ECLI:NL:RBROT:2026:10688

ECLI:NL:RBROT:2026:10688

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 27-07-2026
Datum publicatie 27-08-2026
Zaaknummer C/10/722519 / JE RK 26-1302
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Eerste ondertoezichtstelling.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/722519 / JE RK 26-1302

Datum uitspraak: 27 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam,

over

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedag 2] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats 1] ,

[vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats 2] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 1 juli 2026, ontvangen op 2 juli 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

de moeder;

de vader;

- een vertegenwoordiger van de Raad, [vertegenwoordiger van de raad] ;

- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming west (hierna: de GI), [vertegenwoordiger van de GI]

De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [zorgverlener 1] (de coach van E25), [zorgverlener 2] (de mantelzorger van de vader) en [zorgverlener 3] (de ambulant begeleider van de moeder).

Aangezien de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Turkse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van N. Için, tolk in de Turkse taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft hierover een brief gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [minderjarige 2] heeft geen mening gegeven.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

[minderjarige 1] verblijft met een zorgmachtiging bij Yulius. [minderjarige 2] woont bij de moeder.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige 1] onder toezicht te stellen tot aan haar meerderjarigheid en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden. De Raad verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De Raad handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. De Raad zag eerder al een ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , maar binnen het vrijwillig kader werden nog voldoende mogelijkheden gezien waardoor een ondertoezichtstelling niet nodig werd geacht. Inmiddels zijn de zorgen om de kinderen echter dusdanig toegenomen, dat alsnog een ondertoezichtstelling wordt verzocht. Het is lastig om met [minderjarige 1] tot behandeling te komen en [minderjarige 1] wordt in haar gedrag negatief beïnvloed door de vader. Het zelfbepalende gedrag, de zorgelijke contacten en het schoolverzuim van [minderjarige 2] zijn toegenomen en [minderjarige 2] laat zich niet sturen door de ouders. De ouders hebben last van persoonlijke problematiek, waardoor hun draaglast en draagkracht niet in verhouding is. Het lukt hen nog steeds niet om op een constructieve manier met elkaar te communiceren over de kinderen en de houding van de vader richting de inzet van vrijwillige hulpverlening is dusdanig gecompliceerd geworden dat het niet meer lukt om deze in te zetten. De betrokkenheid van de GI is de aankomende periode nodig om het contact tussen [minderjarige 1] en de vader, in overleg met Yulius, te sturen en passende hulpverlening in te zetten.

4. De standpunten

De GI ondersteunt het verzoek van de Raad tijdens de mondelinge behandeling. De zorgen om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn fors. De GI is voornemens om na de zitting het gezin te leren kennen en te onderzoeken welke hulpverlening nodig en passend is.

De moeder stemt tijdens de mondelinge behandeling in met het verzoek van de Raad. Zij maakt zich grote zorgen om het welzijn en de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Sinds de opname van [minderjarige 1] bij Yulius zijn de zorgen om haar alleen maar toegenomen. Ook de zorgen om [minderjarige 2] zijn de laatste tijd toegenomen. Er is al langere tijd hulpverlening nodig, maar dit heeft onvoldoende effect gehad. Hopelijk is de betrokkenheid van de GI hierin helpend en kunnen er eindelijk stappen worden gezet. De moeder is bereid om alles te doen wat nodig is om haar kinderen te helpen.

De vader brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. De vader erkent de zorgen om de kinderen, maar er is professionele hulp betrokken om hieraan te werken. [minderjarige 1] verblijft bij Yulius en krijgt daar behandeling en [minderjarige 2] kan in augustus starten bij The NXT Chapter. De vader weet niet of deze professionele hulp genoeg is om de zorgen om de kinderen weg te nemen. Hij staat daarom ook open voor de inzet van andere hulpverlening.

5. De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Bij [minderjarige 1] is sprake van forse dwang- en angstklachten waardoor zij met een zorgmachtiging bij Yulius verblijft. De zorgen om [minderjarige 1] zijn de afgelopen periode echter alleen maar toegenomen; het is lastig om met haar tot behandeling te komen, zij vertoont steeds meer teruggetrokken gedrag en wordt hierin beïnvloed door de vader. De zorgen om [minderjarige 2] zijn de afgelopen periode ook toegenomen; hij gaat niet meer naar school, heeft zorgelijke (politie)contacten, er zijn zorgen om zijn veiligheid en hij vertoont fors zelfbepalend gedrag. De persoonlijke problematiek van de ouders, de beperkte communicatie tussen hen en de houding van de vader richting de vrijwillige hulpverlening is hierbij niet helpend.

Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter stelt [minderjarige 1] daarom onder toezicht tot aan haar meerderjarigheid. Ook stelt de kinderrechter [minderjarige 2] onder toezicht voor de duur van een jaar.

De betrokkenheid van de GI is nodig om te onderzoeken welke aanvullende hulpverlening nodig en passend is voor [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en de ouders. Daarnaast moet de GI zicht krijgen op hoe het gaat met de behandeling van [minderjarige 1] bij Yulius, omdat er zorgen zijn over achteruitgang van haar welzijn. De GI dient te onderzoeken wat er voor [minderjarige 1] nodig is om zo goed mogelijk tot behandeling te komen. Relevant daarbij is om te bekijken of de weekendverloven bij de vader passend worden ingevuld. Verder dient de GI ook te onderzoeken wat er nodig is om [minderjarige 1] na haar behandeling een goede doorstart te geven. De tijd tot haar meerderjarigheid is beperkt, maar de GI heeft ter zitting aangegeven direct van start te gaan met het gezin, waardoor de kinderrechter er vertrouwen in heeft dat de GI toch nog het nodige voor [minderjarige 1] kan betekenen.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige 1] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west met ingang van 27 juli 2026 tot 13 januari 2027;

stelt [minderjarige 2] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west met ingang van 27 juli 2026 tot 27 juli 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2026 door mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 31 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.L.N. Snijder als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand