RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/722387 / JE RK 26-1290
Datum uitspraak: 27 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats 1] ( [geboorteland 1] ), hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats 2] ( [geboorteland 2] ), hierna te noemen: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam 1]
de begeleider van de moeder van Ilyada Zorgbureau, hierna te noemen: de begeleider.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 30 juni 2026, ontvangen op diezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [vertegenwoordiger van de raad] ;
- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: de GI), [vertegenwoordiger van de GI] ,
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [naam 2] (de oom moederszijde).
Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Arabische taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van D. Farhat, tolk in de Arabische taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.
De kinderrechter heeft [minderjarige 2] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige 2] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 2] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [minderjarige 1] is gelet op zijn ontwikkelingsachterstand en het feit dat hij niet kan praten, niet gevraagd naar zijn mening.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De gezagspositie van de vader wordt nog onderzocht.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder. De vader verblijft niet in Nederland.
3. Het verzoek
De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De Raad handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] zijn twee kinderen die veel zorg nodig hebben, wat veel van de moeder vraagt. De draaglast en draagkracht van de moeder zijn niet met elkaar in verhouding, waardoor het haar niet (altijd) lukt om [minderjarige 2] en [minderjarige 1] te bieden wat zij nodig hebben en onveilige situaties in de thuissituatie (kunnen) ontstaan. De Raad maakt zich zorgen om de persoonlijke verzorging en veiligheid van de kinderen, maar ook om de sociaal-emotionele en seksuele ontwikkeling van [minderjarige 2] en de onderstimulatie van [minderjarige 1] , waardoor hij nauwelijks zelfredzaam is. De moeder zegt open te staan voor de inzet van hulpverlening, maar zij werkt hier alleen aan mee als dat binnen haar eigen zienswijze past. De betrokkenheid van de GI is de aankomende periode nodig om daadwerkelijk passende hulpverlening in te zetten, de moeder te ontlasten en positieve stappen te zetten in het belang van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] .
4. De standpunten
De GI ondersteunt het verzoek van de Raad tijdens de mondelinge behandeling. De zorgen om het welzijn en de ontwikkeling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] zijn fors en er is (intensieve) hulpverlening nodig om de situatie te verbeteren. Er is opvoedondersteuning nodig voor de moeder en er is individuele behandeling nodig voor de kinderen. Er is bij de GI sprake van een wachtlijst, voordat een vaste jeugdbeschermer aan het gezin kan worden gekoppeld. Het is echter wel belangrijk dat de situatie snel wordt beoordeeld.
De moeder geeft tijdens de mondeling behandeling aan dat zij het prettig zou vinden als de GI betrokken raakt. De moeder doet haar best om goed voor [minderjarige 2] en [minderjarige 1] te zorgen, maar het wordt haar soms te veel. Het is belangrijk dat voor de kinderen diagnostiek en behandeling kan starten. De moeder staat daarnaast open voor opvoedondersteuning in de thuissituatie. Er is al begeleiding van Ilyada Zorgbureau betrokken. De moeder is hier erg tevreden over.
5. De informatie
De begeleider brengt tijdens de mondelinge behandeling naar voren dat er vanuit Ilyada Zorgbureau meerdere begeleiders bij het gezin betrokken zijn om de moeder, [minderjarige 2] en [minderjarige 1] waar nodig te ondersteunen. Zo wordt de moeder ondersteund bij het regelen van praktische zaken en is voor [minderjarige 2] en [minderjarige 1] dagbesteding geregeld. Ook wordt de gezagspositie van de vader onderzocht. De begeleiding verloopt positief en is voor 16 uur per week gefinancierd tot 2027.
6. De beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Er bestaan vermoedens van verwaarlozing en mishandeling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] door de moeder. [minderjarige 2] heeft hierover verteld bij de dagbesteding. De moeder ontkent dit, maar heeft bij de Raad ook aangegeven dat zij dingen uit onmacht doet. De kinderrechter vindt dat zorgelijke uitspraken waar snel op geacteerd moet worden. Daarnaast bestaan er zorgen om de sociaal-emotionele en seksuele ontwikkeling van [minderjarige 2] en de algehele ontwikkelingsachterstand van [minderjarige 1] . Beide kinderen zijn ooit in Turkije gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis (ASS), maar het is onduidelijk wanneer die diagnose is gegeven en of er misschien sprake is van meer stoornissen. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben door hun beperkingen een intensieve zorgbehoefte en het lukt de moeder niet (altijd) om hieraan te voldoen.
Bij de moeder is al begeleiding van Ilyada Zorgbureau betrokken, maar die hulp is onvoldoende om de ontwikkelingsbedreiging van de kinderen in het vrijwillig kader weg te nemen. De moeder staat niet open voor alle adviezen en lijkt zich alleen aan te passen als het advies in haar straatje past. Er is intensieve opvoedondersteuning voor de moeder nodig waarbij zij ook daadwerkelijk dingen aanpast in de opvoedsituatie. Voor [minderjarige 2] en [minderjarige 1] dient individuele hulpverlening te worden ingezet. De kinderen zijn inmiddels beiden aangemeld bij de Hondsberg voor diagnostiek en behandeling.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] daarom onder toezicht voor de duur van een jaar.
De betrokkenheid van de GI is de aankomende periode nodig om de regie te voeren op de al lopende (aanmeldingen voor) hulpverlening en aanvullende hulpverlening in te zetten. Verder dient de GI de moeder te stimuleren hieraan mee te werken en met de moeder in gesprek te gaan over de vermoedens van mishandeling en verwaarlozing, eventueel met behulp van cultureel-sensitieve hulpverlening. Ook dient meer duidelijkheid te komen over de gezagsverhouding van de vader en de rol van de vader in het leven van de kinderen.
Ter zitting heeft de GI aangegeven dat het nog niet duidelijk is of er direct een jeugdbeschermer kan starten, omdat er sprake is van een capaciteitstekort bij de GI. Of er direct een jeugdbeschermer kan starten wordt na de uitspraak beoordeeld. De kinderrechter ziet hierin de zorgen van de rechtspraak over de aanhoudende grote capaciteitstekorten in de jeugdketen bevestigd, zoals inmiddels in meerdere jaarverslagen van de Raad voor de rechtspraak vermeld (o.a. in Jaarverslag 2025, pagina 12). De kinderrechter wijst erop dat ook als er niet direct een vaste jeugdbeschermer beschikbaar is voor het gezin, dit niet afdoet aan de wettelijke taak van de GI om de ondertoezichtstelling uit te voeren vanaf de datum genoemd in de beslissing.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7. De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 27 juli 2026 tot 27 juli 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2026 door mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 31 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.