Rechtbank Rotterdam
Verschoningskamer
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/724949 / HA RK 26-820
Beslissing van 26 augustus 2026
op het verzoek van
mr. E.M. Havik,
rechter in de rechtbank Rotterdam,
hierna: de rechter,
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de strafzaak met parketnummer 83/091258-22 tegen de verdachte
[verdachte 1] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1965 in [geboorteplaats 1],
woonplaats: [woonplaats 1],
advocaat: mr. T. Farber,
en in de strafzaak met parketnummer 83/039344-23 tegen de verdachte
[verdachte 2] ,
geboren op [geboortedatum 2] 1958 in [geboorteplaats 2],
woonplaats: [woonplaats 2],
advocaat: mr. H. Sytema,
en in de strafzaak met parketnummer 83/206496-24 tegen de verdachte
[verdachte 3] ,
geboren op [geboortedatum 3] 1979 in [geboorteplaats 3],
woonplaats: [woonplaats 2],
advocaat: mr. T. Farber.
1. Het procesverloop en de processtukken
Aan de rechter als voorzitter van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken zijn de strafzaken tegen de verdachten met parketnummers 83/091258-22, 83/039344-23 en 83/206496-24 (de strafzaken) toebedeeld. Namens de verdachten is aan de rechter gevraagd om zich te verschonen.
Op 14 augustus 2026 heeft de rechter een verzoek tot verschoning gedaan. Dat verzoek is schriftelijk aangevuld op 19 augustus 2026.
2. Het verzoek
Als onderbouwing van het verschoningsverzoek heeft de rechter – zo begrijpt de wrakingskamer en samengevat weergegeven – het volgende aangevoerd. De rechter is als voorzitter betrokken geweest bij de behandeling van de strafzaken tegen twee medeverdachten. In die zaken speelde (voor een deel) hetzelfde feitencomplex als in de strafzaken tegen de huidige verdachten. De rechter wil zich daarom verschonen van de behandeling van de strafzaken tegen de huidige verdachten.
3. De beoordeling
Verschoning is een middel om de onpartijdigheid van de rechter te verzekeren. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter tegenover een partij een vooringenomenheid koestert of dat de bij deze partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter – subjectief – niet onpartijdig is.
Vervolgens moet worden beoordeeld of de aangevoerde omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden – objectief – gerechtvaardigd is.
De omstandigheid die de rechter heeft aangevoerd, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gezien zelf een verzoek in te dienen om zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de strafzaken, levert naar het oordeel van de verschoningskamer op zichzelf een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor in 3.3. bedoeld op.
Het verschoningsverzoek wordt om deze reden toegewezen.
4. De beslissing
De verschoningskamer:
wijst het verschoningsverzoek van mr. E.M. Havik in de strafzaken met parketnummers 83/091258-22, 83/039344-23 en 83/206496-24 toe.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.P.M. Jurgens, voorzitter, mr. A. Buizer en mr. F.P.J. Schoonen, rechters en door de voorzitter en de griffier, mr. R.W.H. van Rijkom, ondertekend op 26 augustus 2026.
de griffier de voorzitter