RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/721628 / JE RK 26-1196
Datum uitspraak: 21 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de oma] ,
hierna te noemen: de oma, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: B.V. Rafaela, kantoorhoudende te Rotterdam.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 16 juni 2026, ontvangen op 17 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
mr. G.H.V. Amstelveen (waarnemend voor mr. B.V. Rafaela);
een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger] .
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [minderjarige] en aan [begeleider] (de begeleider van [minderjarige] ).
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter.
2. De feiten
[minderjarige] is onder voogdij gesteld van de oma.
[minderjarige] verblijft bij [zorginstelling] .
Bij beschikking van 21 juli 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 28 juli 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 28 juli 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De standpunten
De GI handhaaft het verzoek en licht het – onder verwijzing naar het verzoekschrift – als volgt toe. [minderjarige] verblijft op dit moment bij een kamertrainingscentrum in [plaats] . Zij is hier goed aan het werk richting zelfstandigheid. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is nodig, omdat [minderjarige] nog steeds geen contact heeft met de oma en/of andere familieleden. Via de betrokkenheid van de GI kan [minderjarige] verder worden ondersteund in haar traject en kunnen de nodige zaken voor haar worden geregeld. Een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] is nodig, zodat haar verblijf bij het kamertrainingscentrum kan worden gecontinueerd.
Namens de oma wordt tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het verzoek van de GI. Zij zou graag weer in contact komen met [minderjarige] , maar is blij om te horen dat het goed gaat met [minderjarige] in het kamertrainingscentrum en vindt het ook goed dat [minderjarige] daar verblijft.
5. De beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [minderjarige] de afgelopen periode veel positieve stappen heeft gezet. Ze is overgeplaatst naar een kamertrainingscentrum waar ze verder kan werken aan zelfstandigheid en ze doet het hier goed. Het is van belang dat [minderjarige] deze positieve lijn kan voortzetten en dat zij in het kamertrainingscentrum kan blijven. De verdere betrokkenheid van de GI is nodig om haar hierbij te ondersteunen en de nodige zaken voor haar te regelen. Een terugplaatsing van [minderjarige] bij de oma is daarbij, gelet op de afwezigheid van contact tussen hen, niet passend.
De ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing van [minderjarige] duurt al langer dan twee jaar. Dit betekent dat met het verlengingsverzoek van de GI ook een toetsingsbesluit van de Raad voor de Kinderbescherming had moeten worden meegestuurd. De kinderrechter constateert dat dit toetsingsbesluit ontbreekt. Dit betekent echter niet dat het verlengingsverzoek niet kan worden toegewezen (Hoge Raad 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:454). Het is duidelijk dat een verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] , gelet op de huidige omstandigheden, nog nodig is. Alle betrokkenen stemmen hiermee in. De kinderrechter benadrukt dat bij een eventueel volgend verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en/of machtiging uithuisplaatsing wel een dergelijk toetsingsbesluit dient te worden aangevraagd en overgelegd door de GI.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De oma en [minderjarige] zijn het hier ook mee eens. De kinderrechter verlengt de maatregelen daarom voor de duur van een jaar.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 28 juli 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 28 juli 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 door mr. D.I. Hendriks-van Wel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 27 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.