ECLI:NL:RBROT:2026:10638

ECLI:NL:RBROT:2026:10638

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 26-08-2026
Zaaknummer C/10/722561 / KG ZA 26-685
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Kort geding. Meewerken verkoop. Nakoming afspraken uit proces-verbaal. Toewijzing. De afspraken kwalificeren als een vaststellingsovereenkomst. De verweren van gedaagde ten aanzien van de taxatie worden verworpen, omdat niet aannemelijk is geworden dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om gebonden te zijn aan deze taxatie. Proceskostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/722561 / KG ZA 26-685

Vonnis in kort geding van 26 augustus 2026

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [eiseres] ,

advocaat: mr. W.H.J.W. de Brouwer,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

advocaat: mr. C.J.H. Anker.

1. De zaak in het kort

Partijen zijn ex-partners en gezamenlijk eigenaar van een woning in [plaats] . Tijdens een eerdere procedure hebben zij afgesproken dat [eiseres] het aandeel van [gedaagde] in die woning overneemt, hem ontslaat uit de hoofdelijke aansprakelijkheid en dat partijen de onderwaarde ieder voor de helft moeten betalen. Het oordeel in dit kort geding luidt dat [gedaagde] die afspraken moet nakomen. De verweren van [gedaagde] ten aanzien van de taxatie worden verworpen, omdat niet aannemelijk is geworden dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om gebonden te zijn aan deze taxatie. Omdat de vorderingen in conventie gedeeltelijk worden toegewezen, worden alle vorderingen van [gedaagde] in reconventie afgewezen. Deze beslissing wordt als volgt toegelicht.

2. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende stukken:

- de dagvaarding van 29 juli 2026, met producties 1 tot en met 8;

- producties 8 tot en met 12 van [eiseres] ; - de conclusie van antwoord met eis in reconventie, met producties 1 tot en met 4;

- producties 5 en 6 van [gedaagde] .- de pleitnota van [eiseres] .

De mondelinge behandeling heeft op 12 augustus 2026 plaatsgevonden. [eiseres] werd op deze behandeling bijgestaan door mr. F. Laros. [gedaagde] werd bijgestaan door mr. Anker.

3. De feiten

Partijen hebben een affectieve relatie gehad die begin maart 2025 is beëindigd.

Partijen zijn samen, ieder voor de onverdeelde helft, eigenaar van het appartement aan [adres] in ( [postcode] ) [plaats] (hierna: ‘de woning’). Partijen verhuren deze woning aan de ouders van [eiseres] .

In één van de eerder door partijen gevoerde procedures hebben zij ter zitting op 13 april 2026 de volgende afspraken gemaakt over de woning:

“10. Over de woning aan [adres] spreken partijen het volgende af. De vrouw krijgt de gelegenheid om de woning over te nemen tegen de getaxeerde waarde in verhuurde staat. Dat betekent dat de vrouw ervoor moet zorgen dat de man bij levering van de woning wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld op die woning en, uitgaande van een onderwaarde ten opzichte van de hypotheekschuld, dat de man bij levering van de woning aan de vrouw de helft van de onderwaarde aan de vrouw moet vergoeden. Als sprake is van overwaarde moet de vrouw de helft daarvan aan de man vergoeden.

11. Partijen zullen [adres] daartoe in gezamenlijk overleg zo spoedig mogelijk laten taxeren door een door hen samen aan te wijzen makelaar. Dat zal zijn [makelaar 1] of, als die niet bereid zijn, [makelaar 2] . De kosten van die taxatie zullen 50/50 worden gedeeld.

12. De vrouw krijgt de gelegenheid tot 14 juli 2026 om de financiering voor de overname van [adres] rond te krijgen. Als dat lukt, dan zal de woning zo spoedig mogelijk aan haar worden geleverd bij een door haar aan te wijzen notaris. De kosten van de notaris worden betaald door de vrouw.

13. Als het de vrouw niet lukt de financiering van de overname van [adres] rond te krijgen voor 14 juli 2026, dan krijgt de man de gelegenheid tot 14 oktober 2026 om de woning over te nemen op dezelfde voorwaarden als de vrouw.

14. Als de man de financiering niet voor 14 oktober 2026 rond krijgt, dan zal [adres] in verhuurde staat verkocht worden. Met de netto-opbrengst zal de hypotheekschuld zoveel als mogelijk worden afgelost. De nog resterende hypotheekschuld moeten partijen 50/50 dragen. Als er sprake is van overwaarde, dan komt die aan partijen ook 50/50 toe.(..)”

Deze afspraken zijn opgenomen in het door de rechter in die procedure opgemaakte proces-verbaal.

[makelaar 2] heeft de marktwaarde van de woning in verhuurde staat op 30 april 2026 getaxeerd op € 330.000,-.

[gedaagde] heeft een andere makelaar gevraagd het rapport van [makelaar 2] te beoordelen. Op 3 juli 2026 schrijft [persoon A] van [bedrijf 1] het volgende:

“Onderstaand tref je mijn opmerkingen op het taxatierapport:

- De huidige staat van de woning is de verhuurde staat volgens de contracthuur. De huidige staat is nu berekend in het taxatierapport op basis van de verhuurde staat volgens contracthuur minus correcties die tussen huurder en verhuurder zijn afgesproken. Mijns inziens zijn deze correcties niet relevant als je naar de huidige staat kijkt omdat er geen sprake is van verkoop en tevens de huurders de woning blijven huren en bewonen. Deze correctie is mijn inziens enkel van toepassing als correctie op de waarde leeg en ontruimt, ofwel een verkoop van de woning op vrije markt.

- Mijn inziens is de huidige staat dus de marktwaarde in verhuurde staat onder correcties.

- De markthuur is veel hoger dan de contracthuur, er lijkt hier echter geen rekening gehouden in de berekeningen met het feit dat deze huur zo laag is door een verhuur binnen de familie en dus de mogelijkheid om op de vrije markt veel meer te vragen. Doorgaans wordt er met een andere BAR gerekend wanneer er sprake is van een situatie als deze en nu is er bij beide berekeningen in verhuurde staat met nagenoeg de zelfde BAR gerekend. Ik verwacht dat de marktwaarde in verhuurde staat op basis van de contracthuur hoger uit zal komen.(..)”

Op 7 augustus 2026 stuurt een medewerkster van een notariskantoor de volgende e-mail aan [eiseres] :

“Naar aanleiding van het telefonisch contact bericht ik u als volgt:

- van [bedrijf 2] hebben wij de door u getekende hypotheekofferte ontvangen, alsmede de opdracht aan ons

kantoor om de hypotheekakte op te stellen;

- de aflosnota van de Rabobank is door hen aan ons verstuurd; hieruit blijkt het aan de bank verschuldigde bedrag per 17 augustus as;

- wij beschikken over de documenten waaruit blijkt dat u over het uitkoopbedrag zou moeten beschikken; en

- de akten (verdeling en hypotheek) en voorlopige afrekeningen (op basis van de huidige gegevens) zijn al door ons voorbereid en bij ons is het dossier in principe klaar om te passeren; echter hanteert [bedrijf 2] een termijn van 7 werkdagen voor o.a. de beoordeling van de stukken en het overboeken van de gelden op onze rekening; deze termijn dient dus aangehouden te worden voor het maken van een afspraak voor ondertekening.

Zodra er medewerking van beide partijen is, kan de afspraak worden ingepland.”

4. Het geschil

in conventie

[eiseres] vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagde] te veroordelen om binnen één maand na betekening van dit vonnis zijn volledige medewerking te verlenen aan de levering van de woning aan [eiseres] , op een door [eiseres] te bepalen datum en bij een door [eiseres] aan te wijzen notaris, zulks op basis van de door [makelaar 2] getaxeerde waarde in verhuurde staat van € 330.000,- k.k., waarbij [gedaagde] de bevoegdheid heeft zich bij de notaris te laten vertegenwoordigen door een gevolmachtigde;

II. [gedaagde] te veroordelen om, uiterlijk op de dag van levering, zekerheid te stellen voor de voldoening van zijn aandeel in de onderwaarde ten opzichte van de hypotheekschuld bij de Rabobank, welk aandeel voorlopig wordt begroot op € 92.000,-, zulks door middel van storting van voornoemd bedrag op de derdengeldenrekening van de door [eiseres] aan te wijzen notaris, dan wel door het stellen van een andere door [eiseres] te accepteren zekerheid, zulks op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per dag of dagdeel dat [gedaagde] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 92.000,-;

III. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 50.000,- voor iedere keer dat hij – dan wel een door hem gemachtigde vertegenwoordiger – niet verschijnt op een door [eiseres] binnen de in vordering I. gestelde termijn aangewezen datum en tijd bij de notaris ter gelegenheid van de levering, een en ander nadat [eiseres] [gedaagde] ten minste vijf werkdagen tevoren schriftelijk heeft opgeroepen, met dien verstande dat de totaal verbeurde dwangsommen nimmer meer zullen bedragen dan de waarde van de woning, te weten € 330.000,-.

IV. voor het geval [gedaagde] niet binnen de in vordering I. gestelde termijn van één maand na betekening van dit vonnis aan voornoemde veroordeling heeft voldaan, te bepalen dat dit vonnis op de voet van artikel 3:300 BW in de plaats treedt van de voor de levering van de woning vereiste medewerking en/of wilsverklaring van [gedaagde] , dan wel [eiseres] te machtigen de voor de overdracht benodigde akten namens [gedaagde] te doen opmaken en ondertekenen, zulks teneinde de woning goederenrechtelijk aan [eiseres] te doen toekomen;

V. [gedaagde] te veroordelen in de werkelijke proceskosten.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] .

in reconventie

[gedaagde] vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. te bevelen dat [eiseres] haar volledige medewerking verleent, waaronder het verlenen van toegang tot de woning, aan het uitvoeren van een taxatie tegen de waarde in verhuurde staat van de woning door een makelaar van [bedrijf 1] , zulks op straffe van een dwangsom van € 50.000,- per dag of dagdeel dat [eiseres] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

II. [eiseres] te veroordelen om binnen 24 uur na het eerste schriftelijke verzoek van [gedaagde] haar volledige medewerking te verlenen aan de levering van haar eigendomsaandeel in de woning staande aan [gedaagde] tegen (primair) een door de makelaar onder I. gewaardeerde waarde in verhuurde staat, althans (subsidiair) tegen een waarde van € 410.000,-, op een door [gedaagde] te bepalen datum en bij een door [gedaagde] aan te wijzen notaris, zulks op straffe van een dwangsom van € 50.000,- per dag of dagdeel dat [eiseres] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

III. [eiseres] te veroordelen om uiterlijk op de dag van levering zekerheid te stellen voor de voldoening van haar aandeel in de onderwaarde ten opzichte van de hypotheekschuld bij de Rabobank, zulks door middel van storting van voornoemd bedrag op de derdengeldenrekening van de door [gedaagde] aan te wijzen notaris, dan wel door het stellen van een andere door [gedaagde] te accepteren zekerheid, zulks op straffe van een dwangsom van € 50.000,- per dag of dagdeel dat [eiseres] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

IV. [eiseres] te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 50.000,- voor iedere keer dat zij - dan wel een door haar gemachtigde vertegenwoordiger - niet verschijnt op een door [gedaagde] binnen de in vorderingen II. en III. gestelde termijn aangewezen datum en tijd bij de notaris ter gelegenheid van de levering;

V. voor het geval [eiseres] niet binnen de in vordering II. en III. gestelde termijn aan voornoemde veroordeling heeft voldaan, te bepalen dat dit vonnis op de voet van artikel 3:300 BW in de plaats treedt van de voor de levering van de woning vereiste medewerking en/of wilsverklaring van [eiseres] , dan wel [gedaagde] te machtigen de voor de overdracht benodigde akten namens [eiseres] te doen opmaken en ondertekenen, zulks teneinde het eigendomsaandeel van [eiseres] in de woning aan [gedaagde] te leveren.

[eiseres] voert verweer. [eiseres] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde] , met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

5. De beoordeling

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie worden deze vorderingen gezamenlijk behandeld.

Het spoedeisend belang is gegeven

Partijen hebben beiden een spoedeisend belang bij hun vorderingen. Ondanks de gemaakte afspraken kunnen partijen op dit moment niet verder, omdat zij twisten over (de gebondenheid aan) de verrichte taxatie. Omdat de huidige financiering van de woning uiterlijk op 20 september 2026 moet zijn afgelost of elders moet zijn ondergebracht, bestaat de behoefte aan een beslissing op korte termijn.

Partijen hebben afgesproken dat de uitkomst van de taxatie bindend is

[eiseres] stelt dat zij aan alle gemaakte afspraken heeft voldaan en dat [gedaagde] ten onrechte zijn medewerking niet verleent aan de levering van de woning aan haar. Zij vordert nakoming van de in het proces-verbaal gemaakte afspraken. Daarbij hoort dat partijen gebonden zijn aan de taxatie door [makelaar 2] , omdat die taxatie moet worden beschouwd als bindend advies. [gedaagde] betwist dat partijen hebben afgesproken dat de verrichte taxatie, gelet op hoe de taxatie tot stand is gekomen en hoe de taxatie is verricht, als een bindend advies moet worden aangemerkt. Dit is ook niet als zodanig opgenomen in het proces-verbaal. De afspraken zijn gemaakt in het licht van de afwikkeling van de eenvoudige gemeenschap van partijen, aldus [gedaagde] .

Bij de uitleg van een overeenkomst komt het niet alleen aan op een zuiver taalkundige uitleg, maar ook op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen van de overeenkomst mochten toekennen en wat zij ten aanzien daarvan redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (de Haviltex-norm). Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang, in hun onderlinge samenhang bezien.

De voorzieningenrechter acht de uitleg die [gedaagde] geeft aan de gemaakte afspraken onaannemelijk. Partijen hebben ter zitting op 13 april 2026 afspraken gemaakt om tot ontvlechting en verdeling van (een deel van) hun gezamenlijk vermogen te komen. De in het proces-verbaal opgenomen afspraken zijn zeer uitgebreid. Partijen hebben niet voorzien in een regeling voor het geval één van partijen het niet eens is met de uitkomst van de taxatie. In het licht van deze omstandigheden is het aannemelijk dat partijen hebben beoogd dat de uitkomst van de taxatie als bindend tussen hen wordt aangemerkt, zodat na die taxatie, de vervolgstappen voor de verdeling van de woning kunnen worden gezet en partijen daadwerkelijk tot afwikkeling kunnen komen. Het enkele feit dat niet letterlijk is opgenomen dat de taxatie als bindend advies wordt aangemerkt, is gelet op het hiervoor overwogene onvoldoende. Dit betekent dat de gemaakte afspraken kwalificeren als een vaststellingsovereenkomst in de zin van artikel 7:900 BW en dat, meer specifiek, de door [makelaar 2] verrichte taxatie geldt als bindend advies. Partijen zijn dus in principe gebonden aan deze taxatie.

Gebondenheid niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar

De voorzieningenrechter begrijpt het verweer van [gedaagde] voorts zo dat hij niet gebonden is aan de taxatie en deze wil vernietigen, omdat de taxatie zodanig gebrekkig is dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om gebonden te zijn aan de uitkomst van de taxatie. [gedaagde] doelt daarmee op artikel 7:904 BW en vordert medewerking van [eiseres] aan een nieuwe taxatie. [eiseres] betwist dat er sprake is van ernstige gebreken.

Op grond van artikel 7:904 lid 1 BW is een bindend advies vernietigbaar als dit door de inhoud daarvan of de manier waarop dit tot stand gekomen is zo gebrekkig is, dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn als partijen daaraan gebonden zouden zijn. De rechter moet bij deze toets terughoudend zijn. De beslissing is slechts dan aantastbaar indien de beslissende persoon, alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, in redelijkheid niet tot zijn beslissing heeft kunnen komen. Voor vernietiging is geen plaats als het gaat om een beslissing waarover redelijk denkende mensen van mening kunnen verschillen. Uitsluitend ernstige gebreken kunnen aanleiding geven tot vernietiging.

[gedaagde] beroept zich op de opinie van een makelaar verbonden aan een ander makelaarskantoor dan de makelaar die de taxatie heeft verricht. Deze makelaar stelt dat de marktwaarde in verhuurde staat hoger is, omdat de taxateur ten onrechte rekening heeft gehouden met een contractueel overeengekomen schadeloosstelling die aan de huurders toekomt na verkoop van het pand. Ook is volgens deze makelaar de met de huidige huurders overeengekomen huur, die veel lager is dan een marktconforme huur, op onjuiste wijze verdisconteerd in de waarde van de woning. [gedaagde] stelt dat dit bijzondere uitgangspunten zijn, terwijl uit de opdracht aan de taxateur volgt dat deze juist geen rekening met bijzondere uitgangspunten moest houden. De partner van [eiseres] (ook een makelaar) heeft bovendien contact gehad met de taxateur waardoor deze mogelijk is beïnvloed, aldus [gedaagde] .

Naar voorlopig oordeel zal het beroep van [gedaagde] in een eventuele bodemprocedure op vernietiging van het taxatierapport niet slagen. Dit oordeel is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Schadeloossteling huurders

[gedaagde] stelt dat ten onrechte in de taxatiewaarde is verdisconteerd dat de verhuurder bij verkoop van de woning gehouden is om een vergoeding van € 85.000,- aan de huurders te betalen. Omdat deze vordering pas opeisbaar is bij verkoop van de woning hoeft hiermee geen rekening te worden gehouden bij de taxatie van de woning. [eiseres] stelt dat het moment van opeisbaarheid niet relevant is, omdat het een gegeven is dat dit bedrag op een gegeven moment aan de huurders moet worden betaald en dit heeft invloed op de waarde van de woning.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het niet onaannemelijk dat de afspraak die partijen met hun huurders hebben gemaakt om aan hen een bedrag te voldoen als de woning wordt verkocht, van invloed is op de huidige marktwaarde van de woning. Deze afspraak betreft immers een toekomstige verplichting voor [eiseres] als zij de woning op enig moment besluit wel te verkopen. Dat de huurders de vordering niet bij haar zullen innen omdat zij haar ouders zijn, zoals [gedaagde] stelt, is niet onderbouwd. Hoe dan ook maakt dit het voorgaande niet anders, omdat op dit punt niet gesproken kan worden van een ernstig gebrek aan de taxatie. Dat mogelijk ook anders gedacht kan worden over de effecten van deze toekomstige verplichting op de waarde van de woning nu is daarvoor onvoldoende.

Huurprijs en bijzondere uitgangspunten

Volgens [gedaagde] is de markthuur van de woning veel hoger dan de contracthuur. Hij stelt dat de berekening ten aanzien van de huurprijs afwijkt van wat gebruikelijk is in dergelijke zaken, omdat er geen rekening lijkt te zijn gehouden met het feit dat de woning wordt verhuurd aan familie. De onjuiste berekening drukt de waarde van de woning in verhuurde staat.

[eiseres] heeft niet betwist dat de overeengekomen huurprijs met de huurders lager is dan de marktconforme huur. [gedaagde] heeft echter onvoldoende onderbouwd dat dit vaststaande feit leidt tot een ernstig gebrekkige taxatie. Immers, de makelaar die de second opinion heeft verricht, schrijft: “Ik verwacht dat de marktwaarde in verhuurde staat op basis van de contracthuur hoger uit zal komen” (cursivering door de voorzieningenrechter). Een enkele verwachting van een andere taxateur is onvoldoende om te kunnen spreken van een zodanig gebrekkige taxatie dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om [gedaagde] daaraan te houden. Hierbij kan nog in het midden blijven dat het hier klaarblijkelijk gaat om een verschil van inzicht tussen twee professionals, terwijl bedacht moet worden dat een waardebepaling van een woning geen exacte wetenschap is.

[gedaagde] stelt vervolgens dat er bijzondere uitgangspunten zijn gehanteerd bij het uitvoeren van de taxatie, terwijl partijen dit niet hebben afgesproken in het proces-verbaal en dit ook niet is overeengekomen tussen de taxateur en de opdrachtgever van de taxatie. Als bijzondere uitgangspunten zijn onder meer in het taxatierapport opgenomen dat de woning niet marktconform wordt verhuurd en dat er een schadeloosstelling met de huurders is overeengekomen. Volgens [gedaagde] is de taxateur hiermee buiten zijn opdracht getreden. [eiseres] betwist dit.

Hoewel in de opdrachtbevestiging is opgenomen dat er geen bijzondere uitgangspunten worden gehanteerd, vermeldt het taxatierapport wel dat er bijzondere uitgangspunten zijn overeengekomen met de opdrachtgever en/of andere betrokkenen. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting kan niet worden vastgesteld waarom er een discrepantie zit tussen de opdrachtbevestiging en wat is opgenomen in het taxatierapport. Wat wel aannemelijk is geworden, is dat er aan de woning bijzonderheden kleefden die naar zijn aard maakten dat deze taxatie afwijkt van een standaardtaxatie van een woning. Immers, de woning is verhuurd en er zijn afspraken gemaakt met de huurders indien het pand wordt verkocht aan een derde. De voorzieningenrechter acht het niet goed voorstelbaar dat de woning in verhuurde staat kan worden getaxeerd zonder deze uitgangspunten in acht te nemen, omdat deze redelijkerwijs van invloed zijn op de huidige waarde van de woning, zoals de taxateur ook heeft toegelicht in het rapport. De bijzonderheden die de taxateur heeft meegenomen in de waardering van het object vloeien dus voort uit de feitelijke omstandigheden van het geval.

Opdrachtgever en door [gedaagde] gestelde voorwaarden

Tot slot stelt [gedaagde] dat het opmerkelijk is dat uit het taxatierapport volgt dat de beoogde financier van [eiseres] , [bedrijf 2] , de opdrachtgever van de taxatie is terwijl de opdrachtbevestiging van de taxateur aan [eiseres] is gericht. Bovendien is [gedaagde] slechts onder voorwaarden akkoord gegaan met een taxatie door [makelaar 2] en aan deze voorwaarden is niet voldaan.

De voorzieningenrechter overweegt dat ook dit aspect niet tot de door [gedaagde] gewenste tweede taxatie kan leiden. Partijen hebben immers afgesproken dat de woning wordt getaxeerd door [makelaar 1] of [makelaar 2] . [makelaar 2] heeft de taxatie verricht. Dat [bedrijf 2] als beoogde nieuwe financier van [eiseres] zelf kennelijk opdrachtgever tot de taxatie is, laat onverlet dat ook [eiseres] geldt als opdrachtgever. Dat volgt immers met zoveel woorden uit de schriftelijke opdrachtbevestiging die de taxateur aan [eiseres] heeft gestuurd. Overigens valt niet in te zien dat en in hoeverre dit punt kan leiden tot een ernstig gebrek aan de taxatie. Dat mogelijk in strijd met de door [gedaagde] gestelde voorwaarde is gehandeld dat [makelaar 1] of een daaraan gelieerde partij (zoals de bij [makelaar 1] werkzame partner van [eiseres] ) niet betrokken is bij de taxatie, maakt dit ook niet anders. [gedaagde] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de bemoeienissen van de partner van [eiseres] bij de taxatie van de woning verder zijn gegaan dan het op verzoek van de taxateur toezenden van nog ontbrekende stukken. Mede gelet op het gegeven dat een tweede taxateur van [makelaar 2] het rapport van de taxateur heeft gecontroleerd, geldt dat [gedaagde] zijn suggestie dat de taxateur is beïnvloed door de partner van [eiseres] onvoldoende handen en voeten heeft gegeven.

Conclusie

Gelet op het voorgaande leiden de bezwaren van [gedaagde] tegen het taxatierapport niet tot het oordeel dat zijn gebondenheid aan het taxatierapport naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, zodat partijen onverminderd gebonden zijn aan de uitkomst van de taxatie.

[eiseres] heeft tijdig aan de afspraken voor overname voldaan

Voorts stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat [eiseres] niet voor de afgesproken datum (14 juli 2026) heeft aangetoond dat zij [gedaagde] kan laten ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Daarom moet [gedaagde] de gelegenheid krijgen om de woning over te nemen. [eiseres] stelt dat zij tijdig aan alle verplichtingen heeft voldaan en de akte van verdeling kan worden gepasseerd zodra [gedaagde] zijn medewerking verleent.

[eiseres] heeft ter onderbouwing van haar stelling een afschrift overgelegd van een pagina waaruit volgt dat zij de hypotheekofferte op 24 juni 2026 heeft ondertekend en gewezen op de onder de feiten opgenomen e-mail van de notaris, waaruit blijkt dat deze de hypotheekofferte heeft ontvangen, dat de notaris beschikt over documenten waaruit blijkt dat [eiseres] over het uitkoopbedrag beschikt en dat de notaris de akten en afrekeningen reeds heeft opgesteld en voorbereid. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiseres] hiermee voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij tijdig aan de afgesproken voorwaarden voor overname heeft voldaan. Uit de e-mail van de notaris, in combinatie met de ondertekende offerte op 24 juni 2026, volgt immers dat het dossier klaar ligt en dat slechts wordt gewacht op de medewerking van [gedaagde] . Dit betekent dat [gedaagde] gehouden is om aan mee te werken aan de levering en hij niet de gelegenheid krijgt om de woning over te nemen.

De vorderingen

Gelet op het voorgaande wordt vordering I. toegewezen, met dien verstande dat [gedaagde] wordt veroordeeld om medewerking te verlenen aan de levering van zijn onverdeelde aandeel in de woning aan [eiseres] . Indien [gedaagde] niet (tijdig) zijn medewerking aan deze levering verleent, treedt dit vonnis in de plaats van zijn medewerking en/of wilsverklaring in de akte van levering (vordering IV).

Vordering II. (zekerheidsstelling voor de betaling van de onderwaarde door [gedaagde] ) wordt afgewezen. [eiseres] heeft deze vordering in de dagvaarding niet toegelicht. Na vragen van de voorzieningenrechter ter zitting grondt [eiseres] deze vordering op nakoming van afspraak 10 van het proces-verbaal. Deze vordering is niet toewijsbaar, omdat [gedaagde] geen verbintenis is aangegaan tot het stellen van zekerheid ter betaling van de onderwaarde. Dit neemt niet weg dat [gedaagde] wel verplicht is om uitvoering te geven aan de afspraken, inhoudende dat hij de helft van de onderwaarde moet vergoeden. Het ligt in de rede dat hij dit laat lopen via de notaris die de levering van het aandeel aan de vrouw verzorgt. Met de aldus door ieder van partijen te betalen helft van de onderwaarde kan dan de lening bij de huidige financier worden afgelost.

Omdat de vordering tot indeplaatsstelling wordt toegewezen, heeft [eiseres] geen belang bij het opleggen van een dwangsom voor het geval [gedaagde] niet meewerkt aan de levering van zijn aandeel in de woning (vordering III.).

Slotsom en proceskosten

Nu het oordeel in conventie luidt dat de nakomingsvorderingen van [eiseres] (gedeeltelijk) worden toegewezen, leidt dit tot afwijzing van de vorderingen in reconventie van [gedaagde] .

[eiseres] vordert een werkelijke proceskostenveroordeling. Een vordering tot vergoeding van de werkelijke proceskosten is alleen toewijsbaar in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen, bij het aannemen waarvan terughoudendheid past. Niet aannemelijk is geworden dat [gedaagde] misbruik van procesrecht heeft gemaakt of onrechtmatig heeft gehandeld. Wel hebben partijen meerdere procedures gevoerd en zijn zij in het merendeel van deze procedures tot afspraken gekomen (een ‘spoorboekje’) hoe zij hun gezamenlijk vermogen zullen afwikkelen. Hoewel [eiseres] conform dit spoorboekje heeft gehandeld, was zij toch genoodzaakt om dit kort geding te beginnen. De voorzieningenrechter ziet in die omstandigheden aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt om de proceskosten tussen ex-partners te compenseren. [gedaagde] wordt dan ook in conventie veroordeeld in de proceskosten van [eiseres] conform het liquidatietarief. Omdat de vorderingen van [gedaagde] in reconventie gespiegeld zijn aan de vorderingen van [eiseres] in conventie en in reconventie daardoor geen afzonderlijke beoordeling is gemaakt, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om ook een proceskostenveroordeling in reconventie uit te spreken. De kosten van [eiseres] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

153,02

- griffierecht

341,00

- salaris advocaat

1.177,00

- nakosten

148,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.819,02

6. De beslissing

De voorzieningenrechter

veroordeelt [gedaagde] om binnen één maand na betekening van dit vonnis zijn volledige medewerking te verlenen aan de levering van zijn onverdeelde aandeel in de woning, gelegen aan [adres] in ( [postcode] ) Rotterdam, aan [eiseres] , op een door [eiseres] te bepalen datum en bij een door [eiseres] aan te wijzen notaris, zulks op basis van de door [makelaar 2] getaxeerde waarde in verhuurde staat van € 330.000,- k.k., waarbij [gedaagde] de bevoegdheid heeft zich bij de notaris te laten vertegenwoordigen door een gevolmachtigde,

bepaalt dat, indien [gedaagde] niet binnen één maand na betekening van dit vonnis de vereiste medewerking verleent, dit vonnis in de plaats treedt van de noodzakelijke medewerking en/of wilsverklaring in de notariële akte van levering van zijn aandeel in de woning aan [adres] in ( [postcode] ) [plaats] aan [eiseres] ,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.819,02, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst alle andere vorderingen af,

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026.

3608/1980

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand