RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/721956 / JE RK 26-1245
Datum uitspraak: 27 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging van een ondertoezichtstelling en een verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2015 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[pleegvader] en [pleegmoeder],
hierna te noemen: de pleegouders, wonende in [plaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift van de GI van 22 juni 2026 met bijlagen, ontvangen op 23 juni 2026;
het bericht van de pleegouders, ontvangen op 29 juni 2026;
het bericht van de pleegouders, ontvangen op 6 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI] .
De moeder en de pleegouders zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij juist zijn opgeroepen. De pleegouders hebben zich middels een e-mailbericht afgemeld voor de zitting.
De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld zijn mening te geven.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft bij de pleegouders.
Bij beschikking van 15 juli 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 4 augustus 2026. Bij deze beschikking is ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin verlengd tot 4 augustus 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van twaalf maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De standpunten
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. De diagnostiek van Yulius is afgerond maar nog niet gedeeld. De komende tijd zal gekeken worden welke behandeling voor [minderjarige] het meest passend is. Nadat de moeder lange tijd uit contact was met de GI en er geen omgang was tussen [minderjarige] en haar, heeft [minderjarige] laatst weer een nachtje bij de moeder gelogeerd. De moeder heeft aangegeven dat zij zelf het contact tussen [minderjarige] en zijn halfbroer wil oppakken en faciliteren. De GI heeft geen gegevens over de halfbroer. De laatste tijd zijn er meer spanningen tussen [minderjarige] en het pleeggezin. De GI denkt dat dit vooral te maken heeft met het zelfbepalende gedrag van [minderjarige] wat ook door de school wordt gezien. Om de pleegouders meer te ondersteunen is er extra pleegzorg bij de pleegouders ingezet.
Door de vader wordt geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. Nu de pleegouders met vakantie zijn heeft [minderjarige] een paar nachtjes bij de vader gelogeerd. De vader begrijpt niet helemaal waar de spanningen vandaan kunnen komen want bij de vader thuis laat [minderjarige] geen probleemgedrag zien. De vader hoopt dat het weer beter gaat tussen [minderjarige] en het pleeggezin als de pleegouders terug zijn van vakantie. De vader is nog hard aan zichzelf aan het werken en daardoor kan [minderjarige] nog niet bij hem wonen. [minderjarige] heeft laatst contact gehad met zijn halfbroer die op een groep verblijft. Dit contact vond [minderjarige] leuk. De vader twijfelt of het de moeder lukt om het contact tussen [minderjarige] en zijn halfbroer te faciliteren.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van zijn verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
[minderjarige] kent een belast verleden waarbij hij op verschillende plekken heeft verbleven. [minderjarige] verblijft sinds oktober 2024 (weer) in het huidige pleeggezin waar hij de stabiliteit, voorspelbaarheid, veiligheid en rust krijgt die hij nodig heeft. De belanghebbenden accepteren dat het pleeggezin de beste plek is voor [minderjarige] om te wonen. Er zijn geen grote zorgen over zijn sociale ontwikkeling, maar de school ziet wel dat [minderjarige] concentratieproblemen heeft. In deze is het belangrijk dat de bevindingen van Yulius worden beoordeeld om vast te stellen wat [minderjarige] nodig heeft.
Ter zitting is gebleken dat er wat spanningen zijn tussen [minderjarige] en de pleegouders. Hierdoor is [minderjarige] niet meegegaan met de vakantie van het pleeggezin. De vader en de grootouders hebben [minderjarige] in deze periode kunnen opvangen. De GI heeft ter zitting aangegeven dat er extra pleegzorg in het pleeggezin zal worden ingezet. Positief is dat de omgangsmomenten tussen [minderjarige] en de vader goed verlopen. In samenspraak met Agathos zal de komende periode worden bezien hoe de uitbereiding van de omgangsmomenten kan worden vormgegeven. Daarnaast heeft [minderjarige] na lange tijd weer omgang gehad met zijn moeder. De GI dient te monitoren hoe dit een vervolg zou moeten krijgen. De kinderrechter is daarbij van oordeel dat de GI ook aandacht moet schenken aan de omgang tussen [minderjarige] en zijn halfbroer. Contact tussen broers is immers op de korte en langere termijn belangrijk voor een kind.
Gelet op al het voorgaande zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin verlengen voor de duur van een jaar. Gezien alles wat speelt, zijn deze maatregelen nog nodig opdat de regie zal worden gevoerd door de GI.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 4 augustus 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin tot 4 augustus 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2026 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van S.M.J. van de Griend als griffier, en op schrift gesteld op 10 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.