RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/720455 / JE RK 26-1029 en C/10/721741 / JE RK 26-1213
Datum uitspraak: 30 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaken van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder] en [vader],
hierna te noemen de ouders, wonende in [plaats] ,
de gecertificeerde instelling stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI.
1. Het (verdere) verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 28 mei 2026 (C/10/720455);
de tussenbeschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 18 juni 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken (C/10/721741).
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de ouders;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [vertegenwoordiger van de raad] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI] .
Aangezien de ouders de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, maar wel de Poolse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van I. Kaczan, tolk in de taal Pools. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.
De kinderrechter heeft [minderjarige] uitgenodigd voor een kindgesprek. [minderjarige] heeft van deze mogelijkheid gebruikt gemaakt en een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] woont bij zijn ouders.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 juni 2026 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 18 september 2026.
3. De verzoeken
Het verzoek met zaaknummer C/10/720455
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het verzoek met zaaknummer C/10/721741
De Raad verzoekt [minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Op dit verzoek is volledig beslist bij de spoedbeschikking van 18 juni 2026. Ter zitting zullen de ouders op de beslissing worden gehoord.
4. De standpunten
De Raad handhaaft de verzoeken ter zitting en licht ze nader toe. Uit het onderzoek van de Raad zijn grote zorgen over [minderjarige] naar voren gekomen. Ten tijde van het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling is er een spoedsituatie ontstaan omdat [minderjarige] een drugspsychose heeft gekregen. Er is al jeugdreclassering bij [minderjarige] betrokken, maar dit is niet voldoende. Een ondertoezichtstelling is onder andere nodig om de ouders hulpverlening te bieden voor de opvoeding van [minderjarige] . Hij vertoont fors zelfbepalend gedrag en het is belangrijk dat de ouders weer grip op hem krijgen. Op dit moment lukt het de ouders niet om dit zelfstandig te bewerkstelligen. Het is daarnaast belangrijk dat er zicht komt op [minderjarige] en zijn middelengebruik.
De GI maakt ter zitting kenbaar de zorgen over [minderjarige] te delen. Er is sprake van een hele ingewikkelde situatie waarin het ontbreekt aan motivatie bij [minderjarige] . Het netwerk van [minderjarige] , waaronder zijn vriendin, lijkt de ernst van de situatie niet in te zien. De GI is voornemens om systematische hulpverlening in te zetten binnen het gezin, waarbij intensieve medewerking wordt verwacht vanuit het gehele gezinssysteem.
De moeder maakt ter zitting kenbaar dat zij graag ziet dat [minderjarige] onder toezicht wordt gesteld. De moeder maakt zich al langere tijd zorgen over [minderjarige] en wil graag dat hij de juiste hulpverlening krijgt. Het verbaast de moeder dat [minderjarige] zo snel is ontslagen uit het psychiatrisch ziekenhuis. Het verschilt per dag hoe het met [minderjarige] gaat in de thuissituatie. De ene dag is het rustig en de andere dag komt hij uren later thuis dan afgesproken. De moeder is bereid om mee te werken met systemische hulpverlening en kan hier afspraken over maken met haar werkgever.
De vader heeft ter zitting geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad. Ook hij wil graag dat [minderjarige] de hulp krijgt die hij nodig heeft en hij is bereid om hierin te doen wat nodig is.
5. De beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Het is de kinderrechter gebleken dat de ouders en [minderjarige] de Poolse nationaliteit hebben. Gelet hierop draagt deze zaak een internationaal karakter. Dit maakt dat de kinderrechter eerst moet beoordelen of deze rechtbank rechtsmacht toekomt en welk recht van toepassing is op het verzoek, alvorens de rechter toekomt aan de inhoudelijke beoordeling daarvan.
De Nederlandse rechter is bevoegd om kennis te nemen van het verzoek, omdat de
gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is. Omdat de Nederlandse rechter bevoegd is, is Nederlands recht van toepassing.
De kinderrechter in deze rechtbank behandelt de zaak omdat de ouders en [minderjarige] in [plaats] wonen.
De inhoudelijke behandeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat [minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Er zijn al langere tijd zorgen over [minderjarige] . Hij is in beeld bij leerplicht omdat hij niet naar school gaat, komt in contact met de politie en het ontbreekt aan zicht op [minderjarige] zijn bezigheden. Ook de ouders maken zich zorgen om [minderjarige] en het lukt hen niet om grip op hem te krijgen. [minderjarige] vertoont fors zelfbepalend gedrag en onttrekt zich aan het gezag van zijn ouders. Op 14 juni 2026 heeft er een incident plaatsgevonden waarna [minderjarige] met een crisismaatregel bij Yulius is geplaatst omdat hij in een drugspsychose zat. Ondertussen is [minderjarige] weer thuis bij zijn ouders, maar de zorgen en het zelfbepalende gedrag van [minderjarige] zijn onverminderd aanwezig. Hoewel de ouders de zorgen delen en bereid zijn om mee te werken met hulpverlening, zijn zij onvoldoende in staat om dit zelfstandig vorm te geven. De komende periode is betrokkenheid van een jeugdbeschermer daarom noodzakelijk om de regie te voeren en de benodigde hulpverlening in te zetten voor [minderjarige] en de ouders.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering met ingang van 30 juni 2026 tot 30 juni 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026 door mr. D.I. Hendriks-van Wel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.L. Bottse als griffier, en op schrift gesteld op 9 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.