RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11797148 CV EXPL 25-15487
datum uitspraak: 31 juli 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Woonstad Rotterdam,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
gemachtigde: mr. R.H. Ruysendaal,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
gemachtigde: mr. E.B. Doganer.
De partijen worden hierna ‘Woonstad’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1. Het (verdere) procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het tussenvonnis van 12 juni 2026, waarbij [gedaagde] de opdracht is gegeven tot het leveren van tegenbewijs. De zaak is daartoe verwezen naar de rolzitting van 1 juli 2026. Op die rolzitting heeft [gedaagde] niet laten weten tegenbewijs te willen leveren, waarna de zaak voor vonnis is komen te staan. De datum van de uitspraak van het vonnis is bepaald op vandaag.
2. De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
Woonstad eist bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, ontbinding van de huurovereenkomst tussen partijen en veroordeling van [gedaagde] tot ontruiming van de woning in [adres] te [plaats] , betaling van de huurprijs van € 520,21 per maand vanaf 1 augustus 2025, en betaling van € 462,50 aan buitengerechtelijke kosten met rente.
[gedaagde] is het hiermee niet eens. Hij eist een verklaring voor recht dat artikel 6.6 van de Algemene Huurvoorwaarden onredelijk bezwarend is en/of in strijd is met dwingendrechtelijke bepalingen uit de wet en dus nietig, althans vernietigbaar is en deze bepaling te vernietigen. [gedaagde] eist ook een verklaring voor recht dat hij niet tekort geschoten is in de nakoming van de huurovereenkomst en zich evenmin heeft gedragen als niet goed huurder.
Wat vindt de kantonrechter hiervan?
De huurovereenkomst wordt ontbonden
De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde] tekortgeschoten is in de nakoming van op hem rustende verbintenissen uit de overeenkomst. Om de redenen genoemd in het tussenvonnis is namelijk vast komen te staan dat [gedaagde] zijn woning ongeoorloofd in gebruik gegeven heeft aan een ander en dat hijzelf niet zijn hoofdverblijf gehad heeft in de woning. Deze tekortkomingen zijn ernstig genoeg om de huurovereen-komst te beëindigen. Daarbij weegt in het nadeel van [gedaagde] mee dat naar het zich laat aanzien gedurende lange tijd sprake is geweest van genoemde tekortkomingen. In die tijd is hij elders in [plaats] woonachtig geweest, zodat verlies van de woning waarschijnlijk niet tot dakloosheid leidt.
[gedaagde] moet de woning ontruimen en huur / gebruiksvergoeding betalen
Omdat de huurovereenkomst is ontbonden, moet [gedaagde] de woning in [adres] te [plaats] met al zijn spullen verlaten. Dat moet binnen veertien dagen nadat dit vonnis is betekend.
Vanaf 1 augustus 2025 tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] huur met servicekosten respectievelijk een gebruiksvergoeding van € 520,21 per maand betalen. Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels als voor het verhogen van de huur. Uiteraard hoeft [gedaagde] over genoemde periode geen huur te betalen als hij dat al gedaan heeft.
[gedaagde] moet de buitengerechtelijke kosten betalen, met rente
De door Woonstad geëiste vergoeding van € 462,50 voor buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen. In dit verband wordt overwogen dat de door Woonstad verrichte werkzaamheden redelijkerwijs noodzakelijk zijn geweest en dat de gemaakte kosten naar hun omvang redelijk zijn. Het bedrag van € 462,50 betreft de vergoeding die gebruikelijk is bij een vordering van onbepaalde waarde. Er zijn geen duidelijke aanwijzingen om hiervan af te wijken. De geëiste rente over deze kosten wordt ook toegewezen.
De tegeneisen van [gedaagde] worden afgewezen
De tegeneisen van [gedaagde] worden afgewezen om de redenen genoemd in het tussenvonnis.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt. De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] in conventie aan Woonstad moet betalen op
€ 145,45 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht en € 576,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 288,-). In reconventie worden deze kosten aan de kant van Woonstad begroot op € 144,- aan salaris voor de gemachtigde (1/2 x 1 punt x € 288,-). Voor kosten die Woonstad maakt na deze uitspraak moet [gedaagde] een bedrag betalen van
€ 144,-. Dat is in totaal € 1.144,45. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonstad dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning in [adres] te [plaats] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege hem bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Woonstad te stellen;
veroordeelt [gedaagde] om vanaf 1 augustus 2025 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Woonstad te betalen € 520,21 per maand met de verhoging die is toegestaan;
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonstad te betalen € 462,50 aan buitengerechtelijke kosten, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Woonstad worden begroot op € 1.144,45;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.
465