ECLI:NL:RBROT:2026:10690

ECLI:NL:RBROT:2026:10690

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 27-07-2026
Datum publicatie 27-08-2026
Zaaknummer C/10/722830 / JE RK 26-1345
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Eerste ots + eerste muhp. Psychische gesteldheid en belastbaarheid ouders.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/722830 / JE RK 26-1345

Datum uitspraak: 27 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2025 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, ingeschreven op een adres in [plaats 1] , feitelijk verblijvende in [plaats 2] ,

advocaat: mr. H.J. Naber, kantoorhoudende te Dordrecht,

[vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats 2] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 8 juli 2026, ontvangen op diezelfde datum.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

de moeder met haar advocaat;

de vader;

- een vertegenwoordiger van de Raad, [vertegenwoordiger van de raad] ;

- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: de GI), [vertegenwoordiger van de GI] .

De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [naam] (de oma moederszijde (mz)).

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft bij de oma (mz).

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden. De Raad verzoekt ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] binnen het netwerk te verlenen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De Raad handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. Al tijdens de zwangerschap ging het niet goed met de moeder. Na de bevalling hebben de ouders twee weken met [minderjarige] in het ziekenhuis verbleven, waar werd gezien dat het de ouders onvoldoende lukte om bij [minderjarige] aan te sluiten. Ook werd gezien dat er veel conflicten tussen de ouders plaatsvonden en dat het de ouders niet lukte om de kamer op orde te houden. Uiteindelijk is de situatie geëscaleerd en is de moeder in een psychose geraakt. Zij is opgenomen geweest bij Yulius met een zorgmachtiging, waarna [minderjarige] bij de oma (mz) is geplaatst. De moeder is inmiddels weer ontslagen bij Yulius sinds 22 juli 2026 en zij geeft aan dat het weer goed met haar gaat, maar de verbeterde situatie is nog wel pril. De aankomende periode moet goed worden onderzocht of en op welke manier [minderjarige] weer bij de ouders kan worden teruggeplaatst. De Raad stelt een gezinsopname hierbij als voorwaarde en hoopt dat de ouders hiervoor zullen openstaan. Totdat in de situatie meer duidelijkheid is, is het van belang dat het verblijf van [minderjarige] bij de oma (mz) wordt gecontinueerd.

4. De standpunten

De GI ondersteunt het verzoek van de Raad tijdens de mondelinge behandeling. Het is goed dat de GI bij het gezin betrokken raakt, zodat kan worden onderzocht welke hulpverlening voor [minderjarige] passend en nodig is. Ook moet worden onderzocht of en op welke manier een terugplaatsing van [minderjarige] bij de ouders mogelijk is. Er moet zicht komen op de opvoedvaardigheden van de ouders.

Door en namens de moeder wordt tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het verzoek van de Raad om [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Wel wordt door en namens de moeder verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlenen voor de duur van drie maanden in plaats van zes maanden. De moeder heeft een zware zwangerschap en bevalling gehad, waardoor zij uiteindelijk in een psychose is geraakt. De moeder is hiervoor opgenomen geweest bij Yulius, maar inmiddels gaat het weer goed met haar. De zorgmachtiging loopt nog tot 29 november 2026. Binnen deze zorgmachtiging krijgt de moeder medicatie toegediend via een depot. Als de medicatie langer - na de zorgmachtiging - nog nodig is, zal de moeder deze blijven innemen. De moeder wil graag zo snel mogelijk weer zelf voor [minderjarige] zorgen, samen met de vader. Zij begrijpt dat dit niet gelijk mogelijk is, maar zes maanden is te lang. Er moet worden toegewerkt naar een terugplaatsing van [minderjarige] bij haar en de vader, het liefst via een andere manier dan een gezinsopname. De moeder staat niet open voor een gezinsopname. In de tussentijd is het fijn dat [minderjarige] bij de oma (mz) kan verblijven. De moeder hoopt dat zij [minderjarige] wel vaker kan gaan zien en dat zij dingen met hem kan gaan doen.

De vader brengt tijdens de mondelinge behandeling naar voren dat hij de zorgen die de Raad over de opvoedvaardigheden van de ouders (en daarmee de veiligheid van [minderjarige] ) uit niet herkent. De vader is wel bereid om mee te werken aan de inzet van hulpverlening, als op die manier kan worden toegewerkt naar een terugplaatsing van [minderjarige] bij hem en de moeder. In de tussentijd is het goed dat [minderjarige] bij de oma (mz) verblijft.

5. De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. [minderjarige] is nog heel jong en daarmee volledig afhankelijk van de verzorging van volwassenen. De ouders kunnen die verzorging op dit moment niet bieden. Er zijn grote zorgen over de psychische gesteldheid en de belastbaarheid van de beide ouders. De moeder heeft last van psychoses. Zij is tot voorkort met een crisismaatregel opgenomen geweest bij Yulius. De zorgmachtiging loopt nog tot 29 november 2026 en de moeder heeft – nu zij sinds 22 juli 2026 is ontslagen – begeleiding van het FACT team en krijgt wekelijks een medicijndepot. De vader heeft in de periode van de zwangerschap gekampt met een depressie en hij was herstellende van een burn-out. De zorg voor [minderjarige] viel hem zwaar. [minderjarige] is de afgelopen periode met toestemming van de ouders verzorgd en opgevoed door de oma (mz) en de tante (mz). De oma (mz) kan de zorg voor [minderjarige] nog voor een langere periode op zich nemen. Voor de tante (mz) geldt dat niet.

De zorgen zijn te ernstig om in het vrijwillig kader te kunnen worden opgepakt. De opvoedvaardigheden, de thuissituatie en de draagkracht van de ouders moeten goed worden onderzocht en daar dient de nodige hulpverlening voor te worden ingezet. Daarnaast moet worden onderzocht of en zo ja op welke manier een terugplaatsing van [minderjarige] bij de ouders passend is, bij voorkeur met de inzet van een gezinsopname. De GI moet daarover met de ouders in gesprek, nu de moeder duidelijk weerstand heeft tegen een gezinsopname. De ouders verblijven inmiddels weer samen in dezelfde woning (bij de opa vaderszijde) en geven aan verder te willen met hun relatie, maar uit het onderzoek van de Raad blijkt ook dat er regelmatig (fysieke) conflicten tussen de ouders hebben plaatsgevonden. De GI dient dit ook nader te bespreken met de ouders, aangezien (fysieke) conflicten ook impact kunnen hebben op de ontwikkeling van [minderjarige] . Ook moet het netwerk van de beide ouders betrokken worden in het onderzoek van de GI. Het is verder belangrijk dat de moeder voor een langere periode stabiel is en laat zien dat zij ook zelf zorg kan dragen voor haar psychische gesteldheid, zonder dat hiervoor een zorgmachtiging nodig is. Uiteindelijk dient dit alles om op een zorgvuldige manier te kunnen bepalen waar het perspectief van [minderjarige] ligt. Totdat meer duidelijkheid in de situatie bestaat, is het van belang dat het verblijf van [minderjarige] bij de oma (mz) wordt gecontinueerd en de ontwikkeling van [minderjarige] aldaar wordt gemonitord. Het is belangrijk dat het contact tussen de ouders en [minderjarige] in de tussentijd frequent kan plaatsvinden. Er moet worden bezien of daarbij begeleiding nodig is, of dat de ouders dit samen met de oma (mz) zelf kunnen vormgeven.

Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter stelt [minderjarige] daarom onder toezicht voor de duur van een jaar.

Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter ziet geen aanleiding om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] korter te verlenen dan is verzocht, omdat voldoende tijd nodig is om de situatie verder te onderzoeken en verdere positieve stappen te zetten. De kinderrechter verleent daarom een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg voor de duur van zes maanden.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 27 juli 2026 tot 27 juli 2027;

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg, te weten bij de oma (mz), met ingang van 27 juli 2026 tot 27 januari 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2026 door mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 31 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.L.N. Snijder als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand