ECLI:NL:RBROT:2026:10676

ECLI:NL:RBROT:2026:10676

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 27-07-2026
Datum publicatie 27-08-2026
Zaaknummer C/10/723423 / JE RK 26-1412
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Verlenging machtiging uithuisplaatsing na spoedmachtiging tot uithuisplaatsing. Melding mishandeling van jongere.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/723423 / JE RK 26-1412

Datum uitspraak: 27 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een de machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats 1] ,

advocaat mr. L.A.E. Timmer, kantoorhoudende in Rotterdam,

[vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats 2] ;

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI.

1. Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 16 juli 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

de stukken ingediend door de advocaat van de moeder, ontvangen op 24 juli 2026.

Op 27 juli 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

de moeder met haar advocaat;

de vader;

- een vertegenwoordiger van de Raad, [vertegenwoordiger van de raad] ;

- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI] .

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover via een Teamsverbinding een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft op een crisisopvang.

Bij beschikking van 16 juli 2026 heeft de kinderrechter in deze rechtbank [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van drie maanden, te weten tot 16 oktober 2026. Ook heeft de kinderrechter bij deze beschikking een (spoed)machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 16 juli 2026 tot 13 augustus 2026. De beslissing is voor het overige aangehouden.

3. Het (aangehouden) verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen van de GI voor de duur van drie maanden. Hierop is al beslist. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van drie maanden. Over een periode van vier weken is al beslist. Nu moet nog beslist worden over de resterende periode tot 16 oktober 2026.

4. De standpunten

De Raad handhaaft ter zitting het aangehouden verzoek en verwijst voor de onderbouwing naar het Raadsrapport. Na de uitspraken die [minderjarige] heeft gedaan, heeft de Raad direct gehandeld. Op dit moment zijn nog veel dingen onduidelijk en daar wil de Raad de komende periode goed onderzoek naar doen. Ook wil de Raad in gesprek met de ouders en de jeugdbeschermer om te onderzoeken wat mogelijk is in het contactherstel tussen [minderjarige] en haar ouders. Het is positief vandaag ter zitting te horen dat de ouders willen meewerken aan het verdere onderzoek. Ook de vader wil zijn telefoonnummer aan de Raad verstrekken. De Raad is van mening dat het niet goed is om de druk bij [minderjarige] op te voeren. Voor nu is het belangrijk dat zij het gevoel krijgt dat er naar haar wordt geluisterd.

De GI steunt ter zitting het aangehouden verzoek van de Raad. Vanochtend heeft de GI voor het eerst met de ouders gesproken. De ouders hebben aangegeven dat zij willen samenwerken en het beste willen voor hun dochter. Dit is positief want op deze manier kan er goed onderzoek worden gedaan. De GI heeft ook met de ouders besproken dat het lastig is om de waarheid boven water te krijgen doordat de verhalen enorm uiteenlopen. De komende periode wil de GI onderzoeken welke hulp nodig is om [minderjarige] en de ouders weer bij elkaar te krijgen. Hiervoor denkt de GI aan systeemhulp.

Door en namens de moeder wordt deels verweer gevoerd tegen het aangehouden verzoek van de Raad. De moeder verzet zich niet tegen de voorlopige ondertoezichtstelling en staat open voor alle hulp. De moeder verzet zich wel tegen een langere uithuisplaatsing. Uit de verslagen van de hulpverlening blijkt dat [minderjarige] thuis mishandeld wordt. Inmiddels is dit door [minderjarige] zelf afgezwakt en geeft zij aan dat ze niet wordt geslagen maar psychisch en emotioneel wordt mishandeld. Daarbij wordt aangegeven dat het broertje en zusje van [minderjarige] niet worden geslagen. Het is daarom niet duidelijk of er daadwerkelijk sprake is van mishandeling in de thuissituatie. Naast de uitspraken van [minderjarige] komen er geen andere grote zorgen uit de verslagen naar voren. De gesprekken tussen de ouders en de hulpverlening zouden moeizaam verlopen, maar de advocaat ervaart de ouders juist als heel betrokken ouders die het beste willen voor hun dochter. De moeder is niet boos op [minderjarige] en wil graag met haar in gesprek en toewerken naar omgang. Een langere uithuisplaatsing is daarnaast niet in het belang van [minderjarige] omdat zij vanaf september weer naar school moet. [minderjarige] heeft aangegeven dat zij het fijn vindt op school en na de zomer begint zij aan haar examenjaar. Het is heel belangrijk dat zij niet met een achterstand aan dit jaar begint. De moeder geeft aan dat [minderjarige] misschien het gevoel heeft gekregen dat zij onder druk is gezet om naar de psycholoog te gaan. Doordat [minderjarige] op haar vorige school veel werd gepest vond de moeder het een goed idee om [minderjarige] met een psycholoog te laten praten. [minderjarige] had geen klik met de psycholoog maar de moeder wilde wel graag dat zij naar de gesprekken ging. Wellicht heeft [minderjarige] zich daardoor onder druk gezet gevoeld. Benoeming van een bijzondere curator zou in deze situatie misschien een goede oplossing kunnen bieden.

De vader sluit zich ter zitting aan bij het standpunt van de moeder en haar advocaat. De ouders zijn er altijd voor [minderjarige] en zij zullen onvoorwaardelijk naast haar blijven staan.

5. De beoordeling

Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding.

[minderjarige] woonde tot voor kort bij de moeder. Op 16 juli 2026 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld en met een (spoed)machtiging uit huis geplaatst nadat zij op school en bij Veilig Thuis zorgelijke uitspraken heeft gedaan over de thuissituatie. [minderjarige] heeft aangegeven dat zij thuis wordt mishandeld, uitgescholden, vernederd en opgesloten. Veilig Thuis is al eerder betrokken geweest, waarbij [minderjarige] vier dagen in het netwerk heeft verbleven. [minderjarige] geeft nu aan dat zij toen onder druk is gezet door haar familie om niet de waarheid te vertellen, waarna zij terug naar huis ging. De situatie is volgens haar echter niet verbeterd.

[minderjarige] is consistent in haar verklaringen dat zij op dit moment niet naar huis toe wil en dat zij eerst rust wil. Zij wil alles op een rijtje zetten voordat zij weer in contact komt met haar ouders. De ouders enerzijds en [minderjarige] anderzijds hebben heel verschillende verhalen over wat er in de thuissituatie is voorgevallen. Het is de tweede keer dat [minderjarige] melding maakt van grensoverschrijdend gedrag jegens haar in de thuissituatie. Gezien ook de leeftijd van [minderjarige] kan zij niet gedwongen worden om tegen haar wil terug te keren naar huis.

Het is belangrijk dat er de komende periode onderzoek wordt gedaan naar de uitspraken en de (thuis)situatie van [minderjarige] . De ouders hebben aangegeven dat zij hier volledig aan zullen meewerken. Onderzocht moet worden wat [minderjarige] en ouders nodig hebben om weer nader tot elkaar te komen. Bezien moet worden welke (systemische en/of psychische) hulpverlening passend is. De ouders en [minderjarige] moeten hiertoe samenwerken met de jeugdbeschermer, die de regie zal hebben (samen met de Raad) in het onderzoek en de te nemen stappen. Daarbij moet in ieder geval aandacht zijn voor de schoolgang van [minderjarige] . Zowel de ouders als [minderjarige] vinden dit erg belangrijk.

Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, te weten tot 16 oktober 2026. Gezien de complexiteit van de situatie en omdat het de tweede keer is dat [minderjarige] melding maakt van mishandeling vindt de kinderrechter een kortere periode niet passend. Een gedegen onderzoek is noodzakelijk en dat kost tijd. De GI dient gedurende deze uithuisplaatsing aandacht te besteden aan de mogelijkheden van contactherstel tussen [minderjarige] , haar ouders en haar broertje en zusje.

Ten aanzien van de bijzondere curator:

De advocaat van de moeder heeft ter zitting de mogelijkheid van benoeming van een bijzondere curator geopperd. Hoewel de kinderrechter deze suggestie begrijpt, ziet de kinderrechter op dit moment onvoldoende aanleiding om een bijzondere curator te benoemen. De komende periode zal de Raad in het kader van de voorlopige ondertoezichtstelling uitgebreid onderzoek doen en met alle betrokkenen in gesprek gaan. Hopelijk biedt dat een helder beeld van de situatie en van wat nodig is. Indien een van de betrokkenen hier na afronding van het onderzoek anders naar kijkt, kan alsnog een verzoek tot benoeming van een bijzondere curator worden gedaan.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 16 oktober 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2026 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van S.M.J. van de Griend als griffier, en op schrift gesteld op 17 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand