uit moest doen.

De strafbare feiten die de verdachte heeft gepleegd hebben bovendien niet alleen een enorme impact op de slachtoffers zelf, maar versterken ook de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving, zeker als deze, zoals hier telkens het geval is, plaatsvinden op de openbare weg.

Tot slot is de verdachte op 10 november 2025, nota bene terwijl hij in een schorsing liep voor feit 1, op de openbare weg staande gehouden en is een vuurwapen met munitie bij hem aangetroffen in zijn jaszak. Het ongecontroleerd bezit van vuurwapens kan leiden tot het toebrengen van ernstige schade aan personen en/of goederen en tot gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij.

De rechtbank rekent het voorgaande de verdachte zwaar aan.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Rapportage en verklaring van de deskundige op de terechtzitting

De Raad heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 22 juni 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

Zowel het algemeen recidiverisico als het totaal dynamisch risicoprofiel komt uit op hoog. Er worden risicofactoren gezien op de domeinen vaardigheden en geestelijke gezondheid. Een beschermende factor is het gezin. Verder worden bij de verdachte diverse vaardigheidstekorten gezien. Begeleiding van de jongerencoach helpt de verdachte met het overzien van situaties en het stellen van grenzen. Ook wordt momenteel gewerkt aan omgaan met groepsdruk. De verdachte volgt een sociale vaardigheidstraining. Om deze reden wordt geen leerstraf geadviseerd. De Raad adviseert om aan de verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, met als bijzondere voorwaarden onder meer dat de verdachte meewerkt aan de begeleiding van E25 of een soortgelijke organisatie en meewerkt aan de voorwaarden en afspraken die worden gemaakt in het kader van de Harde Kern Aanpak (hierna: HKA) en daarbij dat hij meewerkt aan een avondklok en elektronische monitoring. Op deze manier behoudt de verdachte de hulp die hij nodig heeft.

De jeugdreclassering, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] , heeft ter zitting toegelicht dat de HKA de afgelopen zes maanden goed is opgepakt door de verdachte. Het begin ging moeizaam, maar momenteel gaat het goed. Er is een positieve vooruitgang te zien. Er is nog wel te weinig structuur in het leven van de verdachte. Om die reden heeft hij nog de nodige begeleiding en zijn de eerder gestelde voorwaarden tot nu toe nog niet verruimd. De verdachte werkt goed mee aan de sociale vaardigheidstraining die hij volgt. Het is van belang dat hij dit voortzet. Het advies van de Raad wordt door de jeugdreclassering ondersteund. Het HKA-traject en de bijbehorende elektronische monitoring en avondklok zijn nog voor een periode van maximaal drie maanden nodig om dit verantwoord af te kunnen bouwen.

De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport en wat ter terechtzitting naar voren is gebracht.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Straffen

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. De rechtbank heeft bij de bepaling van de duur gelet op de straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd en op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).

De rechtbank houdt er bij de oplegging van de straf in het nadeel van de verdachte rekening mee dat de verdachte in de schorsingsperiode fors gerecidiveerd is. De verdachte is meermalen opnieuw geschorst, waarna hij vrij snel recidiveerde of zich niet hield aan (een) bijzondere voorwaarde(n). Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafmaat in het voordeel van de verdachte rekening met een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) ten aanzien van het bewezenverklaarde onder de feiten 5 en 6.

Mede gelet op de rapportage en hetgeen ter terechtzitting is toegelicht, zal de rechtbank een deel van de jeugddetentie voorwaardelijk opleggen, met de bijzondere voorwaarden die hierna worden genoemd. Het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie wordt gelijk gesteld aan het voorarrest, zodat de verdachte niet meer terug hoeft naar de jeugdgevangenis. De voorwaardelijke straf dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank ziet - anders dan de officier van justitie - onvoldoende aanleiding om een contactverbod met de slachtoffers van de feiten 3 tot en met 6 op te leggen en ook niet om een locatieverbod voor de straten waar [slachtoffer 1] en de slachtoffers van de feiten 3 tot en met 6 wonen aan de verdachte op te leggen. Dat zou dan nu, meer dan een jaar na de strafbare feiten, voor het eerst aan de verdachte worden opgelegd terwijl er geen aanwijzingen zijn dat dat alsnog noodzakelijk is. Wel acht de rechtbank net als de officier van justitie voortzetting van het contactverbod met [slachtoffer 1] aangewezen. De rechtbank zal ook nog langer een contactverbod opleggen met de medeverdachten voor de duur van maximaal een jaar of zoveel korter als de jeugdreclassering nodig acht. Daarnaast acht de rechtbank de avondklok, de elektronische monitoring en het HKA-traject nog noodzakelijk voor maximaal drie maanden, gelet op wat daarover ter zitting door de jeugdreclassering naar voren is gebracht. Tot slot zal de rechtbank de verdachte, gelet op de ernst van de feiten, een taakstraf in de vorm van een werkstraf opleggen van de hierna te noemen duur.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

8. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

Benadeelde partij [benadeelde 1]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde 1] , ter zake de onder 3 en 4 tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 190,99 aan materiële schade, bestaande uit weggenomen airpods.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie stelt dat de vordering toewijsbaar is, hoewel deze niet met een aankoopbon is onderbouwd. De genoemde schade is redelijk en aannemelijk en dient om die reden te worden toegewezen, hoofdelijk, met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt verdediging

De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, gelet op het feit dat op het ingediende schadevergoedingformulier niet het parketnummer van de zaak van de verdachte is genoteerd. Subsidiair dient de vordering te worden afgewezen gelet op de bepleite vrijspraak. Tot slot stelt de verdediging meer subsidiair dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard door een gebrek aan onderbouwing.

Beoordeling

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank constateert dat op het verzoek tot schadevergoeding niet het parketnummer van de zaak van de verdachte staat. Daarnaast is de vordering van de benadeelde partij, gelet op de betwisting van de verdediging, onvoldoende onderbouwd. Aanhouding van de zaak zodat de benadeelde partij de vordering nader kan onderbouwen zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Proceskosten

Nu de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

Benadeelde partij [benadeelde 2]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde 2] , ter zake van de onder 5 en 6 tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij heeft in de vordering geen bedrag genoemd.

Standpunt officier van justitie en verdediging

De officier van justitie en de verdediging stellen zich op het standpunt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu geen bedrag is ingevuld.

Beoordeling en conclusie

De benadeelde partij [benadeelde 2] zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu geen schadebedrag is ingevuld.

Proceskosten

Nu de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 55, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 180 (honderdtachtig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie 72 (tweeënzeventig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- zijn medewerking zal verlenen aan de intensieve begeleiding en de voorwaarden en

afspraken die met hem worden gemaakt in het kader van de Harde Kern Aanpak (HKA) voor de maximale duur van drie maanden, of zoveel korter als de jeugdreclassering noodzakelijk acht;

- zich zal houden aan een avondklok voor de maximale duur van drie maanden of zoveel korter als de jeugdreclassering noodzakelijk acht. Deze avondklok houdt in dat de veroordeelde dagelijks om 19:00 uur thuis, te weten op het adres: [adres] , zal zijn en thuis zal blijven tot de volgende ochtend 07:00 uur. Deze tijdstippen van de avondklok kunnen worden gewijzigd door de jeugdreclassering, in die zin dat de veroordeelde in dat geval ’s avonds later thuis mag komen en ’s ochtends eerder van huis mag;

- zich zal houden aan de voorwaarden die zijn gesteld met betrekking tot elektronische monitoring, in de vorm van een enkelband voor de maximale duur van drie maanden, of zoveel korter als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht. Dit houdt ook in dat de veroordeelde dagelijks tussen 07:00 uur en 22:00 uur de enkelband tenminste drie uur oplaadt;

- zich zal inspannen voor het hebben en behouden van een passende dagbesteding in de

vorm van werk, school of een dagbestedingstraject;

- zich zal inspannen voor het hebben en behouden van een positieve vrijetijdsbesteding, in

de vorm van sport en/of een bijbaan;

- zal meewerken aan ambulante hulpverlening van E25 of een soortgelijke instantie, waarbij (ook) de sociale vaardigheden (sova) training wordt gevolgd, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

- voor de maximale duur van één jaar of zoveel korter als de jeugdreclassering nodig acht, op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten:

- [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedag 2] 2010;

- [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedag 3] 2009;

- [medeverdachte 4] , geboren op [geboortedag 4] 2008;

- [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedag 5] 2007;

- [medeverdachte 5] , geboren op [geboortedag 6] 2007;

- [medeverdachte 6] , geboren op [geboortedag 7] 2009;

- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met het slachtoffer:

- M. Semedo Cardoso Costa, geboren op [geboortedag 8] 2009;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen;

bepaalt dat de vervangende jeugddetentie ten uitvoer kan worden gelegd als vervangende hechtenis, indien de veroordeelde bij aanvang van de eventuele tenuitvoerlegging van de vervangende jeugddetentie de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. S. Riege, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. J.C.M. Persoon en A.L. Pöll, kinderrechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. van Cortenberghe - van Dam, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 juli 2026.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1

hij op 10 maart 2025 te Schiedam

openlijk, te weten op of aan de Parkweg, in elk geval op of aan de openbare weg

en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,

in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 1] , door

meermalen met een mes in de buik, de benen en de bil van die [slachtoffer 1]

te steken;

2

hij op 10 november 2025 te Rotterdam

een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te

weten een pistool, van het merk Blow, type mini, kaliber 9x17 mm

zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool

voorhanden heeft gehad;

3

hij op 13 april 2025 te Schiedam

op of aan de openbare weg, te weten de Nassaulaan en de Warande,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

twee jassen, twee paar schoenen, een broek, een ketting, een tas, twee paar AirPods,

een powerbank, een bankpas en een ID-kaart, in elk geval enig goed, die aan [slachtoffer 2]

en [slachtoffer 3] toebehoorden

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij

betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te achtervolgen, en

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op te wachten met een grote groep personen, en

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen: "Als jullie weg

rennen, steken we jullie neer" en "Doe al je spullen uit, anders gebeurt er wat met

jullie", en

- de jassen en schoenen van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] uit te trekken of af te

pakken, en

- die [slachtoffer 3] meermalen tegen het gezicht te slaan;

4

hij op 13 april 2025 te Schiedam

op of aan de openbare weg, te weten de Nassaulaan en de Warande,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van twee jassen,

twee paar schoenen, een broek, een ketting, een tas, twee paar AirPods, een

powerbank, een bankpas en een ID-kaart, in elk geval enig goed, die aan die [slachtoffer 2]

en [slachtoffer 3] toebehoorden,

door

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te achtervolgen, en

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op te wachten met een grote groep personen, en

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen: "Als jullie weg

rennen, steken we jullie neer" en "Doe al je spullen uit, anders gebeurt er wat met

jullie", en

- de jassen en schoenen van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] uit te trekken of af te

pakken, en

- die [slachtoffer 3] meermalen tegen het gezicht te slaan;

5

hij op 15 oktober 2024 te Schiedam

op of aan de openbare weg, te weten de Tuinlaan,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

een telefoon, een pasjeshouder (met inhoud) en/of een vape, in elk geval enig goed,

dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , in elk geval aan een

ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft

weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl

deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij

betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- meermalen die [slachtoffer 4] tegen het lichaam te duwen en

- die [slachtoffer 4] vast te pakken en

- die [slachtoffer 4] te fouilleren en daarbij een pasjeshouder weg te nemen en

- tegen die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] te zeggen dat zij hun telefoons en/of pincode

en/of vape moesten geven en

- die [slachtoffer 4] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen;

6

hij op 15 oktober 2024 te Schiedam

op of aan de openbare weg, te weten de Tuinlaan,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon, een

pasjeshouder (met inhoud), een pincode en/of een vape, in elk geval enig goed,

dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of een derde

toebehoorde(n)

door

- meermalen die [slachtoffer 4] tegen het lichaam te duwen en

- die [slachtoffer 4] vast te pakken en

- die [slachtoffer 4] te fouilleren en daarbij een pasjeshouder weg te nemen en

- tegen die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] te zeggen dat zij hun telefoons en/of pincode

en/of vape moesten geven en

- die [slachtoffer 4] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand