Rechtbank Rotterdam
Team Jeugd
Parketnummers: 10-085254-25 en 10-169245-25 (gevoegd t.t.z.)
Datum uitspraak: 21 juli 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2007,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting uit anderen hoofde gedetineerd in de [naam PI] ,
raadsman mr. E.B. Jobse, advocaat te Rotterdam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzittingen van 2 juli en 7 juli 2026.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De teksten van de tenlastelegging zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie, mr. C.C. Brandwijk, heeft gevorderd:
- bewezenverklaring van het onder parketnummer 10-085254-25 en onder parketnummer
10-169245-25 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 200 dagen met aftrek van het voorarrest.
4. Waardering van het bewijs
Parketnummer 10-085254-25
Bewijswaardering feit 1 (zaak Excelsior)
Inleiding
Op basis van het dossier en dat wat ter zitting is besproken stelt de rechtbank het volgende vast.
Op 10 maart 2025 rond 20.35 uur heeft de politie een melding ontvangen dat een grote groep jongeren op het terrein van voetbalclub Excelsior ‘20 in Schiedam achter een jongen aan zou rennen en dat de jongen daarbij meerdere keren is gestoken. Ter plaatse gekomen verbalisanten treffen aangever [aangever] (hierna: de aangever) aan bij een sloot aan de zuidwestelijke rand van het terrein van Excelsior ‘20. Hij heeft steekwonden onder zijn ribbenkast, in zijn rechterbovenbeen, rechterbil, linkerbovenbeen, linkeronderbeen en rechterheup. Ook heeft hij een wond in het gezicht bij het linkerjukbeen. De aangever verklaart dat hij door meerdere jongens uit Schiedam Noord is gestoken. Twee dagen eerder was hij op straat door een groep jongens omsingeld en werd hem herhaaldelijk gevraagd: “ben je van kade?” (de rechtbank begrijpt jeugdgroep Kade uit Rotterdam). Twee van hen zag de aangever ook bij het incident bij Excelsior ’20.
Uit het dossier volgt dat een groep jongens naar Excelsior ‘20 is gekomen. Deze groep heeft zich eerst enige tijd opgehouden buiten het terrein van de voetbalvereniging. Op de camerabeelden van Excelsior ‘20 is te zien dat om 20.27 uur een onbekend gebleven jongen met een elektrische step het terrein van de voetbalclub oprijdt en het terrein ongeveer een halve minuut later weer verlaat. Om 20.29 uur rijden een andere onbekend gebleven jongen en medeverdachte [medeverdachte 1] op een elektrische step het terrein op en verlaten dit na ongeveer een minuut weer.
Om 20.33 uur loopt de aangever na zijn training het terrein van Excelsior ‘20 af. Medeverdachte [medeverdachte 2] en verdachte halen hem in met een elektrische step en enkele seconden later begint de confrontatie met de groep. Een aantal jongens rent naar de aangever toe. De aangever loopt achteruit en wordt vervolgens door een persoon geslagen. Hierop trekt de aangever een mes, waarna de groep achteruit deinst.
Vervolgens rent de aangever het terrein van Excelsior ‘20 op. De twee onbekend gebleven personen en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] rennen de aangever als eerste achterna. Medeverdachte [medeverdachte 4] komt vervolgens ook het terrein op, wijst anderen op een kortere route in de richting van de aangever en rent die kant op. De jongens die daarna het terrein oprennen volgen hem. Dit zijn medeverdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] en de verdachte. De aangever probeert te ontkomen via een pad langs het voetbalveld, rent vervolgens over een voetbalveld en daarna richting de bosjes en een sloot aan de rand van het terrein. Uit de camerabeelden volgt dat in ieder geval 13 personen diezelfde route nemen.
Van het laatste deel van de achtervolging van de aangever en van het steken zelf zijn geen camerabeelden beschikbaar. Getuigen hebben echter verklaard dat een grote groep jongens over het veld achter de aangever aan rende, dat meerdere van hen messen hadden en dat de aangever werd omsingeld. Uit de verklaring van de aangever volgt dat hij op enig moment niet verder kon rennen omdat hij bij een sloot aankwam. Daar is de aangever zes keer gestoken door ten minste twee personen met een mes.
Om 20.37 uur rennen alle jongens kort achter elkaar het terrein weer af.
Standpunt verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde openlijke geweldpleging. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte wel aanwezig was bij voetbalclub Excelsior ‘20, maar dat uit het dossier niet volgt dat hij ook daadwerkelijk een intellectuele of fysieke bijdrage heeft geleverd aan het geweld. Het enkel getalsmatig versterken van een groep, betekent niet zonder meer dat gesproken kan worden van het ‘in vereniging’ plegen van geweld.
Beoordeling
Van het ‘in vereniging’ plegen van geweld is sprake indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld. Deze bijdrage behoeft zelf niet van gewelddadige aard te zijn. Anderzijds is de enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt, niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die daaraan deelneemt. Beoordeeld dient te worden of de door de verdachte geleverde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.
De rechtbank overweegt daarover het volgende. Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat de verdachte tot de groep jongens behoorde die naar voetbalclub Excelsior ‘20 is gegaan en buiten het terrein heeft gestaan. Een getuige heeft iemand in de groep horen zeggen: “Komt die boy nog?”. Ook rijden kort voor de confrontatie tot twee keer toe personen uit de groep op een stepje het terrein op en binnen korte tijd weer af. In de groep zijn jongens die een mes bij zich hebben. Nadat de aangever het terrein afloopt vindt vrijwel direct de confrontatie met de groep plaats, waarbij meerdere jongens uit de groep op hem afrennen en hij wordt geslagen. Op basis van het voorgaande concludeert de rechtbank dat de groep naar voetbalclub Excelsior ‘20 is gegaan om de aangever op te wachten en een confrontatie met hem aan te gaan, waarbij de ritjes op de step dienden om te kijken of de aangever er al aankwam. De verdachte maakte deel uit van deze groep en heeft naar het oordeel van de rechtbank actief meegedaan met het opzoeken van de aangever om de confrontatie met hem aan te gaan.
Nadat de aangever was geslagen en weggerend, rende de verdachte als negende achter hem aan het terrein van Excelsior ‘20 op. De verdachte heeft vervolgens met de groep de aangever opgejaagd door over het terrein achter hem aan te blijven rennen tot de aangever niet meer verder kon, terwijl meerdere jongens uit de groep messen vast hadden. Een getuige heeft iemand uit de groep horen zeggen “We hebben hem ingesloten, hij kan geen kant op”. De verdachte nam actief deel aan de aanvalsgolf van de groep richting de aangever, welke aanvalsgolf eindigde in het omsingelen, dan wel insluiten, en het steken van de aangever. De verklaring van de verdachte dat hij niet is meegerend en slechts op zoek was naar een vriend die op de tribune zat, vindt op geen enkele wijze steun in het dossier.
Hoewel niet is vast te stellen dat de verdachte een van de personen is geweest die de aangever heeft gestoken, concludeert de rechtbank dat de verdachte door te handelen als hiervoor vermeld opzet heeft gehad, in elk geval in voorwaardelijke zin, op de ten laste gelegde geweldshandelingen en daaraan een voldoende significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd.
Conclusie
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de openlijke geweldpleging zoals ten laste is gelegd onder feit 1.
Bewijswaardering feiten 2 tot en met 5
Standpunt verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 2 tot en met 5. Over de onder 2 en 3 tenlastegelegde diefstal met geweld en afpersing in vereniging op 13 april 2025 voert de verdediging aan dat het dossier wellicht blijk geeft van wetenschap, maar niet kan worden bewezen dat de verdachte een rol heeft gehad bij de uitvoering. Met betrekking tot de onder 4 tenlastegelegde afpersing in vereniging op 26 juni 2025 geldt dat de verdachte geweld heeft gebruikt, omdat hij in de veronderstelling was dat het slachtoffer hem wilde slaan. Verdachte is echter niet aanwezig geweest op het moment dat het slachtoffer zijn pinpas afstond. Over de onder 5 tenlastegelegde poging tot diefstal met geweld is aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de gebruiker was van het snapchataccount ‘geefgas14’ en de berichten bovendien geen verband hielden met de overval.
Beoordeling en conclusie
Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen opgenomen in bijlage II, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de feiten 2 tot en met 5 heeft gepleegd. De rechtbank volstaat hier met verwijzing naar de inhoud van die bewijsmiddelen.
Parketnummer 10-169245-25
Vrijspraak
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte op 24 maart 2025 betrokken is geweest bij het medeplegen van de diefstal van een lijkwagen in Schiedam. Uit het dossier volgt dat de verdachte zeer kort na de diefstal als bestuurder in de lijkwagen zat en dat heeft hij bij de rechter-commissaris ook bekend.
Beoordeling
Vaststaat dat op 24 maart 2025 te Schiedam rond 13.45 uur een lijkwagen is gestolen door meerdere personen. Daarbij is vermoedelijk gebruik gemaakt van de moedersleutel van de lijkwagen die de aangever was verloren. De lijkwagen werd rond 14.10 uur rijdend op de openbare weg gezien door de politie. De verdachte was op dat moment de bestuurder van de lijkwagen. De verdachte heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij de sleutel van de lijkwagen heeft gekregen van kennissen die hij tegenkwam. Zij vroegen of hij een stukje wilde rijden, waarop hij bij het station in de lijkwagen is gestapt en daarmee is weggereden. Hij ontkent dat hij de lijkwagen heeft gestolen.
De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of de verdachte schuldig is aan het medeplegen van de diefstal. Voor een veroordeling voor medeplegen moet vast komen te staan dat de intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. De rechtbank overweegt daarover het volgende.
Hoewel het opmerkelijk is dat de verdachte nog geen half uur na het wegnemen van de lijkwagen daarmee over de weg rijdt, nota bene zonder in het bezit te zijn van een rijbewijs, is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde medeplegen van de diefstal te komen. Daarvoor is van belang dat uit de aangifte blijkt dat de vrouw van de aangever heeft gezien dat de lijkwagen werd gestolen. Zij zag dat twee getinte jongens de wagen instapten en daarmee wegreden. De verdachte past niet in dit signalement; hij heeft een lichte huidskleur. De informatie die afkomstig is uit het buurtonderzoek en van de huismeester van een nabijgelegen appartementencomplex is onvoldoende concreet om te concluderen dat de verdachte als medepleger betrokken is geweest bij de diefstal van de lijkwagen. Geen van hen koppelt een jongen met een lichte huidskleur direct aan het wegnemen van de lijkwagen.
Conclusie
Het onder parketnummer 10-169245-25 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10-085254-25 ten laste gelegde heeft begaan.
De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:
1
hij op 10 maart 2025 te Schiedam
openlijk, te weten op of aan de Parkweg, in elk geval op of aan de openbare weg
en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 1] , door
meermalen met een mes in de buik, de benen en de bil van die [slachtoffer 1]
te steken;
2
hij op 13 april 2025 te Schiedam
op of aan de openbare weg, te weten de Nassaulaan en de Warande,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
twee jassen, twee een paar schoenen, een broek, een ketting, een tas, twee paar AirPods, een powerbank, een bankpas en een ID-kaart, in elk geval enig goed, die aan [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] toebehoorden
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , gepleegd met het
oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, of om, bij
betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij
de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te achtervolgen, en
- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op te wachten met een grote groep personen, en
- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen: "Als jullie weg
rennen, steken we jullie neer" en "Doe al je spullen uit, anders gebeurt er wat met
jullie", en
- de jassen en schoenen van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] uit te trekken of af te
pakken, en
- die [slachtoffer 3] meermalen tegen het gezicht te slaan;
3
hij op 13 april 2025 te Schiedam
op of aan de openbare weg, te weten de Nassaulaan en de Warande,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van twee jassen,
twee een paar schoenen, een broek en een ketting, een tas, twee paar AirPods, een powerbank, een bankpas en een ID-kaart, in elk geval enig goed, die aan die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] toebehoorden,
door
- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te achtervolgen, en
- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op te wachten met een grote groep personen, en
- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen: "Als jullie weg
rennen, steken we jullie neer" en "Doe al je spullen uit, anders gebeurt er wat met
jullie", en
- de jassen en schoenen van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] uit te trekken of af te
pakken, en
- die [slachtoffer 3] meermalen tegen het gezicht te slaan;
4
hij op 26 juni 2025 te Schiedam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
een onbekend gebleven persoon heeft gedwongen tot de afgifte van een pinpas, in
elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die persoon en/of een derde
toebehoorde(n)
door
- tegen die persoon te zeggen dat hij geld moest pinnen en/of
- die persoon in de richting van de kaartverkoopautomaat te duwen en/of
- die persoon in een hoek te drijven en/of
- die persoon meermalen in het gezicht te slaan;
5
hij op of omstreeks 1 november 2025 te Vlaardingen
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om een of meer goederen van zijn/haar/hun gading, in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan juwelier [naam juwelier] (gevestigd aan de [adres juwelier]
) en/of [naam] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of van bedreiging met geweld tegen een of meer medewerkers van die juwelier, te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelfen/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
- zich naar die juwelier hebben begeven met een of meer messen en/of een
klauwhamer en/of
- daarbij latex handschoenen hebben gedragen en/of
- onder de rolluiken door zijn gegaan en/of (vervolgens) hebben geprobeerd de
toegangsdeur te openen en/of hebben geduwd en/of getrokken tegen/aan de
toegangsdeur en/of
- een of meer messen en/of een klauwhamer aan voornoemde medewerkers
hebben getoond,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.
5. Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
Parketnummer 10-085254-25
1. openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
De eendaadse samenloop van:
2. diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd op de openbare weg en gepleegd door twee of meer verenigde personen
en
3. afpersing, gepleegd op de openbare weg en gepleegd door twee of meer verenigde personen
4. afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen
5. poging diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en gepleegd door twee of meer verenigde personen
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6. Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
7. Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich op zeventienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan vier strafbare feiten en op achttienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan één strafbaar feit.
Op 10 maart 2025 heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het plegen van openlijk geweld. De verdachte is samen met een groep jongeren op pad gegaan om de confrontatie met het slachtoffer te zoeken. Het slachtoffer is vanuit de groep geslagen, achtervolgd, opgejaagd en vervolgens zes keer gestoken. Door zijn handelen heeft de verdachte gezorgd voor gevoelens van angst en onveiligheid bij het slachtoffer en personen die op dat moment aanwezig waren bij Excelsior ‘20. Samen met de medeverdachten heeft hij een forse inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.
Uit het dossier leidt de rechtbank af dat de aanleiding van het geweld gezocht moet worden in een conflict tussen twee rivaliserende jeugdgroepen. De betrokkenen zelf zwijgen daarover en ontkennen daarvan deel uit te maken. De rechtbank maakt zich er ernstig zorgen over dat tussen jeugdgroepen over en weer geweld wordt gepleegd en wapenbezit onder jongeren gemeengoed lijkt te zijn geworden. Het voorhanden hebben van wapens leidt tot het risico op het gebruik daarvan en dit leidt tot steeds meer geweldsincidenten, met vaak zeer ernstige afloop. Het moet duidelijk zijn dat dit geweld en de daarmee gepaard gaande onrust en onveiligheid in de samenleving niet wordt getolereerd en dat daartegen streng wordt opgetreden.
Op 13 april 2025 heeft de verdachte zich samen met een groep jongens schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld en afpersing van twee personen. De slachtoffers zijn aangesproken en opgejaagd door achter hen aan te rennen. Uiteindelijk werden zij ingehaald door twee medeverdachten op een fatbike, moesten zij een tas afgeven en meelopen naar een schoolplein waar ze werden opgewacht door de groep. De jassen van de slachtoffers werden uitgetrokken, zij moesten hun schoenen en zelfs een broek uitdoen en een ketting afdoen. Toen een van de slachtoffers dit weigerde werd hij geslagen door meerdere jongens van de groep. De slachtoffers hebben hierdoor angst en stress ervaren. Zij zijn hun spullen kwijt en hun gevoel van veiligheid op straat is aangetast. Voor een van de slachtoffers was het ook vernederend, omdat hij op straat zijn broek uit moest doen.
Op 26 juni 2025 heeft de verdachte zich opnieuw schuldig gemaakt aan afpersing, dit maal bij een metrostation. Het slachtoffer heeft uit angst geen aangifte durven te doen. Het slachtoffer werd door de verdachte gedwongen om mee te lopen, kreeg van de verdachte twee harde klappen in zijn gezicht en heeft uiteindelijk zijn pinpas en pincode gegeven. De verdachte heeft zich niets aangetrokken van de gevolgen die zijn handelen bij het slachtoffer teweeg zou brengen. De verdachte heeft weliswaar een excuusbrief geschreven aan het slachtoffer, maar die brief is naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de inhoud, meer bedoeld om de verdachte vrij te pleiten dan om oprecht excuses aan te bieden voor wat er is gebeurd. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen en zich zo berekenend opstelt.
Tot slot heeft de verdachte zich op 1 november 2025, toen hij inmiddels de achttienjarige leeftijd had bereikt, schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging tot diefstal met geweld. Hij heeft samen met een ander twee personen van respectievelijk 13 en 14 jaar oud, aangestuurd om een gewapende overval te plegen op een juwelier. Het is gebleven bij een poging, omdat de winkelier de toegangsdeur reeds op slot had gedaan en de rolluiken al bijna dicht zaten.
De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij op openbare plekken zulk geweld toepast, dreigt met geweld, deel uitmaakt van groepen die geweld gebruiken en opdracht geeft aan andere, zeer jonge, personen om geweld te gebruiken. De verdachte laat zien dat hij fors geweld tegen anderen niet schuwt om die personen te intimideren en/of hen te beroven. De rechtbank acht het zeer zorgelijk dat de verdachte geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden en geen berouw of zelfinzicht heeft getoond.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
Rapportage en de verklaring van de deskundige op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 18 mei 2026. Daaruit volgt dat de verdachte met de Raad niet heeft gesproken over de delicten waar hij van wordt verdacht. Daarom weet de Raad niet of de verdachte spijt heeft en wat zijn motief is geweest. Om de kans op recidive te kunnen verkleinen, schat de Raad in dat het allereerst van belang is dat er duidelijkheid komt over de persoonlijkheid van de verdachte, aangezien hij in korte tijd veelvuldig in aanraking is gekomen met de politie en de delicten waarvan hij wordt verdacht zware feiten zijn. Vanuit daar dient verder onderzocht te worden welke hulpverlening passend is. De Raad adviseert als bijzondere voorwaarden dat de verdachte meewerkt aan de Harde Kern Aanpak (hierna: HKA) van de jeugdreclassering, onderwijs volgt tot het behalen van zijn startkwalificatie en meewerkt aan de door de jeugdreclassering nodig bevonden hulpverlening.
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de jeugdreclassering), ter zitting vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] , heeft toegelicht dat het advies van de Raad is geschreven toen de verdachte nog niet preventief gedetineerd zat in een nieuwe strafzaak. Op het moment van schrijven had de verdachte intensieve begeleiding vanwege HKA en dat ging het goed. Hij had een enkelband, maar door de positieve ontwikkeling die de verdachte doormaakte ging deze er na drie maanden al af. In een korte tijd had hij veel positieve stappen gezet, achterstanden op school ingehaald en stage gelopen. Ook had hij een bijbaan gezocht. Er waren wel zorgen over het moment dat het HKA-traject zou eindigen en hoe de verdachte de structuur zou vasthouden. Kort na de beëindiging daarvan is de gedetineerd geraakt vanwege een nieuwe verdenking. Hij is inmiddels meerderjarig en wordt naar verwachting ook zo berecht. Zijn voorlopige hechtenis is recent met 90 dagen verlengd. Gelet daarop is het geven van een passend advies lastig, te meer hij eerder niet heeft meegewerkt aan een persoonlijkheidsonderzoek. De verdachte heeft in ieder geval meer hulp nodig dan aanvankelijk is geadviseerd.
De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport en wat ter terechtzitting door de jeugdreclassering naar voren is gebracht.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Toepassing jeugdstrafrecht
De rechtbank overweegt ten aanzien van het toepasselijke sanctierecht het volgende. De verdachte heeft het onder 5 bewezenverklaarde feit gepleegd toen hij meerderjarig was en de onder 1 tot en met 4 bewezenverklaarde feiten gepleegd toen hij minderjarig was. Artikel 495, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna Sv) biedt de rechtbank de mogelijkheid om kennis te nemen van feiten voor- en nadat de verdachte de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt. De rechtbank dient op grond van artikel 495, vijfde lid, Sv een keuze te maken over het toepasselijke sanctiestelsel. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever heeft beoogd dat in een dergelijk geval de hoofdregel is dat het volwassenenstrafrecht wordt toegepast. Deze hoofdregel staat echter op gespannen voet met het uitgangspunt van artikel 77a van het Wetboek van Strafrecht (hierna Sr), waarin – kort gezegd – is bepaald dat het jeugdstrafrecht van toepassing is op verdachten die minderjarig waren ten tijde van het plegen van het strafbare feit. Dat uitgangspunt is ook in overeenstemming met artikel 40 van het VN-verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK), waarin de lidstaten worden verplicht om een apart stelsel voor jeugdstrafrecht in te richten voor personen onder de 18 jaar. Bij de inrichting van dat stelsel heeft de wetgever in 77b Sr een voorbehoud gemaakt voor verdachten van 16 en 17 jaar. Deze kunnen berecht worden volgens het volwassenenstrafrecht, als de ernst van het feit of de omstandigheden waaronder het is begaan of de persoon van de dader daartoe aanleiding geven. Het uitgangspunt van het adolescentenstrafrecht is dan ook, in overeenstemming met het IVRK, dat verdachten voor feiten die zij als minderjarige zouden hebben begaan ook als minderjarige worden berecht, tenzij er sprake is van één van de gronden van artikel 77b Sr. Niet gebleken is dat is voldaan aan de gronden van 77b Sr. De rechtbank zal daarom alles afwegende, onder toepassing van artikel 495, vijfde lid, Sv, ten aanzien van alle feiten het jeugdstrafrecht toepassen.
Straf
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daarnaast houdt de rechtbank er in strafverzwarende zin rekening mee dat de verdachte geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden door zich vanaf het verhoor op het politiebureau tot aan de terechtzitting grotendeels op zijn zwijgrecht te beroepen. Ook heeft hij niet willen meewerken aan een persoonlijkheidsonderzoek. Zelfs op de vragen over de persoonlijke omstandigheden gaf de verdachte ter zitting geen antwoord. De rechtbank acht de houding van de verdachte zeer zorgelijk.
Het is voor de rechtbank lastig gebleken om een goed beeld van de verdachte te krijgen en van wat hij nodig heeft om recidive te voorkomen. Bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijke straf ter voorkoming van recidive zijn op deze manier moeilijk te formuleren. De rechtbank acht het echter niet passend om in het jeugdstrafrecht, bij een verdachte die in de onderhavige strafzaak als iemand zonder strafblad moet worden gezien, enkel af te straffen, zoals door de officier van justitie is voorgesteld. Dat is niet in het belang van de verdachte en niet in het belang van de maatschappij. De rechtbank zal, gelet op de zorgen die er zijn rondom de verdachte, een deels voorwaardelijke jeugddetentie opleggen, met de bijzondere voorwaarden die hierna worden genoemd. Het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie wordt gelijk gesteld aan het voorarrest, zodat de verdachte voor deze strafbare feiten niet meer terug hoeft naar de jeugdgevangenis. Deze voorwaardelijke straf dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De nader te noemen bijzondere voorwaarden dienen ter ondersteuning van de verdachte om structuur in zijn leven te behouden zodra hij niet meer gedetineerd is. De rechtbank acht het van belang dat de verdachte weer dagbesteding krijgt en hierbij door de jeugdreclassering wordt begeleid. Daarnaast acht de rechtbank voortzetting van het contactverbod met [slachtoffer 1] aangewezen. De rechtbank zal ook nog langer een contactverbod opleggen met de medeverdachten voor de duur van maximaal een jaar of zoveel korter als de jeugdreclassering nodig acht.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
8. Vordering benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde] , ter zake de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 190,99 aan materiële schade, bestaande uit weggenomen airpods.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie stelt dat de vordering toewijsbaar is, hoewel deze niet met een aankoopbon is onderbouwd. De genoemde schade is redelijk en aannemelijk en dient om die reden te worden toegewezen, hoofdelijk, met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt verdediging
De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard gelet op het verzoek tot vrijspraak. Subsidiair dient de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard bij gebrek aan onderbouwing.
Beoordeling
De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank constateert dat op het verzoek tot schadevergoeding niet het parketnummer van de zaak van de verdachte staat. Daarnaast is de vordering van de benadeelde partij, gelet op de betwisting van de verdediging, onvoldoende onderbouwd. Aanhouding van de zaak zodat de benadeelde partij de vordering nader kan onderbouwen zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Proceskosten
Nu de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
9. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 45, 55, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.
10. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
11. Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10-169245-25 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte de onder parketnummer 10-085254-25 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 280 (tweehonderdtachtig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 160 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna ook: jeugdreclassering) te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- zich zal inspannen voor het hebben en behouden van een zinvolle dagbesteding in de vorm
van werk, school en/of stage;
- zich zal inspannen voor het hebben en behouden van een zinvolle vrijetijdsbesteding;
- voor de maximale duur van één jaar of zoveel korter als de jeugdreclassering nodig acht, op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten:
- [medeverdachte 4] , geboren op [geboortedag 2] 2008;
- [medeverdachte 5] , geboren op [geboortedag 3] 2009;
- [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedag 4] 2008;
- [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedag 5] 2010;
- [medeverdachte 6] , geboren op [geboortedag 6] 2007;
- [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedag 7] 2009;
- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met het slachtoffer:
- [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag 8] 2009;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan (jeugd)reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de (jeugd)reclassering zo vaak en zolang als de (jeugd)reclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. S. Riege, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. J.C.M. Persoon en A.L. Pöll, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. van Cortenberghe - van Dam, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 juli 2026 .
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:
Parketnummer 10-085254-25
1
hij op 10 maart 2025 te Schiedam
openlijk, te weten op of aan de Parkweg, in elk geval op of aan de openbare weg
en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 1] , door
meermalen met een mes in de buik, de benen en de bil van die [slachtoffer 1]
te steken;
2
hij op 13 april 2025 te Schiedam
op of aan de openbare weg, te weten de Nassaulaan en de Warande,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
twee jassen, twee paar schoenen, een broek, een ketting, een tas, twee paar AirPods,
een powerbank, een bankpas en een ID-kaart, in elk geval enig goed, die aan [slachtoffer 2]
en [slachtoffer 3] toebehoorden
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , gepleegd met het
oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij
betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij
de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te achtervolgen, en
- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op te wachten met een grote groep personen, en
- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen: "Als jullie weg
rennen, steken we jullie neer" en "Doe al je spullen uit, anders gebeurt er wat met
jullie", en
- de jassen en schoenen van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] uit te trekken of af te
pakken, en
- die [slachtoffer 3] meermalen tegen het gezicht te slaan;
3
hij op 13 april 2025 te Schiedam
op of aan de openbare weg, te weten de Nassaulaan en de Warande,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van twee jassen,
twee paar schoenen, een broek, een ketting, een tas, twee paar AirPods, een
powerbank, een bankpas en een ID-kaart, in elk geval enig goed, die aan die [slachtoffer 2]
en [slachtoffer 3] toebehoorden,
door
- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te achtervolgen, en
- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op te wachten met een grote groep personen, en
- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen: "Als jullie weg
rennen, steken we jullie neer" en "Doe al je spullen uit, anders gebeurt er wat met
jullie", en
- de jassen en schoenen van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] uit te trekken of af te
pakken, en
- die [slachtoffer 3] meermalen tegen het gezicht te slaan;
4
hij op 26 juni 2025 te Schiedam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
een onbekend gebleven persoon heeft gedwongen tot de afgifte van een pinpas, in
elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die persoon en/of een derde
toebehoorde(n)
door
- tegen die persoon te zeggen dat hij geld moest pinnen en/of
- die persoon in de richting van de kaartverkoopautomaat te duwen en/of
- die persoon in een hoek te drijven en/of
- die persoon meermalen in het gezicht te slaan;
5
hij op of omstreeks 1 november 2025 te Vlaardingen
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om een of meer goederen van zijn/haar/hun gading, in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan juwelier [naam juwelier] (gevestigd aan de [adres juwelier]
) en/of [naam] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen
en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen
volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een of meer medewerkers
van die juwelier, te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te
bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf
en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
- zich naar die juwelier hebben begeven met een of meer messen en/of een
klauwhamer en/of
- daarbij latex handschoenen hebben gedragen en/of
- onder de rolluiken door zijn gegaan en/of (vervolgens) hebben geprobeerd de
toegangsdeur te openen en/of hebben geduwd en/of getrokken tegen/aan de
toegangsdeur en/of
- een of meer messen en/of een klauwhamer aan voornoemde medewerkers
hebben getoond,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Parketnummer 10-169245-25
hij op 24 maart 2025 te Schiedam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
een lijkwagen, die aan [naam stichting] , althans een derde, toebehoorde, heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) dat weg te nemen goed onder zijn/hun
bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,
door onbevoegd gebruik te maken van de bij die lijkwagen behorende autosleutel.