RECHTBANK Rotterdam
Handel en haven
Zaaknummer: C/10/710717 / HA ZA 25-1022
Vonnis van 26 augustus 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. A. Quispel,
tegen
[gedaagde] , handelend onder de naam [naam eetcafe] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. S. Fattah.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 13 november 2025, met producties 1 tot en met 3;- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 3;- de uitnodiging voor de zitting en de zittingsagenda;
- de producties 4 tot en met 7 van [eiser] ;
- de aanvulling op productie 2 van [gedaagde] ;
- de mondelinge behandeling van 23 juni 2026; en
- de spreekaantekeningen van mr. Quispel.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[eiser] is eigenaar en verhuurder van de bedrijfsruimte aan het adres [adres] . [naam] (hierna ‘ [naam] ’) huurde deze bedrijfsruimte vanaf oktober 2024 van [eiser] en exploiteerde daarin een horecaonderneming (hierna ‘restaurant’). [gedaagde] heeft het restaurant in maart 2025 van [naam] overgenomen en is een franchise, ‘ [naam eetcafe] ’, gestart.
[naam] had met [eiser] , naast de huurovereenkomst, een exploitatieovereenkomst gesloten voor twee kansspel-speelautomaten (hierna ‘de Speelautomaten’). De Speelautomaten bevinden zich in de bedrijfsruimte. [naam] heeft [eiser] en [gedaagde] in verband met de overname van het restaurant met elkaar in contact gebracht.
Op 25 maart 2025 is vervolgens tussen [eiser] en [gedaagde] onder andere een exploitatieovereenkomst gesloten voor de Speelautomaten (hierna ‘de Overeenkomst’). In de Overeenkomst staat – voor zover relevant – het volgende vermeld:
“1.3 (…) Eveneens dient mede-exploitant (rechter: [gedaagde] ) de mondelinge en schriftelijke aanwijzingen door of namens exploitant (rechter: [eiser] ) met betrekking tot het optimaal functioneren en rendabel exploiteren van de speelautomaten in acht te nemen.”
“6.1 Mede-exploitant is gehouden gedurende de openingstijden van zijn zaak de speelautomaten te voorzien van de benodigde elektriciteit alsmede speelklaar te maken en te houden.”
“6.2 Conform de aanwijzingen van exploitant zal mede-exploitant een geschikte ruimte c.q. een gedeelte van een ruimte voor de exploitatie van de speelautomaten beschikbaar stellen.”
Bij overtreding van een of meer van de bepalingen van deze overeenkomst verbeurt mede-exploitant, een direct opeisbare, niet voor verrekening in aanmerking komende boete van 500.- per dag of een gedeelte van een dag dat de overtreding voortduurt.”
In juli en augustus 2025 zijn er tussen partijen berichten gewisseld via WhatsApp:
[eiser] : “Ik heb die jongen geapt maar hij stuurt niks terug, kan jij even doorgeven dat we morgen middag rond 14 uur die kasten komen verplaatsen…
Die deur moet weg
Automaten moeten zichtbaar zijn niet afgesloten dit hebben we vanaf het begin besproken
Goedemorgen ik zou nog een foto krijgen dat de automaten zichtbaar zouden zijn vanuit de zaak en dat die deur weg is ?”
[gedaagde] : “Goedemorgen
Ja, ga ik doen”
[eiser] : “Goedeavond, is dit nu open?
Dit gaan we niet accepteren we hebben hier vooraf duidelijk over gesproken als ik terug ben van vakantie gaan we hier over praten”
[gedaagde] : “Voor alles fijne vakantie en als je terug bent van vakantie gaan we hier nog over praten jij bent makkelijk en ik ben makkelijk we komen zeker over iets uit”
[eiser] : “Goedemiddag, vanmiddag ben ik in de zaak geweest bij jou ik heb daar geconstateerd dat de automaten, waar wij vanaf het begin duidelijk over zijn geweest, dat deze niet zichtbaar in exploitatie stonden ik wil je daarom er nadrukkelijk op wijze dat ik aanstaande vrijdag weer komen en dat ze dan uit dat hok zijn gehaald en ze zichtbaar binnen het gehuurde in exploitatie staan ik heb er nu al meerdere malen op gewezen!!!”
Op 29 augustus 2025 heeft [eiser] een brief aan [gedaagde] gestuurd waarin staat:
“Op 21 juli is door mij vastgesteld dat de automaten in een afgesloten ruimte stonden, niet zichtbaar opgesteld, ik heb u vanaf het begin duidelijk aangegeven dat dit niet zou worden geaccepteerd tevens heb ik u daarom aangeboden een timmerman de afgesloten ruimte te verwijderen of de automaten naar een betere zichtbare plaats te laten verplaatsen, deze timmerman was met mij hiervoor naar het exploitatieadres gekomen waarop u aangaf dit zelf te regelen.
Vanaf mijn vakantieadres heb ik u op 4 augustus 2025 per whatsapp gevraagd of de situatie inmiddels was opgelost dit was niet het geval, ik heb u gemeld dat direct na mijn vakantie ik de situatie opnieuw zou komen bekijken.
Woensdag 27 augustus vrijwel direct na mijn vakantie heb ik het exploitatieadres wederom bezocht en geconstateerd dat er niets was veranderd aan de situatie ik heb u erop gewezen per whatsapp dat vrijdag 29 augustus de automaten zichtbaar in exploitatie moesten staan, echter vandaag 29 augustus constateer ik dat er niets is veranderd aan de situatie.
Gezien u niet op de juiste manier de automaten in exploitatie houdt pleegt u hiermee overtreding van de exploitatieovereenkomst en leg ik u hiervoor conform artikel 9 een direct opeisbare boete op van € 500.- per dag vanaf 4 juli 0225 a 26 dagen in totaal € 13.000- en voor iedere dag dat deze situatie voortduurt nogmaals € 500.- per dag.”
3. Het geschil
[eiser] vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
a. [gedaagde] te veroordelen om de Overeenkomst met [eiser] behoorlijk na te komen door de Speelautomaten op een goed zichtbare plaats binnen zijn restaurant te plaatsen en van stroom te voorzien, één en ander op straffe van een dwangsom ad € 500,00 voor iedere dag na betekening van het in deze te wijzen vonnis dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft;
b. [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan [eiser] van de contractuele boete ad € 500,00 per dag of gedeelte van een dag vanaf 29 augustus 2025 tot de dag dat niet langer sprake is van een overtreding door [gedaagde] van de Overeenkomst; en
c. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding.
[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] moet zijn verplichtingen uit de Overeenkomst nakomen, door de Speelautomaten in werking te houden op een goed zichtbare plaats in het restaurant. [gedaagde] komt zijn verplichtingen uit de Overeenkomst niet na door de Speelautomaten in een aparte ruimte te laten staan. Daardoor is exploitatie van de Speelautomaten feitelijk niet mogelijk. [gedaagde] overtreedt daarmee de afspraken uit de Overeenkomst en is daarom een contractuele boete verschuldigd.
[gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
[gedaagde] betwist dat sprake is van niet-nakoming van de gemaakte afspraken tussen partijen. Uit de Overeenkomst blijkt niet van een verbod op plaatsing in een aparte ruimte, blijkt geen zichtbaarheidseis en ook geen verplichting tot plaatsing in de open restaurantzaal. [gedaagde] voert aan dat hij er bovendien gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de bestaande plaatsing van de Speelautomaten voldeed aan de Overeenkomst, omdat de huidige situatie al jaren bestond, hij de Overeenkomst onder exact dezelfde voorwaarden als zijn voorgangers heeft voortgezet en [eiser] eerder geen bezwaar heeft gehad. Wanneer er wel sprake is van een tekortkoming door [gedaagde] , verzoekt hij de door [eiser] gevorderde boete te matigen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Afspraak over zichtbaarheid Speelautomaten?
[eiser] vordert in deze procedure nakoming van de Overeenkomst door [gedaagde] , door de Speelautomaten op een goed zichtbare plaats binnen zijn restaurant te plaatsen en van stroom te voorzien. [eiser] stelt primair dat [gedaagde] daartoe op grond van artikelen 6.1 en 6.2 van de Overeenkomst verplicht is. [gedaagde] komt deze verplichting niet na omdat de Speelautomaten in een aparte ruimte van het restaurant staan. Op de zitting heeft [eiser] toegelicht dat zij voorafgaand aan het sluiten van de Overeenkomst meerdere gesprekken met [gedaagde] heeft gevoerd en heeft besproken dat het voor haar een voorwaarde was dat de Speelautomaten uit deze aparte ruimte weggehaald moesten worden, omdat zij daar geen opbrengsten genereren. De Overeenkomst is niet voorafgaand aan de tekenafspraak aan [gedaagde] toegestuurd. Volgens [eiser] zijn bij de ondertekening van de Overeenkomst op het kantoor van [eiser] twee andere personen van Arabische afkomst met [gedaagde] meegekomen, die de inhoud van de Overeenkomst hebben vertaald voor [gedaagde] , zodat hij het goed begreep. Op 21 juli 2025 heeft [eiser] het restaurant van [gedaagde] bezocht en geconstateerd dat de Speelautomaten nog steeds in de betreffende ruimte stonden. Dit is in strijd met de tussen partijen gemaakte afspraken. [eiser] heeft daartegen direct bezwaar gemaakt. [eiser] heeft verder toegelicht dat zij voor haar bedrijfsvoering voor een groot deel afhankelijk is van goed renderende speelautomaten. Zij heeft er dan ook belang bij dat de Speelautomaten op een goed zichtbare plaats in het restaurant staan en in bedrijf zijn. De situatie met de aparte ruimte is door [naam] gecreëerd, tegen de wil van [eiser] in. Exploitatie is feitelijk niet mogelijk door de plaatsing in de aparte ruimte. De Speelautomaten kunnen door de manier waarop ze zijn geplaatst niet worden bijgevuld en opbrengsten kunnen er niet uit worden gehaald. De aparte ruimte is daarnaast te klein voor een monteur om onderhoud aan de Speelautomaten te kunnen uitvoeren, zo stelt [eiser] .
[gedaagde] betwist dat de Overeenkomst vereist dat de Speelautomaten zich ‘goed zichtbaar’ in het restaurant moeten bevinden. Ook betwist [gedaagde] dat voor het sluiten van de Overeenkomst met hem is besproken dat de Speelautomaten niet in de aparte ruimte mochten blijven staan. De Overeenkomst bevat geen verbod op plaatsing in een aparte ruimte, bevat geen zichtbaarheidseis en ook geen verplichting tot plaatsing in de open restaurantzaal. [gedaagde] heeft op de zitting betwist dat iemand hem bij de ondertekening van de Overeenkomst heeft verteld wat er op papier stond. Volgens [gedaagde] is hem door [eiser] alleen verteld wat de hoogte van de huur was en dat de huur jaarlijks zou worden opgehoogd.
[gedaagde] heeft verder aangevoerd dat hij het restaurant onder dezelfde voorwaarden heeft voortgezet als [naam] (en zijn voorganger) en dat de Speelautomaten al die tijd in diezelfde aparte ruimte stonden, zonder dat [eiser] daartegen bezwaar heeft gemaakt. [gedaagde] mocht er daarom op vertrouwen dat de huidige plaatsing van de Speelautomaten voldeed aan de Overeenkomst. Bovendien is het zichtbaar in het restaurant plaatsen van de Speelautomaten maatschappelijk onwenselijk, omdat het een gezinsgericht horecabedrijf is waar ook kinderen komen. Ook zou het alsnog afdwingen de Speelautomaten zichtbaar in het restaurant te plaatsen, na jarenlange acceptatie van de bestaande situatie, disproportioneel en onredelijk zijn. Van het niet-nakomen van gemaakte afspraken is dan ook geen sprake. Pas nadat de Overeenkomst is gesloten is door [eiser] gezegd dat de Speelautomaten in het zicht moesten worden geplaatst, zo voert [gedaagde] aan.
Partijen zijn het dus niet met elkaar eens over de vraag of in de artikelen 6.1 en 6.2 van de Overeenkomst een zichtbaarheidsvereiste voor de Speelautomaten is opgenomen. Voor het antwoord op de vraag wat tussen partijen is afgesproken wordt gekeken naar wat partijen in dat kader over en weer hebben verklaard en wat zij uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben mogen afleiden (de zogenoemde ‘Haviltex-maatstaf’). Daarbij spelen alle omstandigheden van het geval een rol en kunnen ook gedragingen en uitlatingen van partijen na het sluiten van de overeenkomst relevant zijn. Die latere gedragingen en verklaringen kunnen namelijk een aanwijzing vormen voor de door partijen beoogde inhoud van de gemaakte afspraken.
De rechtbank overweegt tegen deze achtergrond als volgt.
[eiser] heeft haar stellingen in de dagvaarding gebaseerd op het feit dat de Speelautomaten in een aparte ruimte staan. Op de zitting heeft [eiser] voor het eerst naar voren gebracht dat het om een met een deur afgesloten ruimte zou gaan. Partijen waren het er op zitting over eens dat er zich geen deur (meer) bevindt naar de aparte ruimte. Maar ook wanneer er zich op enig moment wel een deur bevond naar de aparte ruimte waar de Speelautomaten staan, heeft [eiser] niet gesteld dat de deur altijd dicht was en dat de Speelautomaten dus in het geheel niet zichtbaar waren. De rechtbank gaat daarom bij haar beoordeling uit van een aparte, maar niet afgesloten, ruimte.
Vooropgesteld wordt dat in de Overeenkomst:
1) niet is opgenomen dat de Speelautomaten in het zicht moeten staan, maar slechts dat [gedaagde] op aanwijzing van [eiser] een geschikte ruimte c.q. een gedeelte van een ruimte voor de exploitatie van de Speelautomaten beschikbaar zal stellen (artikel 6.2);
2) niet is opgenomen dat het voor [eiser] een voorwaarde was dat de Speelautomaten door [gedaagde] uit de aparte ruimte moesten worden gehaald of moesten worden verplaatst naar een andere, zichtbare, plek in het restaurant; en
3) ook geen specifieke plek is genoemd waar de Speelautomaten volgens [eiser] zouden moeten komen te staan.
Het gevolg hiervan is dat de locatie van de Speelautomaten niet concreet is geregeld in de Overeenkomst. Bij de uitleg van de Overeenkomst achteraf dient dit niet in het nadeel van [gedaagde] uit te pakken en kan in het bijzonder aan de tekst van de artikelen 6.l en 6.2 niet de betekenis worden toegekend die [eiser] daaraan toekent.
Het had op de weg van [eiser] gelegen om onduidelijkheid tussen partijen over het door haar gestelde ‘zichtbaarheidsvereiste’ te voorkomen, door bijvoorbeeld expliciet in de Overeenkomst op te nemen dat de Speelautomaten in het zicht van bezoekers moeten staan of uit de aparte ruimte moeten worden gehaald. [eiser] stelt immers hierbij belang te hebben en zij heeft de Overeenkomst opgesteld.
Op de zitting heeft [eiser] nog gesteld dat zij voorafgaand aan het tekenen van de Overeenkomst met [gedaagde] heeft besproken dat het voor haar een voorwaarde was dat de Speelautomaten uit de aparte ruimte weggehaald moesten worden. Deze stelling heeft [eiser] bij dagvaarding niet naar voren gebracht. Bovendien is de stelling niet feitelijk en concreet uitgewerkt, en is zij op zitting door [gedaagde] betwist. [gedaagde] heeft, in het kader van zijn betwisting, aangevoerd dat de plaats van de Speelautomaten niet al voorafgaand aan het ondertekenen is besproken maar pas daarná aan de orde is gesteld. [eiser] heeft hier vervolgens geen inhoudelijke reactie op gegeven, zodat zij haar stelling niet voldoende gemotiveerd heeft gehandhaafd. [eiser] heeft dus onvoldoende voldaan aan de op haar rustende stelplicht. Hierbij weegt de rechtbank nog mee dat het standpunt van [gedaagde] steun vindt in de omstandigheid dat vastlegging door [eiser] van een ‘zichtbaarheidsvereiste’ geheel ontbreekt, terwijl vastlegging voor de hand had gelegen als dit vóór afronding van de Overeenkomst aan de orde was gesteld, zeker nu in elk geval in enige mate sprake is geweest van een taalbarrière. Om deze redenen passeert de rechtbank de stelling van [eiser] en is ook voor nadere bewijsvoering geen ruimte. Van een aanwijzing als bedoeld in artikel 6.2 van de Overeenkomst is dan ook geen sprake.
Deze omstandigheden maken dat niet komt vast te staan dat tussen partijen een zichtbaarheidsvereiste is afgesproken. De vordering van [eiser] tot nakoming kan dan ook niet worden toegewezen op grond van de artikelen 6.1 en 6.2 van de Overeenkomst.
[gedaagde] moet aanwijzing van [eiser] alsnog nakomen
[eiser] heeft haar vordering tot nakoming subsidiair gegrond op artikel 1.3 van de Overeenkomst. [eiser] heeft ter onderbouwing toegelicht dat de Speelautomaten nu niet goed renderen omdat ze in een aparte ruimte staan. Dit geeft geen opbrengsten. [eiser] heeft via WhatsApp laten weten dat de automaten zichtbaar moeten zijn en uit de aparte ruimte moeten worden gehaald. [eiser] heeft [gedaagde] er bij brief van 29 augustus 2025 op gewezen dat hij zijn contractuele verplichtingen moest nakomen. Ondanks dringende verzoeken, sommaties en het aanbod om op kosten van [eiser] een aannemer in te schakelen voor het verplaatsen van de Speelautomaten, heeft [gedaagde] de Speelautomaten in de aparte ruimte laten staan. Er is daarom sprake van een toerekenbare tekortkoming door [gedaagde] .
[gedaagde] voert aan dat het beroep op artikel 1.3 pas na het sluiten van de Overeenkomst is gedaan. Als [eiser] wilde dat de Speelautomaten zichtbaar in het restaurant werden geplaatst, dan hadden partijen dit vooraf moeten afspreken. Dat is niet gebeurd, zodat er geen sprake is van een tekortkoming, zo stelt [gedaagde] .
De rechtbank stelt voorop dat uit artikel 1.3 van de Overeenkomst onder andere volgt dat [gedaagde] zich aan mondelinge en schriftelijke aanwijzingen door of namens [eiser] moet houden met betrekking tot het optimaal functioneren en rendabel exploiteren van de Speelautomaten.
Zonder nadere toelichting door [gedaagde] valt niet in te zien waarom [eiser] geen mondelinge of schriftelijke aanwijzingen als bedoeld in artikel 1.3 van de Overeenkomst mag geven na het sluiten daarvan.
Dat [eiser] aan [gedaagde] een aanwijzing in de zin van artikel 1.3 van de Overeenkomst heeft gegeven met betrekking tot het optimaal en rendabel exploiteren van de Speelautomaten staat vast. [gedaagde] heeft namelijk erkend dat [eiser] na het sluiten van de Overeenkomst heeft gezegd dat de Speelautomaten in het zicht moesten worden geplaatst. [gedaagde] heeft daarnaast niet betwist dat de Speelautomaten niet goed renderen in de aparte ruimte en dat ze geen opbrengsten genereren. Hij heeft op de zitting zelf gezegd dat de Speelautomaten het op dit moment niet doen. Ook heeft [gedaagde] niet betwist dat de monteur van [eiser] onvoldoende ruimte heeft om onderhoud of reparaties aan de Speelautomaten uit te voeren op de plek waar ze nu staan. De Speelautomaten kunnen daardoor niet goed worden geëxploiteerd.
De rechtbank volgt [gedaagde] bovendien niet in zijn standpunt dat het alsnog moeten verplaatsen van de Speelautomaten maatschappelijk onwenselijk, disproportioneel en/of onredelijk zou zijn. Vaststaat dat [gedaagde] een hoogdrempelige horecaonderneming exploiteert. [eiser] heeft dit voldoende gesteld en [gedaagde] heeft dat niet betwist. Door de gemeente Rotterdam zijn daarvoor ook de benodigde vergunningen verleend, waaronder een aanwezigheidsvergunning voor de Speelautomaten en een alcoholvergunning. [gedaagde] mag daarom de Speelautomaten in bedrijf hebben en ook alcohol verkopen. Wanneer [gedaagde] niet had gewild dat kinderen in zijn restaurant met speelautomaten of alcohol worden geconfronteerd, dan had hij voor het exploiteren van een laagdrempelige horecaonderneming kunnen kiezen. Dat heeft hij niet gedaan. De aanwijzing van [eiser] om de Speelautomaten naar een andere, zichtbare, plaats in het restaurant te verplaatsen is in dat licht bezien, in combinatie met het vaststaande feit dat de Speelautomaten nu geen opbrengsten genereren, ook niet onredelijk. Daarnaast is het slechts verwijderen van één (kleine) muur in het restaurant al voldoende om de Speelautomaten zichtbaar in het restaurant te hebben staan, waarbij [eiser] aan [gedaagde] heeft aangeboden voor het uitvoeren van deze werkzaamheden op haar kosten een aannemer in te schakelen. [gedaagde] heeft er zelf voor gekozen om niet op dit aanbod van [eiser] in te gaan. De aanwijzing van [eiser] is daarmee ook niet disproportioneel.
Dat betekent dat [gedaagde] de aanwijzing van [eiser] , om de Speelautomaten op een goed zichtbare plaats in het restaurant te plaatsen, moest opvolgen. Nu [gedaagde] dat niet heeft gedaan, is er sprake van een toerekenbare tekortkoming. De vordering van [eiser] tot nakoming op grond van artikel 1.3 van de Overeenkomst wordt daarom toegewezen. [gedaagde] moet de Speelautomaten op een goed zichtbare plaats binnen zijn restaurant plaatsen en van stroom voorzien.
De vordering tot oplegging van een dwangsom zal, als prikkel tot nakoming, worden toegewezen tot het in de beslissing genoemde bedrag per dag. Omdat [gedaagde] weliswaar in gebreke is gebleven met het opvolgen van de aanwijzing van [eiser] , maar hij op de zitting heeft aangegeven dat er geen sprake is van onwil en dat hij openstaat voor een oplossing, maximeert de rechtbank op grond van artikel 611b Rv het bedrag waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd op € 10.000,00 en wordt de dwangsom vastgesteld op € 50,00 per dag.
Contractuele boete wordt gematigd tot € 5.000,00
[eiser] maakt aanspraak op de contractuele boete van € 500,00 per dag op basis van artikel 9.1 van de Overeenkomst, nu [gedaagde] zijn verplichtingen uit de Overeenkomst niet is nagekomen.
De rechtbank overweegt als volgt. In de Overeenkomst (artikel 1.3) is bepaald dat [gedaagde] mondelinge en schriftelijke aanwijzingen van [eiser] met betrekking tot het optimaal functioneren en rendabel exploiteren van de Speelautomaten moet opvolgen. Als aanwijzingen van [eiser] in het kader van een rendabele exploitatie niet worden opgevolgd, is daaraan een boete verbonden. Vaststaat dat [eiser] [gedaagde] een aanwijzing heeft gegeven en dat [gedaagde] deze aanwijzing niet heeft opgevolgd. Er is sprake van een tekortkoming. In beginsel is [gedaagde] daarom de boete van € 500,00 per dag op grond van artikel 9.1 van de Overeenkomst verschuldigd vanaf 29 augustus 2025.
[gedaagde] heeft verzocht de boete te matigen, ‘zo nodig’ tot nihil. [gedaagde] voert daartoe aan dat hij het restaurant pas sinds korte tijd exploiteert en dat hij geen noemenswaardige inkomsten uit de Speelautomaten heeft gegenereerd. Daarnaast heeft [gedaagde] niet bewust geprobeerd een en ander te frustreren en is er geen sprake van onwil, aldus [gedaagde] . Het was voor [gedaagde] , onder andere door een taalbarrière, onduidelijk wat er van hem werd verwacht.
Op grond van artikel 6:94 lid 1 BW kan de rechter op verzoek van de schuldenaar een bedongen boete matigen, indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, met dien verstande dat hij de schuldeiser ter zake van de tekortkoming niet minder kan toekennen dan de schadevergoeding op grond van de wet. Deze bevoegdheid dient de rechter terughoudend te hanteren. Matiging is alleen dan aan de orde als toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij zal niet alleen moeten worden gelet op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen. Ook kan bij de beoordeling gewicht worden toegekend aan de hoedanigheid van partijen en aan de omstandigheden waaronder de tekortkoming tot stand kwam. Deze omstandigheden worden in hun onderlinge samenhang beschouwd. Tegen deze achtergrond oordeelt de rechtbank als volgt over de boete.
[eiser] heeft op de zitting gesteld dagelijks € 400,00 à € 500,00 aan opbrengsten mis te lopen als gevolg van het feit dat de Speelautomaten geen opbrengsten genereren. Door [gedaagde] is dit betwist. Omdat de Speelautomaten voor de Overeenkomst al in dezelfde aparte ruimte stonden, mocht van [eiser] worden verwacht dat zij haar stelling nader had toegelicht of onderbouwd, bijvoorbeeld met concrete cijfers over een vergelijkbare periode. Dat heeft [eiser] niet gedaan. Daarom kan, hoewel enige schade niet onaannemelijk is, de omvang van de daadwerkelijke schade niet worden vastgesteld.
Beide partijen zijn ondernemers: [eiser] een ervaren ondernemer en [gedaagde] een startende ondernemer. [eiser] is voor haar inkomsten afhankelijk van het rendabel exploiteren van speelautomaten. Van [eiser] mag daarom worden verwacht dat zij maatregelen neemt om zoveel mogelijk te voorkomen dat speelautomaten, waarvoor zij een exploitatieovereenkomst sluit, geen opbrengsten genereren. In dit geval had [eiser] , voordat [gedaagde] het restaurant exploiteerde, een huur- en exploitatieovereenkomst met [naam] . De Speelautomaten stonden toen al op dezelfde plek in het restaurant. Ervan uitgaande dat [eiser] daarvan op de hoogte was, kon zij dus weten dat de Speelautomaten daar geen opbrengsten genereerden. [eiser] had er, op het moment dat de overeenkomsten met [naam] eindigden, voor kunnen kiezen de Speelautomaten zelf uit de aparte ruimte te halen. Op die manier had [eiser] zich ervan kunnen verzekeren dat de Speelautomaten bij een opvolgend exploitant wel in het zicht zouden staan en wel opbrengsten zouden genereren. Hoewel dit voor de hand had gelegen, heeft [eiser] dit niet gedaan, zodat zij in zoverre zelf de al bestaande situatie in stand heeft gelaten. Ook wordt in aanmerking genomen dat – zoals hiervoor al aan de orde is geweest – de Overeenkomst door [eiser] is opgesteld en dat zij daarin niet expliciet de plaatsing van de Speelautomaten heeft geregeld.
Daar staat tegenover dat ook [gedaagde] ondernemer is en dat hij, ondanks een taalbarrière, ook een eigen verantwoordelijkheid draagt om voor zichzelf duidelijkheid te krijgen over zijn afspraken en verplichtingen. Hierbij komt dat [gedaagde] de aanwijzing van [eiser] van 29 augustus 2025 wel heeft ontvangen en deze, zelfs een lange tijd later, nog steeds niet heeft opgevolgd.
Onverkorte toepassing van het boetebeding zou in dit geval meebrengen dat aan [gedaagde] een boete van ruim anderhalve ton wordt opgelegd. Dat zou een buitensporig resultaat zijn, ook gelet op de aard van de overeenkomst, zodat matiging al om die reden aan de orde is. Verder volgt uit de hiervoor besproken omstandigheden dat van [eiser] in deze situatie had mogen worden verwacht dat zij had voorkomen dat de onduidelijke situatie ontstond waarin een contractuele boete verschuldigd is geworden. Dit laatste laat de rechtbank zwaar wegen in de omstandigheden van het geval, met als uiteindelijke conclusie dat de billijkheid eist dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 5.000,00.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
123,73
- griffierecht
€
714,00
- salaris advocaat
€
1.306,00
(2 punten × € 653,00)
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.321,73
5. De beslissing
De rechtbank
veroordeelt [gedaagde] tot nakoming van de exploitatieovereenkomst met [eiser] , door de twee speelautomaten op een goed zichtbare plaats binnen zijn restaurant te plaatsen en van stroom te voorzien;
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 50,00 voor iedere dag nadat dit vonnis is betekend en hij niet voldoet aan de veroordeling onder 5.1., met een maximum van € 10.000,00;
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 5.000,00 aan contractuele boete;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.321,73, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Greve en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026.4020/1694