[eiser] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
eiser,
gemachtigde: mr. V. van Poppel,
tegen
Olenex Holdings B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde,
vertegenwoordigd door [functienaam 1] [persoon A] .
De partijen worden hierna [eiser] en Olenex genoemd.
De kantonrechter is mr. J.W. Langeler en de griffier is mr. R.A.M. van der Heijde.
Aanwezig zijn:
Waar gaat de zaak over?
[eiser] is op 1 februari 2023 bij Olenex in dienst getreden. Olenex heeft de arbeidsovereenkomst met [eiser] binnen een maand in de proeftijd beëindigd. Op verzoek van [eiser] heeft Olenex op 13 december 2024 een referentie gegeven aan een detacheringsbureau om te kunnen delen met Rabobank. Dit voor de functie van medewerker KvK Desk bij Rabobank waar [eiser] tewerkgesteld zou worden voor de duur van zes maanden op grond van een uitzendovereenkomst fase 1-2 met uitzendbeding. Voorwaarde was een positieve screening.
De referentie is opgevraagd met een elektronisch aangeleverde lijst met vier vragen die met ja of nee konden worden beantwoord en waarbij alleen bij beantwoording met nee een toelichting kon worden gegeven. Op vraag 3 ‘Heeft de medewerker naar tevredenheid gefunctioneerd’ heeft Olenex geantwoord: “nee” met als toelichting “Proeftijd niet gehaald; beperkte inzet, gedrag naar anderen”. Op vraag 4 ‘Ziet u de medewerker als betrouwbaar en integer, in relatie tot het werken binnen de financiële dienstverlening?’ heeft Olenex geantwoord: “nee” met als toelichting “Niet zeker van inzet en integriteit”.
Omdat de verstrekte referentie tot gevolg had dat [eiser] de functie bij Rabobank niet zou mogen uitvoeren, heeft hij Olenex gevraagd het antwoord op vraag 4 te rectificeren. Bij e-mail van 6 januari 2025 heeft Olenex het volgende aan [eiser] geschreven: “Op de vraag of jij als betrouwbaar en integer gezien wordt in de context van het werken binnen de financiële dienstverlening, hebben wij per abuis 'nee' geantwoord. Dit was een fout van onze kant en wij willen dit graag rectificeren. In de periode dat je werkzaam was bij ons heb je professioneel en ethisch verantwoord gehandeld. Onze oprechte excuses voor het misverstand. Wij hopen dat deze correctie in overweging wordt genomen bij de beoordeling van jouw sollicitatie bij de Rabobank.”
De e-mail van Olenex heeft er niet toe geleid dat [eiser] bij Rabobank alsnog de functie van medewerker KvK Desk kon gaan verrichten.
[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Olenex te veroordelen tot vergoeding van zijn schade van € 17.172,- netto aan inkomensderving, € 33,75 aan gemaakte kosten voor een VOG en € 1.145,94 aan buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van Olenex in de proceskosten. Een en ander met rente. Olenex is het hiermee niet eens.
De zaak is op 3 juni 2026 ter zitting besproken, waarna de kantonrechter na een korte onderbreking meedeelt mondeling uitspraak te doen.
De beoordeling
De kantonrechter wijst de vordering van [eiser] af en licht dit als volgt toe.
[eiser] heeft Olenex om een referentie gevraagd om in dienst te kunnen treden bij Rabobank. Als een referentie wordt gegeven moet dit naar eer en geweten, dus naar waarheid, gebeuren. De kantonrechter is van oordeel dat dit is gebeurd. Olenex heeft in de referentie bij vraag 4 als toelichting gegeven dat zij niet zeker was van de inzet en integriteit van [eiser] . Dit maakt duidelijk dat deze beoordeling de opvatting van Olenex is. Bij de mondelinge behandeling heeft Olenex toegelicht waar haar beoordeling op is gebaseerd. Wat betreft de inzet van [eiser] zag dit op ongevraagd eerder vertrekken van het werk en (in de opvatting van Olenex) weinig betrokkenheid bij collega’s. Wat betreft de integriteit zag dit op het in proeftijd al aanschaffen en declareren van een abonnement voor het OV voor de duur van een jaar terwijl hem en andere nieuwe medewerkers was uitgelegd dat het de bedoeling was dit pas na een maand te doen (na afloop van de proeftijd). Onder meer om deze redenen heeft Olenex gebruik gemaakt van het proeftijdbeding en de arbeidsovereenkomst met [eiser] tijdens proeftijd beëindigd. De kantonrechter concludeert dat Olenex in de referentie heeft opgeschreven hoe het in haar visie zat. Dat is, anders dan [eiser] betoogt, niet onrechtmatig. De omstandigheid dat Olenex op 6 januari 2025 aan [eiser] een corrigerende e-mail heeft gestuurd, waarmee zij [eiser] later heeft willen helpen, betekent niet dat de eerder verstrekte referentie niet naar waarheid was.
De kantonrechter heeft ook aandacht gegeven aan het feit dat [eiser] het risico van een kritische referentie als het ware naar zich toe heeft gehaald door een referentie te vragen van een werkgever die hem eerder tijdens proeftijd had ontslagen. [eiser] heeft verklaard dat hij zich ervan bewust was dat tussen Olenex en hem (zoals hij het noemde) geen klik was. Het had op de weg van [eiser] gelegen om met Olenex te overleggen over de aard en inhoud van de af te geven referentie. Weliswaar had Olenex [eiser] tegen zichzelf in bescherming kunnen nemen, door de referentie niet te versturen of [eiser] de gelegenheid te geven van een referentie af te zien, maar door dit niet te doen heeft zij tegenover [eiser] nog niet onrechtmatig gehandeld.
[eiser] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. Deze worden aan de kant van Olenex begroot op € 864,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten (totaal € 1.008,-). Hier kan nog een bedrag bij komen wanneer het vonnis zou moeten worden betekend.
De kantonrechter ziet geen aanleiding de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De proceskosten moeten aan Olenex worden betaald, met dien verstande dat de betalingsverplichting wordt opgeschort wanneer van het vonnis hoger beroep zou worden ingesteld.
De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering van [eiser] af;
veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, aan de kant van Olenex begroot op € 864,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten (totaal
€ 1.008,-).
Dit proces-verbaal is op 8 juni 2026 opgemaakt en door de kantonrechter ondertekend.